Interview Arjen van Veelen

‘Juist de alledaagsheid van de raciale ongelijkheid in de VS trof me’

Bij toeval belandde Arjen van Veelen in St. Louis, Missouri. Prompt braken er rellen uit en zat hij midden in het wereldnieuws.

Beeld Olivier Heiligers

Een van de dingen die Arjen van Veelen uit Amerika heeft meegenomen is een Amerikaan. Hij heeft net luiers voor hem gekocht. Een anchorbaby, zegt hij grappend. In Amerika geboren kinderen zijn automatisch Amerikaans staatsburger en mogen, als ze 21 zijn, hun ouders het land binnenhalen.

Maar nee, zegt Van Veelen, dat was niet het plan.

‘Dat Amerikaanse paspoort is eerder iets wat me zorgen baart. Wat betekent dat over achttien jaar? Vroeger was het Amerikaanse paspoort een droompaspoort, maar ik heb die droom van dichtbij gezien. Ja, op het vliegveld mogen we door het poortje voor de echte Amerikanen, we kunnen ons kind gebruiken als een soort Privium-pas. Maar verder? Ten eerste moet je als Amerikaan belasting gaan betalen. En bovendien, ik weet niet hoe Amerika eruitziet tegen die tijd. Voor hetzelfde geld is er dan een dienstplicht. Ik weet niet of een eventuele oorlog dan door mijn zoon moet worden uitgevochten.’

Deze week verscheen het tweede boek van Van Veelen, Amerikanen lopen niet. De 38-jarige auteur, eerder dit jaar genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs voor zijn debuutroman Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken, woonde twee jaar als min of meer toevallige correspondent in het hart van de Verenigde Staten. Zijn verslag daarvan is een genadeloos portret van de binnenkant van Amerika, bekeken met de verbijstering en scherpte van een nadenkende nieuwkomer.

Arjen van Veelen: Amerikanen lopen niet – Leven in het hart van de VS

De Correspondent; 216 pagina’s; € 18.

Je vrouw kreeg een onderzoeksbaan in St. Louis, een provinciestad in Missouri, een onbekende stad in een onbekende staat. Op welk moment dacht je: dat St. Louis, daar kan ik wel wat mee?

‘Ik kende die stad niet of nauwelijks, en ik kende Amerika zelf niet of nauwelijks. Ik noem me in het boek Amerika-ondeskundige. Dat is geen valse bescheidenheid, ik wist echt weinig van het land, behalve wat ik van Netflix kende. Ik dacht dat Amerika me niet meer kon verrassen. Dat is mooi, dacht ik, want ik wilde een roman gaan schrijven. Als je in een heel spectaculair land woont, dan word je alleen maar afgeleid. Maar ik woonde er een paar weken en prompt braken er rellen uit in mijn achtertuin. Wereldnieuws: Michael Brown, een zwarte man, was door een politieagent doodgeschoten, en dat lokte heftige protesten uit. Vanaf dat moment was St. Louis ineens een plek in de wereld.’

Wat deed het met jou?

‘Zoals dat gaat word je dan gebeld door de tv om er iets over te zeggen, en dat deed ik, ook al had ik geen benul wat er gaande was. Pas daarna vroeg ik me af wat ik nou precies had gezien, en dat ben ik gaan uitzoeken. Wat waren nou de wortels van die rellen? Dan ga je aan draden trekken, en zo kwamen er steeds meer dingen naar boven die nieuw waren voor mij. Ik dacht: als ze nieuw zijn voor mij, zijn ze vast ook interessant voor anderen die net zo weinig van Amerika weten als ik.’

‘Toen bleek ook dat de stad waar ik zo compleet random in terechtgekomen was, heel symbolisch is. Zij ligt op het kruispunt van oost en west, en noord en zuid – St. Louis was de uitvalsbasis voor de pioniers, en ligt op de grens van de oude slavenstaten en het noorden, een verschil dat nog steeds groot is. De stad is heel doorsnee maar heel extreem: je hebt er grote rijkdom maar eenderde leeft onder de armoedegrens. Dat soort Amerikaanse contrasten zie je heel mooi vanuit St. Louis.’

Arjen van Veelen. Beeld Tessa Posthuma de Boer

In je vorig jaar verschenen roman beschrijf je de ‘flits van euforie’ die de schrijvende ik-persoon voelt als hij hoort dat een vriend gestorven is: eindelijk heeft hij iets te melden. Had jij die flits ook toen je hoorde van de dood van Michael Brown? Had je, cynisch gezegd, geluk?

‘Voordat Brown werd doodgeschoten, had ik wel al een eerste stuk geschreven – De Correspondent had me gevraagd om een verhaal te maken met mijn eerste indrukken. En toen dacht ik al: what the fuck is dit voor stad? Maar door die Brown-zaak kwam er een enorme belangstelling voor een compleet vergeten plek. Ik kon voortaan zeggen: dit is St. Louis, dit is waar die gast is neergeschoten. Ik hoefde het niet meer aan te wijzen op de kaart.

‘De schok kwam daarna, toen ik erachter kwam dat zoiets in St. Louis gemiddeld elke twee maanden gebeurt. Niet de rellen bleken het verhaal dat ik moest vertellen, maar datgene wat géén nieuws was, de alledaagsheid van de raciale en economische ongelijkheid. Het bleek chronisch mis te zijn, alsof de hele burgerrechtenbeweging niet bestaan had. Daar is weinig media-aandacht voor. Die rellen zijn visueel mooi, met hun traangaswolken, zwaailichten, militaire voertuigen, ontblote bovenlijven... het is heel fotogeniek. Maar traangas werkt ook letterlijk verblindend, want de achterliggende armoede of bestaansonzekerheid is veel minder zichtbaar, veel lastiger te vatten. Ik heb uiteindelijk weinig over de rellen zelf geschreven, maar meer over de grote ongelijkheid van de stad, en van het land. Dus laat ik het zo zeggen: ik had mazzel met die rellen, omdat het stadje op de kaart kwam. Maar ze versimpelden de problemen ook enorm, en daar moest ik weer van weg zien te komen.’

Is dat ook mediakritiek? Vind je dat de aandacht voor Amerika te simpel is, te oppervlakkig?

‘Toen ik in 2016 weer in Nederland was gaan wonen – mijn vrouw zegde na een conflict haar baan op, waardoor onze verblijfsvergunning werd ingetrokken – was ik even verbijsterd over de overwinning van Trump als veel anderen. Dat had ik niet verwacht, zelfs daar in St. Louis, dat omringd is door Trump-stemmers. Maar vervolgens zag ik dat het in het nieuws bijna alleen nog maar over Trump ging. Terwijl alle extreme dingen die ik in Amerika had gezien, onder een Democratische president gebeurden. Op zwarte burgers schietende politiemannen? Dat gebeurde onder Obama, de man die als kers op de taart van de emancipatie werd gezien.

‘Het is te simpel om Trump als de duivel te zien. En te denken dat alle problemen opgelost zijn wanneer die is uitgedreven. Ik schrijf in mijn boek bewust heel weinig over Trump omdat ik denk dat de problemen veel ouder zijn. Sinds de jaren zeventig is in Amerika heel veel vooruitgang teruggedraaid, economisch maar ook sociaal en cultureel, en dat heeft niet te maken met de president en al helemaal niet met z’n tweets, maar met langetermijnveranderingen. Die vind ik veel interessanter. Die rellen en protesten hebben diepere oorzaken. Voor wie is dit land bedoeld? 

‘Trump heeft overigens ook goede vragen gesteld. Hij had als eerste aandacht voor het nieuwe heroïneprobleem, en durfde hardop te zeggen dat het land kapot was. Vanuit Missouri gezien was dat verfrissend. Eindelijk iemand die dat gewoon zei. Ook zijn protectionistische verhaal sloeg natuurlijk aan. Het opengooien van grenzen is een prachtig verhaal, maar desastreus voor de werkgelegenheid. Ik heb het neoliberalisme heel lang gezien als een soort natuurverschijnsel, de markt die zijn werk doet, maar heb nu de prijs gezien die daarvoor wordt betaald. In St. Louis werkten vijftienduizend mensen in de schoenenindustrie. Ik vraag me af of het beter is dat dat nu in China gebeurt. Trump heeft dus relevante dingen op de kaart gezet, dat zijn geen hypes. Wat ik wel een hype vind, is de enorme obsessie met elke tweet van Trump, elke afleidingsmanoeuvre, elke scheet die hij laat. Die doen er veel minder toe.’

Beeld Olivier Heiligers

In het boek beschrijf je een optocht in het ‘wereldstadje’ Amsterdam, Missouri. Daar leek je hoop te putten uit de veerkracht van de bewoners.

‘Ik was echt geraakt door dat stadje. Dat kwam doordat de mensen heel nostalgisch waren, en terecht nostalgisch, want ik denk dat het in dat stadje in de jaren vijftig echt veel beter leven was dan nu.

‘Wat me raakte was dat ze een soort re-enactment van de jaren vijftig opvoerden, in de vorm van een dorpsfeest, een optocht met oude auto’s en kraampjes langs de kant. In dat gebied heeft driekwart van de bevolking op Trump gestemd, maar dat wil niet zeggen dat ze allemaal een hekel hebben aan Mexicanen en zwarten. Ze willen iets heel simpels: ze willen dat het dorpje waar ze vijf generaties hebben gewoond weer levensvatbaar wordt. Dat is helemaal niet zo gek of onhaalbaar. Het aanpakken van het klimaatprobleem is duizend keer zo ingewikkeld als zo’n stadje weer levensvatbaar maken. Je schoenen niet meer in Azië laten maken maar gewoon daar. De absurde machinerieën van Walmart of Amazon aanpakken, die de kleinschalige lokale economie vermorzelen.

‘En ondanks dat het stadje flink gehavend was, ondanks dat mensen waren weggetrokken, hadden ze een veel sterkere binding dan ik had verwacht. Ik werd geraakt door de enorme hunkering van die mensen naar het behoud van wat er nog restte – ik sprak een zakenman die de daken met metaal had laten bekleden om ze te conserveren voor betere tijden. Dat verlangen moet je niet negeren. Je kunt niet zeggen tegen die mensen: joh, dit stadje is mislukt, verhuis maar naar een grote stad. Je moet die mensen helpen om op hun plek te blijven. Dat is wat ze willen.’

Is die veerkracht misschien een soort American Dream?

‘Juist op de meest desolate plekken trof ik mensen aan die iets wilden veranderen, of die zich verzetten tegen de krachten van de markt of het systeem. Ik dacht eerst dat dat het oppervlakkige optimisme of positieve denken van Amerika was, maar het zit veel dieper. Dat dorpsfeest in Amsterdam zie ik als een soort levenslustig protest. Zij zelf zien dat niet zo, voor hen was het een viering van hun wortels. Maar voor mij was het een protest tegen de krachten die hen willen ontwortelen.’

Ben je daarom teruggekeerd naar je geboorteplaats Rotterdam?

‘Ik wilde niet terug naar Amsterdam. Ik kan me daar geen eigen huis meer veroorloven, en bovendien wil ik niet bijdragen aan dat systeem van almaar oplopende prijzen. Dus kwamen we uit in Rotterdam. Ik heb onderschat wat wortels betekenen, ook voor mezelf. Rotterdam is een compleet nieuwe stad geworden, ik herinner me een arme stad met heroïnenaalden op straat, nu is het hip en verzorgd, maar ik voel me toch meteen weer thuis – ik zie die bus rijden met het bordje Overschie en denk dan, daar hoor ik.’

Wat wordt het volgende boek: fictie of non-fictie?

‘Wat ik het leukst vind is het reported essay, ik zie mezelf graag als reizende essayist. Die roman was echt een bezoeking. Ik werd voortdurend afgeleid, al is het ook lastig concentreren als er steeds schoten klinken. Ik wil graag weg van mijn bureau. Ik houd van overpeinzingen, maar ik moet wel voeding hebben van de echte wereld. Het is avontuurlijker, je loopt altijd het risico dat de werkelijkheid spannender is dan wat je achter je bureau hebt bedacht. Maar ik moet ook zeggen: in Amerika was het makkelijker, want heftiger. De trends van Amerika zie ik in milde vorm in Nederland – de bezuinigingen op ons sociale vangnet kunnen ons nog veel gaan kosten – maar ik hoor hier nog geen kogels in mijn achtertuin.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.