'Ik wilde helemaal geen boek meer schrijven'

Suzanna Jansen over nieuwe boek 'Ondanks de zwaartekracht'

Suzanna Jansen wilde na Het pauperparadijs geen boek meer schrijven. Nu ligt er toch 'Ondanks de zwaartekracht'. Want een jeugddroom bleef door haar hoofd spoken.

Suzanna Jansen Foto Valentina Vos

Als kind had Suzanna Jansen vaak betoverd naar de ballerina in de etalage van het balletschooltje in het Amsterdamse Slotermeer staan turen: een gefiguurzaagd danseresje met een witte tutu in een zwierige houding. Achter de gesloten gordijnen bevond zich de balletwereld van danseres Steffa Wine, het enige sprankje magie in een wederopbouwwijk van baksteen en beton. Genoeg om Suzanna te doen dromen: ballerina zou ze worden.

Maar het liep, zoals vaker, anders. Jansen deed de heao, kreeg een kantoorbaan, ging schrijven. Haar familiegeschiedenis Het pauperparadijs (2008) werd een bestseller. Ze beschrijft daarin hoe vijf generaties voorouders zich uiteindelijk aan armoede weten te ontworstelen ondanks het leven in de heropvoedingsgestichten in Veenhuizen. Ook de gelijknamige theatervoorstelling werd een succes. Na haar debuut bleef het jarenlang stil.

'Ik wilde helemaal geen boek meer schrijven', zegt Suzanna Jansen (1964). 'Ik ben na Het pauperparadijs een theateropleiding gaan volgen en dat was geweldig. Maar Steffa Wine bleef door mijn hoofd spoken. Ik moest iets doen met mijn onvervulde droom.'

Jansen zit in haar werkkamer op de eerste verdieping van een flatgebouw pal naast de snelweg in Slotervaart, een kale ruimte die ze anti-kraak huurt met daarin alleen het noodzakelijke. Zo houdt ze de ruimte om peinzend te ijsberen en de vloer te bezaaien met foto's voor de research van haar boek. Ze veert vaak op om een boek of bundeltje brieven tevoorschijn te halen. Schrijven doet ze staand achter haar laptopje op een ladekast bij het raam terwijl auto's op ooghoogte voorbij razen.

In haar nieuwe boek Ondanks de zwaartekracht reconstrueert ze de levens van Steffa Wine, een schippersdochter die tegen de klippen op danseres wordt, en van Cornelis van Eesteren, een aannemerszoon die architect wordt en onder meer Slotermeer ontwerpt. Beiden jagen hun droom na in de verwarrende jaren twintig. De industriële revolutie leidt tot ongekende technologische mogelijkheden maar ook tot onleefbare steden en ontmenselijking. Als reactie bouwt de artistieke avant-garde een nieuwe, utopische wereld, onder meer door dans en architectuur. Bauhaus, De Stijl en Les Ballets Russes zien het licht.

De derde verhaallijn in Ondanks de zwaartekracht staat niet op de achterflap maar is essentieel: Jansens dansdroom valt in duigen. Wat gebeurt er als je je dromen najaagt, vraagt ze zich af, en wat als je dat niet doet?

Hoe kwam je op het idee om de levens van deze betrekkelijk onbekende mensen te combineren?

'Ik werkte zes jaar geleden in een toren hier dichtbij en overzag vanuit daar de hele stad, met aan de ene kant het oude gedeelte en aan de andere het nieuwe deel waar ik ben opgegroeid. Als kind vond ik het er fijn vanwege het groen en de speeltuintjes maar ook eentonig met al die rechte lijnen. Ik was verbaasd toen ik veel later ontdekte dat achter al dat beton een utopie schuilging, die van Cornelis van Eesteren. Zo raakte ik hem op het spoor.'

De rechte lijnen in je omgeving riepen vooral een doembeeld op toen je tiener was, beschrijf je in het boek. Je grootste angst: de patatsnijmachine.

'Ja, dat was een simpel ding met een raster van zestien gelijke vakjes. Welke vorm of soort aardappel je er ook inlegde, zodra die door het raster werd geduwd, veranderde hij in allemaal identieke patatjes. De mensen in mijn omgeving in Slotermeer deden allemaal hetzelfde en zagen er hetzelfde uit. Zo wilde ik niet worden!

'Steffa Wine deed me verlangen naar meer. Mijn boek begon dus met een glimp: die stedebouwkundige en een onbekende danseres, daar wil ik iets mee. Ik trok op een vel papier een rechte lijn en tekende daar een slinger doorheen. Ik hoopte dat ik gaandeweg helder zou krijgen waar het verhaal eigenlijk over zou gaan.'

Foto Valentina Vos

Je vertrouwde kennelijk op je gevoel dat er een verhaal wás.

'Dat vertrouwen had ik helemaal niet, dat maakte het schrijven verschrikkelijk moeilijk. Begin dit jaar, na viereneenhalf jaar zwoegen, had ik pas mijn eerste versie geschreven. Toen pas wist ik dat die lijnen inderdaad bij elkaar pasten. Tot die tijd was het tasten in het duister en hopen dat er licht is.'

Overwoog je niet halverwege er de brui aan te geven?

'Nee, ik kon Steffa en Cornelis niet meer loslaten: wie waren deze mensen? Het verhaal dreef me voort. Het is een speurtocht, schatzoeken! Dat is verslavend leuk.'

Net als in Het pauperparadijs doet Suzanna Jansen minutieus verslag van haar zoektocht. Ze beschrijft de documenten en foto's die ze doorspit, de mensen die ze spreekt, de plaatsen die ze aandoet als ze haar helden nareist.

'Kijk', zegt ze terwijl ze naar de andere kant van haar werkkamer loopt en naar de vloer wijst. 'Hier heb ik dagen zitten puzzelen met de vijftig studiofoto's die ik van Steffa's dochter gekregen heb. Ze beslaan twintig jaar van haar leven en zijn erg belangrijk omdat Steffa geen dagboeken of brieven heeft nagelaten. Ik wilde de portretten op chronologische volgorde krijgen om haar ontwikkeling te volgen, maar de datum ontbrak vaak. Door ze uren achtereen te bestuderen zag ik ineens dezelfde plint op twee foto's terugkomen. Wow! Die bleken dan door dezelfde fotograaf in dezelfde tijd te zijn gemaakt.'

Wat had je gedaan als je deze foto's niet had gekregen? Dan was er nauwelijks persoonlijk materiaal geweest.

'Daar had ik het dan mee moeten doen. Het materiaal dat je tegenkomt, toont je uiteindelijk de weg. Zo doken er veel flyers en theaterprogrammaboekjes op uit de jaren dertig, veertig en vijftig. Dat was duidelijk de interessantste periode uit Steffa's leven, met de grootste gebeurtenissen. In die tijd was ze aan het pionieren in de dansgeschiedenis.

Hebben je personages vooraf geen auditie bij je gedaan? Cornelis van Eesteren was een belangrijke architect maar ook een droogstoppel.

'Dat vond ik in het begin wel lastig. Als introductie op Cor las ik een dikke stapel droge boeken over hem. Ik werd gek! Maar het onderwerp was er en met Cor moest ik het doen. Punt. En toen stuitte ik op zijn liefdesbrieven ...'

Ze grijnst van oor tot oor. 'Alleen al met het ontcijferen van zijn handschrift ben ik drie maanden bezig geweest. Dat heeft maar één hoofdstuk opgeleverd. Maar wat een man! In elke zin die hij aan zijn geliefde schrijft opent hij zijn ziel. Veel van wat hij noteert, vind ik zó grappig en droog. Dan schrijft hij: er staan veel bomen. Of: geen ontspanning tijdens de vakantie want dan rusten we uit van het jaar en bereiden ons voor op het volgende. Hij lijkt me een onmogelijk iemand om mee te leven want hij is rechtlijnig en doelgericht. Maar dat rechtlijnige vind ik prachtig.' Ze schiet in de lach. 'Oooh, ik hóú van die man!'

Cornelis van Eesteren stuitte op veel weerstand met zijn visie op architectuur.

'Ja, zeven jaar lang kon hij zijn werk niet kwijt. Stel je voor: je bent veelbelovend en weet dat je iets bijzonders te bieden hebt, maar niemand maakt er gebruik van. Zeven jaar, dat is verschrikkelijk! Maar hij blijft volkomen trouw aan zichzelf en zijn idealen. Wat hij wilde en deels verwezenlijkt heeft, was revolutionair: niet meer in de oude, onleefbare stad bouwen maar daarbuiten nieuwe tuinsteden creëren: groen, licht, ruim. Om écht iets te veranderen moet je focus hebben.'

Dat heeft hij gemeen met Steffa Wine: niemand krijgt haar eronder.

'Ja, wat een vuur! Is de balletschool twee weken voor de voorstelling afgebrand? Natuurlijk gaat de voorstelling door! Wine kwam pas op haar 20ste in aanraking met klassiek ballet in een tijd dat danseres nog een verdorven beroep was. Ze is niet echt een goede moeder geweest en kon erg onaangenaam zijn, maar ze is voor mij niet van haar voetstuk gevallen. Die passie, die energie... Ze kwam voortdurend obstakels tegen: geen opleiding in Nederland, continu geldgebrek, de oorlog, uitgejouwd worden tijdens een optreden. Ze raakte enorm gefrustreerd maar ze ging door, báf!'

Zelf moest je na je eerste jaar aan de balletacademie stoppen door een botvliesontsteking aan je schenen.

Ineens aarzelend: 'Ja. Dat persoonlijke is voor mij de noodzaak geweest om dit boek te schrijven. Ik heb er lang omheen gedraaid. Ik vond het pathetisch om erover te schrijven. Iedereen wil weleens wat en dat lukt niet altijd, big deal. Wie interesseert dat verhaal nou? Ik wilde na Het pauperparadijs niet weer een ik-persoon opvoeren. Maar het lukte me niet om de twee verhalen los van elkaar te vertellen. Ik was nodig als de verbindende factor die zich tot de personages verhoudt, die vragen stelt, richting geeft, alles aan elkaar breit. Maar ik draaide om de kern heen.'

Omdat het te pijnlijk was?

'Ja, het is eigenlijk nog steeds pijnlijk. Ik vond het heel moeilijk om te erkennen dat die niet verwezenlijkte droom zo'n factor in mijn leven is gebleven. Iets wat voor mij essentieel is, dansen, is uit mijn leven geschrapt en komt nooit meer terug.'

Wat maakt dansen zo belangrijk voor jou?

'Expressie is voor mij essentieel. Het is een ongelofelijke ervaring dat je iets doet met álles wat je bent: je hoofd, je hart, en elke vezel en spier in je lichaam; alles zet je in voor die schoonheid. Dat is het ultieme. Ik heb altijd gedroomd van dansen, ondanks dat het zwaar en pijnlijk is. Ik wilde ervoor leven.'

Toen ze voor het eerst de houten ballerina in de etalage van de balletschool zag, ging er een wereld voor haar open. Waarom had ze het niet eerder gezien, vroeg ze zich vele jaren later af. Of had ze het misschien niet kúnnen zien? 'Het was een achteraf-gemis,' zegt Jansen. 'Want als je niet weet wat je mist, mis je het niet. Het was alsof ik al die tijd alleen maar aardappels had gegeten. Best lekker, maar er bleken zoveel meer smaken te zijn.'

Ballet bestond niet in jouw omgeving, schrijf je.

'Mijn ouders wisten niet wat het was. Mijn moeder zei: het is iets met je voeten draaien en dat kan niet gezond zijn. Begrijpelijk vanuit hun achtergrond, jammer voor mij.'

Maakt afkomst voor je dromen uit?

'Zeker. Het is een combinatie van wat je van huis uit meekrijgt en verder nog in je omgeving tegenkomt. Het pauperparadijs gaat erover dat je van een dubbeltje geen kwartje kunt worden. Uiteindelijk komt er in mijn familie brood op de plank, maar met brood alleen red je het niet. Dat is lang de werktitel van dit boek geweest: Niet bij brood alleen. Je moet ook perspectief krijgen, ergens in de verte een opening zien waar je doorheen kunt.'

De pijnlijke conclusie is dat je talent had maar te laat bent gaan dansen.

'Ja, je moet van jongs af aan goede lessen krijgen anders betaal je later de prijs. Dan heb je een grote kans op botvliesontsteking en andere blessures. Toen ik eenmaal ging dansen, niet bij Steffa Wine maar in het buurthuis, had ik er niet op gerekend dat mijn lijf mij later op de dansacademie waar ik hele dagen danste, zou gaan dwarszitten.

Je schrijft dat je je droom opgaf. Maar je kón fysiek toch niet verder?

'Dat weet ik nu. Ik ben voor mijn boek gaan praten met een orthopedisch chirurg die gespecialiseerd is in beroepskwalen van dansers en musici. Destijds dacht iedereen dat het goed zou komen. Ik mocht zelfs bij hoge uitzondering het eerste jaar van de balletacademie opnieuw doen. Ik stopte vanwege de pijn en had het gevoel dat ik het opgaf. Dat die wereld voor mij te hoog gegrepen en voorgoed gesloten was.

'Ik heb expressiekracht en een deel daarvan kan ik niet benutten. Sindsdien heb ik een enorme brand van binnen gevoeld en de vlammen konden geen kant uit. Al die jaren achter mijn computer op kantoor heb ik me heel beperkt kunnen uitdrukken en dat was verschrikkelijk. Zes jaar geleden, voor ik aan Ondanks de zwaartekracht begon, wilde ik zó graag een muur kapot slaan. Ik ben toen bij een bouwbedrijf naar binnen gelopen: mag ik eens mee met jullie om een muur te slopen? Dat vuur, die onrust, moest eruit.'

Is schrijven dan geen uitlaatklep?

'Wat heb je nou aan woorden alleen? Met taal kun je geen tempo aangeven (Ze knipt met haar vingers ), geen ... stilte. De taal van woorden is voor mij beperkt. Schrijven doe je alleen met je hoofd.'

Tijdens de theateropleiding die Suzanna Jansen aan De Trap in Amsterdam volgde werd haar creativiteit weer aangeboord, vertelt ze. 'Wat ik maakte, was absoluut beginnersniveau maar het was heerlijk om te doen. In het theatermaken kon ik al mijn expressiemogelijkheden kwijt: vormen, kleuren, klanken, taal, ideeën.' Ze bezocht musea, theaterstukken en concerten en ging, zoals ze het zelf noemt, proeven.

'Cultuur vormde eerder geen onderdeel van mijn leven en dat vind ik heel jammer.' In dezelfde periode werden ook de kunstbezuinigingen aangekondigd. 'Het dedain waarmee ineens over kunst en kunstenaars werd gesproken stuitte me tegen de borst. Tegelijk had ik geen weerwoord op de economische argumenten. Met dit boek heb ik willen uitzoeken waarom kunst zo belangrijk is.'

En?

'Je hebt mensen in de samenleving nodig die anders kijken en denken. Ik schrijf bijvoorbeeld over de Bauhaus-kunstenaars. In de beginperiode was dat een stelletje rare types in rode gewaden die stinkend naar knoflook door de straten van dat benepen stadje Weimar liepen. Niemand nam ze serieus. Maar ze legden wél de basis voor de praktische, moderne Ikea-meubels die we nu allemaal in huis hebben. Negen van de tien keer leidde hun geworstel tot niets en dan - bám! - was het raak.

'Los daarvan hebben we ook schoonheid en perspectief nodig, dingen die ons in de war brengen en doen dromen. Als we alleen maar werken, eten en slapen, is er geen bal aan.'

Waarom ben je eigenlijk weer gaan schrijven?

'Dit onderwerp had me bij de lurven gegrepen en ik miste de bagage om er een theatervoorstelling over te maken. Ik vind schrijven niet per se leuk. Dat aftasten en niet weten welke kant je verhaal uitgaat, maakt het lastig. Ik heb ook nooit de ambitie gehad om schrijver te worden, zie mezelf als iemand die drie boeken heeft geschreven en ook nog een typediploma heeft. Dat vind ik prettig, het geeft me de ruimte om te doen wat ik wil. Maar door dit boek te schrijven is er een opening gekomen, een uitweg voor de onrust.'

Steffa en Cor joegen hun dromen na, jouw droom viel in duigen. Word je nou gelukkig van het najagen van je dromen?

'Ze hebben geen makkelijk leven gehad. Integendeel, ze hebben enorm geworsteld en zijn voor grote dilemma's komen te staan. Ik weet niet of je gelukkiger wordt van altijd maar doorgaan. Het gaat hen niet om geluk. Ze móéten, ze worden voortgedreven, het is noodzaak. Door hen ben ik er wel van overtuigd geraakt: áls je een passie hebt, neem die serieus. Later zal blijken of je talent en mogelijkheden hebt, maar neem je dromen serieus. Anders verbrand je van binnen. Het leven loopt zoals het loopt en veel hangt af van toeval. Maar dat is geen reden om niet te streven naar het ultieme.'