'Ik deed auditie voor de toneelschool, maar had nog nooit een toneelstuk gezien'

Interview cabaretier Eric van Sauers

Overal onhandelbaar, totdat hij het toneel ontdekte. Acht solovoorstellingen later beziet cabaretier Eric van Sauers ( 53 ) zijn carrière en de mensen die hem redden.

Eric van Sauers in de Amsterdamse comedyclub Toomler. Foto Ivo van der Bent

Eric van Sauers (53) is na ruim drie decennia terug in de straat die ooit een van de somberste van Amsterdam was, de Czaar Peterstraat. Het is toeval. De afspraak voor het interview is gemaakt in een onlangs geopend café-restaurant aan de kop van de straat.

De herinneringen zijn levendig. In de jaren tachtig woonde hij een tijdje op nummer 153. 'Precies daar waar nu de nieuwbouw is. Ik ben weggevlucht, letterlijk, toen naast me de muren werden afgebroken.' De huur was 200 gulden, inclusief.

'Bij mij kwam nooit iemand op bezoek. Dit was het einde van de wereld, iedereen vond het veel te ver weg. Maar ik hield van deze buurt.'

Het was hier toch niet bepaald veilig, met al die junks?

'Zo heb ik het nooit ervaren. De junks onder het viaduct vielen me niet op. De buurt was wel verloederd. Achenebbisj. En als je onder het viaduct door ging, kwam je in nomadenland, daar werden de illegale houseparty's georganiseerd.

'Ik had het gevoel dat mijn leven ging beginnen. Ik was 18. Hier had ik mijn eerste eigen plek. Ik had eerder bij mijn tante in de Bijlmer gewoond en later op een kamertje. Al heel jong was ik het huis uit gegaan. Ik was 13 toen ik naar een kindertehuis ging.'

Eric van Sauers is een succesvolle cabaretier en stand-upcomedian; een verteller pur sang. Zijn moeder is Nederlands, zijn vader Surinaams. Hij groeide op in Amsterdam, Noord-Brabant, Haarlem en Rotterdam en heeft meer dan dertig verhuizingen achter de rug. Zijn zoon Julius (22) uit zijn eerste relatie speelt op hoog niveau basketbal in New York, bij het college LIU Brooklyn. Zijn jongste kinderen zijn 5 en 9. 'Ik ben dat clichémannetje met de tweede leg.'

Zijn opleiding aan de Toneelschool vervolgde hij in de Amsterdamse comedyclub Toomler, waar hij nog steeds actief is. In 1997 won hij het Camerettenfestival. Hij trekt momenteel door het land met zijn achtste solovoorstelling, De Lief en Leed Tour. Samen met de man die zijn voorstellingen regisseert en hem al dertig jaar terzijde staat, Koos Terpstra, is hij sinds het begin van het tv-programma eindredacteur van Dit was het nieuws.

En dat allemaal omdat hij 35 jaar geleden in de Czaar Peterstraat in Amsterdam het gevoel had dat hij iets van zijn leven moest maken. 'Het was tijd dat ik keuzes ging maken. Iets ging doen.'

Welke keuze maakte je?

'Om een opleiding te gaan doen.'

Dat had je nooit eerder bedacht?

'Nee, nooit. Ik dreef handel op de Wallen, samen met mijn oudere broer. We verkochten leren jassen en tassen. Goeie handel. We draaiden ploegendiensten. De een werkte tot tien uur 's avonds, de ander 's nachts. Ik hield zóveel van die buurt. Het was verslavend. Er was altijd iets aan de hand. Toen ik was vertrokken, had ik last van afkickverschijnselen.

'Het was daar toen gevaarlijk, hè. Echt gevaarlijk. Als we geld op zak hadden, spraken mijn broer en ik af dat we elkaar zouden dekken. Ik heb veel straatovervallen gezien. Mensen werden leeggeschud. Op de een of andere manier fietsten wij erdoorheen. Ik kende op een gegeven moment iedereen, van naam of van gezicht.

'Ik heb ook jarenlang in de Reguliersdwarsstraat gewerkt, ook 's nachts, als portier. Ik ben er nooit meer terug geweest en ik heb het nooit gemist. Maar de Wallen en de Zeedijk zijn verslavend. De zelfkant, hè. Het randje. En dan op de goede kant blijven.'

Dat lukte?

'Soms was het moeilijk. Ik heb aanleg voor zo'n beetje elke verslaving die er bestaat.'

Hoe kwam zo'n jongen op de Toneelschool terecht?

'Mijn zus Mariëlle speelde een belangrijke rol. Zij had me vaak dingetjes zien doen, ook op school. Als de leraar wegging, verving ik hem zogenaamd. Dan begon ik wat te vertellen. De kinderen vonden het schijnbaar leuk. Jij moet naar de Toneelschool, zei mijn zus. Ze begon me te pushen.

'Op een dag zijn we samen naar binnen gelopen. In de hal hing een groepje leerlingen rond. Ze keken me hautain aan. Jij hoort hier niet, was de boodschap. Dat triggerde me. Hé, wacht even. Ik hoor hier niet? Ik moest en zou op die school worden aangenomen. Ik heb een formuliertje ingevuld en auditie gedaan.

'En gelogen. Ik had nog nooit een toneelstuk gezien. Ik pakte gewoon de Uitkrant en schreef drie toneelstukken op die ik zogenaamd had gezien. Er werd naar een monoloog gevraagd. Wist ik veel dat er monologen worden geschreven. Ik maakte er zelf een, op een tekst van Remco Campert. Zo deed ik auditie. Ze vonden dat ik talent had, maar ik moest eerst maar eens wat toneel gaan bekijken. Na twee jaar werd ik aangenomen. Het was een overwinning.'

Waarom reageerde je zo verbeten op die leerlingen in de hal?

'Ik zal nooit een stap terug doen. Dat zit in mijn karakter. Ook als het gevaarlijk wordt, zet ik een stap vooruit. Maar misschien waren die gasten helemaal niet met mij bezig. Was het alleen mijn interpretatie. En het zit ook niet in mijn aard om ergens stilletjes binnen te komen. Natuurlijk keken ze naar me. Wat is dat voor rare snuiter, dachten ze waarschijnlijk.'

Wat voor jongen was je dan?

'Ik was een losgeslagen projectiel. Ik wist niks. Ik heb heel veel moeten leren, zelfs hoe ik netjes moest eten. Dat zat niet in mijn systeem.'

Je wist niet hoe je netjes moest eten?

'Een vriendin nodigde me uit om met Pasen bij haar ouders te gaan brunchen. De avond daarvoor zei ze dat we wat dingen moesten doornemen, over de manier waarop ik at. Ze liet me zien hoe je precies je bestek moest gebruiken. Op dat niveau zat ik.'

Dat had nooit eerder iemand je laten zien.

'Terwijl mijn moeder me goed heeft opgevoed. Thuis had ik mijn ellebogen echt niet op tafel tijdens het eten.

'Ik was op de een of andere manier verruwd. Nu klinkt het allemaal stoerder dan het is, hè. Ik was, eh, rauw. Ik deed alles op kracht. Ook als ik iets wilde van mensen. Niet fysiek, maar wel op kracht. Intimiderend. Ongeduldig. Ik wilde snel een ja hebben. Nee? Wat? Waarom dan niet?

'Ik heb ooit Frans Weisz opgebeld, de regisseur. Ik had gehoord dat hij een film ging maken. Ik wilde een rol en belde hem op. Dat is zo not done. Wist ik veel. Ik had geen idee. Ik sprak zijn antwoordapparaat in. Hé, luister, je gaat een film maken, bel effe terug.'

Cabaretier Eric van Sauers. Foto Jaap Reedijk

En?

'Hij belde terug. Decennia later kwam ik hem ergens tegen en heb ik hem bedankt. Hij wist het niet meer, maar we hadden bijna een half uur aan de telefoon gezeten. Hoe tof is dat? De meeste mensen zouden denken: weg met die mafkees. Maar hij gaf me advies, heel geduldig. Superlief. Dat heb ik ook geleerd in mijn leven. Heel getalenteerde mensen zijn vaak hulpvaardiger dan mensen met minder talent.'

Praat je met je moeder weleens over vroeger?

'Ja, ja. Natuurlijk. Ik heb zelf drie kinderen, daardoor verandert de verhouding met je ouders. En je gaat terugkijken.'

Heb je haar ooit iets verweten?

'Nee. Nooit. Ik heb juist superveel bewondering voor haar.'

Je kwam als jongen in een kindertehuis terecht.

'Ja. Maar dat heb ik haar nooit verweten. Mijn ouders waren gescheiden. Ik weet zelf ook wel dat wat ik deed niet helemaal pluis was. Mijn moeder vond het veel erger dan ik.'

Volgens Koos Terpstra ben je nu gelukkiger dan ooit.

'Ja, ik denk dat hij gelijk heeft. Te gek dat hij dat zegt.'

Je wordt mooi oud, zei hij ook.

'Ik heb veel meer rust. Het hoeft allemaal niet meer zo snel en niet meer zo hard. Dat overkomt de meeste mensen, denk ik, als ze ouder worden. Alles is meer in harmonie. De mensen om mij heen zijn gelukkig. Het wordt zo wel een heel klef gesprek, hè.'

Je hebt een vriendin, kinderen, een goed inkomen, een huis in een keurige wijk in Amsterdam.

'Het is niet te vergelijken met mijn begintijd in het theater. Toen had ik de zorg van mijn oudste zoon op me genomen. Het was altijd rennen. Hem naar mijn moeder brengen, 's nachts ophalen, in zijn bed leggen, wekker zetten, hem naar school brengen, nog een paar uur slapen en naar het theater. Zo'n leven heb ik ook gehad.

'We hebben de gekste dingen gedaan. Soms nam ik hem mee naar het theater, dan was er geen andere oplossing. Als knulletje van 6 of 7 liep hij daar rond. Soms sliep hij in de kleedkamer. We deden alles samen. Never a dull moment.'

In De Lief en Leed Tour ben je bedachtzaam, beschouwend, kalm.

'De man op het podium en ik zijn niet dezelfde man. Ik vergroot dingen uit. Maar het zou heel raar zijn als ik nu nog net zo op het toneel zou ronddenderen als toen ik 20 was. Ik zoek het nu veel meer bij mijn eigen leven. Ik ben zelf de kern van de voorstelling. Zo ben ik nu, schijnbaar.'

Volgend jaar is het dertig jaar geleden dat je je filmdebuut maakte, als kelner in Dorst, een film over een drankzuchtige journalist. Beschouw je dat als het begin van je loopbaan?

'Nee. Dat was toen ik Koos Terpstra leerde kennen, eind jaren tachtig. Er werd een auditie gehouden voor een theaterstuk en hij was een van de twee mannen in de kamer. Ik kreeg de rol niet, maar ze hadden mijn naam onthouden. Bij het volgende stuk werd ik gebeld door Koos. Ik mocht komen en kreeg een rol in een stuk van hem, Powderfinger.'

Mijn artistieke geweten, heb je hem wel eens genoemd.

'Dat is hij ook. Maar hij heeft me bijvoorbeeld ook wijn leren drinken. Ik ben totaal zelfstandig, maar ik toets wel veel aan hem. Ik las bijvoorbeeld nooit boeken. Dat begon ik als een gemis te ervaren. Aan Koos heb ik gevraagd wat hij de beste tien boeken vond. Ik heb ze allemaal gelezen, The Catcher in the Rye van Salinger, Oorlog en vrede van Tolstoj, al die echte klassiekers.

'Daarvoor had ik nog nooit een boek gelezen. Ja, eentje, van Stephen King. Dat vond ik trouwens heel goed. Meesterlijke verteller. Later heb ik al zijn boeken gekocht.'

Wat is Terpstra's rol in de voorbereiding op de voorstelling?

'In de maanden voor de try-outs luistert hij alleen maar. Ik vertel waar ik mee bezig ben en waar ik over nadenk. Dat lijkt niet veel voor te stellen, maar onderschat het niet. Hij boort mijn onderbewustzijn aan. Hij laat me vertellen. Het klinkt alsof iedereen dat kan.'

Ja.

'Maar dat is niet zo. Mijn onderbewustzijn is niet gek. Hij zet het aan. Hij laat me nadenken. Dan komen de eerste try-outs, dan zegt hij ook nog niet zoveel. En dan is het ineens: ja, ik heb het. Dit is het. Dan heeft hij bedacht wat de aarde is waarin de plant moet worden gezet en tot bloei kan komen, om maar een mooie beschrijving te geven van het creatieve proces.

'Heel veel mensen trekken hem niet. Hij is zo'n man die binnenkomt en meteen recht voor zijn raap zegt wat er aan de hand is. Hij is een Texelaar, hij kan stug en nors overkomen. Hij is, eh, wat intimiderend. En hij is slim en belezen. Hij weet veel, zonder ermee te koop te lopen. Hij heeft geen rijbewijs. In de trein leest hij drie boeken per week en dat gaat allemaal dat brein in.

'Theo van Gogh was ook zo iemand. Alles wat in dat brein kwam, bleef er ook in. Al die trivia. Van Gogh en zijn zoon Lieuwe reden vroeger weleens mee naar een show. Onderweg vertelde hij over de uiterwaarden waar we langsreden, of over Zwolle als Hanzestad of over de lakenindustrie. Als iemand tijdens de opnamen voor een film in Rotterdam iets zei over het kraanwater, begon hij meteen te vertellen over de duinen waar het vandaan kwam. Alles zit in de hoofden van deze gasten.'

De oprichters van Comedy Train, Jan Jaap van der Wal, Stefan Pop, Eric van Sauers en Raoul heertje, gefotografeerd in Toomler Amsterdam, in 2010. Foto Nadja Kieft

Wat was je verstandhouding met Van Gogh?

'Ik heb in een stuk of vier, vijf films van hem gespeeld en we waren bevriend. Ik noemde mezelf altijd zijn huis-tuin-en-keukenvriend. Met Hans Teeuwen enzo had hij altijd intellectuele gesprekken. Wij hadden het over vrouwen. Klaar. Vrouwen en zuipen. Ik ben heel vaak lam met hem geworden.

'Met Theo kon je echt lachen. De mensen denken altijd dat hij zo'n boze, norse man was. Maar hij was een van de liefste mannen die ik ooit heb ontmoet. Hij had ook zo veel humor. Een paar zomers zijn we samen op vakantie geweest. Hij voedde zijn zoon ook deels alleen op. Dat zorgde voor een sterke band. Als ik een huisje huurde, nodigde ik hem ook uit.

'Een week voor zijn dood waren we met z'n allen in New York. Hij wilde de kinderen het Dakota-gebouw laten zien, waar John Lennon was vermoord. De jongens waren totaal niet geïnteresseerd, maar hij hield voet bij stuk. We liepen door Central Park en we spraken over de bedreigingen.

'Dat soort gesprekken voerden we eigenlijk nooit. Theo probeerde me gerust te stellen. Ik ben een nar, zei hij, iedereen begrijpt toch dat ik aan het schoppen ben omdat er wat moet gebeuren. Ik was het ook niet met hem eens, hè. Theo, zei ik vaak, mensen vallen over wat je zegt. Niet over wat je wilt, of wat je bedoelt. Onzin, zei hij dan. Zó moet ik het doen, anders luistert niemand. En ik ben toch geen racist?'

'Dat was hij ook niet. Hij wilde de discussie aangaan. Hij maakte zich zorgen. Maar goed, dit is allemaal heel lang geleden.'

Eric van Sauers: De Lief en Leed Tour, tot eind mei overal in Nederland. Speellijst op ericvansauers.nl

Dit was het nieuws

Samen met Koos Terpstra is Eric van Sauers al sinds 1996 eindredacteur van het satirische tv-programma Dit was het nieuws. Het programma beleeft deze maand een tweede comeback, bij Avrotros. De eerste reeks begint op zondag 17 december. Waarschijnlijk volgt ook een tweede reeks. Dit was het nieuws werd eerder uitgezonden door de Tros en RTL. De presentator is opnieuw Harm Edens. Jan Jaap van der Wal en Peter Pannekoek zijn in het nieuwe seizoen de teamcaptains.