'Ik hou wel van een beetje ironie'

Vanavond is hij pas voor het eerst te zien bij de KRO en nu al uit hij kritiek op zijn nieuwe broodheer....

Eerst maar eens een citaat. Op je website schrijf je: ‘In 2009 maakte hij de overstap naar de KRO. De kans is groot dat hij daar eindelijk door de mand valt. Maar voorlopig gaan ze in Hilversum nog mee met de veel te grote woorden waaraan hij zijn projecten ophangt: dialoog, maatschappelijke betrokkenheid, verbinding, oog voor de samenleving en bla, bla, blaah.’ In zijn appartement in Amsterdam klinkt een bijna onhoorbare grinnik en zegt Arie Boomsma met die stem die altijd kalm klinkt: ‘Ik hou wel van een beetje ironie, zeker na zo’n turbulent jaar.’

Ironie is zacht uitgedrukt. Die hele biografie ademt één grote mislukking. ‘Ach, zoveel waarde moet je er niet aan hechten. Misschien sla ik een beetje door, maar’

Heeft de KRO het al gelezen? ‘Ik heb er nog niks over gehoord.’

En jij hebt niet tegen ze gezegd: kijk er even naar? Spottend: ‘Als daar maar geen schorsing van komt.’

Waarom heb je het gedaan? ‘Ik streef met de programma’s die ik maak naar maatschappelijke relevantie. Tegelijkertijd weet ik: het is maar televisie. Vandaar die knipoog. Anderzijds geef ik met ironie ook ruimte aan mijn zorg. De EO en ik, dat was per definitie schurend. Alles wat ik daar deed was spannend, omdat ik de grenzen opzocht van de omroep en van hun achterban. Bij de KRO hoeft dat niet.’

Je bedoelt: dat is niet spannend. ‘Spanning moet niet het doel zijn. Het doel is: spannende programma’s maken. Maar een beetje reuring daaromheen, waarom niet?’

2009 was een turbulent jaar voor Arie Boomsma. Eerst was er zijn fotoreportage voor de eenmalige homoglossy L’Homo. Toen een schorsing door de EO, een opgelegde radiostilte en dankzij, of ondanks dat: veel rumoer in de media. Na drie maanden kwam de presentator terug bij de EO, met een idee voor een nieuw tv-programma, Loopt een man over het water. Daarin mochten cabaretiers de draak steken met het geloof. Het regende opzeggingen van EO-leden, de directie beoordeelde het programma als een brug te ver en Boomsma vertrok – nu voorgoed.

Kort daarna tekende hij een contract bij de KRO. ‘We waren er snel uit. Ik kon op Nederland 2 door met actuele, serieuze programma’s, en op Nederland 3 met maatschappelijke thema’s voor de jeugd. Die combinatie sprak me erg aan.’

De KRO, dat is Jort Kelder met Bij ons in de PC, en Spoorloos met Derk Bolt. Bij welke KRO hoor jij? ‘Er lopen in Hilversum eerlijk gezegd niet veel mensen rond van wie ik zeg: zo zou ik het ook willen doen, of: met hen kan ik me identificeren. Ik zie veel trucjes en weinig authenticiteit. Ik maak graag een onderscheid tussen kerngerichte programma’s en formatgerichte programma’s. Kerngericht zijn die programma’s waarvan je als omroep zegt: met dat onderwerp móéten we iets doen. Formatgericht zijn programma’s waarvan je denkt: deze emotie of deze vorm spreekt mensen aan.’

Geef eens een voorbeeld van een kerngericht programma? ‘40 dagen zonder seks, het programma dat ik voor de EO maakte, was kerngericht, en het keek ook nog eens lekker weg. Veel verder kom ik niet. De publieke omroep laat hier grote steken vallen.’

En van een formatgericht programma? ‘Alle emotieprogramma’s van de EO en van de KRO. De Familiediners, de Memories. In hun genre goed gemaakte programma, maar zó gejaagd op het halen van tranen. In die manier van werken kan ik me niet vinden.’

Je kiest uitgerekend voor de omroep die daarin het sterkst is. ‘Op Nederland 1 is de KRO de koning. Dat moeten ze ook blijven. Maar op Nederland 3 hebben ze nog amper voet aan de grond. Daar liggen voor mij de mogelijkheden. Ik ga een coming out-programma maken voor jonge homo’s en lesbo’s. Als ik zie hoeveel reacties daarop komen vanuit organisaties die ons willen helpen, maar ook vanuit de christelijke gemeenschap die zegt: nu is Boomsma helemaal losgeslagen, dan denk ik: ja, dit is maatschappelijk relevant.’

‘Ik wil programma’s maken die mensen als een vuistslag tegen het hoofd raken’, zei je onlangs. Dat klinkt vrij agressief. ‘Zo voel ik het ook vaak. Ik kan me er echt aan ergeren dat mensen zo veel voor lief nemen. Ik wil dat ze nadenken. Ik wil onrust creëren. Bij mezelf en bij anderen.’

Hij was in januari van dit jaar met zijn vriendin op vakantie in Vietnam, toen er op zijn telefoon een bericht binnenkwam van het tijdschrift LINDA: ‘We gaan een homoglossy maken, we zouden het leuk vinden als je met de modeserie meedoet, kunnen we erover praten?’

Boomsma: ‘Ik dacht twee dingen. Ik heb vier keer eerder met LINDA gewerkt en ik vind dat ze mooie dingen maken. Daarnaast had ik als presentator die zich vaak als gelovig profileert de behoefte op te staan en te zeggen: God houdt van iedereen – ook van homo’s. Die glossy leek me dé plek daarvoor.’

Wat vond je vriendin ervan? ‘Die zei dat ik het moest doen. Ze voorzag wel dat er van alles over zou worden geroepen in de media, maar ze dacht daarbij geen moment aan de EO. Ik wel. Ik wist: als ik dit doe, komt er bij de EO en de achterban een discussie.’

Besloot je in Vietnam al dat je de EO pas na de fotoshoot ging inlichten? ‘Nee, dat was later. In Vietnam heb ik alleen wat vragen aan LINDA gemaild. Over de toon en de sfeer in de rest van het blad, en of ik in mijn eentje zou worden gefotografeerd.’

En niet met een man. ‘Bijvoorbeeld.’

Had je het dan niet gedaan? ‘Nee, dat zou provocatie om de provocatie zijn, en dat vind ik niet interessant. Bovendien is het misleidend.’

Poseer je anders als je weet dat je foto’s door mannen worden bekeken in plaats van door vrouwen? ‘Nee. Het is eenzelfde koestering van ijdelheid. Ik heb nooit tot de categorie mannen gehoord die dacht: o, bah, een homo valt op me. Dat is trouwens de eeuwige misvatting van heteromannen: dat homo’s ze altijd wel leuk zullen vinden.’

Zijn er foto’s gemaakt waarvan je dacht: die moeten we maar niet gebruiken? ‘Eentje, waarop ik mijn spijkerbroek losknoop. Daar heb ik op de dag van de shoot meteen van gezegd: dat moeten we niet doen. Want het mag wel esthetisch zijn, maar niet erotisch. Die grens hield ik steeds in de gaten.’

De grens van de EO, of van jou? ‘Van mij. Voor sommige mensen bij de EO is een ontbloot bovenlijf al erotisch.’

Dacht hij op Curaçao, waar de foto’s werden geschoten en waar hij bepaald niet onopgemerkt was gebleven: bij thuiskomst meteen maar de EO bellen. Maar toen gleed Andries Knevel uit over de evolutie, en besloot Boomsma: ‘Even wachten, ze gaan nu vast geen weloverwogen beslissing nemen over die foto’s.’

Een paar dagen nadat hij was teruggekeerd, stuurde hij alsnog een mail naar de afdeling communicatie van de EO: ‘Joh, ik heb een shoot gedaan voor de LINDA. Het wordt een homoglossy, het is op het strand, allemaal heel keurig, niks dat ik niet eerder heb gedaan.’ Kreeg-ie meteen een mail terug: of hij die middag bij de directie kon komen.

Schrok je? ‘Ik dacht: weer een gesprek. Toen ik net bij de EO werkte, kwam er een aanvraag van Spuiten en slikken van BNN of ik gast wilde zijn. Daarover is dagen vergaderd. Over een interview in Playboy is twee maanden gesproken, tot in de raad van bestuur, voordat ik groen licht kreeg. Kijk, ik zag het als mijn taak bij de EO om mijn wereld en die van de achterban bij elkaar te brengen. Dat betekende dat ik zo nu en dan een gesprek met de directie moest voeren.’

En zei die dit keer meteen: we schorsen je? ‘Nee, ze vroegen of de productie nog kon worden teruggetrokken. Dat wilde ik niet. Ik had prettig samengewerkt, ik was tevreden over het resultaat. Ik vond het niet netjes om af te zeggen.’

Vond je het niet ook stiekem leuk, een rel? ‘Pas in tweede instantie. Vroeger hield ik van provoceren om het provoceren. Tegenwoordig denk ik: wat is mijn boodschap en hoe kan ik die zo hoog mogelijk aan de toren hangen?’

De schorsing kwam je eigenlijk goed uit. ‘Op een rare manier wel, ja, want zonder schorsing had er in niet-gelovige kringen geen haan naar die foto’s gekraaid. Dan had niemand geweten: die jongen staat voor samenwerking met homo’s, die vindt dat in christelijke kringen te krampachtig met homoseksualiteit wordt omgegaan.’

En toen zat hij drie maanden thuis. Soms keek hij dagen achter elkaar films met de gordijnen dicht. Hij probeerde elke dag te sporten. Las de kranten en de weekbladen om bij te blijven.

De eerste dagen was het eerste wat hij deed als hij wakker werd, op zijn telefoon kijken hoeveel oproepen hij had gemist.

‘Dat waren er om 8 uur al een stuk of vijf, van radioprogramma’s die een uitspraak van me wilden. En dat ging dan de hele dag door. Het gekke is: je luistert die berichten toch af, je checkt toch je mail, je gaat het internet toch op om te kijken wat er over je wordt gezegd.’

En je praat, neem ik aan, met mensen om je heen. ‘Met familie, met mijn vriendin, met de EO, maar ook met mensen daarbuiten die ik hoog heb zitten. De dominee. Bas Heijne vind ik een interessante denker, met hem spreek ik af en toe af. Bas zei: ‘Als het je lukt bij de EO te blijven, moet je het doen, want het is belangrijk dat er binnen een gemeenschap die neigt naar isolement, iemand is die de boel openbreekt en naar buiten blijft kijken.’’

God heeft hij ook opgezocht, in de Bijbel en door te bidden: ‘Laat ook deze dag weer in uw handen zijn.’ In de Bijbel las hij voornamelijk psalmen. ‘Er staat een reeks in over David die op de vlucht is voor Saul, de eerste koning van de Joden. Saul wil David doden, omdat die is aangewezen als zijn opvolger. Op een gegeven moment verschuilt David zich in een spelonk en roept hij in grote vertwijfeling naar God: wat is dit voor leven? Hij kan nergens terecht, hij is teruggeworpen op zichzelf. Zo dramatisch was het bij mij niet, maar ik had wel degelijk het gevoel dat ik door de schorsing bij de EO mijn veilige omgeving kwijt was. Ze hadden me drie jaar een podium geboden en nu vertegenwoordigde ik niemand meer.’

Welke emotie overheerste er in die drie maanden? ‘Het wisselde erg af. Er waren dagen dat ik dacht: mijn geloofwaardigheid is geknakt. Ik was de jongen geweest die grenzen opzocht, maar ik werd publiekelijk teruggefloten.’

Je verloor. ‘Ja, uiteindelijk was iemand anders de baas.’

Vond je dat het ergste? ‘Ik heb altijd moeite gehad met autoriteit, ik ben er altijd tegenin gegaan. Toen ik werd geschorst, knakte er iets. Ineens was ik maar een klein spelertje.’

Hebben die drie maanden je nog iets anders over jezelf geleerd? ‘Ik ben ervan geschrokken hoezeer ik me laat opjagen door aandacht. Ik stond die maanden niemand te woord, en toch werd ik soms op één avond in drie showrubrieken behandeld. Pats! Daar ging ik, ik dacht’

Leuk. ‘Ja, bijna. En als de aandacht dan een paar dagen afnam, bracht dat aan de ene kant rust, maar tegelijkertijd dacht ik: zeg, ben ik er nog? Op dat snijvlak dreigt, helemaal als je een wat egocentrische of ijdele inslag hebt, eeuwig gevaar.’

Zijn vader was dominee, elke vier jaar in een ander dorp. Het geloof in huize Boomsma, dat was: bidden aan tafel, de voordeur wijd open voor de verschoppelingen der aarde, en twee keer een kerkdienst op zondag. Tot de kinderen gingen puberen en de middagdienst oversloegen.

Terugkijkend, zegt Arie Boomsma, betekende het geloof tot zijn 12de helemaal niets. ‘Ik dacht er niet over na. Ik vroeg me niet eens af of God bestond of niet. Ik heb het geloof voor lief genomen, maar je kunt ook zeggen: genegeerd.’

Wat betekent het nu voor je? ‘Het geloof ligt aan de basis van wie ik ben. Het erkennen van het bestaan van God betekent voor mij dat ik mijn naasten blijf zien en van ze hou zoals ik van mezelf hou.’

Zijn vader was geen twijfelaar. Zijn moeder wel. ‘Dat eeuwige leven’, zei ze vaak, ‘ik kan er niks mee.’ Boomsma: ‘Mijn vader houdt van het podium. Mijn moeder is nederig. En voor haar moeten de dingen ertoe doen. Na L’Homo moest ik naar Thailand, weer voor een fotoreportage. ‘Maar waarom naar Thailand?’, vroeg mijn moeder. Ik zei: ‘Dan kunnen we op olifanten en we zitten in een soort jungle, dat is toch mooi om mee te maken?’ Zei zij: ‘Maar dan vliegt er een heel team, en dat moet dan dagen in een hotel. Waarom kan dat niet gewoon in Artis?’

Hij lacht er hartelijk om.

Lijk je meer op je vader of op je moeder? ‘Van mijn moeder heb ik het gevoel zinvol bezig te moeten zijn. Van mijn vader de drang om op de kansel te staan, figuurlijk dan. En ik heb net zo’n moeite met autoriteit als hij.’

Toch gek dat iemand met een autoriteitsprobleem God erkent. ‘Dat is waar. Er zijn ook dagen dat het me tegenstaat dat ik God erken. Kom op, denk ik dan, twijfelen aan die hap.’

Domineeskinderen, wordt gezegd, hebben behalve de drang om te bekeren nog een ding gemeen: ze hebben in hun jeugd in een glazen huis geleefd. Iedereen lette op ze. ‘Dat klopt.’

Welk effect heeft dat op jou gehad? ‘Ik wilde bewijzen dat ik anders was. Ik vocht, ik stal, ik gooide met tomatenketchup besmeurde tampons naar het schoolbord, luisterde niet naar leraren, presteerde slecht.’

Op zijn 16de werd hij door zijn ouders naar Amerika gestuurd om zijn school af te maken. Boomsma, 1 meter 98 lang, stortte zich naast zijn studie op een basketbalcarrière. Opnieuw een glazen huis. ‘Ik was de buitenlander die basketbalde. En dan had ik ook nog de neiging te benadrukken dat ik echt niet alleen een lichaam was. Ik heb ooit een boek van Heidegger meegenomen naar een training. Kinderachtig natuurlijk. Ik snapte er niet eens wat van.’

Een blessure maakte een eind aan zijn droom prof te worden. Een paar jaar later meldde Boomsma zich, met een bachelors in psychologie en communicatie op zak, weer in Nederland. ‘Zonder enige visie’, zegt hij, begon hij aan een reeks baantjes. Omroeper bij Yorin, fotomodel, acteur, presentator van het gadgetprogramma Wannahaves, tijdschriftuitgever. Intussen riep hij tegen iedereen die het wilde horen dat hij een contract had getekend voor een roman, uit te geven bij Contact. ‘Het gevecht tegen beeldvorming is een rode draad in mijn leven.’

Nog maar eens zo’n beeld: Arie Boomsma is eigenlijk homo. ‘Dat hoor ik vaak, ja.’

Met L’Homo en een coming out-programma voor jonge homo’s en lesbo’s is dat ook niet vreemd. ‘Nee, en het geeft ook niks. Ik maak nu met Vrij Nederland-columnist Stephan Sanders een boek over het mannelijk lichaam. Ahmed Marcouch, een van de mannen die we daarvoor hebben geïnterviewd, hoort hetzelfde. Omdat hij zich heeft uitgesproken voor homo-emancipatie binnen de moslimgemeenschap wordt hij in Slotervaart, zijn stadsdeel, ook nageroepen: homo! Zelfs op het stadsdeelkantoor fluisteren ze erover. Dan moet je beslissen: ga ik dat thema uit de weg om de geruchten te stoppen, of ga ik ermee door omdat ik het belangrijk vind?’

Heb je zelf wel eens aan je geaardheid getwijfeld? ‘Niet aan getwijfeld, wel over nagedacht. Als zoveel mensen het zeggen, denk je natuurlijk op een gegeven moment: waar komt dat vandaan? Geef ik er aanleiding toe? Ik heb natuurlijk een gevoelige, zachte kant Maar ik heb het vrouwelijk lichaam altijd zó aantrekkelijk gevonden. Ik heb oog voor de esthetiek van een mooi mannenlichaam, maar om dat seksueel aantrekkelijk te noemen vind ik een enorme stap.’

Toen je wegging bij de EO dacht ik: in het volgende persbericht komt hij uit de kast. ‘En dan durf ik eerlijk toe te geven dat ik zulke beeldvorming ook wel weer gebruik voor mijn nieuwe programma. Ik zal er niet keihard tegenin gaan door overal te zeggen: nee, hoor. Laat de suggestie maar lekker bestaan, ik heb er geen last van.’

Jij zegt: het gevecht tegen de beeldvorming is een rode draad in mijn leven. Maar die beeldvorming zet je toch steeds zelf in gang? ‘Ik speel ermee.’

In je eigen woorden: je bent te veel formatgericht en te weinig kerngericht. ‘Tot ik bij de EO kwam. Het is mede hun verdienste geweest dat ik alle ongerichte energie in mezelf heb kunnen kanaliseren. Ik heb daar mijn kompas gevonden. In alles wat ik doe moet de samenleving centraal staan. Dialoog, verbinding, maatschappelijke betrokkenheid – ik steek er op mijn website de draak mee, maar dat is wel waar ik voor sta.’

En dan laat uitgerekend de club die je een kompas gaf, je vallen. ‘Daarom knakte er ook iets. Tegelijkertijd heb ik, door al die aandacht die ik tijdens mijn schorsing kreeg, ook gedacht: als ik wegga bij de EO, stort daar de hele boel in elkaar. Dus ik knakte, en tegelijkertijd maakte ik mezelf veel te groot.’

Hij pakt er de bijbel bij, slaat hem open bij Prediker en hij citeert: ‘Lucht en leegte, alles is leegte (.) welk voordeel heeft de mens van wat hij heeft verworven, van al zijn moeizame gezwoeg onder de zon? Generaties gaan, generaties komen () er is niets nieuws onder de zon, alles wat er was, zal er altijd weer zijn, alles wat er is gedaan, zal altijd weer worden gedaan.’

Arie Boomsma is ook maar een klein spelertje. Hij lacht. ‘Nederig zijn is mooi, maar het kost me grote moeite.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.