Interview Jasper Krabbé

‘Ik hoop dat ik altijd als een kind naar de wereld blijf kijken’

Kunstenaar Jasper Krabbé (48) is vanaf zondag te zien in De Blauwe Hond, een kunstprogramma voor kinderen. ‘Zij kijken zo open en onbevooroordeeld naar de wereld. Dat is iets wat ik in mijn werk ambieer.’

Jasper Krabbé. Beeld Frank Ruiter

Scholieren wel of niet verplicht naar het Rijksmuseum?

‘Nee, als je cultuur gaat pushen, krijg je juist weerzin. ‘Moeten’, daar kan ik niet zo goed tegen. Geen goed plan dus, van de regering.

‘De overheid moet wel meer geld steken in kunsteducatie. Cultuur wordt steeds minder serieus genomen op scholen, dat merk je bijvoorbeeld aan het feit dat muzieklessen verdwijnen. Belachelijk, daarmee haal je de ziel uit het onderwijs. Tekenen is de meest basale vorm van uiting geven aan jezelf, alle kinderen beginnen daarmee. En als ze dat niet ontwikkelen, eindigen ze starend naar een iPhone.

‘Er ligt ook een schone taak voor ouders, of een enthousiaste oom. Als zij kunst niet aanreiken, komen kinderen er niet snel mee in aanraking. Zij moeten kunst tot leven wekken, vertellen over de context ervan. ‘We gaan iets tofs doen’, zei ik tegen mijn dochters als we naar het museum gingen. Ik heb ze nooit gedwongen mee te gaan, maar als ze gingen morren, nam ik ze natuurlijk wel gewoon mee, haha.

‘In de twaalfdelige serie De Blauwe Hond hoop ik mijn enthousiasme voor kunst te delen met kinderen, de doelgroep is 8 tot 14 jaar. In iedere aflevering gaat het over een ander onderwerp in de kunst en maak ik daar met een gastkunstenaar een kunstwerk over. Het zijn onderwerpen als naakt, stilleven, zelfportret, de dood en ook honden.

‘Een hond is niet blauw, maar in de kunst wel – daar kan alles. Vandaar de naam van het programma. Ook is het een verwijzing naar Der Blaue Reiter, de kunststroming uit 1911 die, mede met het onorthodoxe kleurgebruik, totale vrijheid propageerde.

‘Kinderen kijken ook zo open en onbevooroordeeld naar de wereld. Dat zijn kwaliteiten die ik als kunstenaar ambieer: ik hoop dat ik altijd als een kind naar de wereld blijf kijken. Ik verwonder me nog dagelijks, over alles. Achter jou hangt een Marqt-tas van gerecycled plastic. Is mijn flesje in die tas beland?’

Zenboeddhist of motorrijder?

‘Je doet de rubriek ‘Wat zijn dit voor vragen?’ wel eer aan. Maar het is een lastige vraag. Ik ben geïnteresseerd in het zenboeddhisme, zoek verstilling in mezelf. Maar ik ben ook motorrijder, de tegenpool van de zenboeddhist: snel en luidruchtig. Ik kan deze niet beantwoorden. Als ik de zenboeddhist kies, mis ik de motor en andersom.

‘Motorrijden is praktisch: je bent wendbaar en hoeft nooit een parkeerplaats te zoeken. En het zijn mooie objecten. Ik rijd op een Triumph, een klassiek merk.

‘Voor mij gaat het zenboeddhisme over het aanvaarden van de werkelijkheid. Ik kan hier zitten en denken: kut, het is luidruchtig, die koffiemachine maakt lawaai. Ik kan ook denken: ik laat me meevoeren door de stroom. Wat gebeurt, gebeurt sowieso, de vraag is alleen hoe je erop reageert.

‘Zo’n achttien jaar geleden vielen het zenboeddhisme en de motor in mijn leven samen. In San Francisco heb ik toen een Harley Davidson gehuurd en ben ik, met mijn moeder achterop, naar een zenklooster in de Ventana Wilderness gereden. Daar hebben we gemediteerd; je komt er helemaal tot jezelf, een fijn tegenwicht voor het leven in Amsterdam. Afgelopen zomer ben ik opnieuw gegaan met mijn kinderen. Ze hebben gelukkig nooit om hun telefoon gevraagd.

‘In Zen and the Art of Motorcycle Maintenance schrijft Robert Pirsig dat motoren en zenboeddhisme geen tegenstellingen hoeven zijn. Het geduld en inzicht dat nodig is bij het sleutelen aan je motor, raakt aan het zenboeddhisme, volgens hem.’

Kunst maken of kunst kijken?

‘Maken. Kijken is leuk, maar maken kan me in een zone brengen waarin ik geen stress ervaar. Ik ben het rustigst als ik zie dat de dingen kloppen die ik heb gemaakt. Heb ik in mijn boek geschreven dat ik vervelend gezelschap word als ik een tijdje niets maak? O, dat is wel een beetje koketteren met het kunstenaarschap.

‘Ook buiten mijn atelier denk ik aan het maken van kunst. Soms zie ik schilderijen in het dagelijks leven. Dit rode velours (wijst naar gordijnen, red.) doet me denken aan Peter Paul Rubens, die kleur paars aan Francis Bacon. Jouw gestreepte shirt aan Alice Neel, zij had zo’n jarenzeventigblokhutvibe. Die kamerplant achter jou heeft Marlene Dumas mooi geschilderd, in I Won’t Have a Potplant. Hoewel ik het niet in een oogopslag zie, zou ik deze objecten wel in één schilderij plaatsen. Een werk moet worden opgetild uit de realiteit.’

Beeld Frank Ruiter

New York of Amsterdam?

‘Amsterdam. Ik hou evenveel van New York, maar ik woon hier, ik werk hier, ik ben hier geboren en getogen. Nu ben ik voornamelijk in mijn atelier aan het IJ.

‘Ik klaag niet over de drukte in Amsterdam, over toeristen die niet kunnen fietsen of stoned over straat lopen. Kijk eens in Venetië – zulke dingen horen bij een stad. Natuurlijk denk ik weleens melancholisch aan mijn jeugd, toen je met de auto door de Kalverstraat kon rijden. Alles was rauwer, zat onder de graffiti, er waren krakers. Maar die dingen zijn er nog steeds, ze zijn alleen verplaatst naar de randen van de stad.

‘In Amsterdam is een soort Gouden Eeuw gaande. Goede galeries, nieuwe hotels, veel streetart; in Noord is zelfs een Street Art Museum. Dat soort dingen miste ik in de jaren tachtig en negentig, daarom ben ik in New York gaan studeren.

‘Ik verblijf nog steeds een aantal maanden per jaar in New York. Mijn vriendin (de Nederlandse fotograaf Annemarieke van Drimmelen, red.) woont daar. In Greenpoint, een wijk in Brooklyn, heb ik een ruimte waar ik schilder.’

Hoge of lage kunst?

‘Lage. Hoge kunst is de canon: Rembrandt, Vermeer, Mondriaan. Zij zijn geaccepteerd, besproken en geduid. Onder lage kunst versta ik ook borduurders, pottenbakkers, amateurschilders. Veel spannender. Hun werk vormt een rijke voedingsbodem voor nieuwe ideeën.

‘Ik ga regelmatig naar kringloopwinkels om te kijken naar oude lijsten. Dan zie ik zo’n slecht geschilderd, lullig hertje. Maar dan draai je dat om en zie je schitterend oud, vergeeld papier, en heb je weer nieuwe inspiratie.

‘Rond mijn 13de ben ik begonnen met graffiti, toen ook lage kunst. Toen ging ik met de crew United Street Artists op pad. In Amsterdam-Zuid staan nog steeds twee tags (naam van de graffiti-artiest, red.) op elektriciteitskastjes die ik zo’n 35 jaar heb neergezet.

‘Mijn moeder heeft destijds een heldhaftige rol gespeeld. ‘Het is kunst’, riep ze naar agenten als ze mij weer eens op het politiebureau kwam halen. Ze nam mijn werk mee naar de rechtbank. ‘Hij is een serieuze kunstenaar’, zei ze tegen de kantonrechter, met mijn black book in de hand. ‘Van de gekken dat het niet mag.’ De rechter was niet te vermurwen.

‘Graffiti is mijn basis, ik keer er nog steeds naar terug. Toen spoot ik op een bouwkeet, muur of elektriciteitskastje. Nu schilder ik op andere weerbarstige materialen als jute, oude decordoeken of afdekzeilen.’

De geschilderde hond van Goya of die van Gerard Dou?

‘De opgekrulde hond van Dou is mooi, maar ik kies voor die van Goya, honderd procent. Zijn schilderij, De Hond, bestaat uit twee vlakken: lichtere lucht en een donkerbruine helling. Het hondje komt net boven de helling uit en kijkt naar boven. Ik vind het met name zo mooi omdat Goya voor de rest alles leeg heeft gelaten. De hond straalt daardoor eenzaamheid uit.

‘Zolang als de mens schildert, schildert die honden. Het zijn elegante beesten – de meeste althans – met een vacht die lastig te schilderen is. En het zijn moeilijke modellen: ze zitten niet stil. Je moet dus snel toeslaan. Natuurlijk kun je met een foto werken, maar naar eigen waarneming is mooier, omdat je dan meer informatie krijgt – veranderende lichtval, beweging van de hond – en uit verschillende hoeken kunt werken.

‘Met kunstenaar Aldo van den Broek heb ik voor De Blauwe Hond de aflevering gemaakt over honden in de kunst. Zijn hond heeft prachtig halflang haar met veel verschillende schakeringen: zwart, bruin, gebroken wit, beige. Toen hij weigerde te poseren, hebben we hem achtergelaten met een bot. Uiteindelijk hebben we hem slapend geschilderd. Arie Boomsma heet de hond trouwens, maar dat is niet omdat hij veel beweegt of gespierd is.’

Vader of collega?

‘Vader (kunstenaar en acteur Jeroen Krabbé, red.). We overleggen eigenlijk nooit met elkaar over toekomstig werk. Je moet geen schilder worden als je iemand nodig hebt om te bepalen wat je moet doen.

‘Ik praat ook nooit met hem of mijn broer (presentator Martijn Krabbé, red.) over televisie maken. We hebben het over alles, behalve daarover. Het is voor ons vanzelfsprekend dat we het doen.

‘Ik heb het met mijn vader wel over nieuwe kunstenaars, over werken die we hebben gemaakt. Ik ben het niet eens met zijn gebruik van lijsten, dat zeg ik tegen hem. Zijn kunstopvatting is: een lijst hoort erbij. Ik vind dat een schilderij op zichzelf moet staan. Een op de honderd keer is een lijst nodig.

‘In mijn jeugd besefte ik niet dat ik de vierde generatie kunstschilder zou zijn. Het verlamde of inspireerde me dus niet. Pas later denk je: wauw, wat een rijke familiegeschiedenis. Mijn dochter is 17 en gaat naar de Rietveld Academie, waar ik ook heb gestudeerd. Ik hoop dat ze dat ook onbevangen gaat doen.’

De Blauwe Hond (Avrotros) is vanaf zondag 18/11 om 18.40 uur te zien op NPO 3.

Jasper Krabbé

1970 Geboren in Amsterdam

1982-1987 Amsterdams Lyceum

1985-1989 Graffiti-artiest bij United Street Artists

1989-1992 Rietveld Academie

1992 The Cooper Union in New York

2012 Expositie Closer to You in de Kunsthal

2013-2014 Tv-programma ArtMen (Avrotros)

2015 Expositie Soulmade in het Tropenmuseum

2015 Expositie Portraits in Museum Belvédère

2016-2017 Het geheim van de Meester (Avrotros)

2017 Opening pop-upstore Books & Prints op Amsterdam Centraal Station

2018 Expositie Japanese Paintings in De Fundatie

2018-2019 Tv-programma De Blauwe Hond (Avrotros)

Jasper Krabbé woont met zijn twee dochters in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.