Analyse Filmfestival Cannes

#MeToo, anti-terreurflyer, ruzie met Netflix: 71ste editie Cannes is een vechtfestival

Cannes 2018 heeft meer weg van een arena voor gladiatoren dan van een mondain filmfestival. 

Javier Bardem en Penelope Cruz in Todo lo saben van Asghar Farhadi Foto RV

Tijdens de 71ste editie van ’s werelds belangrijkste filmfestival staat een hoop op het spel. Cannes wil zich vernieuwen, na de ruzie met abonnee-tv-zender Netflix, de val van filmproducent en festivalvriend Harvey Weinstein en het gemor van Hollywoodstudio’s.

Ne gâchons pas la fête, stop ­harcèlement!’, zo gebiedt de flyer in de ­officiële festivaltasjes die alle geaccrediteerde bezoekers op het Cannes filmfestival krijgen uitgereikt. ­Verziek het feest niet, stop (seksuele) ­intimidatie!

De waarschuwing komt boven op de, eveneens nieuwe, anti-terreurflyer, waarop de veiligheidsmaatregelen nog eens worden uiteengezet. Kaarsen s.v.p. in de hotelkamer laten, de komende twaalf dagen. Zo ook grote koffers, helmen, vuurwapens en literformaat plastic waterflessen – allemaal verboden in het ­festivalhart aan de Croisette.

Het is anders dit jaar, in Cannes. Zo valt althans op te maken uit de Amerikaanse filmvakbladen. Minder feestjes; een gevolg van #MeToo en de val van Weinstein.

Beter even niet champagne-drinkend op de foto in dat iets buiten de Franse badplaats gelegen sterrenbastion Hotel du Cap, waar Weinsteins eerdere privévertrekken nu als plaats delict gelden. Zaterdag, als de rode ­loper bij wijze van protest enkel ­toegankelijk is voor vrouwen, wordt er nog eens stilgestaan bij #MeToo.

‘Het heeft iets weg van een gladiatorenwedstrijd’, zegt juryvoorzitter Cate Blanchett (48) op de eerste festivaldag over de druk die een filmmaker ervaart als zijn of haar film wordt gewogen op het hoogste podium te Cannes; die competitie voor de ­Gouden Palm. ‘Je moet er wel klaar voor zijn om zo blootgesteld te ­worden.’ 

De Australische actrice en haar mede-juryleden (onder anderen de actrices Kristen Stewart en Léa ­Seydoux en de regisseurs Denis Villeneuve, Andrej Zvjagintsev en Ava DuVernay) beoordelen 21 films, waarvan er drie werden geregisseerd door een vrouw. ‘Dat waren er hier ook wel eens twee’, relativeert Blanchett. ‘Wil ik dat het er meer worden? Uiteraard.’

Ook is er de zeurende ruzie tussen de Fransen en Netflix, waar men alle aan Cannes beloofde ‘Netflix Original’ filmproducties subiet terugtrok toen de festivaltop kenbaar maakte dat films die niet in de bioscoop uitgaan, ook geen prijzen kunnen winnen. Een wat kinderachtige ruzie, waarbij het festival zich gekneveld ziet door de archaïsche Franse bioscoopwetgeving, en het starre en kapitaalkrachtige Netflix alvast oefent voor monopolist. 

Ook veelzeggend: in de sinds de digitalisering sterk veranderende filmmarkt wil niemand inschikken, weet niemand hoe de stok er over een half jaar bijhangt. Echt afwezig is ­Netflix niet: de zak geld om via de achterdeur nog wat hier gepresenteerde titels op te kopen, staat klaar.

Ook is er de druk van concurrent Venetië: diverse studio’s geven de voorkeur aan een festivallancering later in het jaar; dat is gunstiger voor de Oscars. Of dat allemaal zo erg is, moet blijken. Mogelijk niet: met een record aan nieuwelingen in de Palmcompetitie is de 71ste editie op papier in elk geval verrassend en fris: de helft van de naar de Palm meedingende regisseurs betreedt voor het eerst het hoogste podium. 

Anders dan de voorgaande jaren, leken de programmeurs deze editie ook wat strenger voor auteurs die hun sporen verdiend hebben: het voor Cannes voorgesorteerde ­historische epos Peterloo van Mike Leigh werd afgewezen, evenals de Berlusconi-biopic Loro van Paolo Sorrentino. De Italiaanse Oscarwinnaar nam dat sportief op. ‘Niemand heeft een abonnement op Cannes, zo hoort het.’

En zo vestigt Cannes, deels nood­gedwongen, extra aandacht op de functie van springplank. Hier op het festival, waar wortels liggen van zo veel filmstromen, van de piekende Iraanse, Mexicaanse, Hongaarse, Roemeense en Chileense cinema, kunnen onbekende cineasten uit alle uithoeken ineens een wereldpubliek veroveren. 

De 71ste editie kent ook de nodige prominente titels. Zoals Spike Lee’’s waargebeurde misdaaddrama Blackkklansman, over de zwarte politieagent die in de jaren zeventig undercover ging bij de Ku Klux Klan, met een hoofdrol voor John David Washington, de zoon van acteur Denzel.

Of de Haruki Murakami-verfilming Burning van Zuid-Koreaan Lee Chang-Dong, wiens films hier in Cannes al vaker werden bekroond (onder meer Poetry). Ook van Cold War wordt veel verwacht, een liefdesdrama in Koude Oorlog tijd van Pawel ­Pawlikowski, die in 2015 nog een ­Oscar won voor zijn Poolse zwartwitdrama Ida.

Aandacht is er ook voor de filmers die van de autoriteiten van hun land niet mógen komen. De Rus Kirill ­Serebrennikov heeft huisarrest, maar zijn film over de underground rockscene in het Leningrad van de jaren tachtig wordt wel vertoond in de competitie. De Iraniër Jafar Panahi mag mogelijk Iran niet uit en heeft in eigen land een filmverbod, maar zijn komische roadmovie 3 Faces dingt hoe dan ook mee naar de Palm. 

Zo ook de openingsfilm van ­Panahi’s landgenoot en tweevoudig Oscarwinnaar Asghar Farhadi (A ­Separation, The Salesman). Die nam een Spaans familiedrama op, Todo lo saben, met het sterkoppel Javier Bardem en Penélope Cruz. Hij mag wel reizen van het Iraanse regime.

Asghar Farhadi. Foto AFP

Er werd geen werk van Nederlandse regisseurs geselecteerd voor het officiële programma, op één na: de begin jaren zeventig in Brazilië gefilmde debuutspeelfilm João en het mes van de in 2014 overleden regisseur George Sluizer maakt deel uit van het Cannes Classics-programma, voor gerestaureerde cinematografische hoogtepunten. En dat is uiterst eervol.

Mei ’68: sterren en protest

Precies vijftig jaar geleden, in mei ’68, sloeg de Franse protestdrift over naar Cannes. ‘Festival gestaakt, filmers solidair met arbeiders’, kopte de Volkskrant. ‘Er vielen klappen, er werd geworsteld. Mannen werden vechtend van het podium getrokken. Godard en Truffaut staken de handen uit de mouwen. Godard was zijn bril weer kwijt en Truffaut lag op een gegeven moment op de grond onder een kluwen van collega’s. De politie heeft zich er buiten gehouden.’ Mooi zinnetje uit het Volkskrant–verslag van de ter plekke aanwezige filmrecensent Bob Bertina: ‘buiten zag het publiek enkele bekende Franse filmers solidair met de arbeiders in hun Ferrari’s springen.’