'Lieve opa Wolkers' blijkt ook een agressieve testosteronbom

De Jan Wolkers-biografie was voor Onno Blom 'de opdracht van zijn leven'

Donderdag is het precies 10 jaar geleden dat Jan Wolkers overleed. De Volkskrant viert de schrijver en beeldhouwer. Allereerst met Onno Blom, schrijver van Wolkers' biografie. 'Die lieve opa Wolkers' blijkt ook een agressieve testosteronbom.

Onno Blom in kasteel Oud-Poelgeest bij Oegstgeest. Beeld Sanne De Wilde

Op zijn 12de las Onno Blom zijn eerste Jan Wolkers. Niet Turks fruit, zoals de meeste pubers als ze voor het eerst naar Wolkers grijpen, maar Terug naar Oegstgeest. En ook niet in het geniep onder de dekens, met rode koontjes en een zaklamp; het werk van Wolkers stond gewoon in de boekenkast van zijn ouders. Zijn vader, historicus en voormalig directeur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie Hans Blom, had hem Terug naar Oegstgeest zelf van harte aanbevolen.

36 jaar later staat Onno Blom (48) op het punt te promoveren op Wolkers' biografie, Het litteken van de dood. Een week voor de promotie loopt hij druk gebarend over de bospaadjes van kasteel Oud-Poelgeest bij Oegstgeest, het villadorp nabij Leiden waar Wolkers op 26 oktober 1925 als derde kind in een streng gereformeerd kruideniersgezin ter wereld kwam. Na hem zouden er nog acht volgen.

Regen klettert uit een vaalgrijze lucht, geuren van herfst en bederf stijgen op. Dit is het terrein uit Wolkers' jeugd. Hier lag hij tussen de bosanemonen aan zijn jongere zusje Janna te friemelen, hier sprokkelde hij in de oorlog hout, hier maakte hij zijn eerste schetsen, van het kasteel en de vijver en de bomen eromheen.

'Kijk', wijst Blom, 'daar aan de overkant staat de oude eik die Jan zo vaak heeft getekend. En dan lopen we nu even naar het kasteel, dan kun je het tillenbeest zien dat in de Drakenzaal staat.' Het tillenbeest is een paarse, marmeren sfinx met prominente borsten - borsten werden in het gezin Wolkers 'tillen' genoemd - die een rol speelt in het korte verhaal waarmee Wolkers in 1959 in het literaire tijdschrift Tirade als prozaschrijver debuteerde. Het beeld heeft jaren in de woonkamer van de familie Wolkers gestaan, op de schoorsteenmantel en naast de bijbel waaruit vader Wolkers het gezin drie keer per week voorlas, 'met sonore stem en gevoel voor dramatiek', schrijft Blom in Het litteken van de dood. 'Oók de verhalen die volgens zijn moeder niet voor kinderoortjes bestemd waren, waarin sodomie, moord en incest aan bod kwamen.'

Onno Blom: 'Wolkers is warmte, voor mijn gevoel. Vitaliteit. Helderheid ook. Een Hollandse meester.' Beeld ANP Kippa

Memoires van een biograaf

Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Voor de Volkskrant houdt hij daarover een dagboek bij - waarvan we in zoveel delen de notities presenteren. Hier leest u alle afleveringen terug.

Het literaire oeuvre van Wolkers is doortrokken van beelden uit dat strenge en bekrompen milieu, waarin veel van zijn fans hun eigen jeugd herkennen. Uit zo'n gezin kom jij niet.
'Totáál niet. We waren goddeloos. Ik ben van 1969, het jaar van de summer of love en de maanlanding - en van Turks fruit. Maar ik vond de boeken van Wolkers wel heel bijzonder.'

Wat trok je aan in zijn werk?
'Juist die heel andere en voor mij onbekende wereld. De verbijstering: dat dit bestaat! Het geloof is in ons gezin en ook bij mensen in mijn directe omgeving nooit een probleem geweest. Hetzelfde geldt voor de oorlog. Oorlog, geloof, armoede, dat zijn allemaal dingen die mij wezensvreemd waren, maar die Wolkers met zijn boeken dichtbij brengt.'

De eerste ontmoeting tussen Onno Blom en Jan Wolkers had plaats in de lente van 2004. Blom stond op het punt in dienst te treden bij De Bezige Bij, sinds eind jaren zeventig Wolkers' uitgever. 'Wolkers kwam met tekenaar Dick Matena naar Leiden om langs de locaties te wandelen waar Kort Amerikaans zich afspeelt. Het klikte gelijk, ik vond het een ongelooflijk leuke man, we hadden hetzelfde gevoel voor humor.'

Een jaar later schreef Wolkers het Boekenweekgeschenk, Zomerhitte. Blom, inmiddels adjunct-uitgever bij De Bezige Bij, ging geregeld met hem mee op tournee. 'Hij vond het oprecht jammer dat ik kort daarna wegging bij De Bezige Bij, hij had gehoopt dat ik uitgever Robbert Ammerlaan zou opvolgen. We hadden een goed contact.'

Was het vriendschap?
'Toen nog niet. Het is helemaal gegaan zoals ik in de proloog van mijn boek schrijf. Jan belde me in 2006 op en vroeg of ik naar Texel kwam. Na het eten vroeg hij naar mijn toekomstplannen. Ik zei dat ik altijd had gedroomd van een proefschrift en van een dikke biografie over een groot Nederlands kunstenaar. Toen zei hij meteen: dat gaan we doen.'

Het idee kwam niet helemaal uit de lucht vallen; bij De Bezige Bij circuleerden al jaren lijstjes met namen van schrijvers die een biografie verdienden. Blom: 'Mijn naam is in dat kader ook in verband gebracht met Harry Mulisch en met hem heb ik het daar zelfs ook wel over gehad. Maar hij was niet bereid mij exclusiviteit te verlenen. En bovendien vond hij dat hij nog niet dood genoeg was.'

Wie vond je vroeger interessanter als mens?
'Oef. Wolkers is warmte, voor mijn gevoel. Vitaliteit. Helderheid ook. Een Hollandse meester. En Harry is eigenlijk een vreemde komeet van een ander sterrenstelsel. Heel cerebraal, ogenschijnlijk koel - wat als je hem goed leert kennen helemaal niet waar is, maar zo voelt het aanvankelijk wel aan. Eigenlijk is hij totaal gestoord, Mulisch. Ze zijn beiden om een andere reden interessant. Maar ik was van geen van beiden een blinde bewonderaar.'

Blom beschouwt de biografie van Jan Wolkers als 'de opdracht van zijn leven'. 'Meer dan tien jaar trok ik dagelijks op met zijn schim', schrijft hij in zijn dankbetuiging.

Waar blijf je zelf als je ruim tien jaar van je leven aan het leven van iemand anders besteedt?
'Dat is een goeie vraag en ik heb het me vaak afgevraagd, maar het is eigenlijk vanzelf gegaan. Het is wel zwaar geweest. Het was echt een klus om uit die zee aan materiaal dit boek te halen.'

Ik bedoel meer hoe het is om je eigen leven zo lang ondergeschikt te maken aan dat van een andere persoon.
'Ik heb het zelf niet ervaren als ondergeschikt. Wel als dienstbaar. Je bent dienstbaar aan de waarheid, aan hoe het zit, daar doe je alle moeite voor. Mijn ervaring is: als iemand je personage is, wordt alles van dat personage interessant, ook het oninteressante, omdat het je boek vooruit helpt.

Ik weet niet alleen waarover Jan heeft geschreven en welke beelden en schilderijen hij heeft gemaakt, maar ik weet ook dat hij psalmen neuriede tijdens het werk en welke teen ontstoken was toen hij wondroos kreeg. Ik weet echt de gekste details. En dat is natuurlijk wel monomaan, maar dat zit weer een beetje in mij.'

In Het litteken van de dood brengt Blom een man tot leven die ver afstaat van het beeld van Wolkers in de laatste jaren van zijn leven. De beminnelijke opa die in de achtertuin van zijn Texelse villa de egeltjes te eten geeft en zijn derde echtgenote Karina omhelst, blijkt ook een agressieve testosteronbom, een sadist die in het laboratorium ratten mishandelt en een buitengewoon jaloerse minnaar. Nadat zijn tweede vrouw Annemarie Nauta een avond had zitten flirten met een andere man, sloeg hij haar zo hard dat ze naar de oogarts moest om te controleren of haar oogkas niet gebroken was. Hij vertrok woedend naar Parijs toen hij erachter kwam dat zijn eerste vrouw Maria de Roo één keer met Eli Asser naar bed was geweest, terwijl hij zelf tijdens dat huwelijk voortdurend seks had met andere vrouwen.

Is Wolkers voor jou niet van een voetstuk gevallen?
'Nee. Hij is ook niet uitgegroeid tot mijn ultieme held - dat is altijd wat ik te horen krijg, dat ik er te dicht op zit.'

Vlak voor hij stierf, zei hij tegen Karina dat hij hoopte dat ze niet in hem teleurgesteld zou zijn als ze na zijn dood zijn dagboeken zou lezen. Jij had dat niet?
'Nee. Ik ben niet zo moreel gedreven. Dat is misschien ook een deel van mijn opvoeding. Mijn vaders oratie heet In de ban van goed en fout? Hij toonde zich daarin het tegendeel van Loe de Jong, die op alles een moreel oordeel plakte. Zo kijk ik ook naar de dingen.

'Ik ben niet teleurgesteld in Wolkers, want ik heb ook helemaal niet gedacht dat ik alleen maar een standbeeld voor hem moest oprichten of dat ik over superman aan het schrijven was. Het is toch geweldig voor een biograaf dat Wolkers' leven zo vol woede en tragedie en tegenslag heeft gezeten?'

En met die dubbele moraal van hem heb je ook geen moeite?
'Je ziet in Jan heel duidelijk die dubbelheid, ja. Ondanks het feit dat er enorm op los is geneukt, was hij niet iemand van het vrije huwelijk. De burgermoraal uit zijn opvoeding zat er bij hem wel degelijk in.'

Maar wel vrij eenzijdig: zijn vrouwen mochten niets en hij mocht alles.
'Zeker. Hij geeft Karina weg aan andere mannen, onder wie zijn beste vriend, maar je moet niet denken dat Karina uit zichzelf iets met een man mocht beginnen. Maar ik heb daar geen oordeel over.

'Wat ik vooral voel, is de tragedie. Ik vind hem weerspannig. Als jongetje is hij zo ontzettend gevoelig, zo gepreoccupeerd met en geobsedeerd door zijn eigen gedachten en gevoelens, dat hij aanvankelijk in dat gezin verschrikkelijk klem heeft gezeten. Dat heeft hij veel langzamer dan gedacht werd verwerkt. Toen hij op zijn 18de in Leiden een jaar was ondergedoken, durfde hij bijna niet niet naar de kerk te gaan. En in het begin van dat huwelijk met Maria zat hij opnieuw gevangen. Hij was te jong om in een echte vaste relatie te zitten, te jong om vader te worden, hij verdacht haar ervan dat ze hem erin had geluisd.'

Maar los daarvan had hij ook een vrouwenprobleem.
'Probleem, probleem... hoezo?'

Nou ja, als je voortdurend met minderjarige meisjes naar bed wilt, en met je zus en het liefst ook met je moeder, heb je dan niet een beetje een vrouwenprobleem?
'Dat weet ik niet.' Brede grijns: 'Ik heb zelf geen zusje. Incest komt toch in de beste families voor? Wolkers is een moederskindje. Hij is gefascineerd door zijn moeder, en dan niet alleen in geestelijke maar ook in fysieke zin, en volgens mij zijn dat soort gevoelens taboe. Wolkers heeft dat taboe duidelijk doorbroken. Vrouwen staan in zijn leven en werk centraal. Wat je wel kunt constateren is dat hij de verhoudingen met vrouwen altijd naar zijn eigen hand heeft willen zetten. Hij wilde alles regisseren, in zijn werk maar ook in zijn leven; hij was de baas.'

Hij legde alles fanatiek vast. Hij gaf zijn minnaressen schriftjes waarin ze gedetailleerd moesten opschrijven wat ze met hem deden.
'Dat is voor mij de vondst die de ruggegraat van het boek is geworden. Dat ik ben gefascineerd door zijn leven is logisch, want ik ben zijn biograaf. Maar hij was dat ook! Hij was door zijn eigen leven totaal gefascineerd. Leven en werk lopen bij Wolkers volledig door elkaar.

'Hij heeft bandopnamen gemaakt van gesprekken die hij heeft gevoerd, met Annemarie, met zijn zus Janna. Hij wilde vastleggen wat er precies was gebeurd, zodat hij erover kon schrijven. Met Janna praatte hij na over de keer dat hij bijna met haar naar bed was geweest, ze vertelt wat ze voelde en wat er gebeurde, terwijl ze niet wist dat er een band meedraaide.'

Wanneer wist jij dat Wolkers een min of meer incestueuze relatie met zijn zus heeft gehad?
'In ons eerste gesprek voor het boek heeft hij er tussen neus en lippen door iets over gezegd. Ik dacht: hier wordt een freudiaanse vis in de oceaan geworpen, hij kijkt hoe ik reageer. Ik wist niet wat ervan waar was. Ik ben natuurlijk al zijn werk intensief en gedetailleerd gaan herlezen, en de bijna-bedscène met zijn zus komt voor in De kus.

De bandopnamen trof Blom aan in Wolkers' uitgebreide archief. 'Hij wist dat ik dit ging vinden. En dat ik het ging gebruiken. Op zijn initiatief hebben we een overeenkomst getekend waarin stond dat ik alles mocht zien en alles mocht citeren, zonder het voor te leggen. Dat vind ik wel moedig en bijzonder. De briefwisseling met Maria lag keurig klaar, genummerd op een stapeltje. De brieven van en aan Annemarie ook.'

Je hebt van Wolkers toestemming gekregen alles te gebruiken. Maar hoe zit het met de andere mensen die in het boek voorkomen?
'Ja, met hen moet je in overleg treden. Ik heb natuurlijk met Annemarie Nauta gepraat, met alle anderen ook, voor zover nog in leven. Maria de Roo overleed in 1994.'

Hoe groot is de vrijheid van de biograaf; mag je alles opschrijven, ook als het de privésfeer van anderen dan de gebiografeerde betreft?
'In principe wel, dat is althans hoe ik erin sta; het is in elk geval wat ik heb uitgevoerd.'

Maar als iemand zegt: dit wil ik er niet in hebben, doe je het dan toch?
'Ja. Maar wel na overleg met de betrokkene. Ik leg uit wat ik heb gevonden, ik vraag om te beginnen of ze erop willen reageren dus ik geef ze weerwoord. Dat is je dure plicht als biograaf.'

En dan zegt de betrokkene: je hebt het heel mooi opgeschreven, maar evengoed heb ik liever niet dat die intimiteiten over mijn leven op straat komen te liggen. Wat dan?
'Dan doe ik het toch, al heb ik ook wel op verzoek van een aantal minnaressen passages geschrapt. Het is ingewikkeld en soms ook hardvochtig, maar het is toch anders dan wat Jan heeft gedaan: stiekem gesprekken opnemen en de inhoud ervan naar je hand zetten en gebruiken in een roman. Hij stond ook met een draaiende recorder in een linnen tasje met een gat erin bij de begrafenis van zijn vader, om z'n broers en zussen af te luisteren. Flarden van die gesprekken komen terug in De doodshoofdvlinder.

'Ja, ik citeer uit de Wolkers-tapes. Niet om andere mensen te schande te maken, maar om te laten zien hoe het was, welke rol die mensen speelden in zijn leven, maar ook in zijn werk. Daar gaat het om. Mijn onderzoeksvraag en dus mijn fascinatie is: hoe maakt Wolkers van leven werk en hoe beïnvloedt werk zijn leven?'

Dus Jan Wolkers bepaalt wat jij openbaar maakt over het leven van anderen?
'Dat doe ik zelf, maar ik geef toe dat ik ver ga om een goed antwoord te geven op die onderzoeksvraag. Het is niet de mooiste kant van een biograaf.'

Wat vond je de leukste periode om over te schrijven?
'Tjezus. Ik vond het mooi om het beeld bij te stellen van de schrijver die de laatste tijd bekend stond als een gezellige man bij wie de vogels in en uit het haar vlogen. In dit portret van zijn leven keert de woedende Wolkers terug. Die relatie met Maria vond ik ontroerend en hartverscheurend, voor mij als schrijver was die periode het interessantst. Die jaren met Karina was hij natuurlijk het gelukkigst. Maar over geluk is het moeilijker schrijven, hè.'

Is Jan Wolkers uiteindelijk een vrije geest geworden die zich heeft losgemaakt van zijn gereformeerde jeugd, of is hij daarin blijven hangen, juist door zo door te slaan naar de andere kant?
'Allebei. Hij was streng en calvinistisch gedisciplineerd voor zichzelf. Aan het einde van zijn leven was hij bezig met een roman, Waar eens LENTE stond, en dan komen ze allemaal weer terug: de dode broer, het dode dochtertje, de dode vader. De demonen zijn blijven spoken, hij heeft zich niet kunnen bevrijden van zijn oertrauma's. Aan de andere kant: in het leven heeft hij dat wel gedaan, en volop ook.'

Jan Wolkers overleed tien jaar geleden, lees door over zijn bijzondere nalatenschap

De smerigste citaten van Wolkers volgens de Volkskrantredactie
Donderdag is het tien jaar geleden dat schrijver en beeldhouwer Jan Wolkers overleed. De Volkskrant selecteerde het smerigste uit zijn werk.

Met Nooit meer Auschwitz revancheerde Wolkers zich als woeste kunstenaar
Jan Wolkers tekende in de oorlogsjaren met een woeste eigenzinnigheid, die hij later kwijtraakte. Maar toen kwam het Wertheimparkmonument.

Je kon iets van seks opsteken voordat je eraan deed.
Wolkers bracht de literatuur naar de mensen. Maar hoe goed was Wolkers nou echt?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.