Interview Dries Roelvink

‘Ik wil dat heel Nederland zegt: wat zingt hij dit vreselijk mooi, ik krijg er kippenvel van’

Beeld Pablo Delfos, styling Ekaterina Raznagova

Na een paar mislukte pogingen gaat Dries Roelvink nog één keer all-in. Het label ‘feestzanger’ moet plaatsmaken voor dat van een serieuze artiest. Lukt het niet, dan is het terug naar de cafés en partyzalen. ‘Dat zou dan de tragedie van mijn leven zijn.’

Een serveerster van restaurant Bodon in het Amsterdamse Apollo Hotel verschijnt aan het tafeltje van vaste gast Dries Roelvink: ‘Hallo beste zanger van Nederland!’ Roelvink, stralend: ‘Vandaag zitten we hier met een serieuze krant, de Volkskrant. Nu een keer niet De Telegraaf, niet de Privé, nee, de Volkskrant. Hoe vind je die?’

Zelf vindt hij het prachtig. Het is onderdeel van wat Dries Roelvink (59) inmiddels zijn ‘herpositionering’ noemt, een woord dat hij uitspreekt met een mengeling van spot en genoegen. Zijn uitverkochte show in Paradiso, maandag 10 september, is een volgende stap in de imagowending waar Roelvink op hoopt: van de simpele volkszanger die zijn cultstatus opwaardeerde met realityprogramma’s rondom zijn gezin naar een serieus te nemen artiest die ook nummers van Prince, David Bowie en Mick Jagger kan dragen.

‘Ik sta totaal niet achter heel veel liedjes die ik heb uitgebracht’, zei Roelvink eind vorig jaar op NPO Radio 2. Liever was hij beroemd geworden met nummers in de stijl van grote voorbeelden Tom Jones en Engelbert Humperdinck, muziek die hij verkiest boven het Nederlandstalige feestrepertoire dat hij een paar honderd keer per jaar ten gehore brengt in cafés, zalen en partycentra.

Het is niet de eerste keer dat Roelvink het over een andere boeg probeert te gooien, maar een commercieel succes werden zijn pogingen nooit. Volgens hemzelf liggen de kaarten anders nu mensen uit soms onverwachte hoek zijn herpositionering ondersteunen.

Sinds begin dit jaar belt hij iedere doordeweekse ochtend met journalist Sven Kockelmann. In diens interviewprogramma 1 op 1 op NPO Radio 1 denkt Roelvink als ‘stem van het volk’ mee over actuele onderwerpen, van gaswinning in Groningen tot de uitspraken van minister Stef Blok over de multiculturele samenleving. Vaak stelt hij de gast van Kockelmann een vraag en kleedt hij zijn bijdrage in met een persoonlijke anekdote. 

Frank Wisse, manager van zijn inmiddels ook bekende zoons Dave (24) en Donny (21), opperde het idee om in Paradiso een medley te zingen met stukjes Prince, Bowie en Jagger – grootheden die op hetzelfde podium stonden en straks op een scherm achter Roelvink worden geprojecteerd. Niet omdat hij nou zo’n liefhebber is van hun muziek, wel vanwege het verrassingseffect. ‘Vanaf de aankondiging van het concert in maart zeggen mensen: dit kan toch niet waar zijn, Dries Roelvink die Prince zingt?’

Paradiso prijkte na shows in Carré en het Concertgebouw, in de jaren negentig, boven aan zijn wensenlijst. ‘Ik heb zelf maar eens gebeld, gewoon naar het nummer dat jij ook op internet kunt vinden.’ Het leek op niks uit te lopen, tot Rob Bout, projectmanager van Dutch Valley, een festival met uitsluitend Nederlandse artiesten, een goed woordje voor hem deed. ‘Er ging een dag of drie overheen en toen had Rob een datum. Maandag 10 september, er viel niks te kiezen. Ik vond het prima. Maandag is een mooie dag.’

De Dries die de mensen kennen is de Dries van dat ANWB-spotje in de gele zwembroek, de ijdele sportschoolfanaat die net iets te vaak naar de zonnebank gaat, zegt hij over zichzelf. ‘‘Dries, mag ik je wat zeggen?’ hoor ik als mensen langer met me babbelen. Nou, dan weet ik al wat er komt. ‘Je bent zo anders dan ik had verwacht. Breder georiënteerd, vrij rustig.’’

Dries Roelvink

1959 Geboren in Amsterdam
1974 Stopt op zijn vijftiende met de lts, gaat een paar jaar later voetballen bij FC Amsterdam
1985 Wint talentenjacht van café The Shorts of London in Amsterdam
1987 Tekent eerste platencontract
1995 Concert in Concertgebouw
1996 Concert in Carré
2005 Realityserie Ik ben Dries (AT5)
2007 Reclamespot ANWB, met Roelvink in gele zwembroek
2008 Film I Love Dries
2010 Biografie Toverballen
2010 Voor het eerst nummer 1 in de Single Top 100 met Alleen door jou
2015 Eerste realityserie De Roelvinkjes (RTL5) over Roelvink en zijn gezin
2018 Krijgt dagelijkse column in interviewprogramma 1 op 1 (NPO Radio 1); concert in Paradiso; nieuwe realitysoap op SBS6 De Roelvinkjes: Effe geen cent te makken

Dries Roelvink is getrouwd met Honoria Roelvink-Wilborts en woont in Amsterdam. Uit een eerder huwelijk heeft hij twee zoons, Dave (24) en Donny (21), en uit een vroegere relatie een dochter, Peggy (36).

Hoe verklaar jij dat?
‘Als je van het uiterlijk vertoon bent, zoals ik, denken mensen dat je geen inhoud hebt. Een Arie Boomsma is ook altijd met zijn lijf bezig, maar hij heeft een vorm gevonden waarin men hem ook serieus neemt in de mooie, integere programma’s die hij maakt. Hij heeft kansen gekregen om te laten zien hoe hij innerlijk is. Die kans krijg ik voor mijn gevoel nu pas, op mijn 59ste.’

Vorig jaar trad hij ook al op in Paradiso, toen platenlabel Top Notch onder de noemer Parels van de Jordaan albums van bekende en minder bekende zangers uit de muzikale Amsterdamse buurt opnieuw uitbracht. Onder hen Roelvinks moeder Alie, die eind jaren vijftig stopte met zingen toen haar zoon daar in de Jordaan geboren werd, omdat haar man dat wilde.

In café Roelvink, de kroeg op de hoek van de Bilderdijkkade die zijn ouders korte tijd hebben uitgebaat, stond vader Dries achter de bar en zong zij op een klein podium in een hoek. ‘Mijn vader was een jaloerse man. Hij vond het niet leuk dat mijn moeder aandacht kreeg van mannen. Dan vroeg iemand haar om een zoen of gaf haar een klap op haar billen: ‘Alie, zing je nog wat?’ Voor zo’n man werd niet meer getapt. Mijn vader zag de aandacht die ze kreeg met het zingen als een bedreiging van zijn huwelijk. Zou ze misschien een leukere man zien? Ik denk dat hij zoiets vreesde, terwijl dat helemaal niet in mijn moeder zat.’

Wat voor vrouw was zij?
‘Echt een moeder, een luisterend oor. Tot haar tachtigste aan toe heeft ze mijn vader verweten dat hij haar zangcarrière blokkeerde. Mijn vader reageerde naar haar zin veel te enthousiast toen ik liet horen wat ik in Carré ging zingen. ‘Mooi!’, zei hij dan. En zij: ‘Mooi?! Ben jij zo enthousiast nu?’ Dat deed haar pijn.’

Kreeg je als kind ook al wat mee van die frustratie?
‘Ze was al gestopt met zingen toen Willy Alberti bij ons boven kwam – we woonden inmiddels drie hoog boven de hoertjes op de Ruysdaelkade in De Pijp. Alberti had het plan om een lp op te nemen, Zo zingt de Jordaan, live vanuit café Nol, met onder anderen Johnny Jordaan en Tante Leen. ‘We willen van jou ook twee liedjes’, zei hij tegen mijn moeder. Ik zag mijn vader al kijken: daar gáán we weer. Mijn moeder wilde het graag doen. Nou, het mocht. De plaat was binnen no-time goud en werd bekroond met een Edison door de vakjury. Toen kwam Alberti opnieuw langs. De volgende stap was een theatertournee met alle zangers op het album, maar daar begon mijn vader niet aan. Hij wilde niet avond aan avond met mij en mijn zus thuiszitten terwijl mijn moeder door Nederland ging met die groep.’

Jouw vaders wil was dus wet.
‘Ja. Niet op een nare manier hoor, maar het was wel traditioneel geregeld bij ons thuis. Zij deed het huishouden en verzorgde de kinderen, hij tekende de acceptgirokaartjes en zorgde dat er geld binnenkwam. Oorspronkelijk kwam hij uit de bouwwereld, waar hij een salaris verdiende van 300 gulden in de week. Dat draaide hij in één avond in het café, maar hij kon niet tegen mensen die met een slok op vervelend werden. En dan stond mijn moeder ook nog te zingen. Na twee jaar sloot café Roelvink alweer en ging hij terug de bouw in. Als hobby trainde hij de jeugd van voetbalclub Herenmarkt in de Jordaan. Ik speelde bij DWS, want Herenmarkt vond hij een te laag niveau.’

Hij wilde graag dat jij voetballer werd. Hoe goed was je precies?
‘Redelijk goed. Ik ben een tijdje prof geweest bij FC Amsterdam, fusieclub van Blauw-Wit, DWS en De Volewijckers. Clubvoorzitter Dé Stoop had zich voorgenomen om een elftal van jonge talenten samen te stellen. Voor dat team werd ik gescout door Tonny Bruins Slot, die later assistent-trainer van Johan Cruijff werd.’

Hoe lang heb je uiteindelijk bij FC Amsterdam gespeeld?
‘Drie jaar. Ik begon al gauw meer met drank en vrouwen bezig te zijn. Die Tonny Bruins Slot zag mij een keer zaterdagnacht in La Bouteille in de Leidsestraat terwijl ik op de bar stond te zingen. Toen ik terugkwam bij mijn auto zat er een briefje van hem onder mijn ruitenwisser: ‘Dries, jij begint morgen op de bank. Je begrijpt zelf wel waarom hè?’ Ze noemden me vanaf dat moment ‘de nachtbraker’. Uiteindelijk is mijn contract niet verlengd. Mijn vader vond dat mijn stapvrienden mij op het verkeerde pad hadden geholpen. Als ik om vier uur ‘s nachts thuiskwam, zat hij in de woonkamer te wachten. ‘Je bent op je vijftiende van de lts gegaan en nou verpest je dit ook nog.’

Roelvink bestelt een glas champagne. ‘Mag dat van de Volkskrant?’

Beeld Pablo Delfos, styling Ekaterina Raznagova

Hadden jouw ouders ook iets met dure glazen champagne drinken?
‘Nee, helemaal niet. Ik heb gisteren met mijn vrouw Honoria in het Okura gegeten. Als ik zoiets vroeger vertelde aan mijn vader en erbij zei hoe duur het wel niet was, dan zei hij: ‘Jij spoort niet meer. Dries, doe nou effe normaal, je was dat jochie uit de Pijp met een bal onder je arm.’

Roelvinks oudere zus Coby overleed zes jaar geleden aan kanker. In 2008 stierven zijn ouders, eerst zijn vader, een paar weken later zijn moeder. ‘Ze was het laatste halfjaar behoorlijk aan het dementeren, maar kende nog alle teksten van haar liedjes. Als mijn zus bij haar aan het bed zat, hoefde ze alleen de eerste regel maar voor te zingen. Ze lagen allebei in hetzelfde ziekenhuis, mijn ouders. Mijn moeder werd met een ambulance in een rolstoel naar de begrafenis van mijn vader gebracht. De volgende dag kwam ik op bezoek. ‘Hoe is het met je vader?’ vroeg ze. Ze zijn 85 en 86 jaar geworden.’

Uiteindelijk maakte je je beroep van wat je moeder het liefste deed.
‘Dat vond ze geweldig.’

En je vader?
‘Niet meteen. Wat lang bij hem bleef hangen, was dat beeld van mij op de bar in de Leidsestraat. Zingen en het bijbehorende uitgaansleven hadden mijn voetbalcarrière beïnvloed, en niet op een goede manier.’

In 1985 won Roelvink een talentenjacht van een café op het Rembrandtplein, met liedjes van Tom Jones en Ben Cramer. Hij had geoefend in café Bolle Jan, de kroeg van de ouders van René Froger. Met Froger trok hij destijds op. Er volgde een eerste betaald optreden op een camping in Noord-Holland en een eerste platencontract bij Universal, met twee Engelstalige singles die het niet goed deden. Later tekende Roelvink bij Telstar, het label van zanger, producer en tekstschrijver Johnny Hoes, waar hij in 1993 scoorde met Maria Magdalena

‘Dat is carnaval, dacht ik toen ik het nummer voor het eerst hoorde, niks voor mij. Maar volgens Hoes viel er geld mee te verdienen. We hebben het opgenomen, het scoorde en vanaf dat moment kreeg ik een soort stempel op mijn voorhoofd: feestzanger.’

Was je trots toen Maria Magdalena aansloeg?
‘Ja, toch wel. Nu word ik bekender, dacht ik. En één ding had ik me voorgenomen, ik moet wel een bekénde zanger worden. Niet een geweldig goede zanger waar je nooit van gehoord hebt, zo een die ergens in een koor staat. Door Maria Magdalena kwam er een golf aan optredens binnen. Als je in een maand twintig keer optreedt voor 1.000 gulden, wordt het financieel opeens heel leuk.’

Je bent altijd in het cafécircuit blijven optreden. Waarom ben jij geen René Froger geworden?
‘Hij had een beter platenlabel, een beter management en hij heeft altijd zijn eigen muziek gemaakt. En in die jaren zong hij ook beter dan ik. Het is moeilijk in te schatten of ik had bereikt wat ik nu heb bereikt als ik dichter bij mijn smaak was gebleven, met Tom Jones en Humperdinck-achtige nummers. Wat me nog het meest dwarszit, is dat ik mijn kwaliteiten als zanger nog steeds moet bewijzen. Ik hoop dat het me lukt om na de herpositionering met een lied te komen waarvan heel Nederland zegt: wat zingt hij dit vreselijk mooi, ik krijg er kippenvel van.’

Wat vinden ze thuis van de herpositionering?
‘Dave zei het zo: ‘Je hebt iets te pakken nu.’’

Zoon Dave weet als geen ander hoe een herpositionering werkt. In 2016 moest hij voor de rechter verschijnen in verband met de diefstal van spullen uit een villa in Burgerbrug, twee jaar eerder. Hij moest zich ook verantwoorden voor een op internet verspreid seksfilmpje dat tijdens een feest in die villa werd gemaakt.

‘Die vervelende affaire’ noemt Dries Roelvink het, maar de affaire pakte voor de familie nog niet zo vervelend uit. Het gezin Roelvink werd benaderd voor een realitysoap op RTL5. De Roelvinkjes (2015) draaide goeddeels om Dave die zijn leven aan het beteren was en in dj’en een nieuwe reden vond om niet voor drie uur ’s middags uit bed te komen. Een jaar later deed hij mee aan Expeditie Robinson, waar hij op een eiland op de Filipijnen aan sympathie won.

De realitysoap kreeg een vervolg met De Roelvinkjes: Dave en Donny doen zaken (2017), waarin Dave met jongere broer Donny een bedrijf begint. Dit jaar is het Donny's beurt in Expeditie Robinson. Hij was de afgelopen weken met zijn vriendin te zien in het programma Temptation Island VIPSEn na de zomer is er De Roelvinkjes: Effe geen cent te makken op SBS6, waarin de familie hun bovenwoning in de dure P.C. Hooftstraat verlaat om een maand op bijstandsniveau te leven.

Beeld Pablo Delfos, styling Ekaterina Raznagova

Jij kon voetballer en zanger worden. Wat zie jij als het talent van je zoons?
‘Bij hen begint het natuurlijk met hun uiterlijk. Ze hebben iets waardoor meisjes gillend achter ze aan rennen. Van Dave heb ik me lang afgevraagd wat er van hem terecht moest komen. Hij was met school net zo erg als ik. Heel even dacht ik: voetballen. Ik ben zelfs nog met een trainer van AZ gaan babbelen, zo van, kom eens naar Dave kijken.’

Het klinkt alsof Dries senior aan het woord is.
‘Ik weet het. Dave is uiteindelijk door Ulla Models gescout als model terwijl hij aan het werk was in pakkenwinkel Oger, waar wij boven wonen. Ik meldde het meteen bij de RTL Boulevards toen hij naar Zuid-Afrika vertrok voor modellenwerk.’

Waarom eigenlijk?
‘Ik wilde van hem een bekend model maken. Bij Don is het ook zo gegaan. Hij kreeg er genoeg van om steeds te horen dat zijn broer zo knap was. Twee jaar geleden besloot hij om elke dag met mij naar de sportschool te gaan en een dieet te volgen. Eerst heb ik gewacht tot ik hem fotoklaar vond. Toen maakte een fotograaf foto’s van hem in mooie kleding, maar ook een paar met die blote body, met zulke blokken op zijn buik. Die beelden heb ik verspreid in mijn medianetwerk.

Donny had geen hekel aan school, toch?
‘Hij volgde een technische mbo-opleiding in Zaandam. Op een gegeven moment hoorde ik hem zeggen dat bouwkundig ingenieur zijn einddoel was. Ik zag hem bezig met metselen en waterpassen. ‘Mooi hè pa?’, zei hij dan. Nou ja, mooi, dacht ik. Hoe kán je dit leuk vinden? Ik had me berust in zijn keuze, maar ik vond het jammer. Ik hoopte op deze omslag, omdat ik geloof dat het leven dat ik leid hem gelukkiger zal maken dan elke morgen om zes uur opstaan om door weer en wind muurtjes te metselen. Ik kijk absoluut niet neer op metselaars, mijn vader komt ook uit de bouw, maar metselaar, dat is toch niet de glamourwereld waar ik altijd in heb geleefd?’

Maar als hij daar nou blij van wordt?
‘Je mag toch hopen, als vader? Je hebt twee zoons, je ziet hoe goed ze eruitzien, dan hoop je gewoon dat je opvolgers krijgt, op wat voor gebied dan ook. Als je de mogelijkheid hebt om jezelf via je vader in de showbizzwereld te profileren en daar een goede boterham mee te verdienen, kun je misschien over tien jaar zeggen: dit was het voor mij, ik ben binnen. Je moet héél sterk in de schoenen staan om dat niet te doen.

‘Wat er nu gebeurd is…’ Vouwt zijn handen. ‘…dankuwel. ’

Hun manager Frank Wisse adviseert jou tegenwoordig ook weleens, vertelde hij. Wat is het beste advies dat je van hem hebt gekregen?
‘Niet te loslippig zijn in de media. Nee is ook een antwoord dat je een journalist kunt geven.’

Hij zei dat jij en Dave onlangs werden gevraagd om een Kruidvat te openen in Palamos, aan de Costa Brava in Spanje. De opdrachtgever stelde voor dat jij in een rode in plaats van een gele zwembroek zou flyeren. Frank verbaast zich erover dat jij zoiets toch nog een seconde serieus overweegt.
‘Dat was een financieel aantrekkelijke klus, en het leek mij leuk om een nachtje met Dave in Barcelona te zijn. Maar Frank zegt terecht: daar moet je niet eens over nadenken. Laat maar lopen dan, zei ik. Nee, reageerde Frank, je gaat wel, je gaat alleen niet in die zwembroek flyeren. Nou, dus Dave ging achter de kassa en ik heb voor de deur een lied gezongen en een lint doorgeknipt. Zo kan het dus ook.’

Dave zei tegen mij: als ik een paar miljoen krijg stop ik waarschijnlijk met draaien, op een paar leuke festivals na, maar mijn vader zou op volle kracht doorzingen.
‘Zo dacht mijn moeder er ook over. Het ging haar er destijds niet om dat ze met die theatertour centjes kon verdienen. Nee, men vráágt mij, en dan sta ik voor volle zalen, ik mag mijn stem laten horen, ik ben artiest, dáár ging het haar om. Mijn hele leven draait om optreden.’

Jouw goede vriend en tekst- en muziekschrijver Bram Koning vraagt zich af of het kan, of je met het imago dat aan jou kleeft een ander publiek kunt aanspreken met andere muziek.
‘Het beangstigt mij wel, dat hij daaraan twijfelt. Want ik weet dat hij de herpositionering ook voelt. Bram gelooft heilig in de leader van Effe geen cent te makken, een gezellig Nederlandstalig nummer. Begint te zingen: ‘Want ik heb effe geen cent te makken, ik sta hier met lege zakken, maar ik ben tevreden met mijn leven.’ Hij zegt: ‘Als je dit als single uitbrengt, echt, de hele kroeg staat op zijn kop.’ Ik ga het natuurlijk promoten, maar het is niet het lied waar ik naar op zoek ben, niet het lied dat bij mijn herpositionering past. Als ik het nu voor jou zing, denk jij niet: wat een geweldige stem heeft die man.’

Je hebt eerder geprobeerd om als zanger een andere weg in te slaan.
‘Ik zou bijna willen zeggen: ik heb twee keer de fout gemaakt om dat te proberen. In 1995 nam ik een Engelstalig coveralbum op met nummers van Jones en Humperdinck, ondersteund door het Metropool Orkest. Dat kostte me een godsvermogen, ik geloof een ton in guldens. Mijn label Telstar wilde het wel promoten, maar niet betalen. Geboren in de Jordaan, een zingende moeder, het hele verhaal klopte volgens Johnny Hoes, zolang ik Nederlandstalig zong. En dan zou ik nu opeens gaan doen alsof ik uit Las Vegas kwam.

‘De toepasselijke albumtitel was Two Different Worlds. Het sloeg niet aan. Mensen vonden het niet Dries. Ik had te maken met het Swiebertje-effect, zei Wim van Kerkwijk, die de promotie deed. Ik had net een mooi huis gekocht in Landsmeer, Dave was geboren. Nu gaat het gebeuren, dacht ik, maar er gebeurde niks.’

Waarom gaat het nu wel lukken?
‘Ik word 1 januari 60, ik wil deze stap nog één keer proberen te maken. Het is een laatste kans. Er zijn theaters die interesse hebben getoond in een tournee na Paradiso en ik mag met het Metropool Orkest twee nieuwe nummers opnemen. Als mensen die nummers slecht vinden, zou dat een enorme teleurstelling zijn.’

En dan blijf je optreden met nummers waarvan je hebt gezegd: dit is niet mijn muziek.
‘Dat zou dan de tragedie van mijn leven zijn.’

Styling Dries Roelvink: Ekaterina Razgonova, met dank aan Tenue de Nîmes en Menage in Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.