Interview

'Is het woord sterker dan het zwaard?'

Interview schrijver Frank Westerman

Als kind maakte schrijver Frank Westerman de Molukse treinkapingen mee. Als correspondent was hij getuige van de Tsjetsjeense terreur in Rusland en verloor hij zijn geloof in het vrije woord. Met zijn nieuwe boek wilde hij dat terugwinnen.

Frank Westerman Foto anp

De avond na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo stond Frank Westerman met zijn 13-jarige dochter op de Dam. Hij hield een pen omhoog, maar het voelde niet zoals het zou moeten voelen. Het was een loos gebaar. 'Het woord sterker dan het zwaard? Ik geloofde het niet meer. Van die pen moesten we het helemaal niet hebben.'

Het schrijven van Een woord een woord, dat morgen verschijnt, was een laatste poging zijn eigen cynisme de kop in te drukken, zegt bekroond non-fictieschrijver Westerman (51). Het is een persoonlijke zoektocht, langs de straten van Assen, waarin hij opgroeide, te midden van de Molukse gemeenschap die ook treinkapers voortbracht, langs de oevers van de Terek, die hij als correspondent ten tijde van de oorlog in Tsjetsjenië niet meer over durfde te steken, en langs het nagebouwde dorp 'Ossendrecht 2', waar hij deelnam aan een politietraining onderhandelen.

Terug naar 11 juni 1977 - Frank Westerman was 12 - en voor de tweede keer in twee jaar tijd was er een trein gekaapt door Molukkers. 'Ik werd wakker en toen ik uit het raam keek, stond er een pantserwagen op de stoep. Verderop, tussen de weilanden, stond de gekaapte trein. Ik mocht in de pantserwagen kijken en achter de prikkeldraadversperring. Het veldje achter onze school diende tijdens de kaping als helihaven. Ik stond er letterlijk dichtbij. De laatste jaren, nu de jihadkaravaan steeds dichterbij komt en Brussel heeft bereikt, kwam bij mij de gedachte op dat we het allemaal al eens hebben meegemaakt. De pantserwagens staan nu in de straten van Brussel, toen stonden ze onder mijn slaapkamerraam in Assen.'

U kende zelfs de kapers.

'De Molukse gemeenschap was protestants-christelijk en bevond zich dus in dezelfde zuil als wij. Een aantal kwekelingen op onze lagere school, docenten in opleiding, waren Molukkers: ze gaven handenarbeid en muziek en hadden kapsels zoals The Jacksons. Ik herinner me dat de hoofdonderwijzer de klas binnenkwam, meneer Top, de vader van mijn beste vriendje. Hij zei, in ouderwets Drents: 'Jullie bent al grote kindern' - ik hóór het hem zeggen. Daarna legde hij uit wat een treinkaping was, want dat was een unicum, nooit vertoond. Vliegtuigkapingen waren in die jaren schering en inslag. Het was een à twee keer per maand raak in West-Europa. Op hijack Sunday (op 6 september 1970, red.) waren het er vier op één dag. Het lijkt soms, vind ik, alsof we dat totaal zijn vergeten.

'Meneer Top zei dat onze handenarbeidleraar die dag niet zou komen. Hij zat in de trein. Als kaper. Een van de andere kwekelingen was hun woordvoerder, weer een ander zou twee dagen later het Indonesische consulaat in Amsterdam bezetten. Bij de tweede treinkaping was Mingus betrokken, een klasgenoot van mijn zus op de havo. Daarna kwam de gijzeling van het provinciehuis in Assen in 1978. Dat was de laatste, maar ook de kortste, wreedste en meest meedogenloze van de Molukse acties.'

Waarom noemt u de laatste actie de wreedste? Bij de eerste treinkaping, in Wijster, werden drie burgers gedood.

'Het is een gradatieverschil. Bij de provinciehuisbezetting zijn uiteindelijk twee doden gevallen. Een van de daders van die bezetting, Dicky Helaha, had net zijn havo-diploma en zou atheneum gaan doen op dezelfde school als ik. Hij en de mededaders waren, in tegenstelling tot hun voorgangers, nauwelijks bezig met de Molukse zaak en ondertekenden hun eisen met 'zelfmoordcommando'. Bij het begin van de actie werd meteen een gijzelaar geëxecuteerd, in koelen bloede uit het raam geschoten. Toen duidelijk werd dat hun eisen - vrijlating van Molukse gevangenen, 13 miljoen dollar losgeld en een vluchtvliegtuig - niet werden ingewilligd, stonden ze klaar om gijzelaars een voor een te executeren. Dicky had zijn doodskleed al aan, een zwart gewaad. Hij ging doden, en zou gedood worden. Er was geen twijfel.'

Frank Westerman

De terroristen van toen lijken in meer dan één opzicht op de terroristen van tegenwoordig - bedoelt u dat te zeggen?

'Ja. Dicky Helaha voldoet aan het profiel van de jihadist die zichzelf wil opblazen. Je zou hem een voorloper kunnen noemen.'

Kon u in die tijd begrip opbrengen voor de Molukse acties?

'Ik herinner me vooral de grimmigheid, de spanning, Harmen Siezen en buitenlandse journalisten in de straat. In Assen leefde het begrip - niet voor de methode, maar wel voor het onrecht. Mijn leraren en ook mijn ouders waren zich bewust van de schofterige behandeling die de Molukse gemeenschap ten deel was gevallen.'

Voor uw boek sprak u Abé Sahetapy, ex-kaper, drievoudig moordenaar en tegenwoordig dichter. U schrijft dat u, als u in zijn schoenen had gestaan, waarschijnlijk ook ontvankelijk zou zijn geworden voor de gewapende strijd.

'Ik denk het wel, schrijf ik. Ik realiseer me hoe raar dat klinkt. Wie wordt er nou kaper? Wie haalt dat in z'n botte kop? Ik kan zo kwaad worden om die Ayoub die met z'n automatische geweer in de Thalys stapte. Zó kwaad - kom verdomme niet aan ons.

'Maar nu terug naar de Molukkers. Waar hebben we het dan over? In de onafhankelijkheidsoorlog vochten veel Molukkers aan de kant van de kolonisator - zij knapten voor ons het vuile werk op. Toen Indonesië onafhankelijk werd, belandden zij tussen wal en schip. Hun eigen republiek, die hun min of meer door ons was beloofd, kwam er niet, en door Indonesië werden ze als verraders gezien. Duizenden Molukse gezinnen werden naar Nederland gehaald en hier gedumpt in voormalige nazikampen. Een groot onrecht. De tweede generatie die hier opgroeide, had Ambon nooit gezien.

'In die tijd stonden Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer vol met steunbetuigingen aan linkse onafhankelijksbewegingen, zoals die in Bolivia in Vietnam; geweld werd verheerlijkt zolang het de marxistische zaak diende. Maar de strijd van de protestants-christelijke Molukkers viel buiten die linkse denkkaders, ze werden met de nek aangekeken. Op dat punt zeg ik: ja, ik kan me voorstellen dat ik net als Abé Sahetapy aan de noodrem van een trein had getrokken om aandacht te vragen voor mijn zaak. Ik denk het wel.'

Er is een verschil tussen in de trein aan de noodrem trekken en iemand door zijn hoofd schieten.

'Ik kan me niet voorstellen dat ik verder zou zijn gegaan dan aan de noodrem trekken. Durf ik helemaal voor mezelf in te staan? Dat ook weer niet. Toen ik net 21 was, ging ik naar Cuba om mijn steun te betuigen aan de Cubaanse revolutie, ik plukte guaves en haalde een diploma van de werkbrigade. Ik raakte bevriend met Margrit Schiller, een RAF-terroriste die in Cuba politiek asiel had gekregen. Jaren daarna las ik over wat ze op haar kerfstok had, hoe ze afgleed in die geweldsscene, hoe ze molotovcocktails bereidde om brand te stichten in luxe warenhuizen. De strijd van Abé kon ik volgen, die van Margrit totaal niet.'

RAF-terroriste Margrit Schiller in 1971 Foto ullstein bild via Getty Images

Hoe kijkt u nu terug op uw vriendschap met RAF-terroriste Schiller?

'Ze zei in eerste instantie niet wie ze was, ik kwam er pas later achter dat ze voortvluchtig was, een Duitse staatsvijand. Het eerste wat ze me vroeg, was niet naar buiten te brengen wie ze was en dat ze daar woonde. Ik gehoorzaamde, hoewel ik van plan was journalist te worden en het feit dat Fidel Castro haar asiel had verleend een internationale primeur was. Schiller was geen kleine vis: ze had zes jaar in de gevangenis gezeten; een RAF-commando in Stockholm gijzelde de ambassade en schoot twee attachés dood om onder anderen haar vrij te krijgen.

'Zij vroeg me om in Europa twee brieven voor haar te posten, iets wat ik zonder nadenken deed. Vijf jaar na onze eerste ontmoeting zocht ik haar op in Havana; ze had twee kindertjes, Ulrike en Holger, vernoemd naar RAF-leden Ulrike Meinhof en Holger Meins. Later hoorde ik dat ze een zomer lang op een flatje in Rotterdam heeft gebivakkeerd om daar de logistiek van El Al-vluchten van en naar Tel Aviv in kaart te brengen, vluchten die zij met een aantal Palestijnen wilde kapen. Ik kon mezelf wel voor m'n kop slaan toen ik zestien jaar nadien las hoe meedogenloos ze was geweest. Ik had spijt dat ik die brieven had gepost, ik had ze aan de politie moeten overhandigen. Die adressen waren interessant. Waren dat safe houses van de RAF?'

Uw boek draait om de vraag of de pen machtiger is dan het zwaard. Voor de Molukkers geldt in elk geval: pas toen ze geweld gingen gebruiken, werden ze gehoord.

'Het is niet zwart-wit. Ik kwam een uitspraak tegen van John F. Kennedy: 'Geweld is in essentie woordloos en begint daar waar het rationele denken en communiceren ophouden.' Was het maar zo simpel. Er zijn woorden nodig om tot een geweldsdaad te komen; opzwepende taal, bedwelmende taal. De geweldsdaad heeft een bijsluiter nodig - híérom doen we dit! En dit kunnen jullie nog verwachten! De taal staat niet per definitie aan de kant van de beschaving.'

14 december 1975: Molukse gijzelnemers voor de trein bij Wijster Foto ANP

De erkenning van de Molukkers kwam pas na de gijzelingsacties. Wat zegt dat?

'Dat ze de dialoog hebben afgedwongen at gunpoint. Dat is gelúkt.'

Nederland zette psychiaters in om dagenlang met de kapers te onderhandelen.

'Ja, de Dutch Approach. En die gesprekken mochten lang duren. Die Dutch Approach was uniek in de wereld, maar stuitte binnen een paar jaar op grenzen. Bij de gijzeling van de schoolklas in Bovensmilde, tegelijkertijd met de tweede treinkaping, lukte het nog om de kapers te overtuigen de kinderen vrij te laten. Maar de trein werd met een overkill aan geweld bestormd. Bij de gijzeling van het provinciehuis is het maar goed dat er een bestorming plaatsvond. De troepen kwamen net op tijd, want de gegijzelde ambtenaren zaten al klaar om te worden geëxecuteerd.'

Mei 1977: kinderen verlaten de gekaapte school in Bovensmilde

Was de Dutch Approach wel of geen goede aanpak?

'Er zijn mensen die hun leven eraan te danken hebben. Maar zouden we het nu weer zo moeten doen? Dat denk ik niet. Het is niet meer van deze tijd. In mijn boek zet ik die aanpak, de meest begripvolle denkbaar, af tegen hoe Poetin de strijd van de Tsjetsjenen heeft neergeslagen. Hij heeft Grozny platgebombardeerd, waarbij misschien wel honderdduizend burgers zijn omgekomen, om een paar dozijn terroristen uit te schakelen. Zo heeft hij talloze nieuwe generaties terroristen gekweekt. Dat is een gevolg van de Russische benadering, een benadering waar wij in West-Europa meer en meer voor kiezen. Niet willen praten en alleen maar bombarderen, is een teken van zwakte.'

Toch heeft de aanpak van Poetin als methode om terrorisme te bestrijden gewerkt, schrijft u.

'Ja. Maar: ten koste van al die mensenlevens. De vraag is: ben je dan niet gaan lijken op degene die je bestrijdt, of zelfs nog erger? Als je je eigen kernwaarden overboord gooit, wat heb je dan nog te verdedigen? Als je de strijd tegen terreur ziet als een strijd van beschaving tegen barbarij, en zo zie ik het, moet je wel die beschaving in ere houden.'

Hoe moeten we dan wel omgaan met terroristen?

'Vroeger gingen we bij een ruzie op de vuist. Tegenwoordig komen we er pratend uit en als dat niet lukt, gaan we naar de rechter. Bij een terreuractie staan we oog in oog met iemand die zich niet aan die spelregels houdt. Zijn er dan beschaafde middelen om het geweld te stoppen, of is er geen andere optie dan tegengeweld? Dat is de vraag.

'Toen ik de onthoofdingsfilmpjes van Jihadi John zag - ik bekeek ze niet tot het einde - wilde ik niets liever dan dat een bom op zijn kop zou vallen. Ook ik wilde, in eerste instantie, wraak. Maar dat kán niet het hele antwoord zijn. Als we de buitenwijken van Raqqa platbombarderen, hoeveel kinderen zullen het dan overleven die zich als strijders zullen opwerpen?'

Wat is het verschil tussen de terroristen van de jaren zeventig en die van tegenwoordig?

'De terreuracties van de jihadisten zijn losgekoppeld van een politiek doel. Ze omarmen het martelaarschap en hechten geen belang aan hun eigen leven, ze zijn uit op het creëren van angst en chaos en ze voeren zelf de regie over wat ze naar buiten brengen, via sociale media.'

Kunnen we onderhandelen met types als Jihadi John?

'De terreurbestrijders die ik heb gesproken, zeggen: dat gáán we doen, wacht maar af, we gaan onderhandelen met IS. Het antwoord is fundamenteel: het zwaard kan niet zonder de pen, want de pen is waar we voor staan. Hier in West-Europa hebben we, en dat is waar het om draait, een beter verhaal: democratie, het recht om het met elkaar oneens te zijn. Als we die schat overboord kieperen, hebben we niks meer te verdedigen. Zij zeggen dat ze een utopie nastreven. Hoe verwerpelijk het ook is, het is een ideaal. Wij hebben alleen iets veel beters. Ook op het terrein van het woord moeten we een strijd blijven voeren. Op dat vlak winnen we het duel glansrijk.'

Maar hoe?

'In 1977 was een Lufthansa-vliegtuig onderweg van Mallorca naar Frankfurt toen het toestel werd gegijzeld door vier Arabieren. Een van de copiloten wist de leider van de kapers, die op het punt stond te moorden, aan de praat te houden. Daardoor heeft hij levens gerend. Uiteindelijk zijn de kapers met geweld overmeesterd - heel goed. Zowel de pen als het zwaard zijn dus nuttig, ze kunnen niet zonder elkaar.'

Het is me nog niet helemaal duidelijk: op welke manier kunnen we onderhandelen met IS?

'Het gaat er niet om dat we tot een deal moeten komen, maar het is belangrijk altijd in gesprek te blijven, informatie in te winnen vooral, onszelf niet te vervreemden van onze vijand. Achter de schermen wordt er altijd onderhandeld: ook door Groot-Brittannië met de IRA, bijvoorbeeld, terwijl altijd werd beweerd dat dat niet gebeurde. De onderhandelaars opereren achter de schermen, zij zijn de gladiatoren van het geweldloze gevecht.'

14 december 1975: Molukse kapers verlaten de trein bij Wijster Foto ANP

U liep ooit met een gebroken geweertje op uw jas. Wanneer hield u daarmee op?

'Ik ben opgeleid tot irrigatieingenieur en wilde ontwikkelingswerker worden. Ik heb tijdens mijn studie gecollecteerd voor het gewapend verzet in El Salvador. Vanaf dat moment heb ik het gebroken geweertje maar van mijn jas gehaald.

'Onze houding ten opzichte van geweld, niet alleen die van mij, is sinds de jaren zeventig verschoven. Vroeger was de ME de vijand, tegenwoordig zie ik ze als onze beschermers. In de jaren zeventig hadden we een minister van Defensie, Henk Vredeling, die openlijk zei dat hij allergisch was voor uniformen. Dat kun je je nu niet meer voorstellen.'

Het was een compleet andere tijd, maar waren het ook niet compleet andere terroristen?

'Ik weet het niet. De Molukkers in de trein bij Wijster baden voor ze de trekker overhaalden en een passagier executeerden. Dat is gebeurd - en wij denken nu dat er maar één boek is waar dodelijke concepten uit kunnen worden gedestilleerd. Het gaat even makkelijk, kennelijk, met het Oude Testament in de hand.'

Wat is er te zeggen over de persoonlijkheid van terroristen?

'Die zijn bovengemiddeld hoogopgeleid, er zitten niet meer psychopaten tussen dan tussen de doorsneebevolking. Ze lijken qua persoonlijkheid nog het meest op politieagenten, wat betrekkelijk verontrustend is. Ze zijn niet gewetenloos, want ze handelen uit overtuiging. Ze zetten zichzelf opzij voor een hoger doel.'

Was 11 september 2001 een kantelpunt in uw denken over terreur?

'Zeker. Ik was toen correspondent in Rusland. De Tsjetsjeense separatisten veranderden in de perceptie: van onafhankelijkheidsstrijders in terroristen en jihadisten. Het beeld sloeg om, Poetin kreeg de wind mee. In 2004 werd de school in Beslan door Tsjetsjenen gegijzeld. Het is de enige terreuractie waar ik tot op heden echt geen beelden van kan zien. Door Poetin werd niet onderhandeld, uit principe, zei hij. Uiteindelijk kwamen er bij de bestorming van het gebouw 334 mensen om, onder wie 186 kinderen, mede door zijn botheid.'

Meebewegen

Voor zijn nieuwe boek Een woord een woord volgde Frank Westerman een onderhandelingstraining in Ossendrecht 2, een nagebouwd politiedorp. 'Er stond een acteur met een mes op de keel van zijn zogenaamde vriendin, die hij verdacht van vreemdgaan, en ik moest met hem praten. Na afloop kreeg ik te horen dat ik te snel met tegenwerpingen kom, ik liet me uitdagen, waardoor ik in een discussie beland. Dat is niet verstandig. Je moet meebewegen.'

Is het door Beslan dat u nu zegt: we moeten altijd blijven praten?

'Ja. Poetin probeerde het om te draaien: 'Niemand heeft het recht te praten met kindermoordenaars', zei hij. Maar: er werden kínderen gegijzeld in die kokend hete aula, ze kregen niets te drinken en zaten onder een draad die was volgehangen met explosieven. Er waren tientallen gijzelnemers - zij zijn uiteraard de ergsten, de moordenaars.

'Maar de manier waarop die gijzeling werd bestreden, was ongekend bot. Het gaat om kinderen, natuurlijk moet je die proberen te redden! Zo laat je zien dat je moreel superieur bent, dat je beter bent. Die kans lieten de Russen schieten. En daarna werd er, over de ruggen van dode kinderen, gezegd: kijk eens, hoe erg onze tegenstander is! Schandalig.'

U schrijft dat u als Rusland-correspondent uw geloof in de kracht van het vrije woord kwijtraakte. Op welk moment gebeurde dat?

'Het was 1998. Op een laken langs de rivier de Terek lagen vier hoofden, van drie Britten en een Nieuw-Zeelander, telecommedewerkers. Het was gevaarlijk om de Terek over te steken en in Tsjetsjenië reportages te maken. Er waren er die het deden, maar ik deed het niet. Dat voelde als een nederlaag. Ik kon mijn werk niet meer doen, geen feiten meer verzamelen. Daar hield het woord op. Wat overbleef, waren de gijzelingen en de bommenwerpende Russische luchtmacht. Ik ben mijn geloof in het woord aan den lijve kwijtgeraakt en ik wilde het aan den lijve terugwinnen.'

Is dat gelukt?

'Ja, ik denk dat ik nu hier tegen jou met enig vuur weer pleit voor de pen. De pen kan niet zonder het zwaard, maar het zwaard ook niet zonder de pen.'

Frank Westerman, Een woord een woord, de Bezige Bij, 19,90 euro.


Molukse acties in de jaren '70

Augustus 1970 Molukse jongeren proberen de Indonesische ambassadeur te gijzelen, een hoofdagent wordt doodgeschoten.

Maart 1975 Poging tot gijzeling van koningin Juliana door Molukse jongeren wordt verijdeld.

December 1975 Treinkaping bij Wijster (Drenthe), de machinist en twee passagiers worden geëxecuteerd, de zeven daders geven zich na twaalf dagen over. Tegelijkertijd wordt het Indonesisch consulaat in Amsterdam bezet. Daarbij valt één dode, een man die van 10 meter hoogte uit het raam springt.

Mei 1977 Treinkaping bij het dorp De Punt (Drenthe). De bestorming van de trein kost twee passagiers het leven. Zeven van de negen gijzelnemers komen om. Op hetzelfde moment wordt een lagere school in het Drentse Bovensmilde bezet, daar vallen geen gewonden.

Maart 1978 Drie Molukkers bezetten het provinciehuis in Assen. Een ambtenaar wordt geëxecuteerd en een gedeputeerde raakt gewond bij de bevrijdingsactie, een dag later. Hij overlijdt aan zijn verwondingen.