'KAN JY APATIE SPEL?'

De punkband Fokofpolisiekar is omstreden in Zuid-Afrika. Hun Hemel op die platteland is het lijflied van jongeren voor wie God en apartheid steeds minder betekenen....

Voor de preutse media zijn ze 'Polisiekar'; voor de fans zijn ze 'de Fokofs'. Op die manier slaagde de Zuid-Afrikaanse punkrockband Fokofpolisiekar er lange tijd in de kerk in het midden te houden. Maar in een straalbezopen bui 'Fok God' op de portemonnee van een jonge fan schrijven, was te veel van het goede. Het incident haalde de voorpagina's van de landelijke dagbladen. Dominees riepen op tot een boycot van deze 'anti-christelijke' band. Optredens werden verboden. Er volgende demonstraties, incidenten, dreigementen. En uiteindelijk maakte kladderaar/bassist Wynand Myburg zijn verontschuldigingen zo hij iemand zou hebben gekwetst.

Intussen bewees Fokofpolisiekar de essentie van rock 'n' roll gedrag goed onder de knie te hebben toen drummer Jaco Venter diezelfde nacht, eveneens dronken, uit een rijdend busje sprong. Nu zit hij in een rolstoel, zodat Fokofpolisiekar deze maand met een tijdelijke drummer de studio in ging om hun vierde cd op te nemen. 'Hij brak onze enige regel', gromt zanger/domineeszoon François van Coke. 'Don't fuck up and don't fuck yourself up.'

Fokofpolisiekar is het beste wat de Afrikaanstalige muziek is overkomen sinds de democratische verkiezingen van 1994. Hier staat een band met de heibelradar van de Sex Pistols, de branie van The Clash en het popgevoel van The Police. Vijf jonge Afrikaners (leeftijd tussen 22 en 27) uit een doodsaaie braai en boerewors buitenwijk van Kaapstad, opgegroeid met het woord van God en de Nederduits Gereformeerde Kerk en het hedonisme van AC/DC, hetgeen resulteerde in een gezonde dosis vervreemding en agressie.

Het moment van oprichting, drie jaar geleden, was precies juist. Bijna een decennium na de beëdiging van Mandela als president was er een generatie Afrikaner jongeren opgestaan die goeddeels onbekend was met apartheid. 'Wij groeiden heel beschermd op. Nu pas begrijpen we uit boeken wat er allemaal gebeurde toen wij heel onschuldig naar de kleuterschool gingen', zegt gitarist Hunter Kennedy. Niets wisten ze van de grensoorlog bij Angola, de opstand in Soweto, de slachting bij Sharpeville.

Maar in het veranderde Zuid-Afrika is ook de status van de Afrikaners veranderd. De dagen van een vanzelfsprekende universitaire opleiding en goede baan zijn geteld. De ouders hadden het goed, maar hun kinderen hebben het moeilijk en worstelen met hun toenemende marginalisatie en de schuldvraag rond apartheid. Hunter Kennedy schreef in Oop vir misinterpretasie over die dilemma's. 'Ek herinner myself aan my pa/hulle moes grens toe gaan/dis nie my skuld nie' ('ik denk aan mijn vader/ze moesten bij de grens [van Angola] vechten/dit is niet mijn schuld').

Fokofpolisiekar past vlekkeloos in de 'dood de vader' traditie van Elvis, Rolling Stones en de Sex Pistols. De oorlog is voorbij - de zekerheden zijn verdwenen. Kundig bracht Kennedy in twee zinnen de Afrikaner twijfels rond God en vaderland onder woorden: 'Kan jy apatie spel? Kan iemand dalk 'n God bel/en vir hom sê ons het hom nie meer nodig nie?' ('Kan iemand apathie spellen?/Kan iemand misschien God bellen en hem vertellen dat we hem niet meer nodig hebben?'). Hemel op die platteland werd de allereerste Afrikaner popsong die op het Engelstalige radiostation 5FM te horen was, een lijflied voor verwarde jongeren.

Voorbij de punk, maar met teksten in het Afrikaans. Die formule slaat aan bij het jonge Afrikaner publiek, dat is opgegroeid met Amerikaanse rock en Afrikaans associeert met ouderwets en conservatief. Van de laatste cd, Monoloog in Stereo, werden 28 duizend exemplaren verkocht.

Ook over het imago is goed nagedacht. Voor de band nog maar een noot had gespeeld zat Kaapstad al onder de stickers met die omineuze waarschuwing: 'Fokofpolisiekar'. En dankzij hun white trash uiterlijk, compleet met matjes en baardjes, onderscheidden de Fokofs zich van meet af aan van alle andere lokale rockbands. De clichés over Afrikaners (dommig en boertig) bogen ze om in hun voordeel. 'We waren gatvol van al die Amerikaanse imitaties', zegt bassist Wynand Myburgh. Al snel kregen ze aanbiedingen om in Londen en op het Belgische Pukkelpop te komen spelen.

De sensibiliteit die uit de teksten spreekt - en die veel verder gaat dan de gemiddelde punkslogans of metalnonsens - camoufleren de Fokofs vakkundig met hun bravoure en losbandigheid. Na ieder optreden wordt er gezopen en gerookt. Meisjes wachten amechtig bij de kleedkamer. Myburgh grijnst. 'Uiteindelijk is het gewoon rock 'n' roll.'

Maar achter dat hedonisme gaat een serieuze en professionele rockband schuil. Alleen zanger François van Coke mag voor en tijdens de optredens drinken; alcohol komt zijn vertwijfelde uithalen ten goede. Een groot deel van de verdiende gage wordt in een professionele installatie gestoken. En de voornaamste liedjesschrijver, de 22-jarige Johnny de Ridder, noemt zonder blikken of blozen Paul McCartney als favoriete componist.

'Punk zijn we eigenlijk allang niet meer', erkent Kennedy.

De muziek heeft een lagere versnelling gekregen, meer harde rock à la Thin Lizzy en de latere Clash. De band begint optredens nu zelfs met een akoestische set. 'We brandden een beetje te snel op,' zegt Van Coke, bier en sigaret binnen handbereik. 'Constant toeren en feesten gaat niet in je koude kleren zitten.'

Een uur later staan ze op het podium van het propvolle Back2Basix in Johannesburg. Ook al is het zondagavond, het is feest. Links en rechts, voor en achter zingen de fans alles woord voor woord mee. Het concert wordt afgesloten met het allereerste liedje, het schotschrift tegen autoriteit. 'Fokof! Fokof polisiekar, fokof!' schalt het door de zaal. En nog een keer. En nog een keer. Tot ze allemaal hees zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.