REPORTAGE

'Muziek is alles wat Orleanians hadden na Katrina'

The Big Easy

New Orleans lijkt sterker uit de watersnoodramp van tien jaar geleden te komen. Grote rol daarin speelt - natuurlijk!- de muziek, merkt theatermaker Stan Vreeken, die werkt aan een muzikale voorstelling over de stad na Katrina.

Beeld Flickr.com

Katrina is overal. Het nooit geruimde puin, de dichtgetimmerde huizen, het afgebladderde hout, dat toont hoe hoog het water kwam, augustus 2005, soms bijna 5 meter, alles schreeuwt het uit: Katrina was hier.

New Orleans als openluchtmuseum van de grootste natuurramp uit de geschiedenis van de VS: 1.464 doden in The Big Easy, stad van Louis Armstrong, Fats Domino en Wynton Marsalis.

Toen de bevolking na de orkaan op drift raakte, spoelden ook de duizenden muzikanten van New Orleans de stad uit. Bijna tien jaar later verblijf ik - muzikant en theatermaker van de groep Tijdelijke Samenscholing - twee maanden in de stad om met hen te praten over het New Orleans van na Katrina, het onderwerp van onze voorstelling The Big Easy.

Muziek is teruggekeerd

Eén conclusie ligt in de nog altijd gehavende straten voor het oprapen: hoewel een deel van de ontheemde muzikanten wegbleef, is de muziek teruggekeerd. In toeristische ader Bourbon Street klopt dag en nacht het ritme van jazz-, blues- en soulbands. Maar ook in de smalle, Caribisch ogende Frenchmen Street, buiten het vercommercialiseerde centrum, blaast een negenkoppige brassband een uitzinnige menigte omver. En een hoek verderop spelen verlopen types, met meer snaren op hun verweerde gitaren dan tanden in hun mond, oude bluesklassiekers terwijl in een onverlicht portiekje aan de overkant een Vietnamees meisje, Annie Dang, prachtige liedjes zingt voor een handvol omstanders, die niet anders kunnen dan roerloos luisteren.

De barretjes aan weerskanten van de straat bieden een kakofonie van muziekstijlen. Ragtimepianisten en reggaebands, brullende chansonniers en gladde jazzcrooners, soulorkesten, wasbordtrio's en bebopsaxofonisten spelen zonder elkaars concurrenten te zijn.

'Jazz beloont individuele expressie, maar vereist belangeloze samenwerking', zegt Ken Burns in zijn documentaire Jazz, en precies dat geldt voor New Orleans. Zo hielpen de muzikanten na de ramp mee in het herstel. Dat kan enerzijds zeer aardse worden verklaard: New Orleans trekt jaarlijks 9 miljoen toeristen, met muziek als belangrijkste verlokking. Maar het is ook psychologie: de levenslust van de muziek bracht energie terug in de stad.

Beeld Flickr.com

Grote veerkracht

'Soul Queen' Irma Thomas trad op in Texas toen de dijken braken. Op tv zag ze het dak van haar huis in Lower Ninth Ward, de muzikantenwijk, nog net boven het water uitsteken. Twee jaar later vierde ze haar thuiskomst met het bekroonde album After the Rain. 'Muziek levert de creatieve vonk voor onszelf en de hele stad', zegt ze. 'Muziek was alles wat de Orleanians hadden na Katrina.'

Ook artiesten als Dr. John, Fats Domino en de Dirty Dozen Brass Band droegen albums en concerten op aan de verdronken stad. De opbrengst ging naar organisaties die de muzikale cultuur bevorderen, bijvoorbeeld door jongeren instrumenten te geven.

New Orleans toonde na Katrina grote veerkracht, zegt Matt Sakakeeny, docent musicologie aan de lokale Tulane University en in zijn vrije tijd jazzgitarist. 'De terugkeer van musici en andere cultuurdragers bewees dat de stad er bovenop kwam.'

Bevolkingssamenstelling

Nog iets speelde mee in de wederopstanding, iets wat op het oog weinig met muziek te maken heeft: de bevolkingssamenstelling veranderde. New Orleans maakte na 2005 een ongekend proces van gentrificatie door. Duizenden goed opgeleide twintigers en dertigers, betoverd door een mix van medelijden, romantiek en ambitie, trokken naar het zuiden. Zij wilden deel uitmaken van 'iets belangrijks', zegt geograaf Richard Campanella. Ze noemden zich YURPS (Young Urban Rebuilding Professionals) en brachten intellect en werklust mee.

Daarop volgde een tweede golf van circa 20 duizend jonge ondernemers, gelukszoekers en mediawerkers. Hand in hand met deze voornamelijk blanke yuppen, zegt Campanella, kwamen 'muzikanten en andere creatieve types' af op deze proeftuin voor bohémiens.

De wrange keerzijde van dit proces is dat de ramp een exodus veroorzaakte van zwarte Orleanians. Een deel van de onderklasse miste de veerkracht om het bestaan weer op te pakken. Het aandeel Afro-Amerikanen in de bevolking daalde van 67 procent vóór Katrina naar 59 procent in 2013, en de trend is ook nu nog dalende. De demografische wending heeft The Big Easy onmiskenbaar veranderd. Huizenprijzen zijn gestegen, dure appartementenblokken rukken op. Buurten in het centrum werden nuffiger. Nieuwe inwoners van het toeristische French Quarter stappen tegenwoordig naar de rechter vanwege geluidsoverlast door livemuziek.

Nieuwkomers

Ook muzikanten zien de groeiende kloof tussen arm en rijk. 'Krijgen ze het geld en het respect dat ze verdienen? Nee', zegt Sakakeeny. 'Een elite van gevestigde - zwarte - jazzorkesten als de Rebirth Brass Band en Trombone Shorty doet het goed. Misschien zelfs beter sinds Katrina, door alle aandacht voor de stad. Daartegenover staan veel musici die nauwelijks rondkomen.'

Het goede nieuws is dat yuppen en yurps volop bijdragen aan de cultuur van New Orleans. 'Nieuwkomers blazen nieuw leven in lokale tradities', zegt Campanella. Velen worden zelfs 'Orleanofiele super-inheemsen'. 'Komisch: more local than the locals. Ze worden stapelverliefd op de muziekcultuur en organiseren jazzbegrafenissen.'

Het maakt de stad liberaler, moderner. Net als eerder in de historie van New Orleans ontstaat er een 'hybride mix' van inheems en import. De vele muzikanten onder de blanke nieuwkomers conformeren zich niet per se aan de zwarte jazztradities van de stad. Sakakeeny: 'Ze spelen ook gypsy jazz, jarendertigswing, Billie Holiday. Zelfs country. Stijlen van buiten Orleans.'

Beeld Flickr.com

Groeiende punkscene

Een van de populairste oudestijlorkesten, Tuba Skinny, bestaat geheel uit import. De negen leden, allen voormalige straatmuzikanten, wonen in het arme deel van de wijk Bywater. Todd Burdick, de jonge tubaspeler, noemt als zijn voorbeelden niet Buddy Bolden, Louis Armstrong of Jelly Roll Morton, mannen die allen 'uitvinder van de jazz' zijn genoemd. Hij haalt zijn schouders op. 'Ik maak mijn eigen muziek.'

De jazzstad kent zelfs een groeiende punkscene. Cafés als Siberia, Saturn Bar en Hi Ho Lounge lopen over van blanke jongeren met hanenkammen, tatoeages, piercings en gescheurde spijkerbroeken. Dit is The Big Easy, immers. In deze havenstad vol excentriekelingen heeft in een pan eeuwenlang een mengelmoes van culturen staan pruttelen, als gumbosoep. Afrikaanse ritmes kwamen in aanraking met Haïtiaanse voodoo en Cubaanse clave, ze ontmoetten er de Europese harmonie van de vroegere kolonisten en slavenmeesters.

Latin verrijkte de jazz. De bebop werd geïncorporeerd in de traditionele New Orleans-stijl. Trombone Shorty deed dat met jarenzeventigfunk. Wie weet heeft over twintig jaar een typisch Orleaanse kruisbestuiving plaatsgevonden tussen punk en oudestijljazz.

Bindmiddel van culturen

Jazz als bindmiddel van culturen en gemeenschappen. Vooral de Second Line Parades vormen hiervan het bewijs. In de zes maanden voor het carnaval Mardi Gras organiseren de Social Aid and Pleasure Clubs elke zondag een muzikale optocht. Deze SAPC's zijn onderlinge spaarclubs, die van oudsher de ziekte- en begrafeniskosten dekken van armere zwarte inwoners.

Bij Ernie K. Doe's Mother-in-Law Lounge staan barbecues op wielen, er worden koelboxen met bier en jello shots (pudding met wodka) gesjouwd. De leden van de SAPC komen naar buiten in extravagante uniformen, boa's om de nek, sigaren in de mond. Daarachter de brassband. SACP-leden nemen de ruimte voor de Sissy Strut, een aanstekelijke dansstijl met snel voetenwerk en atletische kniebuigingen.

De toeschouwers zijn overwegend zwart, maar er lopen genoeg blanke enthousiastelingen mee. Dankzij yuppen en yurps trekken de Second Lines meer bezoekers dan ooit. Zij komen in buurten waar ze zich gewoonlijk niet wagen.

Beeld Flickr.com

Sterker teruggekomen

Aan het eind van Poydras Street torent de Superdome boven alles uit, zijn koepel majestueus glinsterend in de avondzon. Na Katrina werden in dit sportstadion 20 duizend Orleanians opgevangen. De mensonterende toestanden maakten de Superdome tot symbool van een falende overheid.

'Dankzij tien jaar van herstel', aldus burgemeester Mitchell Landrieu, 'is de stad sterker teruggekomen.' Muziekfestivals trekken recordaantallen bezoekers, musici hadden vorig jaar 28 duizend optredens, meer dan ooit. 'De toekomst van New Orleans is nooit zo mooi geweest.'

Tragische episoden

Zo lijkt alles wat deze stad zo bijzonder maakt zijn oorsprong te vinden in zijn meest tragische episoden. New Orleans is de stad waar, uit het oud zeer van de slavernij, honderd jaar geleden de jazz is ontstaan, in de cafés en bordelen van wat nu Faubourg Tremé heet.

In deze rauwe stad, waar ik jongens met pistolen op motoren zag, waar ik als getuige van een verkeersongeluk geen ambulance mocht bellen omdat de slachtoffers niet verzekerd waren, waar ik proostte op het leven van een neergeschoten dj, waar in onze wasserette een jongen flauwviel na een overdosis, waar we een prostituee meenamen omdat ze werd achtervolgd door een boze klant en waar de staatsgevangenis vol dodencellen nog dezelfde naam draagt als de katoenplantage die zij ooit was (Angola), in deze stad die tien jaar geleden bijna verdronk, wordt de constante dreiging van het feilbare systeem - het water, de overheid, de politie - bezworen met jazz. New Orleans is méér dan een openluchtmuseum van zijn muzikale verleden.

The Big Easy, Rotterdam, onder de Van Brienenoordbrug. Première 23/5, 20.30 uur. T/m 28/5. Ook in juni op Oerol te zien.

Beeld Flickr.com
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.