Interview Caroline Guiela Nguyen

'Met mijn werk wil ik de verhalen vertellen van mensen die op toneel nooit verteld worden'

Het is een van de verdrietigste voorstellingen die je ooit hebt gezien. Mooi verdrietig, niet sentimenteel. De ontroering wordt je niet opgedrongen, niet opgewekt door een handig effect – met muziek, of een emotionele uitbarsting van een acteur. Nee, dit is het soort ontroering dat je langzaam bekruipt. Het soort dat zich vasthaakt in je hart, en daar een tijdje blijft huizen – misschien wel voor altijd. Noem het existentiële ontroering. Melancholie.

De hyperrealistische weergave van een Vietnamees restaurant. Foto Jean-Louis Fernandez

De voorstelling is Saigon, van de Franse regisseur Caroline Guiela Nguyen (36) en haar gezelschap Les Hommes Approximatifs, dat zoiets als ‘mensen bij benadering’ betekent. Saigon was vorig jaar de onbetwiste favoriet op het prestigieuze theaterfestival in Avignon, en het moet raar lopen als het niet ook op het Holland Festival een hit wordt. Al is het genre eerder fado dan feest. Saudade.

In Saigon krijgen we een pijnlijke migratiegeschiedenis te zien, een waarvan de westerse wereld weinig lijkt te (willen) weten: die van de Viet Kieu – Vietnamezen buiten Vietnam, in dit geval de vluchtelingen die vertrokken na de eerste Indochinese oorlog (1946-1954), en die zich hoofdzakelijk vestigden in Frankrijk. Tot 1980 had voormalig kolonisator Frankrijk wereldwijd de grootste Vietnamese expatpopulatie buiten Azië – tot het na de Vietnamoorlog (1955-1975) en de daaropvolgende exodus werd overvleugeld door de Verenigde Staten. Regisseur Guiela Nguyen kent de geschiedenis van de Viet Kieu van dichtbij: haar Vietnamese moeder verliet in 1956 haar verscheurde thuisland om in Parijs een nieuw bestaan op te bouwen. Ook haar vader is trouwens een postkoloniaal migrant, een zogeheten ‘pied-noir’, uit Algerije.

Op het terras van de Schaubühne in Berlijn, waar de voorstelling in april te zien was, licht ze haar ideeën en werkwijze toe – vriendelijk, ernstig, resoluut. In haar gezicht zie je zowel de Aziatische als de Noord-Afrikaanse trekken terug. En nee, wil ze vooraf meteen maar benadrukken: de voorstelling gaat níet over haar moeder: zij verzon fictieve levensverhalen, gebaseerd op vele gesprekken met andere Viet Kieu. Al zijn er natuurlijk wel raakvlakken.

Het verdriet van de Viet Kieu is stil en discreet. Vietnamezen worden in Frankrijk beschouwd als modelimmigranten, zegt Guiela Nguyen. ‘Ze zijn vaak hoog opgeleid en economisch zelfstandig, er zijn geen problemen, geen banlieues, geen krantenkoppen.’ Maar Guiela Nguyen observeerde de gemeenschap met een vergrootglas. Ze sprak vele Viet Kieu in Parijs, en reisde meermaals naar Vietnam. En wat ze aantrof en toont op toneel, schroeft langzaam je keel dicht. Saigon is een microscopisch secure schildering van postkoloniale pijn.

De setting van Saigon is een hyperrealistische weergave van een Vietnamees restaurant. Goedkoop-sfeervol is het er: blauw licht, turkooizen tegels en aluminium stoelen en tafels, met kleurrijke plastic bloemen erop. Aan de muur een Mariabeeldje naast een foto van de rotsen van Halong Bay. Een gouden gelukskatje met eeuwig wenkend pootje op de bar. In de rechterhoek staat een klein podium met synthesizer en een roze glittergordijn, links bevindt zich een volledig geoutilleerde keuken, waar een amateuractrice, tevens professioneel kok, gedurende de hele voorstelling daadwerkelijk rijst en noodles staat te koken.

Caroline Guiela Nguyen tijdens een fotoshoot in Parijs. Foto AFP

Het decor alleen al is een attractie: een mix van Aziatische couleur locale en gestileerde leegte – Won Kar-Wai ontmoet Edward Hopper. En dan doet Gueila Nguyen ook nog eens een slimme theatrale zet: dit restaurant bevindt zich wisselend in het Saigon van 1956 en het Parijs van 1996, aan de Rue Faubourg Saint-Antoine. Tijden en personages variëren en toch wordt op magische wijze de aristotelische eenheid van plaats gerespecteerd. Rondom het restaurant verstrijkt de tijd, maar binnen lijkt die stil te staan, zoals de levens van de bannelingen stilstaan. Navrant historisch detail: pas in 1996 gaf de Vietnamese president Nguyen Van Linh de Viet Kieu toestemming om terug te keren naar hun geboorteland. Tot die tijd resteert hen weinig meer dan herinneringen en spijt, verzacht door de smaken, geuren en muziek uit het moederland.

De regisseur introduceert nog een ander element uit het Griekse klassieke drama: het koor, in de figuur van de Vietnamese serveerster Lam. Zij is verteller, tijdreiziger, gids en tolk. Steeds is zij erbij, in ’56 en ’96, niet verouderd, onveranderlijk, en altijd aan de zijde van kokkin Marie Antoinette, die zwoegt, zwijgt, en ’s avonds, als niemand het ziet, huilt. Lam neemt ons mee op een reis door de geschiedenis, langs de levens van restaurantklandizie en personeel. In Saigon is het restaurant een bruisende ontmoetingsplek van jonge Vietnamezen (en een paar Fransen), in Parijs een nostalgisch toevluchtsoord voor ontheemde ouderen.

In ’56 in Saigon ontmoeten we de Vietnamese kokkin Marie Antoinette (gespeeld door Anh Tran Nghia) – die al tien jaar niets van haar zoon, een soldaat, heeft gehoord. We maken kennis met Hao, die in bars voor de Fransen zingt en zich daarmee de woede van de communisten op de hals haalt. Als de dreiging toeneemt verlaat hij halsoverkop zijn land. Ook is er de verliefde Ming, die aan de arm van de Franse soldaat Edouard naar Frankrijk zal emigreren – al wordt al snel duidelijk dat de oorlog Edouard onherstelbaar heeft beschadigd. In 1996 zien we een bejaarde Hao en Ming terug in Parijs. Edouard is uit beeld verdwenen, maar Ming heeft wel een zoon, Antoine. Hij probeert het trauma van zijn moeder te begrijpen terwijl zij halsstarrig zwijgt. Hao heeft altijd een haat-liefdeverhouding gehouden met Frankrijk, het land dat hem opving, maar dat ook de oorzaak was van zijn gedwongen vertrek. Als hij veertig jaar later terugkeert naar Ho Chi Minhstad is hij daar een vreemde, een toerist. Zijn maag kan het water uit de kraan niet meer verdragen.

Dit overkwam daadwerkelijk een Frans-Vietnamese acteur uit haar cast, op reis in Vietnam, zegt Guiele Nguyen. ‘Dan ben je ver van huis, hoor.’

Foto Jean-Louis Fernandez

Bijzonder aan Saigon is dat de voorstelling zo levensecht voelt. Dat is deels te danken aan de uitzonderlijke casting. Het echtpaar Anh Tran Nghia (Marie Antoinette) en Hiep Tran Nghia (die Hao speelt) had een Vietnamees restaurant in het dertiende arrondissement in Parijs – zij zijn ‘echte’ Viet Kieu, geen geschoolde acteurs. Wanneer de bejaarde Hiep Tran Nghia op toneel met Vietnamese tongval en bevende stem het Franse jarenzestighitje Aline van Christophe ten gehore brengt (‘Et j'ai pleuré, pleuré-é’), is dat gespeeld, maar toch ook niet. Het is afgesproken en gerepeteerd, maar scholing en techniek ontbreken – deze man is op toneel gewoon zichzelf. En het verhaal van Hao is in zekere zin ook zijn verhaal. Zijn aanwezigheid alleen al is genoeg om die tragiek over te brengen.

Guiela Nguyen nam voor deze productie een castingbureau voor films in de arm, maar er zijn in Frankrijk, zegt ze, geen professionele Frans-Vietnamese acteurs. Uiteindelijk vond ze haar oudere spelers in een database voor figuranten. (De Vietnamezen die de jongere personages spelen rekruteerde ze op de toneelschool in Ho Chi Minhstad.) Dat de aanwezigheid van ongeschoolde acteurs haar productie zo waarachtig maakt, is bijvangst, zegt ze – geen doel op zich. ‘Wat ik in mijn werk altijd wil, is de verhalen vertellen van mensen die op toneel nooit verteld worden. Die mensen wil ik op het podium laten zien. Met geschoolde acteurs zou dat onmogelijk zijn geweest, omdat ze er simpelweg niet waren.’

Veel in Frankrijk levende Vietnamezen hebben de voorstelling bezocht. ‘Zij waren ontroerd en dankbaar, omdat ze hun eigen verhalen herkenden, en een stukje van hun geschiedenis hebben teruggekregen.’ Want hoewel de Fransen steeds meer belangstelling krijgen voor hun koloniale geschiedenis, wordt de Vietnamese tragedie nog altijd een beetje vergeten. Er wordt over gezwegen.

Wordt dat ook gesymboliseerd in de onmachtige stilte tussen Ming en haar zoon Antoine? Zij weigert, uit trots en overlevingsdrang, om haar zoon haar verdriet te tonen. ‘Ja, Vietnamezen zijn gesloten’, zegt Guiela Nguyen, ‘ze huilen in stilte, zoals Marie Antoinette. Maar stilte creëer je met z’n tweeën. Mijn moeder vertelde weinig over Vietnam, maar ik vroeg er ook niet naar.’ Ook Franse toeschouwers hebben haar bedankt voor het feit dat ze met Saigon die stilte heeft weten te doorbreken. En er was die ene Vietnamese toeschouwer die zei dat hij ook de onmacht en frustratie van Franse zijde nu beter begreep.

Saigon Foto RV - Jean-Louis Fernandez

Ze verbaast zich nog dagelijks over het succes van de productie, en dan vooral over de internationale weerklank van het stuk. ‘We wisten dat we in Frankrijk een snaar zouden raken, en we hoopten de voorstelling ooit in Vietnam te zullen spelen. Maar Duitsland, Zuid-Amerika, China, Nederland – dat had ik echt nooit verwacht.’

Hoewel ze dacht een heel specifiek Frans-Vietnamees verhaal te vertellen, bleek de voorstelling dat historische gegeven algauw te overstijgen: ‘Vlucht, ontheemding, spanningen tussen bevolkingsgroepen, intercultureel onbegrip – dat zijn thema’s waar veel toeschouwers anno nu mee worstelen, helaas. Het drama van de koloniale tijd is een universeel trauma dat tot op de dag van vandaag pijn doet, ook bij volgende generaties.’

Dat gegeven maakt Saigon tastbaar. Door de sprongen in de tijd, waarbij scènes uit het verleden overvloeien in het heden en vice versa. Uiteindelijk worden zelfs personages uit de verschillende tijden tegelijk opgevoerd: als schimmen, geesten, herinneringen. Aan het slot staat iedereen op toneel, de jonge en oude Hao, de jonge Ming en Antoine. De zoon en zijn moeder, toen zij nog een meisje was. Het verleden weerklinkt in het heden, ze bestaan naast elkaar, ieder ogenblik. Niets is ooit voorbij.

Kan theater die pijn verzachten? Voorzichtig: ‘Ik hoop dat we met deze productie in elk geval kennis aanreiken, en empathie creëren. Zodat je, als je na het zien van de voorstelling iets eet bij een Vietnamees - of Chinees of Turks – restaurant, je even afvraagt wie die vrouw is die daar jouw soep bereidt, en wat zij heeft meegemaakt. Dat ze hier is, en niet thuis, zegt eigenlijk al genoeg.’

Saigon, door Les Hommes Approximatifs. 13 en 14/6, Stadsschouwburg Amsterdam. De voorstelling is in het Frans en Vietnamees, en wordt Engels en Nederlands boventiteld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.