'Je bent altijd ongerust als je je kind achterlaat'

Leïla Slimani schreef een thriller over de angst van elke ouder

Leïla Slimani, geboren in Rabat en sinds haar 17de Parijzenaar, schreef een prachtroman over een eenzame vrouw, die tegelijk een zedenschets van de harde, hedendaagse metropool is. Haar blik verademt, nuanceert en stemt tot nadenken.

Leïla Slimani Beeld Hollandse Hoogte

'De baby is dood', is de eerste zin van Een zachte hand. Meteen in het begin vertelt auteur Leïla Slimani dat oppas Louise Adam en Mia heeft vermoord, de twee kinderen die aan haar zorg zijn toevertrouwd. 'Ik wilde de lezer harpoeneren', zegt Slimani. 'Hij kan niet meer van het verhaal wegkijken. Hij wordt een soort onderzoeker, die zich afvraagt hoe dit drama heeft kunnen gebeuren.'

Hoe kon de schijnbaar perfecte Louise zo ontsporen? Waarom hebben de ouders, de vriendelijke dertigers Paul en Myriam, niet ingegrepen, terwijl Louise verontrustende tekenen van gekte vertoonde? Een zachte hand is een psychologisch portret van de eenzame, depressieve Louise, maar ook een zedenschets van het hedendaagse Parijs met zijn grote sociale verschillen. De welvarende stadsbewoners Paul en Myriam hebben open, tolerante en linksige ideeën, maar voelen zich slecht op hun gemak bij de volkse Louise die elke ochtend uit de banlieue komt. Zo leest Een zachte hand als een thriller met diepgang.

Leïla Slimani zit in de tuin van uitgeverij Gallimard, de oude uitgeverij van Sartre en Camus, een van de heilige plaatsen van de Franse cultuur. Een statig stadspaleis in het chique deel van de linkeroever van de Seine, gelegen aan de Rue Gaston Gallimard. Toen de uitgeverij in 2011 honderd jaar bestond, werd het eerste deel van de Rue Sébastien Bottin vernoemd naar oprichter Gaston Gallimard. De huidige directeur, zijn kleinzoon Antoine, woont nog steeds boven de zaak.

Waarom begint u het boek met de moord, de ontknoping?

'De eerste versie begon niet met de moord. Er kwam zelfs geen moord in voor. Maar ik merkte dat het verhaal over een oppas en een gezin een beetje saai werd. Ik had iets dramatisch nodig. Toen las ik een nieuwsbericht over een oppas in New York die twee kinderen had vermoord. Diezelfde avond heb ik de eerste drie pagina's van mijn boek geschreven. Zonder erover na te denken. De volgende ochtend herlas ik ze, en dacht: voilà, dat had ik nodig!'

Maar zou het boek niet spannend zijn als de moord aan het einde zou zijn geplaatst?

'In dat geval zou de suspense zijn geweest: gaat ze de kinderen vermoorden of niet? Dat wilde ik niet. Voor mij moest de spanning zitten in: hoe heeft dit kunnen gebeuren? Het boek gaat over de ongerustheid die we als ouders allemaal voelen als we onze kinderen bij een oppas achterlaten.'

U heeft zelf ook een oppas ingehuurd voor uw kinderen. Dacht u toen ook: als ze hun maar niets aandoet?

'Alle moeders hebben dat. Ik trok de deur achter me dicht en liet mijn kind achter bij iemand die ik niet kende. Je bent altijd ongerust als je je kind achterlaat, of dat nu in een crèche of bij een oppas is. Daarom leek het me ook goed materiaal voor een roman. Het is een angst die iedereen treft en voorbij gaat aan grenzen en klassen.'

Voelde u zich schuldig?

'Zoals alle moeders. Je weet dat je kinderen je missen. Je denkt: waarom moet ik ook zo veel werken? Maar ik vind dat vrouwen zich geen schuldgevoel moeten laten aanpraten. Als een man op zakenreis gaat naar Japan, zegt niemand: ach, die arme kinderen, wat moeten ze zonder hun vader? Een moeder is anders, wordt dan gezegd. Ook door mijn eigen moeder. Ik geloof daar niet in.'

Leïla Slimani groeide op in Rabat, in de betere kringen van Marokko. Haar vader was bankier en hoge ambtenaar, enige tijd staatssecretaris en voorzitter van de Marokkaanse voetbalbond. Haar moeder is arts. Op haar 17de kwam Slimani naar Parijs, waar ze de prestigieuze politicologie-opleiding Sciences Po volgde. Daarna werkte ze enige tijd als journalist voor het tijdschrift Jeune Afrique.

Beeld Hollandse Hoogte

Ze kwam op het idee voor haar eerste roman, Dans le jardin de l'ogre ('In de tuin van de veelvraat'), toen ze haar zoon borstvoeding gaf en de televisie verslag deed van het seksschandaal rond Dominique Strauss-Kahn. Het leek haar interessant een verhaal te schrijven waarin de seksverslaafde een vrouw was. In 2014 publiceerde ze het beklemmende verslag van de ondergang van de nymfomane Adèle, die haar innerlijke leegte probeert te bestrijden met vreugdeloze seks. Het boek werd wel omschreven als een 'Madame Bovary XXX'. In 2016 volgde Een zachte hand ('Chanson douce'), waarmee ze de Prix Goncourt won, de belangrijkste literaire prijs van Frankrijk.

Haar strakke, gebeitelde taal - wars van de wijdlopigheid die Franse literatuur soms kenmerkt - herinnert aan Camus, evenals haar hoofdpersonen Adèle en Louise. Net als Meursault in De vreemdeling gaan ze volkomen passief hun ondergang tegemoet.

'Louise en Adèle zijn allebei vreemdelingen. Ze staan buiten de wereld. Ze zijn niet in staat te praten over hun malaise. Als Adèle met haar man gepraat zou hebben, of Louise met de moeder Myriam, dan hadden deze drama's misschien niet plaatsgevonden. Maar ze zitten gevangen in hun tragisch lot.'

Wilde u daarmee iets zeggen over de huidige samenleving?

'De vreemdelingen zijn er altijd geweest. In elk land, in elk tijdperk komen mensen als Louise en Adèle voor. Ik wilde vooral een psychologisch portret schetsen.'

Louise, Adèle en ook Myriam ervaren wel een enorme druk. Is dat niet iets van deze tijd?

'Er zijn altijd mensen die meer druk ervaren dan anderen. Louise en Myriam zijn angstige vrouwen, die alles goed willen doen. Myriam wil een goede moeder zijn, maar ook een goede advocaat. Ze wil dat mensen haar bewonderen. Louise wil de beste oppas ter wereld zijn. Ze wil dat Myriam 's avonds thuiskomt en zegt: kijk wat ze nu weer heeft gedaan!

'Voor een deel is die druk inderdaad verbonden aan onze samenleving, die er een van winnaars en verliezers is. Iedereen wil slagen, op Facebook en Instagram laten zien dat hij de beste vakanties heeft, de mooiste appartementen en de mooiste kinderen. Er is een verschrikkelijke angst om een loser te zijn.

'Dat merk je zeker in grote steden als Parijs. Het is marche ou crève: doorgaan of creperen. Als je niet slaagt, word je eruit gegooid. Wie in het centrum van Parijs - of Londen of New York - wil wonen, moet werken als een paard, anders kun je je huis niet meer betalen. Mijn ouders vertelden me dat het vroeger anders was. In de jaren zestig of zeventig kon je nog gewoon in Parijs wonen als leraar of beginnend schrijver.'

Parijs speelt een belangrijke rol in haar romans, die koude, maar ook zo begerenswaardige metropool. De verhuizing van Rabat naar Parijs op haar 17de was een cultuurshock. 'Rabat was destijds een kleine stad met maar één bioscoop. Plotseling bevond ik me in deze immense stad, met al die mensen, al die consumptie, overal etalages', zegt ze. Het begin was eenzaam. 'In Parijs praten de mensen niet met je. In Marokko vraag je meteen of je kunt helpen als je een vreemdeling ziet. Bij ons thuis aten vaak toeristen, omdat je een vreemdeling niet alleen laat. In Frankrijk zijn de mensen koud. Het heeft me veel tijd gekost om vrienden te maken. Tegelijkertijd is Parijs een stad waar ik dol op ben.'

De ouders in Een zachte hand behoren tot een sociale groep die in Frankrijk de bobo's worden genoemd, naar bourgeois bohème. Alternatief, maar welvarend. Vader Paul is geluidstechnicus, moeder Myriam advocaat.

'Paul en Myriam zitten vol goede bedoelingen. Ze zijn aardig, niet-racistisch, open en tolerant. Het zijn mensen die je terugvindt in alle grote steden. Mensen die biologisch eten, fietsen, hun kinderen op muziekles doen.

'Ze gaan in volksbuurten wonen en willen dat hun kinderen vriendjes van buitenlandse afkomst hebben. Het probleem ontstaat als ze worden geconfronteerd met de werkelijkheid, met de hardheid van het leven. Als Paul en Myriam worden geconfronteerd met iemand als Louise, weten ze niet meer wat ze moeten doen.

'Ze worden patrons, maar ze hebben geen zin om de baas te zijn, want ze willen aardig zijn. Ze willen niemand domineren. Daardoor komen ze in een dubbelzinnige situatie terecht, waarin ze zich heel slecht op hun gemak voelen. Ik wilde laten zien hoe deze groep, die voor mij heel positief is en goede ideeën heeft, slecht voorbereid is op de hardheid van de samenleving. Ze slagen er niet in de confrontatie aan te gaan.'

Wat hadden Paul en Myriam moeten doen?

'Dat is natuurlijk de vraag. Hadden ze dan echte vrienden van Louise moeten worden? Hadden ze echte bazen moeten zijn? Ik heb ook het antwoord op al die vragen niet.'

Leïla Slimani. Beeld Hollandse Hoogte

In Parijs zijn veel nounous, oppassen, van Afrikaanse afkomst. In het boek is Louise blank.

'In een eerste versie was Louise Afrikaans. Maar in dat geval zou het een boek zijn geworden over racisme of de sociale situatie van zwarte nounous in Parijs. Ik wilde een ander boek schrijven, over een personage dat in zichzelf zit opgesloten. Literatuur is geen documentaire, geen reportage. Je bent niet verplicht de situatie te kiezen die het meest representatief of archetypisch is. Het is interessanter om eraan te herinneren dat sommige immigranten meer geld verdienen dan sommige blanken. Niet alle blanken zijn rijk en niet alle zwarten zijn arm. Onze wereld is complexer en interessanter.'

Heeft u daarom ook de journalistiek verlaten?

'Als je op een redactie werkt, dagelijks met het nieuws bezig bent, word je gedwongen dingen samen te vatten en te reduceren. Dat vond ik frustrerend. Als ik een afwijkend verhaal wilde vertellen, bijvoorbeeld over een blanke nounou, zei de chef: nee, ik heb een zwarte nounou nodig. Dat is jammer, want je sluit mensen op in een hokje. Je geeft een beeld van de samenleving dat gesloten is. Ik zou het interessant vinden eens een verhaal te lezen over Maghrebijnen die Front National stemmen. Daar zijn er heel wat van.'

Myriam is van Maghrebijnse origine, maar dat speelt in het verhaal geen enkele rol. Vindt u dat er in Frankrijk te veel over identiteit wordt gesproken?

'Al twintig jaar gaat het nergens anders over. Maar ik geloof dat mensen hun identiteit niet ontlenen aan hun paspoort, maar aan wie ze zijn en wat ze doen. U en ik begrijpen elkaar goed, hoewel we een verschillende identiteit en geschiedenis hebben, omdat we allebei geïnteresseerd zijn in literatuur. Maar tegen iemand die in dezelfde buurt geboren is als ik heb ik misschien niets te zeggen.'

Bent u blij dat Emmanuel Macron tot president is gekozen? Hij praat nauwelijks over identiteit.

'De verkiezing van Macron geeft me hoop op allerlei fronten. Frankrijk heeft moeilijke jaren doorgemaakt, met de economische crisis en het terrorisme. We hebben behoefte aan vernieuwing, optimisme. We willen er weer in geloven, met een jonge president die Frankrijk een goed imago geeft en niet de hele tijd over identiteit en hoofddoeken praat.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.