'Ik zie digitaal niet als revolutionair, maar als onvermijdelijk'

Interview Cameron Carpenter, concertorganist en punker

Hij is concertorganist én punker. Cameron Carpenter rebelleert. Tegen de kerk, tegen vaste partituren en tegen zijn fans.

Cameron Carpenter: 'Mensen die denken dat musici functionarissen zijn die zich aan bepaalde vooropgezette regeltjes moeten houden, lach ik uit.' Foto Hollandse Hoogte

Cameron Carpenter (35) brengt zijn vrije tijd vooral door in de sportschool. Al is die vrije tijd nogal schaars. De Amerikaan, die zich graag met ontblote torso laat fotograferen, is de meeste dagen van het jaar onderweg. Als concertorganist.

Het is nogal een understatement om te zeggen dat Carpenter in niets voldoet aan het stereotiepe beeld van een organist. Hij heeft zijn haar opgeschoren, meestal houdt hij het op een zwarte hanenkam, en heeft een voorkeur voor strakke leren broeken.

Niet alleen met zijn imago onderscheidt hij zich. Ook als speler doet hij alles anders. Hij laat zich niet de wet voorschrijven door de partituur. In recitals koppelt hij Bach aan oude variété-muziek. En als hij donderdagavond optreedt in Groningen, doet hij dat niet op het beroemde Schnitger-orgel in de Martinikerk, maar in de Oosterpoort, op een eigen mobiel en digitaal instrument met vijf toetsenborden. Als hij een toets indrukt, klinkt er geen orgelpijp, maar toch ook weer wel - de klanken zijn opgebouwd uit samples van andere orgels.

Zijn 'International Touring Organ' is de toekomst, vindt hij. Wat hem betreft is het zelfs beter dan een 'echt' pijporgel. 'Historische orgels zijn prachtig, maar op eenzelfde manier als oude auto's. Ik bewonder ze als machines, maar ik zou er niet elke dag in willen rijden.'

Waarin onderscheidt u zich als musicus?

'Als organist speel je altijd op verschillende instrumenten, maar ik kan dagelijks repeteren op het orgel waarop ik 's avonds concerten speel. Ik kan mijn publiek wereldwijd hetzelfde bieden en concerten geven die in lijn zijn met mijn opnamen, omdat ik zo'n diepe verbondenheid voel met mijn eigen instrument. Zo kan ik kan veel spontaner te werk gaan.'

Veel organisten kijken neer op digitale instrumenten. Die zouden nooit dezelfde sensatie kunnen bieden als pijporgels.

'We leven niet meer in de jaren zeventig. Digitaal werd gezien als bedreiging en kreeg nooit een serieuze kans. Ik zie digitaal niet als revolutionair of alternatief, maar als onvermijdelijk.'

Carpenter studeerde aan de prestigieuze Juilliard School of Music in New York. Inmiddels heeft hij die stad verruild voor Berlijn.

'Hier heb ik de ruimte. Ik heb twee trucks nodig om mijn instrument te vervoeren: een voor de versterking en een voor de speeltafel en de supercomputer. Ik repeteer in een oude fabriek. Als stad zou ik Berlijn nooit boven New York verkiezen. Ik moet vaak lachen als mensen vragen of ik voor de orgels naar Berlijn ben verhuisd. Dat is vragen of je in Alaska bent gaan wonen voor het uitgaansleven. Veel instrumenten zijn gebombardeerd in de Tweede Wereldoorlog. Wat over is, is een willekeurig zooitje en een zwik neobarokke instrumenten. Die lijken allemaal op elkaar.'

Klankkleurenkast

Een orgel heeft in de regel verschillende registers: dat zijn rijen pijpen die allemaal een bepaalde klankkleur hebben. Registers hebben vaak namen die verwijzen naar een ander instrument, zoals dulciaan, trompet of roerfluit. Aan ieder klavier kunnen een aantal registers worden gekoppeld, zodat de organist een gigantisch palet aan klankkleuren tot zijn beschikking heeft. Dat geldt al helemaal voor Carpenter. De samples in zijn 'touring organ' komen van maar liefst 35 verschillende pijporgels.

In Europa zijn weinig organisten die zullen beweren dat het in Amerika allemaal beter is. Of je nou in Parijs, Spanje of Nederland komt: het barst van de historische orgels - wereldoorlogen of niet. Om geopolitieke redenen hebben de orgelculturen zich overal anders ontwikkeld. Een 19de-eeuws instrument uit Frankrijk heeft daarom vaak heel andere klanken en mogelijkheden dan een Oostenrijks orgel uit die tijd.

In de 20ste eeuw nam de orgelbouw in de VS een hoge vlucht: instrumenten werden steeds groter - je moest er álle denkbare klankkleuren uit kunnen halen. Daarmee zijn ze volgens veel orgelliefhebbers ook minder karaktervol, of zelfs inwisselbaar. Carpenter houdt juist van die veelzijdige Amerikaanse machines, die soms wel zes klavieren hebben. 'Maar er gaat niets boven mijn eigen instrument. Ik ben er trots op dat het in Amerika is gemaakt.'

Trots?

'Ja. De orgelbouw bereikte zijn zenit in de VS. Het Amerikaanse orgel is het product van vindingrijkheid en expansiedrift. De Amerikaanse orgels zijn de meest diverse, en daarom zie ik ze ook als de meest geciviliseerde.'

Tekst gaat verder onder afbeelding.

Cameron Carpenter op zijn orgel. Foto Gavin Evans

Voelt u zich verbonden met andere organisten?

'Ik begeef me niet meer in die wereld. Ik heb te veel negativiteit ervaren, veel mensen zijn erg dogmatisch. Toch heb ik veel sympathie voor andere organisten. Het zijn de hardstwerkende musici die er zijn, hoewel ze bar slecht worden betaald en stelselmatig worden vernederd door kerkbesturen. Organisten die optreden in concertzalen verdienen maar een fractie van wat pianisten krijgen voor een recital.'

Pianisten zijn zichtbaar. De organist zit meestal verstopt achter een rij orgelpijpen.

'Pianisten hebben het makkelijk. Ze komen van het vliegveld, gaan naar de zaal en zien daar een Steinway die precies lijkt op hun instrument thuis. Dan gaan ze naar de volgende zaal en zien ze zo'n zelfde vleugel. De verschillen zijn zó klein, toch kunnen ze eindeloos bitchen over details.'

Maakt het u uit wat collega's van u vinden?

'Ik lees niets meer over mijzelf en ben blij dat ik tegenwoordig mijn eigen platform heb - er is niemand die het doet zoals ik. Na optredens komen er soms mensen op me af die geen handtekening willen, maar me per se een vergeelde foto van een of ander orgel willen tonen. Ik weet niet hoe gauw ik van zulke mensen af moet komen.'

U ziet er 'anders' uit. Hoe beïnvloedt dat uw ontvangst?

'Dat is moeilijk vast te stellen. Al kom ik soms mensen tegen die lijken te denken dat musici geen mensen zijn, maar functionarissen die zich aan bepaalde vooropgezette regeltjes moeten houden. Die lach ik uit.'

Profiteert u van uw imago?

'Als je iets te verkopen hebt en je niet van je imago profiteert, doe je iets fout. Ik heb er geen moeite mee om op deze manier aandacht te trekken, ik gedraag me niet anders dan ik ben. Bovendien weten we allang dat je als violist of zanger alleen succes kunt hebben als je mooi bent. En dun, by the way.

'Het is verleidelijk om organisten als één groep te zien: een groep mannen in kaki kleren die óf veel te grote telefoons óf helemaal geen mobiel hebben. Dat beeld klopt deels. Maar ik ken geen scene die zo intellectueel divers is. Aan de andere kant is bijna iedereen man. En blank, inderdaad. Toen ik in New York studeerde, heb ik maar twee zwarte organisten leren kennen.'

U wilt het orgel uit de kerkelijke sfeer halen.

'Als scholier heb ik een paar baantjes gehad als kerkorganist en ik ben dankbaar dat ik niet tot zo'n job ben veroordeeld. Je komt om tien uur de ijskoude kerk in, mag hooguit een uur studeren en moet dan stoppen omdat de mis begint. Dat is zo vernederend.'

Carpenter zou het moeilijk hebben gehad als kerkorganist. Hij weet niet wat de priesters erger zouden hebben gevonden: dat hij biseksueel is, of atheïst. 'Destijds was ik me nog niet bewust van mijn seksualiteit, maar veel collega's zijn vanwege hun geaardheid ontslagen. Zij hadden een jarenlange band met een instrument en zagen het vervolgens nooit meer terug.

'Mijn orgel heb ik nu drie jaar. Weet je waar ik nog het meest trots op ben? Dat ik er nooit één voet mee in een kerk heb gezet. Ja, ik heb het orgel van de kerk bevrijd.'

Cameron Carpenter speelt donderdagavond in De Oosterpoort in Groningen.

Meer over