Interview Sharon Kovacs

‘Ik wil niet alleen het donker in mezelf zoeken’

Sharon Kovacs (28) is sinds haar duistere debuutplaat uit 2015 de koningin van de Nederlandse pop-noir. Op opvolger Cheap Smell (net uit) horen we ook luchtige liedjes. ‘Een overwinning.’

Sharon Kovacs Foto Frank Ruiter

Artiest: iets wat je bent of iets waarvoor je kunt worden opgeleid?

‘Toen mijn debuutplaat Shades of Black in 2015 uitkwam, was ik net afgestudeerd aan het Rock City Institute in Eindhoven. Ik volgde er een opleiding tot zangeres. Toch denk ik dat artiest iets is wat je al bent.

‘Voor ik aan de opleiding begon, wist ik al dat ik van zingen gelukkig werd. Als tiener zette ik op YouTube een karaoke-versie van een liedje op, en zong ik in mijn kamer mee. Zingen was iets voor mij alleen, ik deelde het met niemand. Later, vlak voor ik aan de muziekopleiding in Eindhoven begon, trad ik steeds vaker op bij jamsessies. Daar overwon ik mijn podiumangst en ontdekte ik hoe mooi het is muziek ter plekke met andere musici te maken. En om dat met een publiek te delen.

‘Ik was al praktisch aangenomen op de fotovakschool in Wageningen, maar koos toch voor een muziekopleiding, om meer muzikanten te leren kennen. Bedenk: ik kom uit een milieu waar niemand iets met muziek had of deed.

‘Op die opleiding werd ontzettend de nadruk gelegd op mijn zwakke punten. Mijn stem klinkt nogal rauw, dat beschouw ik als een pluspunt. Maar mijn zanglerares zei: er is iets mis met je stem, ga naar de kno-arts. Ze liet me heel hoog zingen, terwijl ik dat juist totaal niet kon. Ik werd daar zo onzeker van.

‘Oké, ik was zelf ook niet de makkelijkste in die tijd. Ik deed bepaald niet m'n best tijdens de lessen. Ik heb er zeker dingen geleerd, ademhalingstechnieken bijvoorbeeld, en werkstructuur vinden.’

Touren: eindeloos feesten of ijzeren discipline?

‘IJzeren discipline. In september begint de tour van mijn tweede album Cheap Smell. Ik zorg dan dat ik gezond eet en vooral niet te veel alcohol drink. Na een optreden ga ik slapen, zeker als ik de volgende dag weer moet spelen. Op deze tour neem ik voor het eerst mijn skates mee, zodat ik voldoende beweeg.

‘Ik heb niet altijd zo getourd. Vroeger dronk ik na een optreden nog wel eens te veel whisky-colaatjes. Het is daardoor nooit helemaal misgegaan tijdens een concert, maar met een brakke stem haal ik niet het maximale uit een optreden. Dat vind ik voor het publiek niet netjes, en ik baal daar zelf ook van. Mijn stem is mijn instrument. Voor, zeg, de gitarist, is dat anders. Die presteert ook met een kater. Mijn bandleden moeten zelf weten wat ze doen. Als zij willen losgaan, prima.’

De wolfmuts, je standaard kledingaccessoire op het podium: uit de hand gelopen grap of serieus modestatement?

‘Duidelijk een uit de hand gelopen grap. Na het uitkomen van mijn debuutplaat droeg ik tijdens optredens en interviews altijd een harige eskimomuts met flappen tot over de schouders. Het werd mijn vaste, herkenbare kledingstuk.

‘De eerste muts kocht ik in een tweedehandswinkel in Londen. Hij leek op een muts die ik vroeger had, ook met oren en nepbont. Ik dacht: yes, die koop ik, ondanks dat een van de flappen verbrand was. Ik heb die muts vaak op het podium gedragen.

‘Een jaar later ontdekte Daan Willekens, verantwoordelijk voor de documentaire Wolflady uit 2014, die over mij gaat, dat de maker van de muts in Canada woont. Later heeft hij mutsen naar mij opgestuurd met mijn naam erin verwerkt. Ik heb er inmiddels een stuk of acht.

‘Destijds vond ik het fijn mezelf te bedekken met zo’n muts. Ik voelde me nog best onzeker op het podium. Nu niet meer. Ik ben opener geworden, de mutsen draag ik niet meer. Ooit ga ik ze nog ritueel verbranden.’

Foto Frank Ruiter

Janis Joplin of Tina Turner?

‘Mijn moeder luisterde veel Tina Turner. Bij Turner raakte ik voor het eerst geïnteresseerd in het verhaal achter de muziek. Ik zal een jaar of 8, 9 zijn geweest. Haar versie van Creedence Clearwater Revivals Proud Mary is mijn lievelingsnummer. Ze zong dat samen met haar toenmalige partner Ike. Mama vertelde over de moeilijke relatie tussen Tina en Ike, dat hij haar mishandelde bijvoorbeeld. Dat gaf zo’n nummer lading.

‘Janis Joplin kwam later, in mijn middelbareschooltijd. Ik heb een tattoo van een sierlijke armband op m’n pols die Joplin ook heeft. Omdat Tina Turner de eerste was, kies ik toch voor haar.’

Studio RS29 in Drunen (NL) of Urchin Studios in Londen?

‘Zonder twijfel de Urchin Studios in Londen. In die studio heb ik mijn nieuwe plaat opgenomen. Het gebouw waarin de studio zit, The Laundry, is een aantal jaar geleden gekocht door de gitarist van Radiohead. Er zitten allerlei creatieve bedrijfjes.

‘Een keuze tussen studio’s betekent voor mij ook een keuze tussen de producenten met wie ik in die studio’s samenwerkte.

‘RS29 is de studio van Oscar Holleman, met wie ik mijn eerste album maakte. Onze samenwerking was heel intens. Je ziet dat goed in de documentaire Wolflady. Dagen- en nachtenlang zaten we in die studio met z’n tweeën te werken. Oscar ging overal mee naartoe: gesprekken met het label, een fotoshoot. Ik gaf Oscar al mijn loyaliteit, hij mij zijn kennis en ervaring. In die tijd had ik slecht contact met mijn ouders. Oscar had daardoor ook een vaderrol voor mij.

‘Het plan was ook het tweede album met Oscar te gaan maken. Maar toen we in 2016 weer in zijn studio gingen werken, lukte het niet meer om goede liedjes te schrijven. Het label verwachtte wel nieuwe muziek. Ik moest verder en besloot onze samenwerking te stoppen. Het was op.

‘Oscar wilde dezelfde soort muziek maken als op de eerste plaat. Ik wilde meer variatie, niet alleen het donker in mezelf zoeken. Wat ook meespeelde: Oscar en ik hebben mentaal grote pieken en dalen. Tijdens het maken van het eerste album hielden we elkaar in balans; ging het met hem minder, dan zette ik gas bij en andersom. Maar nu zaten we allebei in een dal, ik onder meer door mijn stukgelopen relatie. In plaats van elkaar helpen, hielden we elkaar in het negatieve.

‘Het stoppen van onze samenwerking heeft me verdriet gedaan. We waren lange tijd een goed duo. Oscar leerde me niet snel tevreden te zijn. Daar ben ik hem dankbaar voor.

‘De samenwerking met Liam Howe, de producent van mijn nieuwe album, was minder intens. Op een positieve manier. Liam werkte eerder samen met Adele en Lana del Rey. Hij leerde me plezier hebben in het maken van het album. Hij was minder sturend dan Oscar, liet me mijn fouten zelf ontdekken. Ik ben daardoor als persoon gegroeid.’

IJdel of slonzig?

‘Slonzig. Thuis is het vaak een rommeltje. Maar ja, mijn hoofd is ook niet opgeruimd. Daar lopen allerlei gedachten willekeurig door elkaar.

‘Vlak voor dit interview heb ik nog even m’n nagels met een pasje schoongemaakt. En kijk naar m’n haar. Ik millimeter het al elf jaar, puur voor het gemak en niet omdat het me knapper maakt. Van mezelf heb ik krullen. Dat kostte vroeger veel te veel tijd om in de plooi te krijgen. Bovendien: als ik mijn haar nu een tijdje laat groeien, gaat het kriebelen. Doe mij maar kort.’

Openen voor Robbie Williams of de titeltrack voor de film De Helleveeg?

‘Voor Robbie Williams heb ik een keer in Griekenland en een keer in Nederland het voorprogramma gedaan. Heel vet, maar je staat toch in zijn schaduw. Ik kies voor de titeltrack voor De Helleveeg.

De Helleveeg is de verfilming van een roman van A.F.Th. van der Heijden over de obsessieve verstandhouding van het jongetje Albert Egberts met zijn tante Tiny. Het nummer Diggin’, dat als titeltrack werd gekozen, stond al op mijn debuutplaat. Toch was ik trots. De Helleveeg speelt zich af in de Eindhovense wijk Tivoli. Ik beschouw Eindhoven als mijn thuisstad, ik woon er zelf.

‘Filmmuziek lijkt mij ook uitdagend om te maken. Je moet in de huid van het hoofdpersonage kunnen kruipen en tegelijkertijd iets van jezelf in die muziek weten te leggen.’

Nooit meer een joint of nooit meer een whisky-cola?

‘Mijn twee favoriete genotmiddelen. Liever nooit meer een whisky-cola, dan kan ik nog altijd gin-tonics drinken.

‘Ik heb add, daardoor kan ik moeilijk mijn aandacht ergens bij houden. Tot een paar jaar geleden slikte ik er medicatie tegen. Mijn persoonlijkheid werd daardoor vlak, invoelend zingen werd ook moeilijker. Bovendien ga je van die medicatie gigantisch tandenknarsen. Mijn halve gebit is blijvend beschadigd.

‘Inmiddels ben ik gestopt met de medicatie. Wanneer de drukte me nu teveel wordt, helpt blowen om weer rustig te worden. In drukke periodes blow ik dagelijks, in rustigere periodes zomaar een week niet. Mijn stem wordt er hooguit iets heser van, maar het belemmert het zingen niet. In Nederland is het moeilijker doseren dan in het buitenland. Iedere Nederlandse stad heeft coffeeshops. Mijn huis in de Eindhovense volksbuurt Woensel-West ligt ingeklemd tussen drie coffeeshops. Hoe ik ook naar huis loop, ik kom al-tijd langs een coffeeshop.’

Beter liedjesmateriaal: het weekend of verloren liefde?

‘Over beide zing ik op mijn nieuwe plaat. Het zijn tegengestelde thema’s: het weekend is een licht onderwerp en positief, verloren liefde precies het tegenovergestelde. Ik kies voor verloren liefde.

‘Laat mij eerst zeggen dat zingen – en schrijven – over een luchtig onderwerp als het weekend als een overwinning voor mij voelt. Op mijn debuutalbum Shades of Black is weinig lichtheid of vrolijkheid te horen. De afgelopen drie jaar heb ik leren inzien dat het niet erg is muziek te creëren vanuit een positief gevoel. Als je tijdens het schrijven van muziek altijd maar de negativiteit en pijn opzoekt, loop je het risico ook buiten het schrijven in dat gevoel te blijven hangen.

‘Een coach heeft mij geholpen om in het creatieve proces andere kanten van mijzelf aan te spreken. Ik bezocht haar wekelijks, soms maandelijks. Ze kwam ook naar optredens luisteren. Achteraf bespraken we dan wat ik voelde als ik zong of schreef.

‘Desondanks is verloren liefde een belangrijk thema op Cheap Smell. In een aantal liedjes kijk ik terug op een relatie die stukliep tijdens het schrijven van de liedjes. Het nummer Adickted gaat bijvoorbeeld over de drugsverslaving waaraan die persoon leed. De gevoelens van die relatie terughalen, vroeg meer eerlijkheid van me dan de lichte onderwerpen deden. Daarom ben ik op die nummers nét iets trotser.’

CV Sharon Kovacs

15 april 1990Geboren in Baarlo, Limburg

2010 – 2013Opleiding zang aan het Rock City Institute in Eindhoven

2014Debuut-EP My Love, gedeeltelijk opgenomen in de Egrem-studio’sin Havana, Cuba

2014 Verkozen tot 3FM Serious Talent en Radio 6 Best Soul & Jazz Talent

2015 Debuutalbum Shades of Black

2015 European Border Breakers Award (EBBA) voor veelbelovend talent

2016 Titelsong voor de film De Helleveeg

2018 Tweede album Cheap Smell

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.