INTERVIEW

'Schokkend, dat ik zo'n beest kon zijn'

13 maanden gegijzeld door IS

De Deense fotograaf Daniel Rye zat ruim een jaar vast bij IS. In zijn onlangs verschenen boek beschrijft hij hoe hij werd geslagen, uitgehongerd en vernederd. En hoe hij een nieuwe kant van zichzelf ontdekte. 'Ik schaam me er nog steeds voor.'

Daniel Rye: 'We vierden gezamenlijk Kerstmis met cadeautjes in de vorm van korte verhaaltjes.' Beeld Mike Roelofs

Dertien maanden was de Deense fotograaf Daniel Rye (27) in handen van strijders van Islamitische Staat (IS). Hij zat in 22 verschillende ruimten op acht locaties in Syrië. Hij werd gemarteld, vernederd, had het zwaar te verduren als gijzelaar uit het 'vervloekte land' dat de Mohammedcartoons had voorgebracht.

Op de vraag wat het ergste moment was in de hel van IS, komt een verrassend antwoord. Dat was niet, zoals verwacht, het moment waarop hij probeerde zelfmoord te plegen. Dat is een van de heftigste fragmenten uit het boek Gegijzeld door IS, dat Rye schreef met de Deense journaliste Puk Damsgärd.

Aan het begin van zijn gevangenschap, nadat hij als 'spion van het Westen' dagen achtereen was gemarteld, werd hij met handboeien om aan een ketting aan een haak in het plafond opgehangen. Op de grond stond een tafel en een gammel bed van hout. Op de vloer lag een met colablikjes gevulde vuilniszak. Hij stond kaarsrecht met zijn handen volledig uitgestrekt boven zijn hoofd en dacht: 'Ik kan hier niet drie dagen staan om daarna te worden doodgemaakt.'

Daniel Rye tijdens zijn gevangenschap.

Hij probeerde zijn polsen door te bijten. Slaagde er met veel moeite in de tafel naar zich toe te schuiven. Hij stapte op de tafel, wikkelde de ketting om zijn hals, sprong omhoog richting het plafond. Zijn keel werd dichtgeknepen, het werd zwart voor zijn ogen, hij plaste in zijn broek. Het pleisterwerk van het plafond dwarrelde op hem neer.

Verrassend is dat hij dat niet als een dieptepunt heeft ervaren. Integendeel. 'Het was een euforisch moment. Ik sprong naar de vrijheid, ik ging een einde maken aan alle shit', zegt Rye, die even in Amsterdam is om zijn boek te promoten. Hij is nu tweeënhalf jaar vrij, nadat zijn familie ruim 2 miljoen euro losgeld heeft betaald. Hij heeft zijn leven weer op de rails gekregen, vertelt hij blijmoedig. Hij fotografeert weer. In Malawi, waar hij een arm gezin volgt dat zich probeert aan te passen aan de nieuwe klimatologische omstandigheden.

Het menselijke verhaal is voor Rye de basis van zijn fotografie. Daarvoor ging hij naar Syrië. Hij is geen oorlogsfotograaf die de frontlinie opzoekt. 'Ik wilde de verhalen vastleggen van gezinnen die alles moesten achterlaten, alles wat ze in hun leven hadden opgebouwd. Het moet extreem moeilijk zijn zo'n besluit te nemen. Wat doe je voordat het je te veel wordt en zo'n drastische beslissing neemt? Dat proces wilde ik vastleggen.'

Vanuit de Turkse stad Kilis stak Rye in mei 2013 de grens met Syrië over. Het was een chaotische periode, waarin onduidelijk was welke groepering in welke streek de macht had. De leiders van de terreurbewegingen IS en Jabhat al-Nusra (Abu Bakr al-Baghdadi en Abu Mohammed al-Jolani) waren verwikkeld in een verbeten machtsstrijd. Jolani weigerde akkoord te gaan met een eenzijdig door Baghdadi afgekondigde fusie van hun organisaties. Veel westerse jihadisten kozen de kant van Baghdadi. Het kalifaat was nog niet uitgeroepen.

Rye wist dat hij kon worden ontvoerd. Hij had zich goed voorbereid, dacht hij, had een betrouwbare fixer in de arm genomen. Die liet het op het laatste moment afweten. De nieuwe fixer heeft hem vermoedelijk uitgeleverd aan IS. Want nauwelijks had Rye voet gezet op Syrische bodem, of hij werd in een kelder gesmeten en aan een radiator vastgeketend.

In IS-gevangenschap was folteren dagelijkse praktijk. Rye werd opgehangen, geslagen, in zijn ribben getrapt, in zijn ballen geknepen, uitgehongerd en op allerlei manieren vernederd. Hij moest op bevel dierengeluiden maken, blaffen als een hond, balken als een ezel. En samen met andere westerse gijzelaars, onder wie James Foley en Steven Sotloff, die later zijn onthoofd, de IS-versie zingen van Hotel California van The Eagles:

Welcome to Osama's lovely hotel

Such a lovely place

Such a lovely place

You will never leave Osama's lovely hotel

And if you try you will die, mr. Bigley-style

Treiterig werd verwezen naar de dood van de Britse civiel ingenieur John Bigley, die in 2004 in Irak, gekleed in een oranje gevangenisuniform, de keel werd doorgesneden.

Steeds weer wordt hem gevraagd naar het allerergste wat hij heeft meegemaakt, zegt Rye. Hij kan niet kiezen. 'De hele situatie was slecht. Er waren heel veel downs, maar ook ups. Ik denk liever aan de goede momenten. Want die hebben me het meest verrast. Als je naar oorlogsgebied reist, weet je dat de kans bestaat dat je gegijzeld wordt en dat ze je dan heel slecht gaan behandelen. Bijzonderder zijn de gelukkige momenten. Die waren er ook. We vierden bijvoorbeeld gezamenlijk Kerstmis met cadeautjes in de vorm van korte verhaaltjes. We vertelden in detail waarom we elkaar aardig vonden. Als je vrij bent, heb je geen oog voor dergelijke gestes. In gevangenschap zijn gelukkige momenten heel veel waard.'

Rye heeft in dertien maanden met zo'n twintig andere westerse gevangenen vastgezeten, in wisselende samenstelling en in verschillende ruimten. Zonder die anderen had hij niet overleefd, zegt hij. 'In het begin was ik in mijn uppie, mijn hoofd vol verschrikkelijke gedachten. Ik was voortdurend bang dat ik eraan zou gaan. Daarom probeerde ik ook zelfmoord te plegen. Het was zo belangrijk dat ik met andere gegijzelden zat. Alleen al het feit dat de bewakers niet mij, maar ons kwamen aftuigen, had grote betekenis. Dat ik mijn arm om iemand heen kon slaan, gaf me een goed gevoel. Ik kon iets doen. En anderen deden hetzelfde voor mij.'

Op een gegeven moment had je 'geestelijk een ijzeren vest' aangetrokken, schrijf je. Dreigementen hadden geen effect meer op je. Hoe is je dat gelukt?

'In het begin toen ze me martelden, dacht ik: fuck, fuck, fuck, fuck, fuck... mijn hoofd gaat eraf. Dat gebeurde niet. Ze kwamen me opnieuw in elkaar slaan. Mijn reactie was: oh fuck, ik ga eraan. Toen begon ik me te realiseren dat ze ook zomaar binnenkwamen en er uit verveling een potje op los gingen slaan. Honderd slagen met een schoen op mijn hoofd, of zo. Na enkele maanden kon ik mezelf ervan overtuigen dat ze me ergens voor nodig hadden. Dat ze me wilden inzetten voor geld of politieke eisen. Ik was een professionele gijzelaar geworden.

'Cruciaal was dat ik er met anderen over kon praten. Dat we met elkaar de argumenten konden afvinken waarom ze ons niet zouden afmaken.'

'Ik ging in een hoekje zitten en dacht: oh jee, ik heb eten gestolen van de anderen.' Beeld Mike Roelofs

Toch was het niet altijd pais en vree tussen jullie.

'Als ik een boek had geschreven waarin ik ons als engelen had afgeschilderd, zou niemand dat hebben geloofd. Ik heb een eerlijk verhaal willen vertellen. Zelf had ik een groot probleem met eten. We hadden vaak honger en als we eten kregen, kon ik me niet inhouden. Ik maakte mezelf wijs: de anderen zijn niet zo zwaar gemarteld als ik, ze zijn sterker. Ik moet meer eten, heb veel meer nodig. Ik at twee keer zo snel als de anderen, schrokte het voedsel naar binnen als een hongerige hond. Ik ging in een hoekje zitten en dacht: oh jee, ik heb eten gestolen van de anderen. Ik heb spijt. Maar de volgende keer deed ik het weer.

'Dat ging zo door, tot we de vrijheidsbeker hebben uitgevonden. We hadden een fles kapotgeslagen en er een soort kom van gemaakt, waarin we gelijke hoeveelheden voedsel konden scheppen. Niemand hoefde meer zelf te beslissen hoeveel voedsel hij zou pakken. Ik wist waar ik recht op had. Dat was relaxed.

'In het begin, toen ik nog dacht dat ik een beschaafd persoon was, was het een shock te ervaren dat ik zo'n beest kon zijn. Ik schaam me er nog steeds voor, al weet ik inmiddels dat het niet abnormaal is. Kort na zijn dood afgelopen juli, las ik een boek van Elie Wiesel over overleven in een concentratiekamp. Er komt een persoon in voor die zijn vrijheid wil inleveren voor eten. Daar herkende ik mezelf in.'

Rye schetst een bijzonder wreed beeld van zijn westerse bewakers. Vooral de vier Britten, die de Beatles werden genoemd. Een van hen, Jihadi John, zou later celgenoot Foley onthoofden. Tijdens de gevangenschap werd steeds met onthoofding gedreigd, maar Foley was de eerste westerse journalist die op die manier werd geëxecuteerd.

Twee van Ryes andere bewakers pleegden aanslagen in Europa. Mehdi Nemmouche, alias Abu Omar, de hoofdverdachte van de aanslag op het Joods Museum in Brussel in 2014, waarbij vier doden vielen. En Najim Laachraoui, alias Abu Idriss, die zichzelf in maart van dit jaar opblies op het Belgisch vliegveld Zaventem.

Wat dacht je toen je, kort na je vrijlating, de onthoofdingsvideo zag van James Foley?

'Toen ik hem achterliet in gevangenschap, wist ik al dat de kans dat hij het zou overleven gering was. Hij was bekeerd tot de islam, bad vijf keer per dag. Maar er werd geen geloof gehecht aan zijn bekering. De Nederlandse kampbewaarder Abu Ubaidah zei dat hij alleen maar moslim was geworden om een betere behandeling te krijgen.

'Toen ik het filmpje zag, was ik geschokt. Maar niet verrast. Gelukkig was ik op dat moment op een trip met Pierre. Heel fijn dat ik mijn emoties kon delen met iemand die daar ook heeft gezeten.'

Pierre Torres is een Franse journalist, die twee maanden voor Rye is vrijgelaten. Van Abu Ubaidah, een Nederlander van Marokkaanse komaf, hebben de auteurs de echte naam niet kunnen achterhalen. Hij had een vrouwelijk uiterlijk, schreeuwde nooit, sprak op vriendelijke toon. Hij was goed opgeleid, sprak Nederlands, Frans, Engels, Duits en Arabisch en zou computertechnologie hebben gestuurd aan een Amsterdamse universiteit.

Was je voorbereid op de barbaarsheid van westerse strijders?

'Nee, helemaal niet. Het was raar om te ervaren waartoe mensen in staat zijn. Ik had er boeken over gelezen, films over gezien. Maar dat het ook in het echt bestaat en tegen jou is gericht, dat is ongelooflijk.

'Ik heb er over nagedacht. Als je in een maatschappij opgroeit, waarin je opzij wordt geduwd, waarin je je niet welkom voelt, jouw identiteit niet wordt gerespecteerd, dan kan ik begrijpen dat je vertrekt naar een plek waar je wel wat voorstelt. Waar je een held kan zijn, iets kan betekenen voor je broeders.

'Dan beland je in Syrië, in een land waar geweld aan de orde van de dag is. Waar het normaal is om je kinderen mee te nemen naar martelgevangenissen, omdat het daar veiliger is dan buiten, waar de bommen vallen. Echt, bij ons liepen tijdens het martelen gewoon kinderen door het gebouw die alles konden horen en zien.

'In dergelijke omstandigheden kunnen mensen veranderen in monsters die niet terugdeinzen voor gruweldaden. Ik was misschien ook wel zo geworden. Het zou onnozel zijn te veronderstellen dat ik zoiets nooit zou kunnen doen.'

Ruim 2 miljoen euro losgeld

Op 12 juni 2014 overhandigde 'Arthur', die namens de familie van Daniel Rye had onderhandeld over zijn vrijlating, een rugzak met 2 miljoen euro contant (en 40 duizend euro boete vanwege het niet halen van de deadline) aan een IS-strijder. De deal was rond. Kort daarna werd Rye herenigd met zijn ouders en zussen. Die hadden alles op alles moeten zetten om het bedrag in te zamelen. Ze verkochten foto's van Rye, klopten aan bij familie, vrienden, buren, bedrijven. Geconfronteerd met onwrikbare eisen en hartverscheurende foto's en video's, waren ze vaak de wanhoop nabij. Want hulp van de Deense overheid kregen ze niet. Net als Nederland betaalt Denemarken niet in gijzelingszaken. De Deense autoriteiten waren ook niet bereid Arthurs salaris en onkosten te betalen, want zo wordt indirect toch terrorisme gefinancierd. Journaliste Puk Damsgärd, die uitgebreid met de familie sprak, heeft begrip voor zowel de regering als het gezin Rye. 'Regeringen moeten afstand houden, omdat het anders een uitnodiging kan zijn om andere landgenoten te ontvoeren', zegt ze. Damsgärd vindt het goed dat de Deense autoriteiten de familie Rye wel hebben toegestaan geld in te zamelen. Rye daarover: 'Toen ik vertrok naar Syrië wist ik dat de regering niet zou betalen. Ik heb me daarop voorbereid, heb een verzekering genomen. Dat was bij lange na niet genoeg. Ik ben heel blij dat mijn familie niet de voet is dwars gezet, dat ze in actie kon komen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.