Interview

'In Almere kon ik mijn eigen ballast vergeten'

Schrijfster Renate Dorrestein over haar nieuwe roman Weerwater

Na een writer's block kreeg schrijfster Renate Dorrestein uitgerekend in Almere weer inspiratie. Haar nieuwe roman Weerwater is een verlossing. Daarin rekent ze af met haar obsessie voor de suïcide van haar zus.

Renate Dorrestein. Beeld Els Zweerink

Hoe kan Almere, een oord dat duizenden Volkskrant-lezers uitriepen tot lelijkste stad van Nederland, een schrijfster met een massief writer's block weer tot leven wekken?

Renate Dorrestein kent het antwoord.

Ze roeide de afgelopen twee jaar schrijvenderwijs hele volkeren en rassen uit, liquideerde boeren, burgers en buitenlui en bezorgde zichzelf op die manier een literair delirium. 'Een verrukkelijke roes, dat was het', zegt de auteur vergenoegd. 'Bijna de hele mensheid uitmoorden... Wat een heerlijk vak heb ik toch.'

In Weerwater, de nieuwe roman van Dorrestein, vergaat de wereld. Met uitzondering van Almere, 'een stad jonger dan een gemiddeld mensenleven'. Na een cholera-epidemie blijven slechts een paar duizend verweesde mensen over (voornamelijk alleenstaande vrouwen), onder wie drie gemeentebestuurders, stuk voor stuk diehards van de PVV.

De ontredderde stad, omgeven door een ring van mist, vraagt zich af of de apocalyps nabij is. Kinderen worden niet meer geboren, wel duikt uit het niets een vondeling op. 'Aan wie van alle hunkerende vrouwen zal de baby worden toegewezen?', schrijft Dorrestein, die onder haar eigen naam in de roman figureert als stadsschrijver.

Drie jaar geleden kreeg de reëel existerende Renate Dorrestein geen pen meer op papier - na 25 romans, die in een ijzeren ritme om het jaar verschenen. Ze liet zich omscholen tot stemactrice, in de hoop dat ze haar brood kon gaan verdienen met het zoetgevooisd aanprijzen van tandpasta's, levensverzekeringen en hondenbrokken.

'Het was voor het eerst in mijn leven dat ik plots iets niet meer kon wat ik altijd had gekund', vertelt ze. 'Een roman is een soort Almere: je begint met niks, en je moet rambam vanuit het luchtledige een hele wereld op de kaart smijten. Ik begreep niet meer hoe ik dat in het verleden voor elkaar had gekregen. Non-fictie lukte nog wel. Columns, artikelen, zelfs een boek over mijn writer's block, De blokkade. Al denkend, schrijvend en researchend kwam ik tot de vaststelling dat ik was ingehaald door een deel van mijn eigen geschiedenis waaraan ik blijkbaar jaren en jaren onvoldoende aandacht had besteed: de zelfmoord van mijn jongste zusje, meer dan dertig jaar geleden. Niet toevallig was ik vast komen te zitten op het moment dat ik in de roman die ik onder handen had, probeerde te schrijven over een personage met een familielid dat suïcide had gepleegd.'

Joost Zwagerman interviewde haar jaren terug voor zijn zelfmoordbundel Door eigen hand. Heeft Dorrestein enig idee waarom ze in die tijd niet zo getormenteerd was?

'Nee. Waarom lukt het een mens op het ene moment dingen in het vooronder te houden, met het luik op slot, en op het andere moment niet meer? Raadselachtig. Wel denk ik de reden te kennen waarom ik het allemaal zo lang heb weggedrukt: omdat het zo onvoorstelbaar pijnlijk was. Ik schaamde me, had het gevoel dat ik tekortgeschoten was, werd geplaagd door het idee dat ik de ellende had kunnen voorkomen.'

lmere inviteerde de schrijfster in 2013 om writer in residence te worden.

'Lachen om die stad is onderdeel geworden van de Nederlandse folklore', schreef de Vlaamse journalist Rudi Rotthier recentelijk. Dorrestein zelf noteert in Weerwater: 'Zoals een vriendin van me had opgemerkt: 'Maar Renate, als je Almere op een boek zet, wil niemand het toch lezen?'

Toch zei ze ja.

'Ik zat maar niks te doen achter mijn bureau, ik kon op z'n minst eens gaan kijken. Tijdens mijn eerste wandelingen door de verschillende stadskernen en de omgeving zag ik dat Almere zelfvoorzienend zou kunnen zijn. Je hebt hier bossen, landbouw­areaal, veel water, weidegronden. Dat bleef in me galmen. Daarop volgde al snel de gedachte: als de wereld nou eens zou vergaan, dan zou Almere het kunnen overleven! Dat kan de binnenstad van Amsterdam niet zeggen.'

'Als je Almere binnenkomt, kun je je bijna lichamelijk gewaarworden dat het een stad is zonder geschiedenis ­- en dus ook zonder historische ballast. Dat gegeven heeft denk ik metaforisch op me ingewerkt: op deze plek kan ik ook mijn eigen ballast vergeten, op deze plek kan ook ik met een schone lei beginnen.'

'Mijn standplaats was De Fantasie, nummer 1. Kon het mooier voor een schrijfster met een schrijfprobleem? Ik heb me in het glazen tuinhuisje daar erg gelukkig gevoeld. Voor het eerst in lange tijd produceerde mijn hoofd weer goede zinnen, hoofdstukken, een verhaal. Ik had houvast aan de fysieke realiteit van de stad; die hoefde ik in ieder geval niet te verzinnen.'

Wat zijn Dorresteins observaties over de politieke situatie in Almere?

Haar gezicht betrekt. 'Ik heb me voorgenomen me niet uit te laten over dat onderwerp. Dat zou onhoffelijk zijn tegenover mijn opdrachtgever. Bovendien: iemand die hier hooguit drie maanden heeft rondgelopen en vervolgens allerlei oordelen velt, is een zottin.'

Maar is het toeval dat de enige politici die de ramp in Weerwater overleven, vertegenwoordigers zijn van Geert Wilder's partij?

'Nou nee. Je zou kunnen zeggen dat ik op deze wijze hun hardnekkigheid schets. Weet je wat ik zo fijn vind? Ze worden in mijn boek opgezadeld met heel wat Marokkaanse en Surinaamse overlevers, een aantal moslims en nog zo wat.' Schaterend: 'Of ze het nu willen of niet, daar moeten ze voor zorgen. Dikke pech. De PVV heeft natuurlijk vragen gesteld over mijn gastschrijverschap, zoals dat ook gebeurde toen mijn voorganger Stephan Sanders aantrad. De kwintessens was: kan dat geld niet beter worden besteed?'

Wees een sadist 

‘Wees een sadist’, adviseerde haar held en ‘schrijversvader’ Kurt Vonnegut zijn collega’s ooit. ­Dorrestein: ‘Door hem ben ik de schrijfster geworden die ik nu ben. Vonnegut schreef onder meer Slaughterhouse Five, over het bombardement op Dresden. Een contemporaire tragedie, door Vonnegut omgebouwd tot een soort slapstick met ­science-fictiontrekjes. Hilarisch. Vonnegut leerde me dat je op een lichtvoetige manier kunt schrijven over zware onderwerpen. Humor is ons effectiefste glijmiddel. Zo gauw je in staat bent ergens om te lachen, kun je verder.’

Dorrestein schrijft naar eigen zeggen altijd romans 'die vanuit de hemel in mijn schoot' vallen, met hoofdpersonen 'die aan me verschijnen op het moment dat ik ze nodig heb'. Ditmaal speelde regelrechte angst voor een mondiaal noodlotscenario mee.

'Fijne tijden zijn het niet', legt ze uit. 'Oorlogsdreiging hier, klimaatprobleem daar. Plus de economische crisis, toestanden in de EU... Ik werd op een ochtend wakker en dacht: als ik niet uitkijk, ben ik over drie maanden ingelijfd in het kalifaat. Het sentiment dat we niet safe meer zijn, zat bij het schrijven zeker in mijn achterhoofd.'

Is het misschien gewoon de leeftijd? Piep is de schrijfster niet meer.

'O, dat geef ik van harte toe. Een vriendin van me, die nog ouder is - zover kan het komen met een mens ­- zei onlangs tegen me: 'Als wij moeten vluchten met rugzakjes op, komen we niet ver.' Ik laat in Weerwater zien dat ik, als 61-jarige, zo'n toestand heel anders onderga dan een ruwe bolster van 18. Zonder bril kan ik tegenwoordig niet meer lezen, maar in mijn boek zijn alle opticiens in Almere leeggeplunderd. Voor een schrijfster en een lezeres, aangesteld door de wethouder van cultuur om te boekstaven hoe zijn stad het onheil doorstaat, is dat levensbedreigend.'

'Ik ben als een wandelaar die de deur uitgaat zonder een kaart mee te nemen', zei Dorrestein eens over de onstaansgeschiedenis van haar romans. 'Ik rommel het verhaal al tikkende bij elkaar.

'De leuke kant van mijn werkwijze is dat ik elke dag word overrompeld door wendingen die ik niet had voorzien', licht ze toe. 'Mijn personages doen dingen die ik zelf nooit voor mogelijk heb gehouden. De minder leuke kant is dat ik heel veel moet herschrijven. Regelmatig ontdek ik een pagina of dertig te laat dat ik fout zit. Een collega als Thomas Rosenboom behoort tot de tegenovergestelde school: die zet een schema op vellen behangpapier, met alles, alles, alles over dat boek. Tot en met de laatste zin.'

Renate Dorrestein. Beeld Els Zweerink

In een ander opzicht zit Dorrestein juist erg op de lijn van Rosenboom.

'We vinden beiden dat je je personages in het nauw moet drijven. Terg ze! Neem Jacob Kribbe, de directeur van de gevangenis in Almere, een van de vertellers in Weerwater. De lezers leren hem kennen als een nogal morose en morsige ouwe man met bijzonder weinig naastenliefde. Aan het eind van het boek offert hij zijn leven, in de hoop dat het Almere iets brengt.'

'Thomas heeft het altijd over 'het strevende personage'. Romanpersonages spreken je aan wanneer ze iets willen bereiken dat slechts met de grootst mogelijke moeite kan worden volbracht. De schrijver doet bijna niks anders dan obstakels opwerpen. 'Donald Duck is interessanter dan Jezus Christus', zegt Thomas terecht, 'want Donald Duck wil altijd wat: het geld van Dagobert verwerven, Willy Wortel verslaan met een geweldige uitvindingen.' En zo is het. Jezus heeft alleen maar de bevelen van zijn vader uit te voeren.'

Krasse uitspraken over heilige huisjes: ooit was het de huisspecialiteit van Dorrestein. Zo omschreef ze het gezin eens als 'het kleinste concentratiekamp ter wereld'.

'Hopelijk heb ik in werkelijkheid gezegd dat het daarop kan uitdraaien', glimlacht ze. 'Hoe dan ook, achter veel gesloten voordeuren in Nederland worden mensen - vooral kinderen - gemaltraiteerd. Het aantal gevallen van mishandeling neemt alleen maar toe, thuis bij pappa en mamma, waar je veilig zou moeten zijn. En het gezin, daar zijn we nu eenmaal allemaal toe veroordeeld. Slechts een doodenkele enkeling onder ons groeit niet op in een gezin. Voordat je je veters kunt strikken, heb je tussen die vier muren met je ouders en je broers en zussen het hele menselijke repertoire al doorgewerkt. Dat in de gewoonheid van die setting zoveel explosiefs en gewelddadigs kan plaatsvinden, fascineert me mateloos. Het is een wonder dat het in de meeste gevallen goed afloopt. We willen elkaar misschien wel doorlopend achter het behang plakken, maar de volgende ochtend zitten we weer keurig samen aan het ontbijt.'

In Weerwater schrijft Dorrestein opvallend liefdevol over haar eigen 'nepgezin', dat ook in werkelijkheid bestaat: zijzelf, haar geliefde Maarten ('de man van mijn leven'), zijn dochter Noor ('in de wandeling mijn leasekind geheten') en Elisabeth, dochter van Dorrestein overleden beste vriendin.

'De schoonheid van ons setje is dat wij niet of nauwelijks door bloedbanden met elkaar zijn verbonden. We zijn bij elkaar komen aanwaaien, en dat leunt wel lekker. Ik denk dat je het dan als een geschenk beschouwt, minder als een gegeven. Ik ben niet met Maarten getrouwd, we wonen niet samen... Toch vormen we een unit, uit vrije wil.'
Nee, bezweert de schrijfster, het is niet dat ze alsnog spijt heeft gekregen van het feit dat ze zich al op jonge leeftijd liet steriliseren. 'Dat is een vraag die je me waarschijnlijk stelt omdat je geen kinderen hebt. Jij zit er zelf mee. Dat heet projectie, meneer.'

'Ik vind het niet erg dat ik geen kinderen heb. Het is een van de dingen in het leven van anderen die ik niet kan navoelen, wel respecteren: dat ze zich willen reproduceren. Maar zeg, ik ben bijna bejaard, misschien mag ik dit onderwerp zo langzamerhand achter me laten.'

Zal dat Dorrestein ook lukken met die andere beladen kwestie, suïcide?

'Flevoland is de zelfmoordprovincie van Nederland', heet het in Weerwater. 'Ik begrijp wel waarom', zegt ze. 'Er komen nogal wat mensen naar Almere omdat ze een wooncarrière beogen: je begeeft je snel van het ene naar het andere huis, verbetert je omstandigheden makkelijk. Woningen zijn hier relatief goedkoop, met veel groen eromheen. Maar dat brengt met zich mee dat in Almere, Lelystad en Dronten nogal wat mensen niet zijn opgenomen in de sociale cohesie. Ze hiphoppen van de ene plek naar de andere, en lopen dus meer risico te vereenzamen als ze hun baan kwijtraken of scheiden. De hoge zelfmoordcijfers in Flevoland zeggen, met andere woorden, meer over het karakter van mensen dan van plaatsen.'

Neemt niet weg dat ze blijft worstelen met de vraag waarom mensen, 'gemiddeld gezegend met een bijna onuitputtelijke vitaliteit', in sommige gevallen hun leven beëindigen.

'Wat voor de ene persoon heel goed te doen is, blijkt voor de ander niet te dragen.'

Heeft ze enig idee waarom zij een succesvolle, op het oog gelukkige schrijfster is geworden en haar zus heeft gekozen voor de dood?

'Ik heb het gevoel dat het belang van de genen momenteel te veel wordt benadrukt in het debat over de vraag wat mensen 'maakt'. Het gaat nu voortdurend over het allesbepalende brein, maar die pil van Dick Swaab is niet aan mij besteed. Ik denk dat er over drie jaar weer iets anders wordt ontdekt waaraan we ons hele bestaan ophangen. Ik heb een stel alfa-hersens, ik vind een vraag per definitie interessanter dan een antwoord.'

Is het, zo bezien, nog wel noodzakelijk die Grote Roman te schrijven waarin Dorrestein de suïcide van haar zusje omzet in literatuur?

De schrijfster pakt het exemplaar van Weerwater dat voor ons op tafel ligt. 'Dit is het', zegt ze. 'In dit boek maak ik het punt dat het aan de wereld ligt als mensen zelfmoord plegen. Niet aan die mensen zelf. Het heeft decennia geduurd, maar ik ben van mijn obsessie af.'Dit is een bewerking van een theaterinterview dat Frénk van der Linden met Renate Dorrestein hield in Stadsschouwburg Almere.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.