Interview Donna Hay

‘Ik ga niet zeggen: je mag geen ijsjes of chocolade. Dat werkt averechts’

Donna Hay in Amsterdam. Foto Marie Wanders

De Australische kok Donna Hay ( 47 ) kan zich met 6 miljoen verkochte kookboeken, twee tijdschriften en een tv-programma meten met de Jamie Olivers en Nigella Lawsons van de wereld. Haar boodschap is verrassend ouderwets: niet iedereen kan zomaar koken, begin gewoon bij het begin.

Voor iedereen die zich afvraagt hoe je een kookimperium opbouwt: vraag het niet aan Donna Hay. Dan zegt ze: ‘Ik denk dat ik gewoon geluk heb gehad.’ Hard werken, beetje de juiste mensen tegenkomen, dat soort antwoorden. Alsof je daarmee zes miljoen kookboeken verkoopt in tachtig landen, twee kooktijdschriften opstuwt naar een oplage van honderdduizenden en met succes een tv-programma lanceert terwijl je niet eens zo nodig in de schijnwerpers hoeft.

De Australische Donna Hay (47) kan zich meten met internationale kookfenomenen als Nigella Lawson, Jamie Oliver en Gordon Ramsey. Haar carrière is eigenlijk samengevat in de titel van haar voorlaatste en 25ste kookboek: Basics to Brilliance, met dien verstande dat Hay in haar receptuur veel aandacht besteedt aan die basics. In het voorwoord: ‘Je kunt niet vliegen eer je vleugels hebt, nietwaar?’ Hay levert de basis , het oordeel over de brille mag worden geveld aan de keukentafel. ‘Je moet realistisch zijn over de kookvaardigheden van je publiek’, zegt ze. Niet iedereen kan uit de voeten met twintig ingrediënten en een arsenaal aan keukenapparaten. De werkende mens schuift in het weekend een lamsbout in de oven en neemt doordeweeks zijn toevlucht tot simpel en snel. ‘Ik kan me goed voorstellen dat je na een lange werkdag liever niet te lang in de keuken staat. Een beetje smokkelen mag. Veel van mijn recepten zijn shortcuts.’

Donna Hay is even in Nederland om te jureren in de Nederlandse editie van televisieprogramma Masterchef en ter promotie van haar nieuwe boek Basics to Brilliance kids. Ondanks haar kookgodinnenstatus is ze in haar jeans met gaten gewoon Donna, je zou haar kunnen tegenkomen achter een karretje in de supermarkt, een beeld dat heeft bijgedragen aan haar succes. Haar kookstijl is te omschrijven als: doe maar gewoon, maar doe het dan wel goed. ‘Ik wil mensen aanmoedigen te gaan koken zodat ze ontdekken dat het niet ingewikkeld hoeft te zijn om een mooi en lekker gerecht op tafel te zetten.’

Toen ze in de jaren negentig – ze ging toen bij de Australische Marie Claire over alles wat met eten te maken had – haar eerste recepten publiceerde, negeerde ze de trends. Thuis restaurantje spelen was in de mode. Kookboeken en -bladen stonden vol met tafels vol gezelligheid van het type kaarsen, servetten, bestek, bloemen, schaaltjes en kommetjes, waartussen het gerecht verloren raakte. Een culinaire car crash, zei ze ooit over de toenmalige voedselfotografie. Haar eten werd ‘clean’ gepresenteerd op wit porselein. ‘Ik ben het gerecht weer centraal gaan stellen. Toch het belangrijkste van koken, niet?’

Een plank vol kookboeken later blijkt dat ook Donna Hay zich in haar laatste boeken niet helemaal heeft onttrokken aan de huidige mode van kruimels en strooisels naast de borden en pannen. Ze lacht erom: ‘Een beetje. Niet te veel. Het formele aan tafel is er tegenwoordig wel af, het hoeft allemaal niet zo strak. Maar ik ben nog van de generatie die heeft geleerd om netjes rechtop te zitten en met mes en vork te eten.’

Taartjes in de zandbak

De aftrap van haar culinaire carrière is min of meer terug te voeren tot de zandbak. ‘Mijn moeder had geen grote passie voor koken, al kookte ze niet slecht. Onze vader had een zandbak voor ons gemaakt. Met mijn twee oudere zusjes speelden we dan feestjes na met taartjes van zand. Dus als onze moeder ons vroeg in de keuken te helpen, voelde het ineens als écht. Zoals veel kleine meisjes begon ik met het bakken van cake en ander zoet of plakkerig spul. Ik herinner me dat ik al kookte toen ik 8 was. Mijn moeder had iets slims gedaan. Ze zei: als jij helpt met het koken, zal ik opruimen. Dat werkte voor mij.’

Veel van haar vriendinnen hadden geen benul van koken toen ze uit huis gingen; een gevolg van het feit dat ook moeders buitenshuis waren gaan werken. ‘Mijn vriendinnen vroegen me voortdurend: die geroosterde kip die we bij jou hadden, hoe maak je die? Of: geef me het recept eens van die pasta die je laatst maakte. Zo ben ik begonnen.’ Kookboeken uit de jaren zeventig boden haar generatie geen uitkomst. ‘Veel recepten klopten van geen kant, waardoor mensen gingen denken dat ze niet konden koken. Daarom besteed ik zo veel aandacht aan de basisbeginselen en ben ik heel precies. De recepten moeten werken. Je kunt aan veel van mijn gerechten iets meer smaak toevoegen van het een of ander, maar ze werken dan nog steeds.’

Koken en kinderen

Ze runt weliswaar een imperium van kookboeken, tijdschriften, tv-programma’s en een webshop met meer dan honderd, meest lichtblauwe keukengereedschappen (variërend van notitieboekjes tot brownie-baksets voor 75 euro), maar na het werk kookt ze meestal zelf voor haar zoons van 15 en 12, die sinds haar scheiding bij haar wonen. ‘Ik lever de jongens af op school en ze worden opgehaald door een nanny. Die maakt huiswerk met ze en doet boodschappen. Vroeger wilde ik alles zelf doen, maar na een tijdje realiseerde ik me dat het onmogelijk was. Ik zou geen betere moeder zijn als ik minder zou gaan werken. Als ik thuiskom, koken en eten we samen. Ik neem meestal driekwart van het koken op me en dan zetten we het met z’n drieën in elkaar.’ Samen bezig zijn in de keuken, zegt ze, geeft je als ouder mooi de kans de dag door te nemen. ‘Ik wil graag weten wat hen bezighoudt. Jongens praten makkelijker als je niet recht tegenover elkaar zit, in de auto bijvoorbeeld, of terwijl ze kaas raspen of een loempiaatje rollen in de keuken.’ Eten wat de pot schaft? ‘We eten gezond, maar ik ga niet zeggen: je mag geen ijsje meer of chocolade. Dat werkt averechts. Ik kan me niet herinneren dat ik het zo druk had in mijn jeugd als de kinderen van nu. Ze hebben een druk sociaal leven, ze sporten veel en daarom hebben ze altijd honger.’

Ze trommelde de buurtkinderen op om de recepten in haar nieuwe kinderkookboek te testen. En hun ouders: ‘Het is een boek om samen met de kinderen uit te koken.’ Veel gerechten zijn verpakt in balletjes, flapjes, pannekoekjes, rolletjes en ander eetbaars waar je een verkleinwoord van kunt maken – typisch kindereten. ‘Kinderen eten nu eenmaal graag met hun handen. Ik heb klassieke recepten genomen en die voedzamer en gezonder gemaakt, met meer groenten en volle granen. Boekweit- en amandelmeel in plaats van witte bloem, of zo veel mogelijk geraspte wortel erin. Je kunt heerlijke boekweitmuffins maken en die meegeven in hun broodtrommeltje. Je wilt kinderen lekker laten eten en tegelijkertijd ouders tevreden stellen. Daarin moest ik een middenweg vinden.’

Ze prijst de kruistocht van Jamie Oliver tegen frisdrank met suiker en andere dikmakers. Donna Hay doet honing op de gegrilde groenten, ahornsiroop in de pokébowl, dadels in de fudge. Dat is nog altijd… ‘Het is nog steeds suiker, ja.’ En nee, ze heeft het niet gedaan om de ouders het idee te geven dat ze gezond koken. ‘Ik wil mensen aan het denken zetten. In dadels zitten veel vezels en ze zijn toch lekker zoet. Je moet een balans vinden, net als met alles in het leven. Weet je wat zo leuk is? Ik kreeg ook veel reacties van twintigers die het boek hebben gekocht. Omdat de gerechten zo eenvoudig en voedzaam zijn.’ 

‘Je wilt kinderen lekker laten eten en tegelijkertijd ouders tevreden stellen. Daarin moest ik een middenweg vinden.’ Foto Marie Wanders
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.