'In Spanje ben ik een raar geval'

Spanje heeft er een succesauteur bij van Europees formaat. Critici juichen bij de verschijning van ieder nieuw boek, de romans vliegen bij honderdduizenden de winkels uit....

'IK WILDE het niet weten, maar ik ben te weten gekomen dat een van de meisjes, toen ze geen kind meer was en kort nadat ze was teruggekeerd van haar huwelijksreis, naar de badkamer ging, zich voor de spiegel posteerde, haar blouse losknoopte, haar beha afdeed en haar hart zocht met de loop van het pistool van haar eigen vader.'

Deze raadselachtige zelfmoord is de opening van de roman Een hart zo blank, en het schot in de badkamer klonk zo'n beetje als dat waarmee een familielid van de schrijver Javier Marías ooit een einde aan haar leven maakte. Niemand is er ooit achter gekomen waarom. De roman is geenszins autobiografisch, maar Marías geeft toe dat hij het boek schreef in een poging dit mysterie te ontraadselen.

Met Een hart zo blank, dat in 1992 verscheen, vestigde Javier Marías zijn reputatie in Spanje, en de vertalingen ervan maakten hem tot een van de belangrijkste Europese schrijvers. De critici waren laaiend enthousiast, de verkoopcijfers buitensporig en het begon prijzen te regenen op de Madrileen. Zijn volgende roman Denk morgen op het slagveld aan mij (1994) verging het niet slechter en bevestigde zijn ongewone kwaliteit.

Marías begrijpt nog altijd niet waaraan hij al dat succes te danken heeft. 'Het is verbazingwekkend dat zoveel mensen mijn boeken lezen, want ze zijn verre van gemakkelijk. Ik denk vaak dat het een misverstand is. Van Een hart zo blank zijn in Duitsland al meer dan een miljoen exemplaren verkocht. Veel meer dan in Spanje, hier zit ik op driehonderdduizend, wat ook extreem veel is voor zo'n boek, voor elk boek.

'Een beslissende factor in Duitsland was het televisieprogramma van de criticus Reich-Ranicki, waarin het boek zo geprezen werd dat dit grote nieuwsgierigheid opwekte. Maar als het boek de lezers niet bevallen was, was dat effect na een paar maanden verdwenen. Maar het blijft verkopen.

'De lof vond ik natuurlijk overdreven. Ik wil niet vals bescheiden zijn, maar Reich-Ranicki zei dingen als dat hij in twintig jaar niet zo'n boek had gelezen, dat de enige op deze hoogte misschien García Márquez was, dat het hem soms herinnerde aan Dostojevski. Vond ik prachtig allemaal, maar ik kon het niet serieus nemen. Want ik heb die boeken geschreven en ik weet hoe ik ze heb geschreven. Als ik in staat ben geweest ze te schrijven, dan kan het niet zo moeilijk zijn. Ik moet er nog steeds een beetje om grinniken.'

De zoon van de beroemde Spaanse filosoof en essayist Julián Marías wist al vroeg dat hij voorbestemd was voor de literatuur. Op zijn zeventiende trok hij naar Parijs om zich te laven aan oude Amerikaanse films en zijn eerste roman te schrijven, Los dominios del lobo, geïnspireerd door die films. Die oude liefde is nog altijd niet vergaan: de woonkamer van zijn huis in het oude centrum van Madrid wordt gedomineerd door een buitenmodel televisietoestel en grote stapels videobanden.

De prijzenregen halverwege het vorige decennium (Rómulo Gallegos, Prix Femina, International Dublin Literary Award, om er maar een paar te noemen) leidde tot een ware Marías-manie, waar hij zich met hand en tand tegen verzette. In een land waar de schrijver vooral een publiek persoon is die geacht wordt zich te gedragen als een popster, is Javier Marías een vreemde vogel, een outsider die zich bij voorkeur onzichtbaar maakt. 'Ik verschijn bijna nooit op de televisie, bewust niet. Ik vind dat de mensen me toch al te veel herkennen van foto's, en dat is alleen mijn gezicht. Als je vaak op tv bent, gaan ze ook je stem herkennen, je gebaren, noem maar op. Dat wil ik voorkomen.'

Het Spaanse literaire wereldje is Marías een gruwel: 'Ik laat zelden mijn gezicht zien, ga ook niet naar congressen of symposia, niet in Spanje en niet in het buitenland. Afgezien van de tijd die dat kost, vind je er zelden iets interessants. Het is misschien goed voor de sociale contacten of om diplomatieke redenen. Maar dat is iets wat ik niet doe: ik onderhoud geen diplomatieke betrekkingen. Niets verveelt en vermoeit me meer dan vriendelijk te moeten zijn tegen mensen die ik niet ken, of die me niets kunnen schelen, in de hoop dat als ik goed val, zij mij de gunst bewijzen iets positiefs over mijn boeken te zeggen. Dat is mij de moeite niet waard.

'Ik weet dat veel van mijn collega's het wel doen. Als je boeken niet voldoende zijn, als je ook nog een sympathiek persoon moet zijn om geprezen te worden, laat dan maar. Ik neem niet deel aan wat zo deftig heet het sociale literaire leven. Daardoor ben ik gelukkig ook niet op de hoogte van de laatste roddels en achterklap waar dat wereldje zo sterk in is. Ik hoor ze altijd als laatste, en dat lijkt me beter.'

Marías behoort tot een generatie Spaanse schrijvers die in eigen land de hemel in is geprezen: nooit in de geschiedenis zou Spanje zoveel grote schrijvers tegelijk hebben gehad. Flauwekul, vindt Marías. 'In de jaren tachtig sprak men van de nueva narrativa, een soort explosie waartoe men ook mij rekende, hoewel ik mijn eerste boek al in 1971 publiceerde. Het leek of er dertig schrijvers waren, allemaal even prachtig en even goed. Maar de tijd selecteert en nu weten we dat het niet zo'n extreem briljante generatie was. Men probeert dat gevoel van permanente opwinding vast te houden, alsof er constant bergen geweldige schrijvers zijn. Dat is natuurlijk niet zo, is nooit zo geweest in geen enkel land.

'In Spanje bestond vele jaren lang geen literaire basis, een reservoir van respectabele schrijvers. Nu wel. Traditioneel had je hier een groepje eersteklas schrijvers en daarna niets, dat is gelukkig niet meer zo. Bovendien stond de literatuur in Spanje te lang in dienst van buitenliteraire stromingen en van dwingende voorschriften. Tot de jaren zeventig bestond er een tirannie van de mode. In de jaren vijftig en zestig moest je sociaal-realistisch schrijven, dat bestaat niet meer. Daarna moest je experimentele romans schrijven, dat is over. Dat systeem van literair monotheïsme is voorbij. Het beste dat je van de Spaanse literatuur kunt zeggen is dat die eindelijk genormaliseerd is en vergelijkbaar is met de literatuur in elk Europees land. Dat is goed nieuws voor Spanje: eindelijk is het een normaal land.'

HET SUCCES van Marías heeft de belangstelling voor de Spaanse literatuur in het buitenland aangewakkerd. Marías belandde op de bestsellerlijsten, tussen Grisham en Clancy. Een merkwaardig verschijnsel, want de Spanjaard schrijft bepaald geen ontspanningslectuur, zelfs niet eens gewone romans. Zijn boeken kenmerken zich door het ontbreken van een tradionele plot, het verhaal op zich is ondergeschikt aan de bespiegeling en de atmosfeer vol vervreemding. Niettemin blijkt een roman als Een hart zo blank wereldwijd goed voor anderhalf miljoen exemplaren.

'Ik heb nooit anders geschreven dan wat ik zelf wilde. Dat veel lezers dat waarderen, is prachtig. Wat ik ontdekt heb, is dat mijn boeken gelezen kunnen worden door heel verschillende mensen die allemaal min of meer aan hun trekken komen. De lezing van meneer Reich-Ranicki is natuurlijk anders dan die van mensen die mij schrijven, een verpleegster bijvoorbeeld. Dat is geweldig.

'Jaren geleden hoorde ik de Engelse thriller-schrijfster P.D. James iets heel verstandigs zeggen: grote boeken zijn als grote religies. Die bezitten een theologie die gecompliceerd genoeg is om een ontwikkeld mens, een theoloog bijvoorbeeld, te interesseren en te bevredigen, en op een ander niveau ook een eenvoudig mens. Neem de heilige drie-eenheid, die is sowieso moeilijk te begrijpen, zelfs voor een theoloog, maar op de een of andere manier dringt het ook door tot de verbeelding van eenvoudige mensen. Ik vind dit een goede vergelijking. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik grote boeken heb geschreven, maar het is wel iets waar elke schrijver naar streeft.

'Ik zie mijn succes niet als een hoopgevend geval, maar ik weet dat andere mensen dat wel doen. Er wordt zo vaak gezegd dat vandaag de dag alles marketing is, snelle consumptie, dat boeken geen lang leven is beschoren. Dat is in grote lijnen waar, omdat de uitgevers niet willen dat boeken een lang leven hebben en elk boek direct verpletteren onder een stapel volgende boeken. Maar het is niet helemaal waar. Mijn boeken zijn niet in monsterlijke hoeveelheden verkocht gedurende drie maanden en daarna afgelopen, integendeel, verspreid over een lange periode van jaren en ze blijven verkopen. Het is hoopgevend dat bepaalde literatuur die niet bedoeld is om gelezen en daarna meteen vergeten te worden, verkoopt. Maar ik blijf een raar geval.'

Een vreemde vogel, een raar geval. Javier Marías voedt zijn reputatie in de Spaanse literaire wereld door op gezette tijden fel van leer trekken in krantenartikelen, een activiteit die hij gemeen heeft met veel van zijn collega's. Dan veegt hij de vloer aan met zijn vorige uitgever, die hem bedrogen heeft, of met een filmmaker die bij de verfilming van een van Marías' boeken niets van de essentie van het origineel heeft heel gelaten. En de schrijver kwam nog eens extra vreemd voor de dag met de publicatie van Negra espalda del tiempo, zijn laatste boek dat nu onder de titel De zwarte rug van de tijd in het Nederlands is verschenen. Het plaatste met name de critici voor grote raadsels.

M

ARÍAS vertelt in het boek hoe de fictie binnendringt in de werkelijkheid van zijn leven. Hoe sinds de publicatie van Aller zielen , een sleutelroman over zijn tijd als docent in Oxford, mensen zich begonnen te gedragen als personages uit die roman. In De zwarte rug van de tijd wisselen fantasie en werkelijkheid elkaar voortdurend af, waardoor het genre lastig te benoemen is.

'Ik heb het zelf een ''valse roman'' genoemd, om er toch maar een etiket op te plakken. Ik denk dat je het boek meer leest als een roman dan als iets anders. De verteller ben ik en dus is de roman geen fictie. De verteller is iemand met mijn naam, die dingen vertelt die mij zijn ovekomen. Maar het is geen autobiografie of een boek met memoires, het is een narratief werk. Het mist wat de meeste romans, inclusief enkele van de mijne, hebben: min of meer een eenheid, met een begin en een einde. Dus is het een beetje een vreemd boek.

'Het zit vol wisselingen: er zit een verhaal in dat speelt in Mexico in 1923, dan weer een verhaal in Oxford dat mij echt is overkomen, dan verdwijn ik weer een heleboel pagina's en vertel zonder zelf te interveniëren dingen die ik in archieven heb ontdekt. Er zijn een hoop sprongen, maar het kan de lezer zonder enig probleem boeien. De critici hadden het er aanzienlijk moeilijker mee.

'Wat meespeelde is dat ik, toen het boek twee jaar geleden in Spanje verscheen, geen interviews wilde geven. Ik heb een persconferentie gegeven om uit te leggen waarom niet, en dat viel niet goed bij de pers. Het is een boek waarin ik, Javier Marías, de verteller ben. Als ik zo 300 pagina's heb geschreven, heeft het geen zin dat ik erover blijf praten.

'Daar komt bij dat ik af en toe heel persoonlijke, intieme dingen vertel, over de dood van mijn moeder bijvoorbeeld. Dat zijn dingen waar je, met moeite, op papier over kunt praten, in je eentje voor je schrijfmachine, maar je kunt niet het risico nemen dat een journalist je daarover gaat uithoren. Er zijn dingen waar je over kunt schrijven, maar niet publiekelijk praten.'

Marías koos een 'afwijkende' vorm voor De zwarte rug van de tijd, omdat hij niet weer 'gewoon' een roman wilde schrijven. 'Dat leek me makkelijk, tussen aanhalingstekens, en saai, dat had ik al gedaan, ik weet hoe het moet. Ik wilde een vorm die me verplichtte tot meer vrijheid dan een roman, waarin niets gratuit is, alles min of meer een functie heeft. Het is een vertelvorm die tot bepaalde conventies dwingt.

'Bij dit boek had ik geen last van die conventies, kon ik vertellen met absolute vrijheid en ook absolute willekeur. Net zoveel willekeur als in het leven zelf, waarin de dingen vaak niet meer verband met elkaar hebben dan je zelf wilt zien. Een hoop van wat ik vertel, is werkelijk gebeurd, maar er zitten ook fictieve stukken in. Bepaalde elementen die fictie waren in Aller zielen zijn mijn leven binnengedrongen en hebben dat beïnvloed. Die invasie van de fictie in de werkelijkheid interesseert mij bovenmatig. Op het moment dat je iets vertelt, wordt dat iets fictie.'

Javier Marías schrijft alleen wát, en wanneer hij wil schrijven. Wat de kritiek, die hem over het algemeen de hemel in heeft geprezen, vindt, doet niet terzake. 'Ik voel me geen schrijver, maar iemand die schrijft. Niet een beroepsschrijver, met een programma van wat hij wil schrijven en publiceren. Bij mij hangt het altijd af van mijn zin of mijn impulsen, ik heb nooit een literair project gehad. Er zijn schrijvers die een lijst met thema's hebben klaarliggen waar ze zich ooit mee gaan bezighouden. Zo zit ik niet in elkaar. Er gaan tijden voorbij dat ik geen zin heb, en ik forceer me niet, het moet vanzelf komen.

'In Spanje publiceert iedereen onophoudelijk, een boek of meer per jaar. Ik ben nu bijna vijftig en heb negen romans gepubliceerd, plus wat verhalenbundels. Negen romans in dertig jaar, dat is niet veel. Kijk eens naar schrijvers als Vázquez Montalbán of Umbral. Het lijkt mij niet normaal dat je zoveel als zij kunt publiceren. Maar het gerucht gaat dat sommigen van hen slaafjes in dienst hebben, niet voor de romans misschien, maar voor de urgente boeken.

'Ik sta verbaasd van de hoeveelheid romans die wordt geschreven. Bij de Premio Planeta, een van de grote literaire prijzen, zeggen ze elk jaar: er zijn vijfhonderdzoveel romans ingestuurd. Dat geldt voor de meeste prijzen, doorgaans wedstrijden voor schrijvers die nog niet gepubliceerd hebben. Iedereen schrijft tegenwoordig romans: acteurs, tv-presentatoren, artsen. Als ik het kan, is het niet zo moeilijk, zei ik eerder, maar ik weet dat het evenmin makkelijk is. Misschien ben ik wel heel beperkt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.