Interview

'Ongelofelijk dat ik dit heb gemaakt'

Bert Natter over Goldberg

Hij wilde als musicus de hemel bestormen, maar Goldberg leefde uiteindelijk vooral voort in de variaties van Bach. Bert Natter wekt hem tot leven in zijn roman Goldberg.

Beeld Renate Beense

Of hij de mooiste Goldbergvariatie wil opzetten? Bert Natter (47) loopt naar de iMac en opent een afspeellijst in Spotify. De ene na de andere uitvoering van het meesterwerk van Johann Sebastian Bach verschijnt op het scherm. Glenn Gould op piano, 1955: razende vingers over het toetsenbord. Glenn Gould in 1981, het tempo flink vertraagd. Een uitvoering van klavecinist Frédérick Haas uit 2012.

'Die vind ik mooier dan die van Gould,' zegt Natter. Met Gould heeft hij een haat-liefdeverhouding. Het is ongelooflijk wat die man doet met de noten van Bach, maar, hoe moet hij het uitleggen? De manier waarop Gould de strijd aangaat met de partituur, hoe hij die eronder wil krijgen, alsof hij wil zeggen: ik ben beter dan de noten die hier staan. Klavecinisten, vindt Natter, hebben een andere instelling. Die vragen zich vooral af: wat wilde Bach met zijn muziek zeggen?

Hier, hij heeft 'm gevonden. Variatie 25. Geschreven in mineur, extreem langzaam uitgevoerd - er is geen ontsnappen aan de melancholie. In de film Slaughterhouse Five, naar de roman van Kurt Vonnegut, hoor je deze noten onder de beelden van het bombardement op Dresden, de stad die in Natters nieuwe roman Goldberg zo'n belangrijke rol speelt. Waarom hij deze keuze maakt? 'Omdat het de ultieme illustratie is van de dramatiek van Johann Gottlieb Goldberg. In mijn boek heb ik geprobeerd er een enigszins onsympathiek iemand van te maken met wie je tóch te doen krijgt. Een musicus die de hemel wil bestormen, maar zijn beloftes niet waarmaakt en uiteindelijk alleen voortleeft in de naam van een stuk waarmee hij niet zo heel veel te maken lijkt te hebben.'

Goldbergs biografische informatie past op de achterkant van een envelop. Geboren in 1727 in Danzig. Vader vioolbouwer. In 1737 ontdekt door graaf Keyserlingk. In Leipzig en Dresden in de leer bij Johann Sebastian Bach en diens zoon Wilhelm Friedemann. Componist van triosonates, klavecimbelconcerten en cantates. In 1756 overleden aan de gevolgen van tbc.

Hoe een romanschrijver ertoe komt bijna zeshonderd pagina's te schrijven over een voetnoot in de muziekgeschiedenis, daarvoor moeten we terug naar het jaar 2000. Natter, op dat moment nog uitgever en freelancejournalist, leest de toen net verschenen Bachbiografie van de Duitser Christoph Wolff. Die plaatst grote vraagtekens bij een theorie die Johann Forkel, de eerste biograaf van Bach, in 1802 de wereld inschoot: dat graaf Keyserlingk in 1741 opdracht gaf aan Johann Sebastian Bach om muziek te componeren die hem zou helpen genezen van zijn slapeloosheid. De 14-jarige klavecinist Johann Gottlieb Goldberg, een virtuoos op het klavier, zou de variaties kunnen spelen. Natter: 'Dan vraagt Wolff zich af: 'Kon die kleine Goldberg dat wel?' Toen ik dat las, dacht ik meteen - terwijl ik nog helemaal geen schrijver was - wat zou er wel gebeurd kunnen zijn?'

CV Bert Natter

1968 Geboren op 19 januari in Baarn
1988 Studie Nederlands, UvA, niet afgemaakt
1990 Redacteur Uitgeverij Kwadraat
1995 Uitgever bij De Prom/De Fontein
2001 Hoofdredacteur tijdschrift Rails (NS)
2004 Auteur Rijksmuseum kookboek
2005 Rembrandt, mijn vader. Jeugdroman
2008 Begeerte heeft ons aangeraakt, debuutroman, bekroond met o.a. Selexyz debuutprijs 2009
2012 Hoe staat het met de liefde?
2015 Remington

Wilde je nieuwe informatie over Goldberg boven tafel krijgen of een historische figuur optuigen tot romanpersonage?

'Dat laatste. Heb je Amadeus ooit gezien, die film over Mozart? Historisch gezien klopte er echt niks in dat verhaal, maar toen ik veel later de brieven van Mozart las, dacht ik: verdomme, die figuur in de film is precies de man die oprijst uit de brieven. Zoiets wilde ik ook met Goldberg doen. Ik heb zijn levensfeiten gebruikt als piketpaaltjes, en ik klets van het ene paaltje naar het andere.'

Twee jaar schrijft hij aan zijn 'historische roman'. Hij laat Goldberg reizen, geeft hem ontmoetingen met de schilder Giovanni Casanova, met Frederik de Grote, met de beroemde castraat Giovanni Belli. Stapels en stapels biografische scènes lagen in zijn werkkamer toen hij in oktober 2013 naar Dresden ging om nog even het decor te voelen van zijn boek. 'En daar voegde ik nog een laatste hoofdstuk toe, over iemand uit de nabije toekomst die een ontmoeting heeft met een computerexpert die het orgel in de Frauenkirche moet repareren - het orgel waarop Bach in 1736 speelde. Toen ik het manuscript een half jaar later inleverde bij mijn redacteur, zei die: 'Dat laatste hoofdstuk is het allerbeste.'

Beeld Renate Beense

Waarom?

'Omdat het leven van Goldberg daar dankzij die figuur in het heden dichtbij komt.'

Tja, begin dan maar weer eens opnieuw. Met een lekkage in je werkkamer, waardoor je niet bij je spullen kunt. En zeshonderd pagina's waarvan je de helft kunt weggooien. 'Dat was inderdaad een moeilijk moment,' zegt Natter. 'Als tussendoortje heb ik eerst Remington geschreven, en vervolgens, in één middag, de drie openingshoofdstukken van Goldberg. Ik bedacht een verteller, Sebastian Savage, een student musicologie, een hemelbestormer die zijn afstudeerscriptie over Johann Sebastian Bach zo geniaal vindt dat hij denkt dat hij meteen professor wordt. Ik vond het zo goed en zo grappig dat ik dacht: dit is het, híj moet het verhaal van Goldberg vertellen, en dan wordt mijn oude verhaal zíjn research.'

Wie Natters romans naast elkaar legt, van het debuut Begeerte heeft ons aangeraakt tot Goldberg, ziet een paar opmerkelijke overeenkomsten.

Een: de verteller is altijd een einzelgänger. 'Ik denk weleens: mijn volgende hoofdpersoon moet gewoon een man of een vrouw zijn met een gezin. Maar dan moet je dat gezin wel een rol geven, anders lopen ze je verhaal in de weg. Een loner is een fijne verteller, omdat hij niet steeds naar huis hoeft te bellen en zich dus vol overgave kan storten in een ander leven.'

Twee: er is altijd wel ergens een brand geweest. In Begeerte heeft ons aangeraakt: de vuurwerkramp in Enschede. In Remington en Goldberg: bombardementen op Hamburg en Dresden. Uitgewiste tastbare herinneringen zeggen wellicht iets over Natter en zijn geheugen: 'Dat is niet zo goed en niet zo helder.'

Beeld Renate Beense

Is dat een handicap voor een schrijver?

'Nee. Je schrijft om je tekortkomingen heen. Arthur Japin bijvoorbeeld kan heel goed dingen tot in detail beschrijven. Een geur, een gezicht. Dat is zijn kracht. Bij mij is het een zwakte, en die los ik hopelijk op door zulke goeie dialogen te schrijven dat lezers toch zeggen: we zien jouw personages zo voor ons.'

Hij illustreert het met een ultrakort gesprek tussen Sebastian en zijn zus Heleen, drugsverslaafd, tijdelijk bij hem ondergedoken omdat ze bang is voor haar vriend. Na een paar dagen wil Sebastian toch dat ze vertrekt.

De volgende morgen namen we afscheid. We stonden onwennig tegenover elkaar. De deur was al open. Mijn zus keek door de gang die vol Ikea-kunst in zilveren lijsten hing naar de lift in de verte.

'Net een hotel eigenlijk,' vond ze.

We omhelsden elkaar.

Ze zei: 'Ik snap het wel. Je hebt natuurlijk gelijk. Ik vind het alleen jammer.

'Ik ook,' zei ik.

'Nou,' zegt Natter, zichtbaar aangedaan. 'Dat vind ik echt mooi. Omdat ik weet wat ze boven het hoofd hangt.'

Heleen overlijdt kort daarna aan een overdosis.

'In Remington zit ook zo'n dialoog. Vader en zoon, nooit heel close geweest, reizen samen van Hamburg naar Nederland en komen onderweg langs een leegstaand huis, en dan fantaseert de zoon dat ze daar samen kunnen wonen. En de vader zegt: 'Dit is niet zoals het moet zijn.' Omdat hij al weet wat hij later zal doen. Hij pleegt zelfmoord.'

Overeenkomst nummer drie: in alle boeken van Natter wakkert de onverwachte dood van een dierbare het verhaal aan. Zijn eigen broer overleed in 2000 aan een hartstilstand, 35 jaar oud. Kort daarna is Natter gestopt met zijn werk als uitgever. 'Ik vraag me weleens af of ik romans was gaan schrijven als hij niet was gestorven. De dood van mijn broer heeft alles op scherp gezet. En hoewel ik nooit rechtstreeks over hem schrijf, zijn dood is de kern waar ik in al mijn boeken omheen draai.'

Hij had zijn boek al bijna af toen hij op internet een citaat vond van een schrijver wiens vader de zus van Goldberg had gekend. Daar stond het, en het was alsof hij het zelf had geschreven: 'Hij was echter geen muzikaal genie en hij bezat evenmin een bijzonder talent voor compositie. Een eigenzinnig en melancholische en stijfkoppige zonderling die spoedig verbleekte en jong gestorven blijkt te zijn.'

Ja, zegt hij, hij heeft wel iets van de Goldberg uit zijn boek. Van het fanatieke dat hij hem heeft meegegeven. Zoals hij hem tegen de klippen op, de tbc in zijn lijf, een derde klavierconcert laat componeren (denk er de koortsachtige Mozart bij, terwijl hij zijn Requiem schrijft met de dood op zijn hielen) - zo schreef hij met steeds groter fanatisme deze roman. 'Van al mijn boeken is dit hetgene waarvan ik denk: ongelooflijk dat ik dit heb gemaakt. De ambitie die eruit spreekt, de poging om echt iets groots te maken. Ik wil Goldberg niet vergelijken met De naam van de roos van Umberto Eco, maar er zitten zoveel historische verwijzingen in dat je als lezer, al googelend, misschien toch wel denkt: verdomme, misschien is het allemaal toch zo gegaan.'

Boekje voor briljante ideeën

1 Eerste zin

'Goldberg beschouwde ik als een volkomen oninteressant fenomeen.'

'Ik was al meer dan twee jaar bezig en had allerlei beginzinnen versleten toen deze me inviel. Ik wist meteen dat dit hem zou worden. Ik sleutel niet aan een eerste zin, eerder sleutel ik aan alle zinnen die erachteraan komen tot die kloppen met de eerste. En een goede eerste zin bedenk ik niet, hij valt me in.'

2 Heb je rituelen?

'Vroeger had ik altijd boekjes bij me voor het geval me een briljant idee mocht invallen en bleef ik altijd nadenken over waar ik mee bezig was. Tegenwoordig weet ik dat mijn ideeën zelden briljant zijn en kan ik het denken over waar ik mee bezig ben aan en uit zetten. Het gevolg daarvan is dat als ik dan wel aan de slag ga, er altijd frisse inzichten zijn ontstaan.'

3 Wie zijn je schrijvershelden?

'Voor dit boek heb ik veel steun gehad aan auteurs die ik al heel lang bewonder om hun historische romans en verhalen: A. Alberts (Een venster op het Buitenhof), F.B. Hotz (De lange weg naar Veere), Theun de Vries (Torrentius), Pascal Quignard (Geen ochtend ter wereld) en vooral Alejo Carpentier (Barokconcert). Alleen werd mijn boek ongeveer net zo dik als al die boeken bij elkaar.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.