'Ik wil dat de beiaard in de hoofden van de mensen blijft'

Reportage in de Utrechtse Dom

Ze werd wereldberoemd met haar vertolking van Space Oddity op de beiaard van de Dom. Toch kent bijna niemand Malgosia Fiebig.

Malgosia Fiebig: `De klokken zijn geweldig. 34 van de 50 komen nog uit de 17de eeuw.` Foto Ivo van der Bent

Malgosia Fiebig (41) heeft elke week net zoveel publiek als een artiest in een uitverkocht Ahoy. Maar als zij zaterdagmiddag na haar wekelijkse concert door Utrecht loopt, is er nauwelijks iemand die haar herkent.

Fiebig, Poolse van oorsprong, is niet op een groot scherm te zien; ze zit hoog verstopt in de Domtoren. En of die duizenden mensen in de Utrechtse binnenstad die haar kunnen horen ook daadwerkelijk naar haar luisteren, is een tweede.

Al zijn er wel steeds meer mensen die haar herkennen. Ook voor het interview nog: zomaar een bezoeker die haar aanklampt. Vijf jaar is ze nu stadsbeiaardier van Utrecht. Het is haar missie om de beiaard (ook wel: carillon) op de kaart te zetten, en daar slaagt ze bijzonder goed in.

2016 was haar jaar, zou je kunnen zeggen. Haar zegetocht begon wrang genoeg met de dood. Op maandag 11 januari werd bekend dat David Bowie was overleden. 'Ik moest die dag spelen in Nijmegen, waar ik ook stadsbeiaardier ben', vertelt Fiebig. 'Voor ik naar de toren ging, had ik snel nog even bladmuziek van hem gekocht. Ik twitterde dat ik liedjes van Bowie zou doen. Toen ik al op weg naar huis was, werd ik benaderd door Hart van Nederland: of ik niet nóg ergens Bowie zou spelen. Ze wilden het opnemen. Gelukkig had ik de sleutels van de Domtoren in mijn zak.'

Space Oddity

Een voorbijganger filmde hoe Fiebig vanaf de Dom Space Oddity speelde en zette de video op Facebook. Dat ging wereldwijd viral: binnen de kortste keren was het meer dan een miljoen keer bekeken.

Toen in april Prince overleed, bracht ze een eerbetoon aan Prince - wederom met lof op sociale media tot gevolg. En toen Leonard Cohen doodging, speelde ze Leonard Cohen. 'Ik heb meer met Prince dan met Bowie, maar ik vond dat Prince toch minder goed werkte. De ballads wel: Nothing Compares to You en Purple Rain, maar nummers zoals Kiss, waarin de beat echt belangrijk is, dat wordt niks.'

Hoe maak je een instrument uit 1664 relevant in de 21ste eeuw? Zo dus: speel wat de mensen kennen (niet alleen Bach, maar ook Stromae) en speel in op de actualiteit (oud-Hollandse liedjes op Koningsdag, ABBA's Happy New Year met Nieuwjaar). Als daar dan dat feest van herkenning is, word je je bewust van de klank van dat grote klokkeninstrument. Wat achtergrondruis was, wordt muziek.

'Ik wil niet dat mijn spel voor een kleine groep mensen is. Vermoedelijk spreek ik meer mensen aan met pop dan met Mozart.'

Fiebig groeide op in de Poolse havenstad Gdánsk. Dat ze beiaardier werd, was toeval. In de Tweede Wereldoorlog waren de twee carillons van haar stad verdwenen (een is naar Lübeck gebracht, de ander werd verwoest). Eind jaren negentig kwamen er weer twee instrumenten in de stad. Alleen was er niemand om ze te bespelen. 'Ik had me ingeschreven voor een cursus die een verkapte auditie bleek te zijn. Zo werd ik de eerste naoorlogse stadsbeiaardier.'

Dat ze in Nederland belandde, was logisch: als je ambitie hebt, moet je naar de beiaardschool. Die staat in Amersfoort. 'Ik wist niet wat ik zag. Een landje zo veel kleiner dan Polen, maar zelfs de kleinste stadjes hadden een carillon! Amsterdam heeft er zelfs vijf. Afgezien van instrumenten die alleen automatisch worden bespeeld, zijn hier rond de 190 carillons. Als er één instrument typisch Nederlands is, is het de beiaard. Met België en Noord-Frankrijk is dit echt het hartland van het instrument.'

Malgiosa Fiebig achter het carillon. Foto Ivo van der Bent

'De hemel voor beiaardiers'

Ze noemt Nederland 'de hemel voor beiaardiers'. En nu bespeelt ze een van de absolute topinstrumenten, in de hoogste kerktoren van Nederland.

Wat juist deze beiaard zo goed maakt? 'De klokken zijn geweldig. 34 van de 50 komen nog uit de 17de eeuw, de allerlaagste en de hoge zijn in de jaren zeventig toegevoegd. De oude klokken zijn gegoten door de gebroeders Hemony, die wisten hoe je een klok moest stemmen, wat nieuw was voor die tijd. Bij een klok hoor je nooit één toon: je hoort de boventonen heel duidelijk - een octaaf, een kleine terts, een kwint. Bij deze klokken zijn die boventonen heel mooi in balans.'

Voorslag

Ook als de beiaardier niet speelt, kun je de Dom horen. Elk kwartier zelfs, dag en nacht. Dat komt door de automatische speeltrommel, die ook uit de 17de eeuw komt - drie keer per jaar wordt de trommel met vier vrijwilligers 'verstoken'. Boven in de toren hangt een cilinder (diameter: 2,10 meter) waarin pinnetjes worden vastgezet. Elk pinnetje brengt een klepel in beweging. Voor de 'hele uren' klinkt een langere melodie, dit wordt de voorslag genoemd.

Fiebig hoeft niet te sporten: twee keer per week beklimt ze de trappen van de 112 meter hoge Dom. Voor elke bespeling zorgt ze ervoor dat ze een kwartier voor tijd in haar cabine zit, in de lantaarn boven in de toren. Onder haar hok hangen de grote klokken, boven en om haar heen de kleintjes. Als ze speelt, slaat ze met haar vuisten op de houten toetsen, voor de lage klokken heeft ze pedalen, net als bij een orgel.

In de cabine hangt een plakkaat met de namen van de stadsbeiaardiers. Fiebig is de eerste vrouw. 'Ik wil dat mensen genieten van de muziek die ik maak, en ik wil dat mensen weten hoe bijzonder deze beiaardtraditie is, en dat ze blijft voortbestaan', zegt ze. 'Ik wil dat de beiaard in de hoofden van de mensen blijft.'

Slaan met de vuisten op 112 meter hoogte.

Meer over