‘Moeilijke’ muziek van Hongaarse Ligeti leeft, met dank aan Stanley Kubrick

Concert (klassiek) - Ligeti Festival

Wie erbij was in Muziekgebouw aan ’t IJ zal beamen dat zijn partituren nog heel lang meekunnen.

Openingsavond Ligeti Festival met o.a. Asko|Schönberg en Pierre-Laurent Aimard (piano). 5/4, Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam. Altzangeres Katalin Károlyi bracht de korte liedcyclus Síppal, dobbal, nádihegedüvel ten gehore. Foto Martina Simkovicova

Wie had gedacht dat er ooit nog eens een wachtrij zou staan voor vrijgekomen kaarten op een festival rond György Ligeti? De muziek van de eigenzinnige Hongaar (1923-2006) wordt toch vaak in het hokje ‘moeilijk’ gestopt. Maar de openingsavond van het Ligeti Festival in het Amsterdamse Muziekgebouw aan ’t IJ was stijf uitverkocht.

Wat misschien meehielp, is dat generaties filmliefhebbers Ligeti’s muziek hebben leren kennen dankzij de films van Stanley Kubrick – het gebruik van Atmosphères en Lux Aeterna in 2001: A Space Odyssey had grote gevolgen voor Ligeti’s roem. De naam van dirigent Reinbert de Leeuw – de ultieme ijveraar van de 20ste-eeuwse kunstmuziek, broos en op late leeftijd breed geliefd – zal ook de nodige zielen hebben verleid.

Reinbert de Leeuw dirigeerde Melodien uit 1971.

Hoe dan ook: Ligeti’s muziek leeft, en wie er bij was, zal beamen dat zijn partituren nog heel lang meekunnen. Met Asko|Schönberg, Slagwerk Den Haag, klinkt Ligeti in ieder geval buitengewoon fris.

Dat gold net wat minder voor Melodien (1971), uitgerekend een stuk waaraan Ligeti’s kenmerkende componeertechniek ten grondslag ligt die hij ‘micropolyfonie’ noemde. De componist creëerde een labyrintisch web van stemmen met hoogst individuele melodielijnen, die hun eigen tempo, ritmen en contouren volgen. Het effect is een soort golf van klank die langzaam over je heen trekt; wie geconcentreerd luistert, ontdekt vele draaikolkjes.

De uitvoering was minder subtiel en daardoor ook iets minder spannend dan de opname die De Leeuw in 2000 met het Schönberg Ensemble maakte. Of waren de oren na de korte liedcyclus Síppal, dobbal, nádihegedüvel, met de charismatische alt Katalin Károlyi, vooral op zoek naar spektakel? Geweldig, hoe de slagwerkers ineens naar vier mondharmonica’s grepen; het is een voorbeeld van Ligeti’s vermogen om incourante instrumenten en ‘onvolkomen’ klanken, zoals bijgeluiden van de strijkers, te verheffen.

De glashelder spelende Pierre-Laurent Aimard maakte kauwende bewegingen op het ritme van zijn partij.

In het Vioolconcert toonde solist Joe Puglia zich vaardig en koersvast. Nog fraaier was het Pianoconcert, waarin je de glashelder spelende Pierre-Laurent Aimard kauwende bewegingen zag maken op het ritme van zijn partij. De slagwerkvondsten, met gelaagde ritmen ontleend aan Centraal-Afrikaanse muziek, zorgden voor extase.

Hopelijk blijft het niet bij dit festival en zien we Ligeti de komende jaren veel vaker op de lessenaars.