'Ja hoor, het lot geeft mij een aap als vrouw!'

Volkskrant zomerspeurtocht deel 6 en slot

Hier moet u het mee doen: dit is het laatste sprookje uit een reeks van zes. De verhalen en hun illustraties zitten boordevol aanwijzingen die u leiden naar een plaats in Nederland, waar een schat is verstopt, te weten de hiernaast afgebeelde prent van illustrator Raoul Deleo.

Beeld Raoul Deleo

Een vader zocht bruiden voor zijn drie zonen en gaf ze ieder een pijl en boog. 'Schiet, en waar je pijl neerkomt, zul je je bruid vinden', zei hij.

Van alle zes illustraties zijn hoge kwaliteitsprints te bestellen via volkskrant.nl/sprookjes

De eerste zoon vond zijn bruid in het paleis van de Khan.

De pijl van de tweede zoon belandde op het huis van de Grootvizier.

De derde zoon, genaamd Pej, schoot ver, uit het zicht, en vond zijn pijl pas na maanden zoeken terug aan de voet van een berg. De pijl lag daar naast een klein apenmeisje met grote ogen en een gelige vacht. 'Ja hoor, het lot geeft mij een aap als vrouw!', riep hij en dacht: 'Dit kan niet, het moet een vergissing zijn.' 'Volg mij, mijn man', zei het apenmeisje en gedwee volgde Pej haar staart. Door de bomen van de wild begroeide berg liepen ze, tot ze aankwamen bij een mooi paleis. Pej wist niet wat hij zag. Het apenmeisje nam Pej bij de hand en leidde hem een troonzaal in. 'Wacht hier', zei ze en ze verdween door een deur.

Beeld Raoul Deleo

Even later verscheen er uit diezelfde deur een echt mensenmeisje dat zo mooi was als een vrouw uit een sprookje. 'Dacht je dat je ongeluk had omdat je een apenmeisje gevonden had? Vergeet je verdriet en verheug je maar op wat komt. Want ik ben Maimoenjak, je bruid.' In het land waar Pej leefde, betekende Maimoenjak hetzelfde als aapje. Pej was gelukkig. De gedaantewisseling had hem zo blij gemaakt! Een jaar lang leefden zij in vreugde en liefde samen in het paleis.

Maar na een jaar begon hij zijn familie te missen. Het verdriet was te lezen in zijn ogen en zijn huid werd geel als een citroen. 'Ga dan naar je huis', zei Maimoenjak, 'maar kom binnen vijf dagen weer terug.' Dat kon natuurlijk niet, want hij moest maanden reizen om terug bij zijn familie te komen. 'Maak je geen zorgen, ik regel het', zei Maimoenjak en voor Pej het wist stond er een prachtig renpaard voor zijn neus. 'Dit paard brengt je meteen waar je zijn wilt!'

Het paard leek inderdaad betoverd en Pej was binnen een dag bij zijn vader. Zijn broers waren getrouwd met de dochters van de Khan en de Grootvizier. Hun vrouwen waren lui, zo lomp als schildpadden en zo dom als ganzen. Het deerde de jongens niet, verblind als ze waren door de afkomst van de vrouwen.

Beeld Raoul Deleo

Bronnen

Dit sprookje komt uit Rusland maar kent vele versies, onder meer uit Italië en de Filipijnen waarin de bruid dan geen aapje is maar een kikker. Als zodanig is het verhaal geclassificeerd in de Aarne-Thompson Index van folkloreverhalen uit 1910 onder categorie 402: dierenbruiden. Deze versie, waarin het element met de ijzeren schoenen uniek is, is gebaseerd op het boek De Wonderbloem: sprookjes en vertellingen uit Rusland (oorspronkelijke uitgever Verlag Volk und Welt/Kultur und Fortschritt, Berlijn, 1969).

'En wie is jouw vrouw eigenlijk?', vroegen de broers. Pej antwoordde: 'Maimoenjak.' Toen ze dat hoorden, schoten de broers in de lach. 'Een aap! Dan zal je wel in een kooi wonen zeker!', zei de ene broer. En de andere riep: 'Dan ben je mooi in de aap gelogeerd!' Ze geloofden er niets meer van dat hij in een prachtig paleis woonde.

De vader wilde nu wel eens weten hoe vlijtig de vrouwen van zijn zoons waren, want in die tijd was vlijtig wel het beste wat een vrouw kon zijn. Hij gaf ze een opdracht: 'Hier is een zak meel. Vraag jullie vrouwen om vier dozijn koeken voor mij te bakken die allemaal anders smaken.'

De jongens gingen naar hun huizen, Pej op zijn betoverde renpaard, en vroegen hun vrouwen om te bakken. Maimoenjak haalde haar zussen erbij en ze bouwden een oven. In de oven goten ze de hele zak meel leeg en wat water en riepen: 'Meel en water, lucht en gist, oven, oven, bak met list!' De volgende ochtend rook het naar de heerlijkste koeken.

Beeld Raoul Deleo

Pej racete terug naar zijn vader en toonde de koeken. De vrouwen van de broers hadden er niks van gebakken. Zo kregen ze nog twee opdrachten: om een mooie jas te naaien en om een feestmaal te bereiden. Maimoenjak slaagde met vlag en wimpel en bij het feestmaal ontmoette zij eindelijk haar schoonfamilie. Ze danste ook nog eens als de beste! Haar lompe schoonzussen hadden ondertussen behoorlijk de pest in gekregen en zonnen op een list.

Met zoete toon begonnen ze te stoken tegen Pej: 'Je vrouw draagt altijd maar die gele mantel. Waarom maakt ze zichzelf niet iets mooier voor je? Waarom loopt ze zo voor aap? Pej, gooi de jas in het vuur, ze kan toch die prachtige nieuwe mantel aantrekken die ze net gemaakt heeft?'

Dat leek Pej een redelijk verzoek, de vrouwen hadden immers een nobele afkomst, en toen Maimoenjak even niet keek, gooide hij de gele jas in het vuur. De laatste gele vezel verbrandde tot as. Na een paar minuten kwam Pej's echtgenote aanrennen - als apenmeisje. Pej schrok zich een ongeluk. 'Wat doe je nu?', riep Maimoenjak in paniek. 'Die gele mantel was eigenlijk mijn apenhuid. Nog één maand hoefde ik hem maar te dragen en dan was de vloek opgeheven en zou ik voor altijd een echt mens blijven.' Ontroostbaar zakte ze ineen. 'Nu moet ik weer een aapje zijn... en moet je mij verlaten mijn lief. Er is maar één manier om mij ooit terug te zien: maak voor jezelf zeven paar schoenen met ijzeren zolen en reis naar het Oosten. Pas als de schoenen versleten zijn, zul je me terugvinden.'

Beeld Raoul Deleo

Pej brak van verdriet, maar deed wat hij zijn vrouw had beloofd: hij maakte zeven paar schoenen met zolen als strijkijzers en trok naar het Oosten. Jaren en jaren gingen voorbij, Pej liep tot de vonken van zijn schoenen vlogen en vaak liep hij door in de nacht. Hij was al een oude, grijze man toen de laatste schoen versleten was en hij met zijn tenen de grond voelde.

Hij keek op en zag hij een afzichtelijk oud vrouwtje. Met krakende stem zei zij: 'Wat wil je? Wil je eten? Dan moet je eerst hout voor me hakken!' Pej volgde de vrouw naar een knoestige boomstam en nam haar bijl. De vrouw keek dreigend: 'Hak de boom in stukken of ik eet je op!' Maar toen hoorde Pej ineens de zachte stem van zijn mooie vrouw uit het bos: 'Pej, mijn lief! Dit is mijn stiefmoeder, die mij jaren geleden betoverd heeft. Hak de boom in stukken en roep dat het nu uit is met haar apenstreken!'

Pej deed het en riep zo hard hij kon. In één luide klap viel niet alleen de boom uiteen maar ook de heks, in wel duizend stukken. En daar verscheen Maimoenjak aan de horizon; ze was weer de mooiste vrouw van de wereld. Pej kon zijn geluk niet op! En ze zeiden tegen elkaar: 'Voortaan zullen we gelukkige mensen zijn.'

Genie

Dit jaar bestaat het katern V vijf jaar - 5 maart was onze verjaardag. Om dat te vieren, hebben we fraaie sprookjes verzameld, die we de afgelopen weken hebben gepubliceerd.

Elk sprookje is prachtig geïllustreerd door de Rotterdamse kunstenaar Raoul Deleo (1968). Van de laatste prent van Deleo hebben we ergens in Nederland het origineel verstopt, ter waarde van 4.000 euro. Wie die prent als eerste vindt, mag hem hebben.

De zes sprookjesafleveringen zitten boordevol aanwijzingen, die naar de vindplaats leiden. U hoeft nergens anders te zoeken: op al die pagina's samen is alles te vinden. De voorgaande vijf afleveringen heeft u dus nog nodig, evenals deze aflevering. Pas nu zijn alle benodigde aanwijzingen compleet!

Wie de schat vindt, is waarschijnlijk een genie. Maar hé, u bent Volkskrantlezer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.