'Poëzie hoeft niet altijd over je eigen innerlijke wereld te gaan'

Hoe Remco Campert in zijn nieuwe dichtbundel de poëzie tot nut der mensheid aanwendt

In zijn nieuwe dichtbundel Open ogen toont Remco Campert (88) zich directer en geëngageerder dan ooit. Hij kon ook niet anders. 'Ik wil het nú zeggen, voor ik weg ben.'

Remco Campert in zijn huis, op 12 januari 2018. Beeld Cleo Campert

Remco Campert, 88 jaar, broos van leden maar helder van geest, leek in zijn laatste columns louter te leven door het lezen van de gedichten van anderen - en een enkele keer van zichzelf. Maar uit zijn nieuwe dichtbundel, Open ogen, die deze week verschijnt, blijkt het tegendeel. Nooit eerder sprak Campert zich zo direct en geëngageerd uit over de politieke actualiteit.

'Poëzie hoeft niet altijd over je eigen innerlijke wereld te gaan', zegt Campert op een grijze wintermiddag in zijn huis in Amsterdam. 'Ik wilde mijn blik richten op wat er in de buitenwereld gebeurt. Ik kon ook niet anders door wat er zich daar afspeelde. Taferelen die ik niet met droge ogen kon aanzien. Ik besloot dat ik mijn poëzie in dienst van iets moest stellen.'

Was dat echt een besluit?

'Nou ja, een besluit... Poëzie ontstaat spontaan in me. Maar ik ben dagelijks gekluisterd aan het nieuws. Wat ik zag op televisie en las in de kranten heeft me de afgelopen tijd zo bezig gehouden dat ik niet anders kon dan er woorden aan geven. De oorlog in Syrië, de hartverscheurende taferelen die zich met de vluchtelingen op de Middellandse Zee afspelen en de ellende rond de aanslagen. Bataklàn, bataklàn, knallen de kalasjnikovs.'

U wilde de poëzie tot nut der mensheid aanwenden?

'Ja.' Hij lacht verlegen. 'Het was een experiment. Ik wist niet of dat wel ging lukken, maar ik merkte dat er onder mijn handen iets ontstond. De meeste van mijn gedichten zijn begonnen met een regel. Tijdens een wandeling door de stad viel mij die in en dan spoedde ik me naar huis om die onmiddellijk op te tikken. Vervolgens haalde de ene regel de andere aan. Maar de regels voor deze nieuwe gedichten kwamen niet aangevlogen uit het heelal. Ze kwamen voort uit iets concreets, iets grijpbaars. Iets wat ik zag. Een beeld dat op mijn netvlies brandde.'

Een van de gedichten in de bundel heet 'Notitie'.

Ik zag een jongetje zitten

verwezen op een stoeltje

bedekt met bloed

en asgrauw puinstof

onder een huis weggehaald

met bommen bestookt

door Assads moordenaarstroep

dit gedicht helpt hem niet

Maar het is genoteerd

Remco Campert in zijn huis, 12 januari 2018. Beeld Cleo Campert

U heeft geen overspannen verwachtingen van het effect van uw gedicht?

'Nee. Maar nu is het toch gezien. Dat de lezer het ook weet, het zich blijft herinneren. Als je het leest, vergeet je het niet - tenminste, dat mag ik hopen.'

Heeft uw strijdbaarheid ook met uw leeftijd te maken?

'Ja, daar zat ik net aan te denken. Ik wil de dingen nú vastpakken, niet loslaten. Ik moet het zeggen voor ik weg ben. Ik kan niet meer te slordig met mijn tijd omspringen. Een doel voor ogen hebben. Al moet ik er wel bij zeggen dat ik niet zeker weet dat alles wat ik schrijf van nu af aan zo direct en geëngageerd zal zijn.'

Vraagt deze tijd daarom?

'Weet je aan welk gedicht ik veel heb moeten denken toen deze gedichten eenmaal op papier terecht waren gekomen? Aan 'Het lied der achttien dooden' van mijn vader, Jan Campert. Aan het verzet dat uit dat gedicht spreekt.'

Hij citeert een viertal regels van zijn vader uit het hoofd:

Ik wist de taak die ik begon,

een taak van moeiten zwaar,

maar 't hart dat het niet laten kon

schuwt nimmer het gevaar

'De rijmprent uit de oorlog hangt hier in huis. Ik vind het ook nog altijd een goed gedicht.' Hij zwijgt even. 'Ik heb mijn vader niet echt gekend. Ik ben altijd op zoek naar sporen die me bij hem brengen. Hij verliet mijn moeder toen ik 3 was, ik heb hem maar een paar keer gezien. Hij was trouweloos van aard, zoals hij zelf dichtte, dus er rest in mijn herinnering niet veel meer van hem dan de geur van alcohol en sigaretten die hem omringde, plus een vleugje parfum van een van zijn minnaressen.'

Klopt het dat het beeld van uw vader opduikt in het gedicht 'Hand'?

In het schemerlicht van de vroege ochtend


drijven beelden voorbij

de man die zijn hand door prikkeldraad stak

en mij smeekte om brood

de man die verdronk in de middellandse zee

zijn desperate gezicht voor hij onder ging

nog even stak zijn hand boven het water uit

De man die zijn hand door prikkeldraad stak, komt ook voor in uw gedicht 'Januari 1943', waarin u beschrijft hoe uw moeder u midden in de oorlog - u was ondergebracht op een boerderij in Epe - komt vertellen dat uw vader is vermoord in het concentratiekamp Neuengamme.

'Ik had de avond ervoor gedroomd dat mijn vader mij achter het prikkeldraad smeekte om brood. Het was een onwezenlijke situatie. Ik kende mijn vader niet, maar ik wist dat ik, toen mijn moeder mij kwam vertellen dat hij dood was, iets moest voelen. Maar dat gevoel, de pijn, kwam later pas - toen ik het gedicht schreef.'

In 'Hand' vormen de hand van uw vader en de hand van een vluchteling die verdrinkt een beeldrijm. Hebben de oorlog die u als jongen heeft gevormd en de oorlogen die nu worden gevoerd iets met elkaar te maken? Schuiven die beelden en tijden over elkaar heen?

'Nee, die zijn niet vergelijkbaar. De Tweede Wereldoorlog, dat klinkt misschien een beetje raar, is een ding van mijzelf. Hij komt steeds weer terug en heeft meer indruk gemaakt dan ik ooit had kunnen denken. Ik droom er steeds meer van.'

Wat droomt u dan?

'Vliegtuigen die neerstorten. Het luchtalarm. Een gevoel van dreiging. Ik droomde laatst dat ik op een markt was, een marché aux puces, waar ik een koffer met oorlogsfoto's vond. Op die foto's stonden soldaten, ruïnes. Herinneringen aan mijn eigen oorlog. Daarna liep ik door de vernielde stad die op een van de foto's te zien was.

Is het materiaal van uw dromen materiaal voor poëzie?

'Mmwah, het levert soms een regel op, of een beeld. Het is niet zo dat ik denk: ik ga slapen, nu lekker aan het werk.' Campert lacht schamper. 'Ik heb geen notitie-blok naast mijn bed. Je kunt dromen ook nooit zo opschrijven als je die hebt meegemaakt. Ze vervliegen zo snel.'

Houdt u überhaupt notities bij van wat u meemaakt?

'Ik ben heel vaak een dagboek begonnen, maar ik ben net zo vaak weer gestopt. Ik hield dat niet vol. Na twintig regels ging mijn fantasie met me op de loop. Ik trapte er elke keer weer in. Ik dacht: dat is leuk, dan weet ik later wat ik dat jaar, die maand of die dag heb gedaan. Maar dat zat er dus niet in.'

Hebben uw gedichten misschien al de functie van een dagboek?

'Ja, daar zie ik wel wat in. Mijn gedichten zijn een verslag van mijn leven. Het is waar: in de poëzie heb ik mijzelf vastgelegd.'

In het gedicht 'Bewegen' uit Open ogen kiest u steeds een andere leeftijd en wordt zo nooit oud. U springt schotsje in de tijd.

'Dat kan!' zegt Campert, met een fonkeling achter zijn brillenglazen. 'Geef me dat gedicht eens?' Hij schuift zijn bril op zijn voorhoofd, leest aandachtig.

Ik beweeg me vrij

in de leeftijd die ik kies

kleuter aan het raam

van een Haagse gracht

'Dat is de Hooigracht 1D, waar ik woonde met mijn moeder.'

in Laren minnaar

van de wondervrouw

'Dat is natuurlijk Fritzi ten Harmsen van der Beek. Ik zal haar nooit vergeten. Ze was een geweldige vrouw.

Achteraf heb ik moeten vaststellen dat ze óók knettergek was.

Wat een tijd heb ik met haar gehad op Jagtlust, een villa in de bossen bij Hilversum. Het was er elke dag feest. Op een gegeven moment dacht ik: ik moet hier weg. Ik kwam tot niets meer. Ik had alleen nog een rubriekje van vier regels in Elsevier, maar schreef verder geen letter.'

35 jaar en de weg niet weten

middelbaar en lopen

door het Franse landschap

'Ha! De weg niet weten, nee, dat kan je wel zeggen. Toen was ik echt de kluts kwijt. Ik wist niet meer waarom ik het deed.' Hij grinnikt. 'Crisisje. Ik huiver om het schrijven therapie te noemen, maar wat zou er gebeuren als ik ermee zou ophouden? Ik moet er niet aan denken. Een kale, doodse vlakte zou zich voor mij uitstrekken. Misschien helpt het me om greep op het leven te houden. Al is het maar in praktische zin. Arbeidsethos zorgt ervoor dat ik elke dag opsta om me naar mijn schrijfmachine te slepen.'

en hoe oud was ik?

zeg maar 40

dronken in de Barcelonese nacht

'Ik had net een scooter en ben toen in mijn eentje naar mijn vriend Frank Lodeizen gereden. Die woonde op Mallorca. Daar kom je door de boot in Barcelona te nemen. In Barcelona ben ik vreselijk dronken geworden. Ik raakte verzeild in een bordeel, op een dansvloer vol zwierende vrouwen. Eentje sleepte me mee naar haar huis. Daar lag haar oude moeder te slapen - wat niet al te lustopwekkend werkt - dus gingen we naar een ander kamertje, waar zich toen toch het onvermijdelijke voltrok. Hoe ik terug in mijn hotel raakte, daar heb ik geen idee meer van.'

kies maar kies maar

ik beweeg me vrij

zo hoef ik nooit oud te worden.

'In een gedicht kun je kiezen. Je herinnering is een machtig wapen. Ook daarin kun je je vrij bewegen. En je kunt er nog wat aan toevoegen ook.'

Gedichten zijn ook de plaats om afscheid te nemen van uw vrienden.

'Het is een krankzinnige gedachte, maar ik ben de enige overlevende. Hugo Claus, Gerrit Kouwenaar, Rudy Kousbroek - al mijn vrienden zijn weggevaagd. Ik vind dat heel erg. Ik denk vaak aan ze, ik droom ook vaak van ze. Laatst nog van Rudy. Ik mis zijn korzelige buien over onverstand. Rudy wilde altijd gelijk krijgen. Aan Lucebert denk ik ook nog vaak. Van alle Vijftigers heb ik hem misschien het meest bewonderd. Als ik hem lees, denk ik nog altijd: zo moet het. Ik was in het gezelschap van de Vijftigers altijd de jongste. En nu ben ik oud, maar nog altijd de jongste. Want er is niemand meer.'

Heeft u het gevoel dat u de dood nu dicht bent genaderd?

'Eigenlijk is de dood nooit ver weg geweest. Die is mijn hele leven al aanwezig geweest. Niet dat ik dagelijks aan de dood zit te denken. De dood is het niets. Aan sterven kan je denken, maar daar stel ik me maar weinig van voor.'

Hij glimlacht: 'Ik zie wel.'

Remco Campert, Open ogen. Uitgeverij De Bezige Bij. euro 17,99.

'Niet schrijven bestaat niet'

Remco Campert (29 juli 1929) beschouwt zichzelf in de eerste plaats als dichter, maar heeft ook als prozaïst een schitterend oeuvre opgebouwd. 'Niet schrijven bestaat niet', zei hij tegen Onno Blom. Over twee weken gaat de verfilming van zijn roman Het leven is vurrukkulluk in première. 'Ik heb de film nog niet gezien, maar heb alle vertrouwen in de makers.' Hij herlas voor de gelegenheid zijn eigen roman uit 1961, die inmiddels meer dan dertig drukken beleefde. 'God, het is eigenlijk beter dan ik dacht.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.