Interview

'Ik kapseis niet onder een gevoel van minderwaardigheid'

Interview Matthijs van Nieuwkerk

Matthijs van Nieuwkerk over tien jaar op tv, zijn moestuin en z'n amour pour Aznavour.

Matthijs van Nieuwkerk. Beeld Robin de Puy

De beste presentator van Nederland kijkt naar buiten en ziet een roestbruine koe. Matthijs van Nieuwkerk (55) zit in zijn verbouwde boerderij in de Achterhoek, midden tussen de weilanden van boer Jan.

Aan de ene kant zijn er koeien all over, aan de andere kant is geen koe te zien. Zo is het altijd, zo is het hier verdeeld. Deze zomer is er tussen het zwartbonte vee één roestbruine koe opgedoken en die staat nu aan de kant van zijn boerderij. Ze heeft een prachtige, diepe kleur, tikkie glanzend - en dat doet hem sterk denken aan de halve puntlaarsjes die hij droeg tijdens zijn studie Nederlands. Die had-ie weer op een foto van Miles Davis gezien, met van dat elastiek aan de zijkanten.

Jarenlang hing de foto op het prikbord in zijn studentenkamer. Miles zat, zo herinnert Matthijs zich, op een geluidsbox, trompet losjes in de hand. Het zou zomaar in Parijs kunnen zijn. Het zou zomaar kunnen stammen uit de tijd dat de trompettist verliefd was op zangeres Juliette Gréco, eind jaren veertig. Hij had ook nog zo'n aanstellerig zijden sjaaltje om zijn nek.

Naast deze foto hing er eentje van een jonge Johan Cruijff die tijdens een training een hoge bal aanneemt, in een grote blauwe coltrui. Zo'n trui heeft hij nog, en die hangt als een soort klusjestrui in de schuur. Denk nou niet dat hij de echte trui van Cruijff heeft gekregen. Hij heeft eenzelfde trui gekocht, toentertijd.

Want die moest en zou hij hebben. Net als hij in die jaren een zeemleren jasje met rafels kocht zoals de zanger van The Who, Roger Daltrey, altijd droeg. Ook wilde hij een Afghaanse jas net als Jimi Hendrix, een brandweerrode strakke broek waar Mick Jagger zich in hees en een Bob Dylan-zonnebril. Het leek wel of hij de klerenkast had van een eenmanscoverbandje.

Beeld Robin De Puy

Lekker werkje

De trui van Cruijff heeft het overleefd. Daarin hakt hij nu op een koude winterdag een kuub hout klein. Nee, niet met een elektrische zaag, ben je gek geworden. Gewoon met een bijl van Welkoop, de winkel met verstand van tuin en dier. Zo eentje met een lange steel - lekker werkje hoor. Dan zet hij het blok voor zich, de benen iets gespreid en laat de bijl achter de rug hangen om hem vervolgens in een explosie van kracht en finesse in één zwiep op het blok te plaatsen. De perfecte uitvoering is dat de bijl zonder weerstand door het hout zoeft, pats!, en traag in twee helften uit elkaar valt.

Even een tussenvraag: zou dit gesprek niet over Charles Aznavour gaan?, schrijft hij.

Jazeker! Dit gesprek zou over Charles Aznavour gaan, en alles waarover hij heeft gezongen, aangezien volgende week zijn boek Aznavour. De beste zanger die ooit geleefd heeft in de winkel ligt. Zo was het onderwerp vooraf beklonken. Net zoals Van Nieuwkerk een voorkeur had voor een fotograaf, een visagiste en een styliste en de plek waar in de krant het artikel precies zou moeten komen.

Alleen ís er geen gesprek geweest. Dit verhaal met de beste presentator van Nederland is geschreven aan de hand van 14 sms'jes en 45 e-mails, na een correspondentie van weken, soms elke dag een vraag, en per ommegaande een antwoord. In de tussentijd denderde hij door Frankrijk, Italië, Nederland en Engeland. Hoorde hij in een Siciliaans restaurant plotseling de jazztrompet van Lee Morgan en had hij vanaf een terras in Londen zicht op de entree van Ronnie Scott's Jazz Club waar die avond de originele Blues Brothers Band speelde.

Beeld Robin De Puy

Alleen per mail, anders niet

Vele jaren geleden heeft hij besloten zich alleen nog maar per mail te laten interviewen. Er was altijd wat en op deze rustige manier geeft hij de beste antwoorden, typte hij. Hij doet het alleen per mail, en anders niet, en zo heeft hij het voor zichzelf geordend.

Je kunt wel tegen hem zeggen: kom op! Laten we naar Parijs gaan! Dan lopen we langs alle plekken waar Aznavour heeft opgetreden, heeft gewoond of één van zijn duizenden liedjes heeft geschreven. Daar aanschuiven waar Aznavour een beetje schalks een glaasje heeft gedronken en een rokertje heeft opgestoken, en dan mag hij monter melancholisch mijmeren.

Om zijn te vroeg overleden vriend Martin Bril te citeren: We hebben een uitje!

Hij vertelt dan tijdens een wandeling van Aznavours geboortehuis in Rue Monsieur-le-Prince naar L'Olympia over hoe de triomfen van de Frans-Armeense zanger zijn begonnen. Matthijs kijkt eens omhoog naar de gevels, met zijn handen in de zakken. En op de Boulevard des Capucines praat hij over Sur ma vie, zijn grote hit uit 1965, en weet daar ook de wordingsgeschiedenis van op te dissen, zoals die ook in zijn aanstonds te verschijnen boek voorkomt.

Het nummer is in één nacht geschreven, aan de vooravond van het debuut van Aznavour in L'Olympia, tussen de goochelaars en de degenslikkers. Hij moest en zou indruk maken, met een grootse melodie, dus stroopte hij zijn mouwen op. Achter de piano in zijn kamertje rookte hij een pakje Gauloises leeg en drie uur later zong hij de eerste zinnen: Sur ma vie, je t'ai juré un jour, de t'aimer jusqu'au dernier jour de mes jours.

Hij zou zich inhouden om niet ter plekke zachtjes te neuriën.

CV Matthijs van Nieuwkerk

1960 Geboren op 8 september in Amsterdam.

1984-1996 Medewerker/redacteur/ chef kunstredactie Het Parool.

1994 Oprichter voetbaltijdschrift Hard Gras (met Henk Spaan).

1996-2000 Hoofdredacteur Het Parool.

2003-heden Presentator Top 2000 à Go-Go.

2003-2008 Presentator Holland Sport (met Wilfried de Jong).

2005-heden Presentator De Wereld Draait Door

Matthijs van Nieuwkerk is getrouwd en heeft een zoon en een dochter.

Een mozaïek van neurosen

Matthijs in Parijs - zetten we dan boven het verhaal, in vet gedrukte leters. Foto erbij voor het L'Olympia, en hijzelf in Pak Nummer 1. Strik erom, klaar en uitrollen maar.

Ho! Matthijs trapt op schrift al vroeg op de rem. We gaan elkaar zeker niet ontmoeten voor het interview, zet het maar uit je hoofd, en zeker niet in Parijs, of waar dan ook op locatie. Hij omschrijft zichzelf als een mozaïek van neurosen en het idee dat hij met een hem betrekkelijk vreemde man lopend door Parijs een interview geeft, jaagt hem bij voorbaat de stuipen op het lijf. Zitten we daar op het terras bij café Les Deux Magots of Café de Flore, terwijl hij inmiddels misselijk is geworden. En dan niet van de scherpe Franse mosterd, maar van de teleurstellende antwoorden die hij in zijn nervositeit heeft gegeven.

Het is beter dat dat ons beiden bespaard blijft, schrijft de man die de afgelopen tien jaar als presentator van De Wereld Draait Door duizenden mensen live op televisie heeft geïnterviewd. Die de Nederlandse televisie dagelijks vanuit de heup injecteert met veel enthousiasme en in een razend tempo gevatte rubrieken, blakende personages en adequate onderwerpen presenteert. Die zijn goedhumeur-imperium heeft uitgebreid met talloze initiatieven, zoals colleges, concerten, festivals, boeken, een museum - eerdaags gevolgd door een pop-uprestaurant en een eigen bijdrage in de komende sportzomer van 2016.

Dan maar zo, op afstand. Hij houdt graag de controle, en interviewen is iets anders dan zelf het onderwerp zijn van een interview. Zelfs gedurende de digitale gedachtenwisseling wil hij toch graag weten welke kant het opgaat met het niet-gesprek en hoe het een en ander uiteindelijk wordt vormgegeven.

Zelfhulpboeken

Over die tombola aan angsten en ongemakken die hij met zich meedraagt, heeft-ie nog wel een instantklassieker onder zijn functietoets. Over die ene keer dat hij vlak voor de IJsselbrug in Zutphen van zijn fiets kletterde omdat zijn spieren verlamden bij het idee dat hij over die brug moest fietsen.

Nadat hij dit op televisie had verteld, kreeg hij een kleine bibliotheek aan zelfhulpboeken en een doos vol brieven met advies toegestuurd. Hij heeft zelfs nog een tijdje gecorrespondeerd met lotgenoten. Helpen deed het niet, merkte hij, maar hij bleek in ieder geval niet alleen op de wereld te zijn.

Hij is ook weleens bij een psychiater geweest, vertelde hij ooit. Hij wilde toch wel af van dat gedoe en die angst voor bruggen, tunnels, vliegtuigen, volle asbakken et cetera. Tijdens de praatsessie dacht-ie in een film te zitten van Woody Allen, en concludeerde dat hij geen talent had voor het afdalen in zichzelf.

Zo boeiend kan het nou weer niet zijn, poneerde hij, en heeft trouwens iedereen niet zo zijn vaste eigenaardig-heden, en zouden die van hem dus opeens allemaal publiek moeten zijn. Dus kom ook niet aan met het idee om in de lijn van zijn eigen lijstjesdrang een hitparade te maken van zijn angsten en ongemakken. Of we wel in de gaten hebben wat een nazorg hem dat dan weer oplevert.

In zijn dorp Almen, bij Landhotel De Hoofdige Boer, komt hij af en toe A.L. Snijders, de keizer van het Zeer Korte Verhaal (ZKV), tegen. Die is meer dan veertig jaar geleden uit de Amsterdamse binnenstad vertrokken en nu, als gevorderde zeventiger, een volbloed Achterhoeker. Dat is Matthijs nog lang niet. Hij zocht rust en afstand maar vond in het begin vooral een helse stilte. Bloednerveus werd hij ervan. En dan de nachten!

Afgelegen wonen betekent geluidjes, daar kwam hij achter. Nieuwe geluidjes. Hij heeft de eerste maanden niet kunnen slapen van de vossen die om het huis slopen. De vogels die nesten bouwden onder de dakpannen. De balken die kraakten omdat balken nu eenmaal kraken. In elk geritsel vermoedde hij een bende boeven. Hij dacht: we moeten een hond nemen. Maar hij is doodsbang voor honden, dus dat kwam er ook niet van.

Far from the madding crowd

Na twee seizoenen De Wereld Draait Door is hij tussen de koeien gaan wonen. Far from the madding crowd, noemt hij dat, weg van de gekte. Die harde roffels op de schouder, aanklevende mannen met een reusachtige mening, hem de Amsterdamse gracht injonassende corpsballen, Nico Dijkshoorn-imitatoren, opdringerige fototelefoontjes, ongevraagde DWDD-klaaglijnen en te verleidelijke knipogen, ze werden hem te veel.

Je intrek nemen in een boerderij, aan een nauwelijks verharde weg, dat is dan wel zo prettig.

Je mag parallellen trekken en lijpe dwarsverbanden leggen, alles goed en wel, maar vergelijk zijn keuze niet met de trek naar het platteland van zijn held Bob Dylan. Die smeerde 'm van New York naar Woodstock, voor de rust - om daar overigens wederom te worden lastiggevallen. Dat gaat Matthijs toch echt te ver, die vergelijking.

Want hij heeft toch geen Sad-Eyed Lady of the Lowlands geschreven! Hij presenteert een dagelijkse talkshow, niet dat hij wil zeggen dat het niets bijzonders is. Maar om nou te roepen: kijk hem eens, die Matthijs die kan er ook wat van, dat gaat hem echt te ver. Zijn fans zien in hem ook geen onbedoelde visionair, zoals Dylan. Zijn fans willen foto's, eindeloos veel foto's.

Niet dat hij alles maar weg relativeert. In zijn eigen woorden geschreven: ik kapseis niet onder een gevoel van minderwaardigheid. Er zijn genoeg sportprestaties, wetenschappelijke ontdekkingen, boeken, liedjes, waar hij als een cheerleader bij staat te zwaaien. Maar als het om hemzelf gaat, kan hij blijkbaar niet onder de indruk raken. De laatste keer dat hij echt trots op zichzelf was, was toen hij het idee kreeg dat oldskool college geven een nieuw tv-format voor DWDD zou kunnen zijn. Een professor die ouderwets lesgeeft aan duizend man. Vervolgens had hij natuurlijk professor Robbert Dijkgraaf nodig om het tot een succes te maken. Maar zo slecht was zijn idee nog niet.

Denkt hij nooit: hoe ben ik hier, Matthijs zijnde, opeens die ene Matthijs geworden? Zo van: How Did I Get Here, zoals in het nummer van de Talking Heads wordt gezongen? Ben je gek, schrijft hij. Kijk, Neil Armstrong, de eerste man op de maan, die zal misschien gedacht hebben: How Did I Get Here? Want hij weet namelijk wel waarom hij hier terecht is gekomen: aanleg, hard werken en geluk. Na zijn hoofdredacteurschap bij Het Parool wist hij niet zo goed wat hij verder moest, hij was 40. Belde zomaar een vrouw van de VARA op. Ze hadden 'm als gast bij Barend & Van Dorp gezien en vermoedde in hem een goede tv-presentator. Kijk dan heb je geluk, stelt hij.

En de eerste keer dat hij dacht bij tv op zijn plaats te zitten, was in een uitzending van De Gids, zijn eerste tv-programma. Hij interviewde Fons de Poel over een documentaire waarin Fons zelf nogal vaak voorkwam, zichzelf in-zepend onder de douche. Daar zat ongetwijfeld een idee achter, maar Van Nieuwkerk kon een glimlach toch niet onderdrukken bij zo veel buitensporige ijdelheid. In dat gesprek durfde hij voor het eerst precies te zeggen wat hij vond. Om lol te trappen en de gast niet tot elke prijs te sparen. Matthijs was, zo noteert hij, uit zijn eigen confectie gestapt.

Beeld Robin de Puy

Charles Aznavour was er altijd

Even een tussenvraag: zou dit gesprek niet over Charles Aznavour gaan?

Ontdekken kon hij hem niet, want hij was er altijd al, Charles Aznavour. Hij hoorde bij de warmte van de huiskamer thuis. Het was de muziek van zijn moeder. Zij gloeide als ze vertelde over het Parijs van de jaren vijftig. Over Nederlandse dichters die er woonden, over Saint-Germain-des-Prés, de kelders, de zwarte coltruien. Parijs was even de hoofdstad van de wereld, dus de Franse muziek ging de grens over en zijn moeder kocht het, en vooral: Charles Aznavour. Als zijn moeder zijn platen draaide, zei ze vaak: Ik geloof dat dit de mooiste stem is die ik ken. Mooier dan die van vader?, was het enige wat hij toen als kleuter dacht.

Aznavour was haar oogappeltje. En als Charles op de tv was, moesten ze thuis stil zijn. Hij weet nog goed dat hij hem voor het eerst zag, bij Mies Bouwmans programma Eén van de acht. Hij zong The Old Fashioned Way, ook dat nog. Tot slot danste hij daarin met zichzelf. Ging hij met zijn rug naar het publiek en kroelde hij met zijn handen in zijn nek. Gadsiedarrie zeg. Matthijs was 12, pak 'm beet, en zoiets stoms had hij een man nog nooit zien doen.

Toch bleef hij naar hem luisteren, ook in de jaren dat Bob Dylan en The Rolling Stones de maat in zijn leven sloegen. Het is de stem, nog steeds. Hij kan net zo goed het stratenplan van Parijs zingen, het is voor hem een injectie. Hij begint elke dag met een liedje van Aznavour, hij doet het al een jaar of twintig. Ontbijt daarna licht en rent een rondje.

Hij zit nu weken aan het nummer Avec un brin de nostalgie vastgeplakt. Een oude man zingt over zijn jonge jaren en oude liefdes, met een hele dunne stem, die ooit grote glorie kende. Aznavour, nu 91 jaar, gaat door met wat hij altijd heeft gedaan, langzaam verdwijnt hij achter de horizon.

Het is als een lang en ontroerend adieu. Hij verwarmt zich aan dat idee op de dag dat Joost Zwagerman er pardoes uitstapte. Godverdomme! Het was zijn eerste reactie, die godverdomme. Meer had hij niet te zeggen, in woede en verdriet, over de beste van zijn generatie, nu zomaar dood.

Beeld Robin de Puy

Il Faut Savoir

Op de begrafenis van zijn moeder werd Il Faut Savoir gedraaid, haar lievelingsnummer. Nergens vindt hij muziek zo mooi klinken als in auto's en op begrafenissen. Il faut savoir encore sourire - hij realiseerde zich toen hij daar stond, op de begraafplaats, meer dan ooit, hoe gelukkig deze zanger zijn moeder af en toe had gemaakt.

Zijn moeder had de aanstekelijkste lach die hij kende, die hij meer mist dan wat ook in zijn leven. Ze maakte een beste huzarensalade, was gek op Zandvoort, verzamelde alles van Jan Wolkers en las hem de Kronkels van Simon Carmiggelt uit Het Parool voor. Ze was getrouwd met die krant. Kun je nagaan hoe trots ze was toen hij hoofdredacteur van die krant werd.

Lang lag zijn moeder in het ziekenhuis met een te zwak hart. Achteraf eigenlijk veel te lang, meent hij. Heel vaak op de intensive care, zeer emotionele visites waren dat. Ze was bang voor de dood, en zijn vader werd een held in zorg en liefde. Rond het ziekenhuisbed werd het 50-jarig huwelijk van zijn ouders gevierd. DWDD werd in die jaren een populair programma. Hij heeft, denkt hij, alle zusters en broeders wel eens als publiek in de studio ontvangen. En zijn moeder keek, als ze kon, soms, vanuit haar ziekbed. Dan ging de dag daarop haar duim langzaam omhoog.

Net voordat hij met DWDD de Gouden Televizier-ring won, overleed ze. Matthijs weet nog dat hij de prijs aan haar wilde opdragen, maar toen hij met zijn programmamedewerkers als winnaar op het podium van Carré stond en hij achter de microfoon plaatsnam, dacht hij: nee, natuurlijk gaat hij dat niet doen. Het is geen prijs voor hem alleen, maar voor alle mensen van het programma. Dat past niet.

Matthijs van Nieuwkerk kijkt naar buiten, en heeft zicht op zijn moestuin. Hij heeft bonen, rabarber, courgette, sla, andijvie, worteltjes, biet en aardappelen. Spekbonen doen het nu erg goed. Het slechte nieuws is dat de sla het dit jaar heeft verloren van de slakken.

Een moestuin - dat was wat voor zijn moeder geweest, iets romantischer bestond er in haar Amsterdamse, stadse ogen niet. Dat je zomaar naar buiten liep, je even bukte en met vijf aardappelen en een bloemkool je keuken weer in liep. Zo stelde ze zich dat dan voor.

Hij doet er niets aan, aan de moestuin, behalve eruit eten. Snijbiet is zijn favoriet, een tikje bitter, een soort strenge andijvie. De laatste keer verdween de biet in een hartige quiche, meestal wordt het snijbietsoep. Het is een onderschatte groente.

De roestbruine koe staat inmiddels aan de andere kant, hij kan 'r amper zien. Ze is doorgaans op d'r mooist als ze kletsnat is van de regen, dat wil hij nog even toevoegen. Dan loopt de beste presentator van Nederland er zelfs voor naar buiten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.