'Mijn hand wil altijd een andere kant op'

Op zijn 66ste werd Max Velthuijs (81) wereldberoemd met Kikker. Op 5 september krijgt hij de Hans Christian Andersen Award voor Illustratie in Kaapstad....

Wie hem feliciteert, krijgt een linkerhand, want de schrijvenaar heeft zijn pink gebroken. Nota bene twee uur voor hij hoorde dat hem vanwege zijn prentenboekenoeuvre de Hans Christian Andersen Award was toegekend. Zeg maar: de Nobelprijs van de jeugdliteratuur.

Zoiets kan alleen Max Velthuijs overkomen, de gelukkigste pechvogel van Nederland. Op zijn 66ste werd hij, na een productief leven als illustrator, grafisch ontwerper en reclametekenaar, wereldberoemd met Kikker. Op zijn 81ste, twaalf bestsellers en een echtscheiding verder, krijgt hij van de International Board on Books for Young People de internationale waardering die in Nederland alleen Annie M.G. Schmidt eerder ontving.

En dan over een koffer struikelen op Schiphol. Precies als een van zijn vertederend onhandige helden, Klein-Mannetje, dacht hij toen: 'Bof ik even! Ik had ook plat op mijn gezicht kunnen vallen! Wat een geluk!'

En die prijs? 'Ach, die prijs doet me eigenlijk niks.'

Hij meent het, zoals hij alles meent wat hij zegt. Hij heeft door het ongeluk op het vliegveld de afgelopen maanden niet goed kunnen werken, en veel naar de Olympische Spelen gekeken. 'Het is natuurlijk een hele eer, en ik moet niet ondankbaar zijn. Maar die totale gekte van blijdschap zoals bij die jongens en meisjes in het zwembad? Nee. Misschien komt het omdat ik zo oud ben. Ik heb mijn doel allang bereikt. Iets anders dan dat bijzondere Kikker-gevoel overbrengen op de lezers wil ik niet meer.'

Dat hij een van de twee Nederlanders is die met de Hans Christian Andersen Award kunnen pronken, verandert daar weinig aan. 'Ik mag het niet hardop zeggen, maar ik vond Annie nooit zo geweldig. Haar versjes wel, maar daarna al dat maatschappelijk relevante gedoe. Ze moest altijd zo vooruitstrevend en zo vernieuwend zijn.'

Velthuijs heeft zich altijd door het tijdloze en grensoverschrijdende laten inspireren. De knap naïeve dierverhalen van het Duits-Poolse dubbeltalent Janosch bijvoorbeeld, of de expressieve kleurenpracht van de Brit David McKee. 'Ik heb eigenlijk geen Nederlandse voorbeelden', zegt hij.

Ook zijn eigen prentenboekencarrière vertoont internationale trekken. Een Engelse uitgever was de eerste die iets in Kikker zag, en liet zijn avonturen van meet af aan in een tiental landen tegelijk verschijnen, waaronder Japan. Een nijvere Zwitser verzorgt de lithografie. En een Italiaan doet, hoewel het in China vast goedkoper kan, al jaren het drukwerk. 'Ja, ik mag dan een genadeloos kritische graficus zijn, ik laat wel een spoor van internationale vriendschappen achter me.'

Van ophouden wil hij voorlopig nog niet horen. 'Ik ben nog fit joh. Ik zou ook de hele dag bezig kunnen met mijn twee tuinen, maar verdorie, tekenen is mijn léven. Bovendien heb ik een gezin om voor te zorgen.'

Dat is waar. Hij heeft twee zoons uit twee huwelijken en alweer een nieuwe vriendin. En dan hebben we het nog niet eens over zijn collectie dieren, Kikker, Varkentje, Eend, Haas en Rat, die op zijn oude dag misschien wel zijn belangrijkste familie zijn geworden.

'Zeg maar gerust: na een leven vol wendingen', stelt hij tevreden vast, terwijl hij zijn zoveelste sigaret opsteekt. 'Ik alles gedaan op grafisch gebied. Boeken vormgeven, reclame, postzegels, sterspotjes, cartoons. Allemaal in opdracht. En het verdiende prima. Maar het was niet bevredigend. Mijn hand wilde altijd een andere kant op. Er kwam een dag, zo rond mijn zestigste, dat ik dacht: vanaf nu ga ik alleen nog maar doen wa¿ik wil. En dat was prentenboeken maken.'

Tot dan toe deed hij het erbij, monddan jesmaat. Pas in 1972 was hij de zoetsappige verhaaltjes bij zijn illustraties beu en besloot hij ze zelf te gaan schrijven. Hij werkte toen voor een Zwitserse uitgeverij. 'Het grootste succes daar is Het mooiste visje van de zee. Met van die plakglittertjes erop. Dat is toch de meest absolute kitsch die ooit is uitgegeven? Niet te geloven.'

Het was om die reden dat Velthuijs op een dag een tekening van een eigen verhaal liet slingeren tussen de schetsen voor een opdracht, en hij in zijn onbeholpen Duits de Zwitserse uitgever vertelde van zijn plan voor De jongen en de vis. De uitgever hapte meteen toe. Sindsdien heeft hij nooit meer voor een ander geïllustreerd.

Toch ging het daarna nog steeds langzaam. Erkenning was er zeker, maar het duurde tot 1989 voordat het grote succes kwam: Kikker. 'Daarvóór heb ik nooit kunnen leven van mijn illustraties. Een oplage van vierduizend prentenboeken is hier al heel erg veel. En

heb je er de kosten nog niet eens uit. In Nederland hadden prentenboeken eigenlijk nauwelijks bestaansrecht. En je mag nog steeds blij zijn als je niet bij de Slegte eindigt.'

En zo werd hij naast tekenaar ook schrijver, of schrijvenaar zoals hij het zelf weleens noemt. 'Maar ik moet toegeven: het tekenen gaat vóór. Ik moet daarmee oppassen, want ik heb ook Griffels gehad voor mijn teksten. Schrijven is voor mij – hoe zal ik het zeggen . . . – ánders. Als ik aan een prentenboek begin, heb ik beeld en tekst al in mijn hoofd. Die tekst schrijf ik zo op. Ik ben er met wat geschaaf hoogstens een dag of twee mee bezig. Maar die prenten. Daar werk ik rustig een halfjaar aan.'

Geconfronteerd met citaten uit eigen werk, begint hij te grinniken. Vooral bij die eerste zin uit Kikker en de vreemdeling: 'Er was een vreemdeling komen wonen aan de rand van het bos. Varkentje had hem als eerste ontdekt.'

Dan buigt hij zich samenzweerderig voorover en zegt: 'Ik ben niet zo onschuldig als ik me voordoe. Achteraf lees ik mijn boekjes weleens terug en dan zie ik heus wel dat er een hoop verborgen betekenis achter zit. Maar ik denk er gewoon niet zo diep over na. Ik hou niet zo van boodschappen.'

Die zijn er natuurlijk wel. Velthuijs, nakomertje in een onderwijzersgezin, kan haast niet anders. 'Maar er moet ruimte blijven voor twijfel. Als ik ergens de pest aan heb dan is het wel aan mensen die alles zeker weten.'

Hij gooit het daarom op veel naïviteit en een klein beetje moraal. Zoals in Kikker en het vogeltje, waanzinnig populair bij begrafenissen. 'Ik los dat op zoals kinderen het doen: heel praktisch. Er is een dood vogeltje. Wat doen we ermee? Hup, begraven. Even een traan. En daarna tikkertje spelen en de slappe lach krijgen. Op het laatste plaatje fluit op de tak alweer een nieuw vogeltje. Want dat is het mooie van prentenboeken: er is altijd die vrolijke laatste bladzijde.'

Naast Kikker houdt hij het meest van Rat, de enige avontuurlijke van het stel. In Kikker en de horizon verleidt Rat Kikker zelfs om zomaar weg te wandelen uit zijn veilige wereldje. 'Ja. Dat was spannend. Het was bijna afgelopen met Kikker! Maar natuurlijk gingen ze gewoon weer terug. Zoals dat hoort in prentenboeken. Ik laat de kindertjes niet met de ellende achter.'

Het gezicht dat Velthuijs hierbij trekt verraadt dat hij Kikker misschien toch liever wél over de horizon had laten gegaan.

Voelt de kunstenaar en flierefluiter in hem zich dan toch begrensd?

Daar denkt hij even over na. 'Nee', zegt hij dan. 'Dat is het niet. Maar als je echt goede prentenboeken wilt maken, moet je wel een eeuwige twijfel voelen tussen het veilige en het avontuur. Want dat is waar prentenboeken over gaan. Altijd net een stapje verder en dan snel weer terug naar huis.'

Een van de weinige dingen die Velthuijs niet in zijn verhalen kwijt kan, is het onderwerp oorlog. 'Daar kan ik niks mee. Of zoiets als het milieu. Ik kan de rivier waarin Kikker zwemt, niet laten vervuilen of bulldozers zijn huisje plat laten walsen.'

Velthuijs was scholier en student tijdens de oorlog, en hielp ooit kunstenaar Jan Gregoor, broer van kunstcriticus Nol Gregoor, weleens bij het maken van valse stempels voor de identiteitspapieren van onderduikers. Een verzetsheld wil hij zichzelf zeker niet noemen. Na de oorlog flirtte hij met het communisme en maakte hij cartoons voor het blad Voorwaarts. Toen Stalin openlijk antisemitische uitspraken begon te doen, haakte hij af.

Zijn linkse broeders uit die dagen ontmoette hij later nog wel eens. 'We zijn uiteindelijk allemaal gedesillusioneerd geraakt. Vlak na de oorlog wilden we alles anders doen. We waren idealisten. Maar er kwam niets van terecht. Kennelijk kan die wereld niet, waar wij van droomden. De veilige omgeving van het prentenboek is míjn oplossing voor dat probleem. Daarin kan ik mezelf kwijt zoals ik ben.'

Hij wil nog steeds het definitieve prentenboek over de oorlog maken. 'Het verbaast me zo dat we na iedere oorlog alles beter willen doen, en dat de volgende generatie toch weer zingend in vrachtauto's naar het front trekt. Ik heb er alleen nog nooit een vorm voor kunnen vinden om dit te vertellen. Misschien kan dat pas als ik het begrijp.'

Dat de gebeurtenissen in de Kikkerserie álles te maken hebben met het leven van Velthuijs, daar heeft hij nooit een geheim van gemaakt. Joke Linders, zijn biograaf, heeft dat in het vorig jaar verschenen Ik bof dat ik een kikker ben breed uitgemeten – tot zijn relatiestrubbelingen en hardnekkige rugklachten aan toe.

'Dat hoort erbij', zegt hij berustend. 'Een biograaf wil alles weten en stuit dus weleens ergens op. Toen ze aan het boek begon, vier jaar geleden, lag ik net midden in de scheiding met mijn tweede vrouw. Met haar heb ik 27 jaar samengeleefd. Ik was dus niet bepaald in de stemming voor een biografie. Maar Joke Linders zei: ”Het is je leven”. Daar schrijf ik over. Dat kan ik er dus niet uit laten. En ze heeft natuurlijk gelijk. Ik ben er ook niet door beschadigd. Integendeel, sinds de mensen weten dat Kikker is bedroefd over mij gaat, doen ze nóg aardiger tegen me.'

De biografie ervaart hij achteraf als een therapie. 'Ik ben mijn leven beter gaan begrijpen door dat boek. Ik heb altijd zorgeloos geleefd. Wat ben ik toch een gelukskind, denk ik altijd. Zelfs op mijn oude dag! Ik noemde mezelf lui. Toen ik alles op een rijtje zag, dach ik: jeetje, ik heb me rotgewerkt!'

Maar, merkt hij, je bent nooit te oud voor nieuwe teleurstellingen. 'Ik heb handtekeningen gezet onder contracten die ik niet gelezen heb. Iedereen probeert te verdienen met mijn Kikker. Kikker is geld geworden, en dat doet pijn. Want dat was de opzet helemaal niet. Ik weet nu één ding: het draait niet om succes. Succes zorgt er wel voor dat je kunt leven van wat je het liefst doet. En dat is in mijn geval tekenen wat mijn hand wil.'

Hij begint te lachen. 'En ik hoef niet van een AOW te leven. Dat is ook een groot geluk.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.