Interview Ndaba Mandela

‘In zijn gedachten was Nelson Mandela bezig met het grootbrengen van een nieuwe leider’

Ndaba Mandela. Beeld Tom van Schelven

Deze woensdag zou Nelson Mandela 100 jaar zijn geworden. Kleinzoon Ndaba (35) groeide jaren bij hem op en eert hem met een boek: helaas, de grote leider van Zuid-Afrika was niet de beste opvoeder. 

Ndaba Mandela was 11 jaar toen de chauffeur van zijn grootvader hem kwam ophalen, in een glanzende zwarte BMW. Weg uit de sloppenwijk in Soweto – weg bij zijn ouders. Die avond, in een overdonderende, omheinde witte villa in een blanke voorstad van Johannesburg, ontmoette Ndaba voor de tweede keer in zijn leven zijn legendarische opa: Nelson Mandela.

Zijn eerste levensles kreeg Ndaba nog diezelfde avond.

‘Ik verwacht van je dat je je kamer netjes houdt, Ndaba.’

‘Ja, opa.’

‘Het maakt niet uit hoe nederig of hoe groots je omgeving is, netheid is een zaak van zelfrespect.’

‘Ja, opa.’

Ndaba was de eerste kleinzoon die Nelson Mandela in zijn eigen huis nam, in 1993 – een jaar voordat de voormalige ANC-leider de eerste zwarte president van Zuid-Afrika zou worden. Na 27 jaar gevangenschap. Hij had nu de mogelijkheden en het geld om zijn zoon Makgatho, de vader van Ndaba, naar de universiteit te sturen. Ook Ndaba’s moeder ging onder zijn druk, ver weg, een opleiding tot maatschappelijk werker volgen.

Ndaba Mandela. Beeld Tom van Schelven

Waarom nam hij u onder zijn hoede, denkt u?

Aarzelend: ‘Ik kan natuurlijk niet in het hoofd van Nelson Mandela kijken. Maar misschien zag hij het als een tweede kans, om de vaderrol op zich te nemen. Zijn eigen kinderen had hij niet meer kunnen opvoeden, nadat hij was opgesloten.’

Uw ouders ruzieden en dronken veel. Was dat ook een reden voor uw grootvader om u in huis te nemen?

‘Nee. Ik bedoel: er was een boel alcoholmisbruik, maar hij wilde vooral dat mijn ouders zich konden concentreren op hun studie.’

Het is nogal wat, een kind te scheiden van zijn ouders.

‘En in het bijzonder van zijn moeder. Ik miste mijn moeder vreselijk. Natuurlijk heb ik hem vergeven, vele jaren later. Ik begreep waarom hij het had gedaan. Mijn vader had nooit meer onderwijs gevolgd, na de middelbare school. Hij was een sjacheraar die het in z’n eentje moest zien te rooien, nadat mijn grootvader was opgepakt. Terwijl Nelson zelf was afgestudeerd aan de universiteit. Hij was de eerste zwarte advocaat die een praktijk opzette in Johannesburg. Mijn grootvader geloofde heilig dat je alleen met een goede opleiding je positie kon versterken.’

Nelson Mandela was voor u meer een vader dan uw eigen vader.

‘Ik heb langer bij hem gewoond dan bij mijn eigen vader.’

De lange man met de diepe basstem valt stil aan de gigantische vergadertafel met de bontgekleurde stoelen, in de directiekamer van uitgeverij Penguin Random House. Op de achtergrond klinkt het doordringende gekerm van Londense brandweerwagens. Het is bloedheet buiten.

De moed om te vergeven, heet het boek dat Ndaba Mandela schreef, over hoe het was om op te groeien bij een van ’s werelds grootste leiders. Hij is de kleinzoon van Nelson Mandela en zijn eerste vrouw Evelyn Mase, van wie de ANC-leider scheidde toen zijn gevecht tegen de apartheid steeds gevaarlijker werd. Vandaag, 18 juli, zou Nelson Mandela 100 jaar zijn geworden; hij overleed eind 2013. Het boek, met als ondertitel Levenslessen van mijn grootvader, is afwisselend tragisch, humoristisch, aangrijpend, wijs en mild. Aanmerkelijk milder en vergevingsgezinder dan Ndaba zich soms toont tijdens het gesprek, dat bij vlagen rakelings scheert langs onverwachte, emotionele afgronden. Dat blijkt bij deze vraag:

U woont nog steeds in dat oude huis van uw grootvader, in Johannesburg. Hoe voelt dat?

‘Het is niet goedkoop om dat huis te onderhouden, kan ik je vertellen.’ Lacht: ‘Het is een enorm huis. Maar het is me gelukt, de afgelopen vijf jaar, met hulp van een tante. Alleen met haar.’ Van het ene op het andere moment: ‘Nobody else, at all!’ Ferme klap op de directietafel. ‘Allerlei familieleden vertellen me: ‘Jij kunt dit huis helemaal niet betalen, waarom maak je er geen museum van?’ In plaats dat ze zeggen: ‘Wat is dit huis toch groot, kunnen we je ergens mee helpen?’ De directietafel krijgt nog een klap: ‘Nee! Ze zien liever dat het huis verandert in een museum. Tegen de wil van mijn grootvader: zijn grote wens was dat het een familiehuis bleef. Maar het enige waaraan ze kunnen denken, is geld. Shame on you!

Het boek van Mandela Ndaba, De moed om te vergeven.

U schrijft er niet over in uw boek, maar er is een hoop geruzie in de familie Mandela, over de erfenis van uw opa. Buitengewoon jammer, juist ook omdat hij zo stond voor waardigheid, en vrede.

Hij herpakt zich. Op kalme toon, op Nelson Mandela-toon: ‘Het is verdrietig, maar zo is het leven. Dit soort dingen gebeurt in veel families. Het enige verschil is dat we een erg grote familie zijn, die wordt gerespecteerd in de hele wereld. Dus alles wat er bij ons gebeurt, is meteen wereldnieuws.’

Daarom lijkt het me ook zo’n verantwoordelijkheid om die achternaam te dragen.

‘Iedereen levert maar commentaar, commentaar, commentaar. Laat ze hun eigen familie becommentariëren in plaats van die van mij.’

Maar u maakte zich net ook kwaad, over de familie.

‘Ja.’ Alsof hij de bewuste familieleden toespreekt, met stemverheffing: ‘Hou eens op met altijd achter dat geld aanzitten. Geld waar je niet voor hebt gewerkt. Er bestaat niet zoiets als gratis geld.’ Klap op tafel: ‘Easy come, easy go! Ze willen thuiszitten, opstaan om twaalf uur ’s middags, lui zijn en toch geld hebben. What the hell. No.’

Maar nog een keer: hoe is het om nog in dat huis te wonen? Hoort u in uw gedachten de stem van uw grootvader?

‘Nostalgie, ja. Soms zie ik hem zo voor me, zittend in de woonkamer, de krant lezend, televisie kijkend. Natuurlijk: hij is bij me, elke dag. Elke dag.’

Praat u nog weleens met hem?

‘In mijn gebeden. Dan vraag ik hem me de weg te blijven wijzen, om er continu te zijn voor me, om me kracht te geven. En om me mijn zonden te vergeven.’

Welke zonden?

Uitbundige lach: ‘Alle zonden die mensen elke dag weer begaan.’
Later: ‘De buitenwereld verwacht erg veel van onze familie. Maar niemand ter wereld kan in de schoenen van Nelson Mandela staan. In plaats daarvan wandel ik in zijn licht. Zijn waarden zitten in me. Mijn grootvader kon iedereen voor zich innemen, ongeacht achtergrond, ongeacht leeftijd. In de gevangenis mocht niemand hem langer dan drie maanden bewaken. Want vroeger of later werd Nelson Mandela je vriend. En ging je hem gunsten verlenen. Hij wist hoe hij de menselijke ziel kon binnendringen.’ Bonkt op zijn hart. Gepassioneerd: ‘Die gave had hij gekregen van God. Daarom denk ik ook dat hij al die jaren in leven is gebleven, terwijl er zo veel andere anti-apartheidsstrijders zijn vermoord, kijk naar Steve Biko. Waarom is Nelson Mandela niet vermoord in de gevangenis? Omdat een hogere macht dat voorkwam. Omdat mijn grootvader was voorbestemd een speciale rol te gaan spelen, na zijn gevangenschap.’

Sprak u in de tijd dat u bij hem woonde weleens met hem over die 27 verloren jaren?

‘Nooit. Nooit. Ik durfde niet. Hij praatte er nooit over.’

Ook niet over die gruwelijke tijd op Robbeneiland, waar hij kalksteen moest uithakken en zijn ogen beschadigde?

‘Nee. Maar soms, als bezoek ernaar vroeg, mompelde hij: ‘Dat waren zware tijden, zware tijden.’ Hij keek dan weg, naar het plafond of de muur – het leek alsof hij tegen zichzelf praatte.’

En u had de moed niet om er tegen hem over te beginnen.

Noooo. This man was bigger than life. Ook al was hij mijn opa. En als kind heb je in een Afrikaans huis niks te vertellen, je stelt geen vragen. Je doet wat je wordt gezegd. Bovendien: in onze cultuur, die van de Xhosa, leert een man te verdragen. Tussen je 18de en je 20ste word je besneden, zonder verdoving. Een man mag niet huilen, een man moet zijn verdriet alleen verwerken. Hij is de steunpilaar in huis en mag nooit zwakheid tonen, of emoties. Zeker niet ten opzichte van kinderen of vrouwen.’

U schrijft: ‘Ik denk dat hij net zo verbaasd was over mij als ik over hem.’

‘We kwamen uit twee totaal verschillende werelden, twee totaal verschillende generaties. Ik was 11, hij was 75, toen ik bij hem ging wonen.’

En er was dat gat van 27 jaar gevangenschap. De wereld was nogal veranderd in de tussentijd. Uw grootvader rinkelde met een bel als hij wilde dat het diner werd opgediend.

Hij glimlacht bij de herinnering.

U voelde zich soms net de Prins van Bel-Air. Hoe was het om met Nelson Mandela samen te leven?

‘Goed, ja goed in de zin van… Ik verhuisde van het stoffige getto naar een lommerrijke blanke suburb in Johannesburg. Naar een villa met een zwembad en een tennisbaan. Met bediening, en een Franse kok. Ik kon eindeloos rondrennen, in dat enorme huis, voetballen op het gazon. Mijn grootvader kocht games voor me, een chauffeur bracht me naar school.

‘Maar ik miste mijn ouders erg. En op dit soort plekken weet je zelfs niet wie je directe buren zijn. In Soweto kende ik de hele straat, kende ik iedereen. In Soweto leende je wc-papier bij de buren als het op was. Dat hoefde je hier niet te proberen.’

Een (jonge) kleinzoon Ndaba met opa Nelson Mandela. Beeld Privé archief familie Mandela.

U voelde zich eenzaam, af en toe.

Knikt.

Ik neem aan dat u daar niet met hem over praatte, als jonge jongen.

‘Natuurlijk niet. Ik wilde hem niet verdrietig maken.’

U benoemt het niet met zo veel woorden, maar uit het boek kun je ook opmaken dat er een zekere afstand was tussen grootvader en kleinzoon.

‘Mmm.’ Knikt. ‘Communicatie was niet onze sterkste kant. Jarenlang ging het alleen maar over school, educatie. Eigenlijk praatten we toen nooit over iets anders. Hij wilde zich ervan verzekeren dat ik alles had voor school, alles om goeie cijfers te kunnen halen. Om te excelleren. In zijn gedachten was hij bezig met het grootbrengen van een leider. Hij wilde een nieuwe generatie leiders opvoeden. Hij wilde dat de wereld – denk ik – trots was op zijn familie. Op zijn kleinzoon.’

Hij was streng voor u. Toen u van de chauffeur een poedelpuppy had gekregen, mocht u die niet houden.

Schiet in de lach: ‘Geen schijn van kans. Hij zei meteen: ‘Die pup van jou Ndaba, je weet dat je hem te eten moet geven, dat-ie naar de dokter moet als-ie ziek wordt. Die luxe hebben veel mensen niet. En die gun je wel aan een hond? Geen sprake van. Dat ding moet weg.’ Hij bracht me op die manier bij hoe belangrijk mensenlevens zijn.’

Nelson Mandela was geen heilige, schrijft u.

‘Niemand is een saint.’

Wat waren zijn minder heilige kanten? Hij kon verschrikkelijk kwaad worden, las ik.

‘Ja, en vooral heel snel. Dat is normaal, menselijk, daar is niks mis mee, dat laat alleen maar zien dat hij niet recht uit de hemel is komen vallen. Maar hij was niet de beste vader, als je begrijpt wat ik bedoel.’

Zoals uw vader zei: ‘Nelson Mandela is een geweldige leider voor het land, maar niet zo’n goeie leider voor zijn eigen familie.’

Hij knikt.

Kunt u dat uitleggen?

‘Het gaat dan om de beslissingen die je neemt voor de familie, hoe je omgaat met je kinderen. Hij was erg hard voor mijn vader, hij verwachtte wonderen van hem en ook nog eens in heel korte tijd. Dat was niet eerlijk. Mijn vader ging pas op zijn 45ste rechten studeren. Op zijn 50ste was hij advocaat. Nelson verwachtte dat hij binnen een paar jaar goed ging verdienen, maar zo werkt het niet. Mijn grootvader was ongeduldig, raakte gefrustreerd dat mijn vader niet genoeg opschoot.’

De familie Mandela is getroffen door veel tragedies. Drie van de vier kinderen die Nelson had met uw grootmoeder Evelyn stierven jong, ook uw moeder overleed jong…

Onderbreekt: ‘De familie heeft veel verliezen, pijn, trauma’s gekend.’ Plechtstatig, alsof hij een les afsteekt, de les van zijn grootvader: ‘Maar we mogen onszelf niet toestaan slachtoffers te zijn. Andere mensen of de omstandigheden mogen geen excuus zijn om niet te werken, goeie mensen te zijn, leiders te zijn. Ik heb hersens. Ik wil mijn ouders en grootvader trots maken.’

Uw beide ouders zijn gestorven aan aids. Tegen u werd lang verzwegen aan welke ziekte ze leden vanwege het stigma dat rustte op de aidsepidemie, in Zuid-Afrika. U kunt nog steeds niet praten over de dood van uw moeder, schrijft u.

‘Nee.’

En over uw vader, die een paar jaar later stierf?

‘Het was allemaal zo plotseling. Het deed ontzettend veel pijn. Ik voelde me zo verraden. Iedereen om me heen wist wat er aan de hand was en niemand vertelde me iets. Ze wilden me beschermen. Ze dachten dat dat het beste voor me was.’

Een paar uur na uw vaders dood gaf Nelson Mandela een roemruchte persconferentie, waarin hij zei dat zijn zoon was gestorven aan aids. Het was een keerpunt in de geschiedenis: voor de eerste keer erkende een vooraanstaande Zuid-Afrikaanse familie dat een gezinslid was gestorven aan deze ziekte.

‘Het moest, in het belang van het land. In het belang van het gevecht tegen de epidemie. De waarheid mocht niet langer verhuld worden.’

Heeft u uw vader ooit verweten dat hij de ziekte heeft overgebracht op uw moeder, zoals uw broer vertelde?

‘Het gaat niet om verwijten. Hij heeft het gedaan. Het is een feit.’

Dat klinkt zo theoretisch. Ik zou me ook boosheid kunnen voorstellen.

‘Natuurlijk was ik boos, toen ik het begreep. Maar dat ligt nu achter me. Je moet niet blijven steken in negatieve gevoelens. Je moet kunnen vergeven. Om verder te kunnen. Nelson Mandela moest zijn vijanden vergeven om te kunnen doorgaan. Toon compassie. Leer van tragedie. Leer van pijn. Leer van je eigen fouten. En probeer een beter mens te worden. In het belang van je kinderen en je land.’

Wat denkt u van de huidige situatie in Zuid-Afrika?

‘O, het gaat beter, de dingen gaan beter. De val van President Zuma: dat was een geweldig moment. Kijk, er zullen altijd uitdagingen blijven, maar we hebben het ergste gehad.’

Ja?

‘Yes. Yes! We hebben nu Cyril Ramaphosa als president. Een goeie leider, dat is het halve werk.’

Wat vindt u van de moorden op blanke boeren in Zuid-Afrika?

‘Er is geen één boer vermoord, in de afgelopen vijf jaar.’

Je leest met enige regelmaat over blanke boerengezinnen die zijn aangevallen: de plaasmoorde.

Met stemverheffing: ‘Leugens, leugens. De blanken verspreiden leugens. Omdat ze de welvaart van Zuid-Afrika niet willen delen. Omdat ze bang zijn hun land te verliezen. Zij vinden dat de grond die ze hebben gestolen van de zwarten van hen is. Nou beste vrienden: het is niet jullie land, want jullie hebben het geroofd en verwacht niet dat we ervoor gaan betalen. Jullie zijn gek. Er is niet één blanke boer vermoord. Wat een nonsens! Het zijn de blanke boeren die maar doorgaan met het beestachtig behandelen van onze mensen.’ Daverende klap op de directietafel.

Sorry: ik wilde uw mening horen over die nieuwsberichten.

‘Dat erover wordt geschreven, wil nog niet zeggen dat het waar is, my dear. Geloof niets van wat je leest en maar de helft van wat je ziet. De media zijn een zeer krachtig gereedschap bij het manipuleren van de massa. Heb je zelf onderzoek gedaan? Heb je gesproken met familieleden van boeren die zijn vermoord?’

Nee. Maar daarom mocht ik die vraag toch nog wel stellen?

‘Ik heb antwoord gegeven.’

Iets anders dan: wat zijn de mooiste herinneringen aan de tijd dat uw bij uw grootvader woonde?

‘Als hij in een goede bui was, vertelde hij over zijn jeugd, in de provincie Oost-Kaap. Over de stokgevechten die hij hield. Hoe het was om op te groeien op het platteland, om koeien en schapen te hoeden. Dat waren zijn gelukkigste, beste en  onschuldigste momenten. Daar, in Oost-Kaap, had hij zijn laatste dagen willen doorbrengen. Maar familieleden vonden dat hij in Johannesburg moest blijven, omdat hij zo ziek was en er geen medische topzorg was in zijn oude dorp.

‘Daar gaan we weer: ik was het niet met ze eens. De man was oud. De man was aan het einde van zijn leven gekomen. Er was niets wat een dokter nog had kunnen doen, zelfs niet in het allerbeste ziekenhuis. Dood gaan we allemaal.’ Hij tikt ritmisch op de tafel: ‘Dus-waarom-sta-je-de-man-niet-toe-om-zijn-laatste-dagen-door-te-brengen-op-de-plek-waar-hij-het-gelukkigst-is? Maar mensen zijn altijd alleen bezig met hun eigenbelang, niet met dat van anderen. Zo is het leven.’

Nelson Mandela met kleinzoon Ndaba. Beeld Privé archief familie Mandela

Zou het misschien kunnen dat uw familieleden oprecht geloofden dat dit het beste was voor Nelson Mandela?

‘Het was niet het beste voor Nelson Mandela. Het was het beste voor henzelf. Ze hadden geen zin om mee te gaan naar Oost-Kaap, ze wilden geen maanden doorbrengen in Oost-Kaap. Ze wilden gewoon hun vertrouwde leventje voortzetten en niks opgeven voor hem.’ Opnieuw alsof hij tegen zijn familieleden praat: ‘Maar wat heeft hij allemaal wel niet opgegeven voor jullie?’’

Dan: ‘Het spijt me, maar kunnen we nu ophouden? De laatste vraag, als je het niet erg vindt.’

Maar waarom?

‘Omdat het genoeg is zo. Ik heb veel vragen beantwoord, ik denk dat ik het goed gedaan heb.’ Later, na afloop, zegt hij: ‘Ik ben al twee weken op reis om te vertellen over het boek. Ik wil het gewoon over leuke dingen hebben. Dit is de eerste keer dat ik zo werd geraakt tijdens een gesprek. Ik ben zeer eerlijk geweest.’

Wat is het belangrijkste dat u heeft geleerd van uw grootvader?

‘De allerbelangrijkste les: don’t ever judge a book by the cover, beoordeel niemand op de buitenkant. Hij ontmoette Michael Jackson, Fidel Castro, George Bush, maar Nelson Mandela ging met die beroemdheden op dezelfde manier om als met onze kok, de tuinman, de chauffeur. Hij begreep dat elk mens, ongeacht zijn geschiedenis, sekse en kleur in staat is tot grootsheid.

‘En hij leerde me dat als een mens geleerd kan worden om te haten, hij ook geleerd kan worden om lief te hebben. Omdat liefde natuurlijker is dan haat.’

U zegt in het boek niet zeker te weten of racisme ooit helemaal zal verdwijnen. ‘Misschien is het beste waarop we kunnen hopen dat we het sociaal onacceptabel vinden’, schrijft u.

‘Ik wil niet zeggen dat het nooit zal verdwijnen. Maar het zal zeker niet automatisch verdwijnen. Je moet er consequent tegen strijden.’

Heeft u weleens racistische gevoelens gekoesterd ten opzichte van blanken?

‘Natuurlijk, eigenlijk totdat ik naar de universiteit in Pretoria ging. Daarvoor was ik een good racist. Maar de blanken zijn begonnen met racisme. Zwarten geloven niet in racisme. Voor zwarten is racisme een reactie op het racisme dat ze zelf hebben ondervonden. Ik weet zeker dat veel blanken in Zuid-Afrika nog steeds racistisch zijn.’ Tikt op de directietafel, voor de laatste keer, weer met stemverheffing: ‘En ik kan je wel vertellen dat een paar van de slechtste mensen die ik ooit heb ontmoet op deze planeet, blanke Zuid-Afrikanen zijn.’

Zou u ooit met een blanke vrouw kunnen trouwen?

‘Géén Zuid-Afrikaanse. Misschien wel met een blanke Nederlandse, Duitse, Amerikaanse of Braziliaanse, maar niet met een Zuid-Afrikaanse. Nee.’

U was te laat om afscheid te kunnen nemen van Nelson Mandela. Wat had u gezegd, als u hem nog had kunnen spreken?

Zijn oogwit kleurt rood. ‘Ik zou hebben gezegd: ‘Dankuwel grootvader, voor alles wat u voor me hebt gedaan.’ Stilte. ‘Ik ben heel blij met alle tijd die u aan me heeft besteed.’ Stilte. ‘En ik zal er alles aan doen om uw nalatenschap voort te zetten en te laten stralen.’ Lange stilte.

CV:

Ndaba Thembekile Zweliyajika Mandela
Geboren in Soweto, 19 december 1982

Opleiding
Afgestudeerd in 2009, in politieke wetenschappen en internationale betrekkingen aan de universiteit van Pretoria.

Werk
Hij was politiek adviseur voor de ambassade van Japan in Zuid-Afrika en contactpersoon voor cliënten bij een internationale vermogensbeheerdersgroep. Daarna zette hij samen met zijn neef Kweku Mandela Africa Rising op, een non-profitorganisatie die zich richt op de verdere ontwikkeling van Afrika.

Privé
Ndaba Mandela heeft twee kinderen. Hij woont alleen in Johannesburg.

Nelson (koosnaam Madiba) Mandela is drie keer getrouwd geweest. Uit zijn eerste twee huwelijken had hij zes kinderen: vier meisjes en twee jongens. Een dochtertje stierf zeer jong, een zoon kwam om bij een auto-ongeval en de andere zoon, de vader van Ndaba, stierf aan aids. Nelson Mandela heeft 17 kleinkinderen en 19 achterkleinkinderen.

Uit het boek De moed om te vergeven:

‘Tegen de tijd dat ik in het laatste jaar van de middelbare school zat, voelde ik me geroepen om tegen mijn grootvader in te gaan, en hij vond het niet leuk als ik dat deed. Ik denk dat hij vond dat hij al genoeg had geruzied in zijn leven, en hij was er klaar mee. Soms voelde ik dat we om elkaar heen cirkelden als Holyfield en Tyson, hoe we probeerden de sterke en zwakke punten van elkaar te leren kennen, en elkaar testten op karakter. Soms kregen we echt ruzie, en als ik dan in bed lag, betreurde ik dat zeer, maar als we ’s ochtends opstonden, was het altijd mahlamba ndlopfu (het wassen van de olifanten), een nieuw begin.’  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.