'Mensen denken dat racisme betekent dat je de Ku Klux Klan steunt'

Interview Sunny Bergman

Witte mensen, zegt Sunny Bergman, zien zichzelf als nulpunt. Zo zadelen ze onbewust hun kinderen op met vooroordelen. Hoe kunnen we dat anders doen?

Harlem, New York, 1947: de fameuze poppentest. Sunny Bergman herhaalde het experiment en ondervroeg ook witte kinderen. Foto Gordon Parks/the Gordon Parks Foundation

Aan het eind van haar documentaire Wit is ook een kleur (zondag op televisie) vertelt documentairemaker Sunny Bergman (44) met enige gêne over die keer dat ze in een boekhandel naar een boek over de psychoanalyticus Jung zocht. In haar ooghoek zag ze een zwarte medewerker, die ze negeerde, want: 'Hij weet vast niet wie Jung is.' Bij de kassa werd ze doorverwezen naar 'Steve', juist: de zwarte medewerker. Psychologie bleek zijn expertise.

Voor de kijker is het dan al pijnlijk duidelijk: bewuste en onbewuste vooroordelen over een donkere huidskleur zijn wijdverbreid, ook onder hoogopgeleiden en progressieven. Het is een thema dat Bergman in haar vorige film (Zwart als roet, over Zwarte Piet) al behandelde, maar in Wit is ook een kleur is de vraag aangescherpt: voelen witte mensen zich, bewust of onbewust, superieur?

Om dit te onderzoeken kopieert Bergman onder meer een Amerikaans experiment uit de jaren veertig van de vorige eeuw, dat gebruikt werd om de ideeën over een witte en zwarte huidskleur bij jonge kinderen te onderzoeken. Ze toont dertig kleuters een zwarte en een witte babypop, en stelt ze vragen als: 'Welke pop is het liefst?', 'Welke pop is het stoutst?', 'Welke pop krijgt het meeste straf?' en: 'Welke pop is de baas?'

Driekwart van de kinderen, nog te jong om sociaal wenselijk te antwoorden, denkt dat de witte pop het slimst is en de zwarte pop het stoutst. Als Bergman de ouders van de kinderen de resultaten voorlegt, reageren die geschrokken. Ze zijn bijna allemaal (90 procent) links georiënteerd en zeggen hun kinderen juist 'kleurenblind' te willen opvoeden.

Bergman: 'Het black doll-white doll-experiment was er ooit op gericht te onderzoeken hoe zwarte kinderen aangeleerd krijgen dat witte mensen superieur zijn. Maar ik dacht: als je ook witte mensen wil aanspreken op hun rol in de ongelijkheid in de samenleving, moet je laten zien: bij jouw kinderen gebeurt ook wat. Witte mensen denken dat ongelijkheid niet hun probleem is, tot ze zich realiseren dat hun kind ook racistische ideeën krijgt aangeleerd.

'Laatst zei iemand: 'Maar het is toch niet zo dat deze kindertjes lid worden van de Ku Klux Klan?' Waarop ik zei: 'Dat is de crux, dat mensen denken dat racisme betekent dat je de Ku Klux Klan steunt.'

Racisme zit in kleine dingen, betoogt Bergman. En, zegt ze, pas als witte mensen zich bewust worden van hun eigen etniciteit en van de rol die ze (bewust of onbewust) spelen in het uitsluiten van anderen, én als ze bovendien begrijpen dat er andere perspectieven bestaan dan de witte, westerse blik, kunnen ongelijkheid, racisme en discriminatie verdwijnen.

Het boek

Wit is ook een kleur is ook de titel van een boek dat deze maand verscheen bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar. Hierin zijn de columns gebundeld die documentairemaakster Sunny Bergman tweewekelijks schrijft voor de VPRO-gids. Ook de tekst van de jaarlijkse Van der Leeuwlezing die Bergman in november 2016 hield in Groningen, is erin opgenomen. Bergman sprak in de Martinikerk over 'witte boosheid en de gekleurde westerse witte blik'.

Hoe beïnvloedt wit-zijn het denken van witte mensen?

'Witheid heeft voor witte mensen de suggestie van neutraliteit en objectiviteit. Wij zijn de nulmeting en van daaruit zeggen we: Afrikanen zijn zo, Aziaten zijn zo. Een niet-witte vriendin zei tegen me: 'Het idee dat jouw perspectief universeel is, daar zit al superioriteit in, want daarmee ontken je mijn perspectief.'

'Zo werkt het ook bij ontkenning van racisme. Witte mensen vragen zich af: is dat echt wel zo, is dat niet alleen jouw persoonlijke ervaring? Terwijl uit onderzoek blijkt dat het structureel is: er is discriminatie in het onderwijs, er is discriminatie op de arbeidsmarkt. Dus het is een uiting van superioriteit om te zeggen tegen een donker persoon: 'Weet je het zeker?''

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Documentairemaakster Sunny Bergman. Foto An-Sofie Kesteleyn

Wanneer werd jij je bewust van je eigen etniciteit?

'Dat is een proces geweest van voortschrijdend inzicht. Ik was me ook lang niet bewust genoeg van mijn eigen rol in uitsluitingsmechanismen. Toen ik me activistisch ging inzetten tegen Zwarte Piet leerde ik veel over de privileges die ik heb omdat ik wit ben. En ik leerde ook iets door de heftige reacties op mijn activisme. Die waren in de categorie: je verraadt je eigen ras. Op het moment dat je racisme wilt aankaarten, komt er een ongekende woede op je af.

'In academische termen heet dat 'witte fragiliteit', het idee dat witte mensen helemaal niet gewend zijn om te praten over ras en racisme en dat ze, op het moment dat ze ermee geconfronteerd worden, heel defensief reageren. Dat hoor ik vaak van niet-witte mensen, dat het daardoor vermoeiend is om het gesprek aan te gaan.'

Als progressieve goedwillende witte kijker ga je je afvragen: hoe kan ik het beter doen?

'Dat merk ik ook bij vertoningen van de documentaire, dat mensen willen weten: hoe dan en wat dan? Ik vind het wel ingewikkeld dat je, als je een probleem agendeert, ook de verantwoordelijkheid voor de oplossing bij jou wordt gelegd. Ik heb die wijsheid niet in pacht. Maar ik heb wel veel gesprekken gevoerd en suggesties gehoord. Je kunt je bijvoorbeeld aansluiten bij een beweging die de witte dominantie probeert te doorbreken. Er zijn heel veel interessante grassroots-organisaties die strijden tegen institutioneel racisme, die je kunt ondersteunen. Je kunt meedoen aan demonstraties. Je kunt in je eigen organisatie kijken wat er gedaan kan worden om de organisatie inclusiever te maken. Daar kun je de verantwoordelijken voor het personeelsbestand op aanspreken.

'Wanneer je je bewuster wordt van je eigen superieure mindset, kun je ook je eigen gedachtenprocessen en gedrag onderzoeken. Laatst sprak ik iemand die bewust haar kinderen naar een gemengde school had gedaan. Ze betrapte zichzelf op de gedachte: goh, die allochtone ouders zullen wel blij zijn, dat ik kom. Alsof zij hen kwam redden.'

Wat kun je doen bij de opvoeding?

'Als je kinderen niet bewust maakt van de verschillen in machtsverhoudingen tussen zwart en wit, groeien ze op met het idee dat wit superieur is. Je kunt goed opletten uit wat voor boeken je je kinderen voorleest. Je kunt kinderboeken kopen die niet-witte kinderen in de hoofdrol hebben. Je kunt gesprekken voeren, op een toegankelijke manier. In mijn film zit een moeder die vertelde dat haar kind van 3 een zwarte man zag en zei: 'Daar heb je Zwarte Piet.' Toen dacht ze: hier moeten we het over hebben. Veel ouders willen niet te veel nadruk leggen op kleur, maar dat werkt dus niet: want kinderen zien de sociale realiteit. Mijn zoon ziet ook dat de Marokkaans-Nederlandse kinderen uit zijn klas bijna allemaal in een flat woonden, dat het gymnasium helemaal wit is en dat vluchtelingen in bootjes niet wit zijn. Dat soort kwesties kun je als aanleiding gebruiken om het over machtsverhoudingen te hebben. Als je kinderen leert dat kleur er niet toe doet, kunnen ze concluderen dat het de eigen schuld is van bepaalde groepen dat ze in een minder voordelige sociaal-economische positie zitten.'

In het geschiedenisonderwijs valt ook nog wat te winnen, zegt Bergman: 'In de geschiedenisboeken die mijn kinderen op school lezen, wordt steeds het perspectief gekozen van de witte Nederlander, en de onderdrukkende rol wordt geneutraliseerd of genormaliseerd. Mijn zoon was eigenlijk nog kritischer dan ik over zinnen als: 'De slaven moesten erg wennen aan hun nieuwe omgeving.' Alsof het kolonisten zijn, die leuk zijn verhuisd.

'Ik herinner me de lessen over de Gouden Eeuw, waarin alles fantastisch was. En nu pas zie ik dat de Gouden Eeuw ook was gebaseerd op onderdrukking. We zouden dat niet meer als grootse en glorieuze Nederlandse geschiedenis moeten brengen. Zoek mensen die het vanuit een ander perspectief kunnen formuleren. Moet de Coentunnel van naam veranderen? Dat zal veel boosheid oproepen, zo van: hebben we niks beters te doen? Maar principieel zou het juist zijn. Waarom noemen wij straten en infrastructurele objecten naar mensen die oorlogsmisdadigers zijn? Dat is zelfreinigend vermogen, dat we onze kinderen leren: dit dachten we, maar inmiddels zien we dat anders.'

'Ik heb een discussie gevoerd met Wim Pijbes, over een plakkaat in het Rijksmuseum van een Nederlandse gouverneur in Suriname, waar in een bijzin staat: hij had tig plantages. Dat betekende dat hij heel veel tot slaaf gemaakte Afrikanen onderdrukte, maar dat staat niet in de tekst. Die uitdrukking gebruik ik liever dan 'slaven', omdat je met dat woord het systeem normaliseert.

'Ik zeg ook niet 'illegalen', want ik sta niet achter het systeem dat mensen illegaal maakt. Je kunt zeggen: geïlligaliseerden, of: undocumented migrants, waardoor je ze een menselijker status geeft. Dat geldt ook voor het n-woord. We hebben het toch ook niet meer over 'flikkers' of 'mokkels'? Het n-woord stamt uit het slavernijverleden, en werd gebruikt om mensen als handelswaar aan te duiden, dus: zwarte mensen willen niet meer zo worden genoemd. Het lijkt mij geen grote opoffering dat niet meer te doen. Dat betekent niet dat je je mening niet meer mag uiten, want dat hoor je dan weleens. Racisme is geen mening.'

Je krijgt ook kritiek vanuit de anti-racismebeweging, dat je als wit persoon films maakt die beter door een niet-wit persoon gemaakt zouden kunnen worden.

'Ik begrijp waar de kritiek vandaan komt; waarom wordt Sunny de hele tijd gevraagd en geïnterviewd? Maar ik denk: wat is het alternatief? Mij niét uitspreken? Het is, helaas, onderdeel van het racistisch systeem, dat witte mensen sneller luisteren naar andere witte mensen. Ik denk: racisme is een probleem van witte mensen, witte mensen moeten veranderen en witte mensen moeten elkaar daarop aanspreken.'

Wit is ook een kleur, zondag 18/12 om 21.00 uur op NPO2.

Meer over