‘Mooi, weids en gezond. Het waait, het ruist en het suist’

Een serie gesprekken over de stand van ons land (deel 12) Vandaag: Maike Meijer (42) & Margôt Ros (44), actrices en makers van de tv-comedy Toren C....

Denkend aan Holland zie ikMargôt: ‘Fris, waaiend gras.’Maike:: ‘Duinen.’Margôt: ‘De mooiste luchten van de hele wereld. Ik geloof niet dat ik ergens mooiere luchten heb gezien. Ja, éven, maar dan waren ze oranje en dan ging de zon weer onder.

‘Nederland is mooi, weids en gezond. En het is vol, wordt er geroepen. Ga eens fietsen in het weekend, dan zie je dat het helemaal niet vol is. Ik zit in het weekend op een klein campinkje aan de IJssel in het oosten van het land. Daar is alles groen en fris en het waait en het ruist en het suist. Dát is Nederland.’

Maike: ‘En Amsterdam, dat is ook echt Nederland. De allermooiste en de leukste stad ter wereld. Nou ja, ik ben niet overal geweest, maar ik vind het toch zo fijn om hier te wonen. Die binnenstad. Die geveltjes. We zijn net in New York geweest – het verschíl.’

Margôt: ‘Net Madurodam.’

Maike: ‘Het is intens fijn om over de grachten te fietsen als de zon in het water glinstert.’

Margôt: ‘Romantisch.’

Maike:: ‘Het is zo’n tolerante stad, nog steeds. Je kunt eruit zien hoe je eruit wilt zien en je kunt zeggen wat je wil – behalve dan Geert Wilders, wat mij betreft. En de bisschoppen, die moeten hun bek houden. Of alleen hun mond opendoen om een mea culpa uit te spreken. De smeerlapperij, de huichelachtigheid in een instituut, een geloof, dat de mensen troost zou moeten bieden. Ga jezelf of elkaar vrolijk aftrekken, maar blijf met je poten van kinderen af. Al die misbruikte jongetjes – ik kan die ellende niet hóren. Hoe ouder ik word, hoe weker. Je denkt: op een gegeven moment is er toch wel een bodem bereikt, maar nee hoor, ik kan er steeds minder goed tegen.’

Margot: ‘We moeten niet bang zijn. Ons niet bang laten maken. Niet voor buitenlanders, niet voor Wilders, niet voor de recessie. Aan angst kan een land kapot gaan.’

Actrices Margôt Ros (44) en Maike Meijer (42) hebben veel gemeen: ze hebben allebei twee kinderen in de basisschoolleeftijd, ze hebben allebei een man die een tv-productiemaatschappij heeft, ze wonen allebei in Amsterdam. Samen maken ze Toren C, een tv-comedy die zich op een kantoor afspeelt, met zo’n veertig personages die ze bijna allemaal zelf spelen: carrièrebitches, grof gebekte portiers, oversekste secretaresses, oververmoeide, kolvende moeders.

Over welke actuele onderwerpen uit het Nederland van nu zouden jullie satire willen maken?

Margôt: ‘O nee, dat moeten wij helemaal niet doen. Dat zou een heel slecht programma worden.’

Maike: ‘Ik kan me nog voorstellen dat Margôt en ik als paus verkleed Ach nee, ik heb daar helemaal geen zin in. Ik maak me wel kwaad over dingen: het misbruik in de kerk, de afschuwelijke nieuwbouwwijken die overal verrijzen. Afgelopen week was ik nog in Uden. Nou, nu ga ik nóóit meer naar Uden. Iemand heeft daar bedacht om een nieuwe wijk te bouwen met als hart een parkeerplaats met bedrijven eromheen. En daar moeten mensen dan wónen. Maar ik zal daar niet zo snel een scène over schrijven.’

Margôt: ‘Wij gaan heel anders te werk: wij bedenken personages die we in pijnlijke situaties plaatsen. Zoals die carrièrebitch op kantoor in Toren C, die aan een collega in een rolstoel vraagt of alles het nog doet daar beneden. Dat vraag je je toch af? Ik vraag me dat af bij gehandicapten, hoe dat gaat met de seks, enzo. Gaat dat met een tillift, of hebben ze een vriendin die ze even in bed helpt?’

Maike: ‘Of komt daar een speciale prostituee voor aan huis?’

Margôt: ‘Die vrouw op kantoor slaat zo door met al die vragen dat het genant wordt. Dat je thuis bijna niet durft te blijven kijken, denkt: néé, zeg dat nou níet. Maar ze zegt het allemaal wel, totdat ze zelf uiteindelijk kruipend van schaamte afdruipt.’

Maike: ‘We laten haar letterlijk over de kantoorvloer kruipen. In een andere Nederlandse serie zou zo’n scène eindigen met iemand die, oeps, verbaasd in de camera kijkt. Dat schrijnende van Toren C, dat absurde, dat schijnt on-Nederlands te zijn – tenminste, dat krijgen we vaak te horen.’

Maike: ‘Nederlandse comedy moet ongevaarlijk zijn, ongecompliceerd. Daar moet je lekker onderuit gezakt op de bank naar kunnen kijken. Serie als Oppassen, Kinderen geen bezwaar en Ha, die pa! Het moet gezellig zijn. Dat is natuurlijk typisch Nederlands: gezellig.’

Vorig jaar wonnen Margôt Ros en Maike Meijer de Lira scenarioprijs met Toren C. De jury noemde het satirische VPRO-programma ‘vernieuwend, schaamteloos en onbarmhartig.’ De actrices zijn net terug uit New York, waar ze van de 15.000 euro die ze met de prijs verdienden een seminar scenarioschrijven hebben gevolgd bij Robert McKee, een goeroe op dat gebied.

Margôt: ‘McKee heeft ons geïnterviewd voor zijn website. Hij was verrast over onze werkwijze. Amerikaanse comedians werken met lijstjes, doceerde hij, van waar ze tegen aan willen trappen: religie, politiek. Goed, zei hij tegen ons, waar ben je boos over, welk thema pak je aan? Maar wij zeiden dat we niks aan willen pakken, dat we alleen maar het kleine, het menselijke willen laten zien. Hij kon het niet plaatsen. Uiteindelijk zei hij maar: okay, so it is a social thing?’

We zien op tv niet vaak vrouwen die zo schaamteloos lelijk en ranzig durven zijn als jullie. Merken jullie dat voor vrouwen andere normen gelden dan mannen?

Margôt: ‘Het klinkt heel naïef, maar als ik een scène schrijf sta ik er niet bij stil dat ik zo meteen zélf in mijn blote reet door die kantoorgang moet lopen.’

Maike: ‘Iemand moet het doen, haha. Het is dat het onze eigen serie is. Als een regisseur me zou bellen om het voor zíjn film te doen, zou ik zeggen: no way.’

Margôt: ‘Echt niet. Sta je daar om acht uur ‘s ochtends op de set heel genant te wezen met je hangkont.’

Maike: ‘Het is natuurlijk een opmerking die mannen nooit krijgen: wat durf je lelijk te zijn.’

Margôt: ‘Het begint er al mee dat vrouwen met humor niet per definitie aantrekkelijk gevonden worden. Een man die heel gevat staat te doen in het café, heeft een topavond.’

Maike: ‘Die is het alfamannetje.’

Margôt: ‘Maar een vrouw kan halverwege de avond denken: ik hou maar op met geestig zijn, want hier krijg ik niet per se een man mee naar huis. Het alfamannetje vertrekt met het meisje dat het liefst om hem lacht. Nog steeds.’

Maike: ‘Natuurlijk gelden er andere normen. Stapt Wouter Bos uit de politiek om meer bij zijn kinderen te zijn, zegt iedereen: wat góéd van hem. Als Femke Halsema hetzelfde zou doen, zou iedereen zeggen: zie je wel, ze trekt het niet. We zijn pas ergens als dan ook tegen haar gezegd zou worden: wat goed dat je voor je gezin kiest. Maar dat laat een vrouw in een topfunctie wel uit haar hoofd.’

Margôt: ‘We zijn nog ver verwijderd van het ideaal. Ik heb jarenlang geroepen dat ze in het Zweden zo goed voor elkaar hebben, daar zitten allemaal vrouwen aan de top. Maar daar kom ik nu op terug. Alle kinderen zitten daar op de opvang, ik weet niet of dat nu wel zo goed is voor een maatschappij. Ik denk dat het beter is om het gezin – haha, nu klink ik even heel christelijk – als uitgangspunt te nemen. Allebei carrière maken is mooi, als je dat zou willen, maar dan het liefst om beurten werken. Zodat er ook altijd iemand thuis voor de kinderen is. Je hebt geen kinderen gekregen om ze vijf keer in de week in de opvang te zetten.’

Hoe combineren jullie kinderen en werk?

Maike: ‘Ik vind het enorm ingewikkeld. Ambitie en moederschap voeren bij mij een constante strijd. Ik vind het heel belangrijk om zo veel mogelijk bij de kinderen te zijn. Begrijp me goed, ik ben apetrots op Toren C en ik vind het ook heel goed om de jongens mee te geven dat je als moeder een carrière kunt hebben. Maar als ik niet genoeg thuis voor ze ben, voel ik me geamputeerd. Het zal die navelstreng wel zijn. Ik word er heel blij van als ik om half vier op het schoolplein kan staan.’

Margôt: ‘Ik voel me niet schuldig, mits de kinderen maar bij hun vader zijn. Als hij thuis is, werk ik het rustigst. Dat betekent in de praktijk dat we veel met de agenda’s om de tafel zitten. Pittige gesprekken zijn dat, want je hebt natuurlijk altijd ruzie als je met die agenda’s tegenover elkaar zit. Dat gaat van: ja, maar ik moet dan dáár en: hallo, ik moet híer.’

Maike: ‘Je moet het elkaar gunnen. Godzijdank slagen we daar elke keer weer in, maar vraag niet hoe.’

Margôt: ‘Mijn moeder kan zó intens van mijn man houden omdat hij zo’n goede vader is. Omdat hij met de kinderen speelt en stoeit en met ze in bad gaat en naar de dokter. Die generatie is daar oprecht verbaasd over, over hoe de mannen van nu voor hun kinderen zorgen. Als ik vertel dat ik een week naar New York ga, zegt ze: ‘Mág dat? Magde gij een week weg van Herman? Hoe moet dat dan thuis?’

Hoe is Nederland in dat opzicht veranderd vergeleken met jullie jeugd?

Margôt: ‘Mijn ouders hadden een kruidenierszaak in Eindhoven. Een eenvoudige buurt, de mensen hadden er diep respect voor de dokter en de pastoor. Ze werkten zich een slag in de rondte, mijn moeder ook hoor, die was altijd aan het werk. Ooit heeft mijn vader tegen mijn broer gezegd dat wij zo vroeg zelfstandig waren. ‘Ja natuurlijk’, antwoordde mijn broer, ‘we moesten wel, want jullie waren er nooit.’ Ik stond al te koken toen ik tien was. Dan belde mijn moeder naar boven – we woonden boven de winkel – dat ik de pannen op het vuur moest zetten.’

En niks schuldgevoel?

Margôt:‘Nee, dat ging goed, hoor. Toen ik kleiner was, kwam ze twee keer per dag boven om mij de borst te geven. ‘Heerlijk, even met je zitten’, vertelde ze daar later over, ‘en dan zette ik je daarna weer lekker in de box.’ En als ik dan vroeg of ik de hele tijd maar alleen in die box zat, zei ze opgewekt: ‘Ja maar, je zat lekker voor het ráám. Je kon lekker naar buiten kijken!’

Maike: ‘Bij ons was het totaal anders. Ik kom uit Nijmegen. Mijn ouders hebben de idealen van de jaren zestig, begin jaren zeventig, volledig uitgewoond. Vrijheid, blijheid, flower power, blote voeten, naturistencampings, visnetten aan het plafond en weekenden lang feesten – noem het op, het kwam allemaal voorbij. Mijn vader was bouwkundig ingenieur geworden omdat zíjn vader, die een aannemersbedrijf had, dat graag wilde, maar hij heeft zich altijd in een keurslijf geduwd gevoeld. En mijn moeder kwam uit een katholiek arbeidersgezin waar ze zich uit wilde knokken.’

‘Die vrije seksuele moraal was voor de mannen natuurlijk een stuk leuker dan voor de vrouwen, maar dat begreep ik later pas. Ik kan me nog herinneren dat ik op maandagochtend over de slaapzakken in de woonkamer heen moest stappen. Ging ik daar, heel braaf, met mijn schooltasje. Moest ik opeens naar een jenaplanschool, omdat mijn moeder dat beter vond. Ik vond het niks. Veel te vrij. Ik snakte naar structuur.’

De kinderen van die generatie zijn een stuk burgerlijker dan hun ouders geworden.

Maike: ‘O ja. Ik zet het liefst elke avond om zes uur het eten op tafel. En de kinderen moeten daarna op tijd naar bed.

Margôt: ‘Rust, reinheid en regelmaat. Dat is ook heel Nederlands. En slaan. Langdurig, hard slaan, ben ik ook erg voor. ’

Wat mis je van Nederland als je in het buitenland bent?

Margôt: ‘Aardappels. Ik ben een enorme aardappeleter.’

Maike: ‘Aardappels? Aardappels hebben ze overal. Franse aardappeltjes zijn heerlijk.’

Margôt: ‘Dat zijn Franse aardappels. Ik wil Nederlandse aardappels. Van die grote joekels. Geprakt. Met jus.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.