Opinie

'Kunstenaars staan synoniem voor klaploperij, subsidieverslaving en linksheid'

Terwijl volgens een recente telling 8 miljoen Nederlanders zich met amateurkunst bezighouden, gaapt er een kloof tussen de amateurs en de professionals in de Nederlandse kunstsector. Dat betoogt Wijbrand Schaap, voorzitter Coöperatie Cultureel Persbureau UA.

Bezoekers van het Kroller- Muller Museum bekijken de Hout Auto van kunstenaar Joost Conijn. Foto ANP

Niet voor het eerst in de geschiedenis is 'kunstenaar' een veelgehoord Nederlands scheldwoord. Dat is best opmerkelijk als je weet hoeveel mensen in hun vrije tijd met kunst bezig zijn. Streetdance is bij meisjes even populair als paardrijden en zeker tot het begin van de crisis gold er bij de diverse kunstencentra een inschrijvingsstop voor bepaalde cusrsussen. Iedereen wil schilderen. Iedereen wil bij de Lama's.

Tegelijkertijd lopen de zalen bij het gesubsidieerde toneel leeg, galmt het in de musea en vechten moderne dansgroepen om hun voortbestaan. Wie zich kunstenaar noemt, roept verdenking over zich af van klaploperij, subsidieverslaving en linksheid. Terwijl volgens een recente telling 8 miljoen Nederlanders zich met amateurkunst bezighouden, gaapt er een kloof tussen de amateurs en de professionals in de Nederlandse kunstsector. Ondanks de miljoenen die in de ondersteuning en ontwikkeling van die amateurs zijn gestoken.

Waarom heeft 60 jaar verheffing van het volk geleid tot deze afrekening door precies dat volk dat zo nodig verheven moest worden? Te vrezen valt dat precies dat streven naar verheffing de kloof veroorzaakt heeft. En dat is een ook nog eens een onoverschreeuwbare kloof tussen mensen die bepalen wat goed is of wat als kwetsbaar te koesteren is en wat daarom subsidie verdient en mensen die zich met dat werk misschien wel fysiek, maar niet langer mentaal kunnen verbinden.

Noodlot
Amateurs, of althans degenen die zich ook voor de oorlog zo noemden, stonden zeker voor de tweede wereldoorlog op een hoger maatschappelijk niveau dan beroepskunstenaars. Een carrière als beroepskunstenaar was voor de amateur geen hoger doel, maar eerder een te vermijden noodlot.

Dat veranderde met het invoeren van het subsidiestelsel, want hiermee erkende de staat dat kunst een eerbaar ding was. Het heeft alleen niet lang geduurd. We vergeten dat nogal eens: hoe kort we eigenlijk opgekeken hebben tegen beroepskunstenaars. Welbeschouwd hebben we dat maar een jaar of twintig echt gedaan. En een jaar of 40 daarna hebben we kunstenaars gedoogd, maar vooral steeds meer in hun eigen sop gaar laten koken. Hoe harder de kunstenaars wezen op hun maatschappelijke relevantie, hoe minder dat de maatschappij zelf kon schelen.

Beter mens
Vanaf het moment dat Nederland, na de tweede wereldoorlog, beschikte over professionele kunstenaars die gerespecteerd konden worden, werd de bemoeienis van allerlei instanties met het amateurveld ook een stuk intensiever. Immers, van goede kunst word je een beter mens, en zo krijg je vanzelf een betere wereld. Een wereld die voorgoed afscheid heeft genomen van haat en armoede, een mensheid die dankzij nieuwe, geavanceerde uitingsmogelijkheden alleen al door er te zijn voorkomt dat er ooit nog zoiets verschrikkelijks als een Tweede Wereldoorlog zou kunnen ontstaan. Dat ondertussen de professionals eigenlijk tegen de niet-meedoeners vertelden dat zij slecht waren voor de wereld, zag men over het hoofd.

Die traditionele amateur bleef ondertussen bezig met klassieke vormen en volkse tradities, de vernieuwende amateur stond op steeds professionelere podia en speelde steeds 'interessanter' werk.
Ondertussen voltrok de echte revolutie zich op televisie en in de oude wijken van de grote steden. En internet deed zijn intrede. Dankzij YouTube en Facebook kan sinds een paar jaar iedereen ster zijn in zijn eigen videoclip of horrorfilm. Zelf doen, je eigen ding bedenken en filmen, je nieuwste Garageband-groove op Soundcloud promoten? Je hebt er geen professionals bij nodig.

Op tv markeerde het wonder dat Big Brother heette de terugkeer van het middeleeuwse amateurtheater: gewone mensen in gewone ruzies, inclusief vliegend servies en aan het einde iemand die eeuwige roem verdient. Diep klassiek drama onder de afstandsbediening en bij de kapper altijd een gespreksonderwerp.

Betuttelend
Het zou zomaar kunnen zijn dat de professionals die zich met hart en ziel voor de amateurs hebben ingezet, dat te betuttelend hebben gedaan. De bittere werkelijkheid zou zomaar eens kunnen zijn dat 'het volk' via de haatpolitiek van het laatste kabinet gewoon een oud recht terug heeft geclaimd. Het recht om zelf te bepalen wat het mooi, goed, lekker of slecht vindt. Een recht dat hun ontnomen leek doordat er geld en media-aandacht ging naar mensen en instellingen die een deel van hun tijd en ruimte gebruikten om de 'gewone man' te vertellen dat wat hij mooi vond, feitelijk minderwaardig was. Dat een musical van Joop van den Ende misschien wel lekker duur en spectaculair was, maar dat er eigenlijk fastfood werd verkocht dat slecht was voor de geestelijke gezondheid.

Ik ben kunstcriticus, en zal zal hartstochtelijk blijven roepen dat massakunst en fabrieksmusicals verderfelijk zijn. Maar ik vrees dat ook is aangetoond dat je geen betere, kunstzinniger bevolking krijgt door iedereen kunstzinnig te willen maken.

Wijbrand Schaap is voorzitter Coöperatie Cultureel Persbureau UA. Zie www.wijbrandschaap.nl.



 
Het zou zomaar kunnen zijn dat de professionals die zich met hart en ziel voor de amateurs hebben ingezet, dat te betuttelend hebben gedaan.
Meer over