'Ik heb echt alle begrip voor zelfcensuur'

Interview cartoonist Mohammedcartoons

De man achter de Mohammedcartoons laat weer van zich horen. 'Mensen zijn bang,wees daar eerlijk over.'

Flemming Rose. Foto Erik Refner

Eerst was Flemming Rose (57) ontroerd toen hij, na de aanslag op het Franse satirische weekblad, honderdduizenden mensen in allerlei Europese landen zag rondlopen met borden: Je suis Charlie. 'Ik was blij te zien dat zoveel mensen zich identificeerden met mijn vrienden van Charlie Hebdo', zegt hij telefonisch vanuit Kopenhagen.

Maar Rose, de toenmalige chef kunst van het Deense krant Jyllands- Posten die in september 2005 de omstreden serie Mohammed-cartoons initieerde, realiseerde zich al snel: 'Zo'n manifestatie is ook enigszins hypocriet. De echte Charlies zijn dood. Ze hebben jaren gewerkt in een klimaat waarin vrijwel niemand Charlie wilde zijn.' Er was eerder sprake van collectieve shock over het geweld, denkt hij, dan dat de redactionele koers van het weekblad ineens massaal werd gesteund.

Vandaag neemt Rose, die al bijna tien jaar op de Al Qaida-liquidatielijst staat, in een zwaar beveiligd Nieuwspoort het eerste exemplaar in ontvangst van het Engelstalige boek Freedom of Speech under Attack. Het is een geactualiseerde bundel essays van Leidse hoogleraren, waarin alle aspecten van de vrijheid van meningsuiting, inclusief de beperkingen, worden uitgewerkt.

De Nederlandse versie verscheen in 2011, het jaar dat PVV-leider Geert Wilders zich voor de rechter moest verantwoorden voor zijn anti-islam uitlatingen. Hij werd vrijgesproken. Vanwege zijn oproep tot 'minder Marokkanen' moet Wilders opnieuw naar de rechter. Het Openbaar Ministerie verdenkt hem van aanzetten tot haat en discriminatie.

Rose heeft zelf ook uitgebreid onderzoek gedaan naar de vrijheid van meningsuiting. In 2010 verscheen zijn boek Tavshedens Tyranni, de tirannie van het zwijgen. Hij had zijn punt gemaakt, hield het debat voor gezien en stapte over naar de buitenlandredactie.

'Maar sinds de terroristische aanslagen in Parijs en Kopenhagen heb ik me er weer in gestort. We zijn weinig opgeschoten', zegt hij. De massale steun voor Charlie Hebdo vergelijkt hij met het auto ongeluk in 1997 van de Britse prinses Diana in Parijs. 'De mensen waren verbonden in rouw over het tragische ongeval. Een golf van emoties spoelde over de westerse wereld. Maar na een paar dagen ging iedereen weer over tot de orde van de dag.'

Met Charlie Hebdo is het niet anders. De mooie woorden van politieke leiders en hoofdredacteuren ten spijt, gelooft Rose niet dat er fundamenteel iets is veranderd in de houding van journalisten, kunstenaars, cabaretiers en cartoonisten. 'De afgelopen tien jaar heb ik er velen uit diverse landen gesproken. Een groot aantal geeft toe te doen aan zelfcensuur. Ze zijn bang.'

Niet vreemd toch? Vooral niet na Charlie Hebdo.

'Voor de zelfcensuur heb ik alle begrip. Moeite heb ik met degenen die hun angst wegredeneren met politiek correcte argumenten. Die stellen dat je kwetsbare minderheden niet voor het hoofd moet stoten. Neem de Amerikaanse cartoonist Garry Trudeau van de strip Doonesbury. Hij noemde (op 10 april in een toespraak op de Long Island University, red.) de Charlie Hebdo-redactie een stelletje fanatici, die de vrijheid van meningsuiting misbruikten om naar beneden te trappen en minderbedeelden belachelijk te maken. Geen woord over moslim-extremisten die dood en verderf zaaien, die rellen over islamitische gevoeligheden bewust uitlokken.

'Mijn pleidooi is: wees eerlijk over die vrees. Laten we nu eindelijk het debat gaan voeren over wat die angst betekent voor onze vrije samenleving.'

De omstreden Deense cartoons in een Franse krant, in februari 2006. Foto afp

U mist het oprechte debat?

'Mijn eigen krant besloot na Charlie Hebdo de Mohammed-cartoons niet opnieuw te publiceren. Ik schaarde me achter dat besluit, mits de hoofdredactie eerlijk zou toegeven: geweld werkt. Er zijn het afgelopen decennium zeven tot acht verijdelde aanslagen geweest op Jyllands-Posten. In het redactionele commentaar werd eerlijk gezegd dat de cartoons om veiligheidsredenen ontbraken en niet vanwege een of andere redactionele koerswijziging. Een dergelijke openheid zie je nauwelijks. In mijn ogen is dat de kern van het probleem. Het verschil tussen het leven in een democratie en een dictatuur of een staat van anarchie, is dat geweld en intimidatie in onze vrije samenleving worden afgestraft. De staat beschermt je daar in principe tegen. Nu zie je angst de samenleving binnensijpelen. We moeten de vraag stellen of we in een dergelijke maatschappij willen leven.'

Een veel gehanteerd argument is dat je alles mag zeggen, maar dat niet hoeft te doen. Je kunt ook respect tonen voor andermans gevoeligheden.

'Als ik naar een moskee ga, zal ik daar alle taboes respecteren. Maar van mij kan niet geëist worden dat ik dat ook doe in het publieke domein. Dan vraag je geen tolerantie, maar onderwerping. Waar blijft de vrije samenleving als rekening moet worden gehouden met alle gevoeligheden van boeddhisten, hindoes, christenen, seculieren? De ene groep heeft een dikkere huid dan de andere. Maak daar maar eens helder beleid op.'

Het stoort u dat nauwelijks oog is voor moslim-extremisten die religieuze gevoeligheden exploiteren?

'Tien jaar geleden was ik ook te naïef. De cartoon-crisis is niet zomaar ontstaan. In september 2005 zijn de spotprenten gepubliceerd. Er was weinig ophef. Begin 2006 besloot een aantal Deense imams de boel te gaan opstoken in het Midden-Oosten. Ze toonden zelfs valse cartoons die nooit zijn gepubliceerd.

'Bewondering heb ik voor de jongste van het stel, imam Ahmad Akkari. Hij heeft dat eerlijk toegegeven en spijt betuigd. Sneu is dat Akkari naar Groenland moest vluchten. Hij heeft geen leven meer in Denemarken. Nog altijd wordt hij door brede lagen van de Deense bevolking uitgespuwd, omdat hij het land in ellende heeft gestort. Aan de andere kant zien veel moslims hem als verrader.'

Nederland probeert 'haatimams' te weren. Is dat meten met twee maten?

'Als direct wordt opgeroepen tot geweld, hebben landen het recht dergelijke predikers om veiligheidsredenen te weigeren. Verder moeten ze alles kunnen zeggen, de Holocaust ontkennen, racistische uitlatingen doen, zolang niet wordt gediscrimineerd. Ik ben tegen haatzaai-wetten. Je moet de ideologie van de haatpredikers bestrijden, ze niet monddood maken. Dan gaan ze ondergronds. Voor mijn boek heb ik onderzoek gedaan naar haatzaaien in nazi-Duitsland, Wit-Rusland, voormalig Joegoslavië. Daar hadden ze dergelijke wetten, ze hielpen niet. Meningen, hoe verderfelijk ook, moeten niet worden gecriminaliseerd. Oproepen tot geweld wel.'

Als die predikers Allah smeken bepaalde personen wat aan te doen, wat dan?

'Jongeren moeten weerbaar worden gemaakt voor invloedrijke charismatische figuren. Maar als ze achttien zijn, zijn ze verantwoordelijk voor hun eigen daden. Dan moeten ze de cel in als ze geweld hebben gebruikt. Ze kunnen zich niet verschuilen achter zo'n figuur.'

Hoe gaat u om met lastercampagnes en islamitische complottheorieën aan uw adres?

'Die zijn makkelijker te verteren dan doodsbedreigingen. Natuurlijk is het niet leuk als leugens over je worden verspreid. Als bijvoorbeeld wordt geschreven dat ik een Oekraïense jood ben die banden heeft met Amerikaanse neoconservatieven. Ik zeg altijd: als je leugens nodig hebt om je punt te maken, dan heb je geen sterke zaak.

'Ik krijg ook uit linkse hoek van alles naar mijn hoofd geslingerd. Politiken is een linkse Deense krant. Toen die vorige maand op de voorpagina meldde dat de Deense persprijs die ik had gekregen vanwege mijn strijd voor het vrije woord dik was verdiend, regende het klachten van lezers. Ik zou vooral verdeeldheid willen zaaien.'

De Al Qaida-liquidatielijst houdt u niet tegen. Wat kunnen anderen van u leren?

'Er valt niets te leren, het is een individueel proces. Het is niet te voorspellen hoe iemand reageert als hij in zo'n situatie belandt. Voor mij geldt dat ik mijn leven absoluut niet wil veranderen. Daar ben ik sterk op gespitst. Tegelijkertijd moet ik er voor zorgen dat ik geen beslissingen neem die nare consequenties hebben voor mensen om me heen, mijn familie, collega's.

'Een ding is zeker. Ik houd mijn mond niet. Ik vertel een coherent verhaal. Ik verkondig geen onzin als ik zeg dat onze vrijheden op het spel staan.'

Meer over