'Ik heb een afkeer van groot drama'

Interview

Van schrijvers wordt moord en doodslag verwacht, zegt Colm Tóibín, met 'Nora' genomineerd voor de Europese Literatuurprijs. Maar hij zoekt de spanning liever ergens anders.

Beeld Adrie Mouthaan

'Op een dag in 1969, ongeveer een jaar nadat mijn vader was overleden, riep mijn moeder opgewonden dat ik beneden moest komen, om televisie te kijken. Er bleek een redevoering te worden uitgezonden van de minister van Financiën, Charles Haughey.

Nou is een toespraak over de begroting niet iets waar de gemiddelde 13- of 14-jarige erg opgewonden van raakt, maar uit het commentaar van mijn moeder begreep ik dat de weduwenpensioenen flink zouden worden verhoogd, en wel met terugwerkende kracht. Ik had geen idee wat dat laatste betekende, maar zij was er ongelooflijk blij mee en vertelde dat er binnenkort met de post een cheque zou komen. Een heel vette cheque, naar onze begrippen.'

CV Colm Tóibín

Colm Tóibín (spreek uit: To-bíeeen) werd op 30 mei 1955 geboren in Enniscorthy in Zuidoost-Ierland.
Hij studeerde letteren aan University College Dublin.
Van 1975 tot 1978 woonde hij in Barcelona, waar hij Engels doceerde.
In de jaren tachtig was hij een aantal jaren werkzaam als journalist.
Tóibín debuteerde in 1990 met de roman The South, twee jaar later gevolgd door The Heather Blazing.
Met zijn romans The Blackwater Lightship (1999) en The Master (2004), over de door hem bewonderde Henry James, sleepte hij shortlist-nominaties binnen voor de Man Booker Prize.
Brooklyn (2009, Booker-longlist) werd onlangs succesvol verfilmd.
Tóibín doceerde literatuur ('nee, geen creative writing') aan de universiteiten van Texas, Princeton en Manchester en is thans verbonden aan Columbia University in New York.
Zijn meest recente prozawerken zijn The Testament of Mary (2012) en Nora Webster (2014), onlangs vertaald als Nora.
Hij woont afwisselend in Enniscorthy, Dublin en New York.
Tóibíns boeken verschijnen in Nederland bij uitgeverij De Geus.

'Haughey zou later premier worden - tot driemaal toe zelfs - en verwikkeld raken in alle mogelijke schandalen. Hij was in veel opzichten een boef, maar hij is altijd mijn moeders held gebleven. Na de dood van mijn vader hadden we geen cent te makken gehad. Haughey maakte een einde aan onze armoede.'

Nee, autobiografisch mag je Nora, zijn achtste roman, niet noemen. Maar dat het boek voor een belangrijk deel is geïnspireerd op het leven van zijn moeder en op een aantal persoonlijke jeugdervaringen, zal Colm Tóibín (60) niet ontkennen.

Nora vertelt het verhaal van een Ierse vrouw in het Zuidoost-Ierse provinciestadje Inniscorty, eind jaren zestig. Na de dood van haar man is er een abrupt einde gekomen aan haar bestaan als huisvrouw, dat ze altijd als aangenaam en vrij heeft ervaren. Nora Webster heeft twee jonge zoontjes en twee studerende, uitwonende dochters en zal moeten gaan werken. Als het bedrijf waar ze voor haar huwelijk werkte haar haar oude betrekking aanbiedt, lijkt dat een gebaar om met beide handen aan te grijpen, maar Nora ziet dat anders. Ze is niet het type dat gemakkelijk genadebrood aanvaardt.

Bovendien moet ze in haar baan een voormalige klasgenoot als chef accepteren. De vrouw in kwestie, Francie, mag dan een draak van een persoon zijn, haar afkeer van Nora is niet onbegrijpelijk, want deze heeft haar op school ooit een nare streek geleverd. Dus neemt Francie de nieuwe machtsverhoudingen te baat om Nora met rente terug te betalen.

Maar net als de lezer denkt dat zich een belangrijk plotelement heeft aangediend dat onvermijdelijk naar een climax zal voeren, brengt Tóibín een nieuwe verhaallijn tot ontwikkeling, en verdwijnt het wraakmotief naar de achtergrond.

U heeft een kwellende manier van schrijven: u wekt verwachtingen bij de lezer, maar lost die vaak nét niet helemaal in.
'Ik heb een afkeer van drama, van grote gebeurtenissen, sensatie. Zeker, het is interessant verwachtingen te wekken, te spelen met de emoties van de lezer. Maar zodra er een zekere spanning is gewekt, laat ik de teugels graag weer vieren. Je staat als romanschrijver voortdurend bloot aan de druk vanuit genres als crime en horror om de lezer op heftige gebeurtenissen te onthalen. Ik vind dat je daar weerstand aan moet bieden.'

Is de dramatiek van het alledaagse interessanter?
'Ik wil trouw zijn aan een waarheid die volwassener en gelaagder is. Mijn pact met de lezer is dat ik beloof het niet te goedkoop en kleurrijk te maken, en daardoor naar ik hoop een rijker boek schrijf. In Brooklyn en Nora probeer ik drama te scheppen door voelbaar te maken dat er een groot verschil bestaat tussen het innerlijke leven van de hoofdpersonen en het beeld dat anderen van hen hebben.
Eilis uit Brooklyn en Nora zijn intelligenter, ambitieuzer en complexer dan de mensen in hun omgeving zich realiseren. Maar de lezer weet dat wel. Dat creëert een spanning die ik fascinerend vind en die mij meer doet dan wanneer er een moord of een brand zou plaatsvinden. Maar ik geef toe: het koesteren van een dergelijke opvatting impliceert dat je je dient te verzoenen met een kleiner lezerspubliek.'

U debuteerde in 1990 met The South, een roman die net als Nora een vrouwelijke hoofdpersoon had. Ook Brooklyn en Het testament van Maria zijn geschreven vanuit vrouwelijk perspectief.
'In de Ierse traditie is het schrijven vanuit een vrouwelijk perspectief door mannelijke auteurs niet echt ongebruikelijk. Ook John McGahern en Brian Moore deden dat in hun debuutromans, en Roddy Doyle later in The Woman Who Walked Into Doors. Voor mij geldt dat ik als jongetje veel naar de gesprekken van mijn moeder met mijn tantes en van mijn zusters met hun vriendinnen heb geluisterd. Vrouwelijke spraakpatronen zijn mij vertrouwd en ik voel mij bij het schrijven dikwijls aangetrokken tot vrouwelijke personages.

'Waar mannen zwijgend bij elkaar kunnen zitten, en dikwijls heel beperkte gespreksonderwerpen hebben, zoals voetbal, kunnen vrouwen uren achtereen over alles en niets praten. Over een jurkje dat een vriendin uiteindelijk toch maar niet heeft gekocht, bijvoorbeeld. Ik heb een goed geheugen en daarin zijn talloze van dat soort gesprekken opgeslagen.

'Dat betekent overigens niet dat mannen minder interessant zijn om over te schrijven. De kloof tussen wat mannen zeggen en wat ze denken is vaak buitengewoon fascinerend. Maar het stelt je als auteur voor heel andere uitdagingen.'

Beeld Adrie Mouthaan

Tóibín begon zo'n vijftien jaar geleden aan Nora. Maar al na enkele pagina's schrijven, diende zich een ander verhaal aan, dat uiteindelijk zou leiden tot Brooklyn, de roman die zeer naar Tóibíns tevredenheid werd verfilmd, op basis van een script van Nick Hornby.

'Ik ben in 2000 of 2001 drie maanden verbonden geweest aan de University of Texas in Austin, en hoewel dat een vrij korte periode was, heb ik behoorlijk last gehad van heimwee. Ik kende er niemand, het was verder van de zee dan ik ooit was geweest... Op een gegeven moment, terug in Ierland, keek ik naar een prozatekst waar ik kort daarvoor aan begonnen was, en waarin werd gesproken over een meisje dat in de jaren vijftig naar Brooklyn was gegaan.

Ineens kwam het in mij op om iets met mijn gevoel van heimwee te doen. Natuurlijk geen boek over een middelbare schrijver die als visiting professor in Texas zit, maar iets interessanters: een meisje in dat onbestemde tijdperk tussen de Tweede Wereldoorlog en de jaren zestig, toen mensen weinig geld hadden en er in Ierland heel beperkte toekomstmogelijkheden waren. Een meisje dat plotseling een aanlokkelijk perspectief krijgt aangeboden. Dat werd dus Brooklyn.'

Vervolgens publiceerde u nog een roman en twee verhalenbundels alvorens Nora te voltooien. Kennelijk heeft u dat boek jarenlang voor u uitgeschoven.
'Ironisch genoeg kwam dat doordat Nora mijn meest autobiografische boek is. Je zou denken dat het daardoor gemakkelijk moest zijn om te schrijven, maar mijn herinneringen zaten mij juist in de weg. Zoveel ervan zijn immers alleen voor mij belangrijk en totaal oninteressant voor de lezer. Ik wilde niet zo iemand zijn die je soms in het vliegtuig tegenkomt en die je zijn levensverhaal begint te vertellen, terwijl jij alleen maar denkt: mijn god, hoe lang nog?'

Nora is niet het verhaal geworden over een vrouwelijke heldin die na de dood van haar man eindelijk de gelegenheid krijgt zichzelf te ontplooien. Ze is muzikaal en heeft een goede stem, maar voor de gemakkelijke uitweg van een tweede leven als zangeres is in een Tóibín-boek geen plaats. Bovendien acht de schrijver het cruciaal dat zijn hoofdpersoon geen lieftallige persoonlijkheid is, maar onzekerheid, betrokkenheid en nieuwsgierigheid koppelt aan bij vlagen uiterst ijzige eigenzinnigheid en onverschilligheid.

'Nora is lastig en complex. Het verhaal van een gefnuikte maar doodgoeie vrouw die appeltaart bakt en goede werken verricht, zou ik niet willen lezen en al helemaal niet schrijven.'

Beeld .

Geen wonder dus dat Tóibíns verhaal over de nobelste, smartelijkste vrouw uit de wereldgeschiedenis, Maria, de moeder van Jezus, nogal afwijkt van het beeld van de katholieke kerk de laatste tweeduizend jaar van haar heeft uitgedragen. Zoals blijkt uit zijn korte roman Het Testament van Maria, die voortkwam uit een toneeltekst met dezelfde titel.

Tóibíns Maria is een stugge, verbitterde vrouw, die ernstige twijfels heeft over de ideeën en handelingen van haar zoon en diens volgelingen eigenlijk maar een enigszins mallotig gezelschap vindt. Een moeder die weliswaar bij het kruis staat, maar Jezus' dood niet afwacht en voortijdig vlucht om haar eigen hachje te redden.

Waarom was Maria voor een nadrukkelijke ex-katholiek interessant als hoofdpersoon van een roman en een toneelstuk?
'Een aantal jaren geleden gaf ik in New York een cursus waarin we klassieke Griekse teksten als Medea, Elektra en Antigone bespraken. Daarbij viel het me op dat hoe machtelozer het personage was, hoe krachtiger de stem. Zo kwam ik op het idee van een toneelmonoloog vanuit het perspectief van Maria. Ik ging daarbij uit van het Evangelie volgens Johannes, het enige dat Maria opvoert bij het kruis van Jezus.

'Het is opmerkelijk: dat stuk wordt overal ter wereld opgevoerd. Actrices vinden het geweldig met die tekst te werken. Meryl Streep heeft het audioboek ingesproken, Fiona Shaw heeft het gespeeld, de grote Spaanse actrice Blanca Portillo.

'Vervolgens heb ik de toneeltekst omgewerkt tot een korte roman. Ik wilde met beide teksten niet zozeer een nieuw licht werpen op de figuur van Maria, als wel een stem laten horen die nog niet eerder aan het woord wat geweest. Ik wilde weten hoe dat klonk. Zo ontstond het portret van een vrouw die niets te verliezen had. Die in alle eerlijkheid haar hart luchtte.'

Eerste zin

'Je zult wel schoon genoeg van ze hebben. Houdt die aanloop dan nooit eens op?' Tom O'Connor, haar buurman, stond bij zijn voordeur en keek haar verwachtingsvol aan.

'Het laatste deel van deze zin lijkt de gevoelens van het personage Tom te beschrijven, maar geeft de lezer vooral een blik in de ziel van hoofdpersoon Nora, vanuit wier perspectief de roman is geschreven. Ze ervaart de opmerking van haar buurman niet als medeleven of belangstelling, maar als ergerlijke bemoeizucht. Hij is gulzig om te horen hoezeer ze de stroom bezoekers, na de dood van haar man, zat is. Wanneer je verder leest, wordt het duidelijk dat de roman is geschreven in de third person intimate, een vertelperspectief dat de lezer niet alleen laat zien wat de hoofdpersoon ziet, maar ook voelen wat zij voelt en weten wat zij weet. Soms kan de lezer, via slim deduceren, dankzij dit perspectief zelfs meer weten dan het personage.'

Zijn er overeenkomsten tussen Maria en Nora?
'Dat denk ik wel. Beiden hebben een dierbare verloren en in beide boeken beschrijf ik de nasleep van dat ingrijpende verlies. Zonder valse sentimenten, naar ik hoop.'

Fictie. Colm Tóibín. Nora. Vertaald uit het Engels door Anneke Bok.. De Geus; 378 pagina's; euro 22,95.

Hebt u rituelen?

Tóibín toont de binnenzak van zijn jasje, waarin zich vier pennen bevinden.

'Ik schrijf al mijn boeken met de hand en behoor daarmee tot een uitstervend ras schrijvers. Ik houd van het lage schrijftempo en de daarmee gepaard gaande grotere zorgvuldigheid. Je denkt langer na voor je een woord opschrijft of juist doorhaalt. Pas als een tekst een tamelijk definitieve vorm heeft gekregen, tik ik hem uit op de computer.'

Hebt u een schrijfheld?
'Held is een veel te groot woord. Ik doe niet aan grote woorden. Maar Henry James, over wie ik de roman The Master schreef, is zonder twijfel een belangrijke inspiratiebron voor me geweest. Hij was een van de eersten die, in The Portrait of a Lady, de zojuist genoemde third person intimate hanteerde. James was een meester in het neerzetten van personages aan de hand van het gekozen vertelperspectief.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.