'Ik ben verschrikkelijk positief ingesteld. Ik weet niet hoe het komt, maar dat ben ik gewoon'

Teruglezen: interview uit 2017

Mies Bouwman is maandag op 88-jarige leeftijd overleden. Dat heeft een woordvoerder van de familie bevestigd. De Volkskrant sprak de legendarische tv-persoonlijkheid vorig jaar. Lees het interview hieronder terug.

Foto Oof Verschuren

Nathalie Huigsloot sprak Bouwman over eenzaamheid, troost, haar tv-carrière en de presentatoren van nu: 'Het zijn allemaal dezelfde soort vrouwen.'

Even lijkt het erop dat ze niet thuis is. Pas na twee keer hard bellen klinkt er gerammel. Diverse sloten worden opengemaakt. En daar staat ze, Mies Bouwman. Ofwel: Gewoon Mies, zoals haar bundel met oude Margriet-columns heet die deze maand verscheen. In de achterkamer klinkt een luide mannenstem. Het blijkt de televisie die hard aan staat. Mies zet koffie met het filter-apparaat. 'Wat ontzettend leuk dat je bloemen hebt meegenomen!', roept ze hartelijk, en ze zet twee mooie gebakjes en twee soesjes op tafel in haar keuken met prachtig uitzicht over de uiterwaarden bij Elst, waar ze sinds het overlijden van haar man Leen, drie jaar geleden, alleen woont.

Het is eigenlijk tegen de regels, journalisten thuis ontvangen, schrijft ze in een van haar columns. 'Want het is niet écht leuk later in de krant te lezen dat je interieur burgerlijk is, je koffie slap, je boekenverzameling oninteressant en je schitterende collectie geraniumstekken 'een bak vol dode planten'. Wat ze de betreffende journalist - 'een trul in tijgerjurk' - toewenst, wil ze de lezer besparen, schrijft ze, 'maar dopluis en schimmel waren twee van de dingen.'

Een van haar andere adviezen - die ze later zal tarten - is: 'Nooit alcohol drinken tijdens een interview.'

Hoe gaat het met u?
Denkt even na. 'Mja, wel goed. De ene dag beter dan de andere... Je moet gewoon door, hè? In het begin kon ik daar geen antwoord op vinden, op wat dan doorgaan was. Iedereen riep dat, hè. Zo van: 'Je bent sterk, je kan het wel.' Nou, dat vind ik zo'n wartaal op het moment dat je zo'n verdriet hebt. In het begin had ik ontzettende moeite met alleen thuis zijn. Niet dat ik nou zo verlangde naar geweldige gezelschappen, maar helemaal alleen is zo stil. Ken jij dat?'

CV Mies Bouwman 

31 december 1929 Geboren in Amsterdam
1951 omroepster van de eerste televisieavond van de KRO
1954 ontslag vanwege vermeende affaire met regisseur Leen Timp.
1955 trouwt met Leen Timp.
1960 weer aan de slag, bij de Avro, o.m. presentatie Kom er maar eens achter.
1962 Presentatie Open het Dorp.
1963-1964 Zo is het toevallig ook nog eens een keer. Stopt na 3 uitzendingen.
1965-1969 Mies en scène.
1969-1973 Eén van de acht.
1974-1975 Een mens wil op de vrijdagavond weleens even zitten en een beetje lachen want er is al genoeg ellende op de wereld.
1979-1981 Telebingo.
1981-1982 Mies, talkshow
1985-1987 en
1992-1993 In de hoofdrol.
1993 stopt definitief met haar televisiewerk.

Mies Bouwman schreef drie kinderboeken: Mies Bouwman vertelt, Rambamboelie en Jammerdejammer.

Mies Bouwman en echtgenoot Leen Timp (overleden in 2013) kregen vier kinderen en dertien kleinkinderen.

Eigenlijk niet.
'Nou, het is een beetje gruwelijk, vind ik. Zo van: het einde nadert. Dus ik heb nu de televisie maar de hele dag aan staan, dan is er geluid. Slaat ook nergens op, maar dat is mijn remedie tegen de stilte. Verder heb ik ongelooflijk veel aanloop van de kinderen, kleinkinderen, van vrienden. Het is vaak te veel, maar erg lief. Een warm bad van liefde en genegenheid. Dat klinkt een beetje hysterisch, maar het is wel zo. Ze zijn er, ze vergeten me niet.'

Marc-Marie Huijbregts vertelde: 'Mies en Leen waren zo'n goed stel. Opeens moest Mies weer ontdekken wie ze was, als mens alleen.'
'Ik ben niet een ander mens geworden of zo. Wel een eenzamer mens, ik ben me continu bewust van Leens afwezigheid. Nou moet ik niet weer hysterisch worden, maar geloof me dat als je zolang getrouwd bent geweest, je steeds geluiden hoort waarbij je denkt: o, daar komt hij aan. Maar dan komt hij dus niet. Ja, dat soort dingen, dat is gruwelijk. Mensen zeggen: het went. Nou, dat vind ik zo'n shittekst. Het went helemaal niet. Je leert ermee leven, maar dat is iets anders.'

Freek de Jonge, een vriend van u, zei: 'Mies is heel evenwichtig. Dat fascineert me. Ze is in balans, terwijl ze in haar leven zowel bijna goddelijk als bijna duivels is verklaard. Leen was essentieel in die evenwichtigheid.'
'Dat is zo. We hielden elkaar in evenwicht. Als het indutte, porde ik de boel op. Als ik te overdreven was, kalmeerde Leen me. Dat hebben we zo'n zestig jaar volgehouden, lang hè. Wel mooi van Freek. Heb je meer uitspraken waarop ik kan reageren?'

Hans Wiegel noemde u dapper. Hij zei: 'Mies is hard voor zichzelf.' Maarten van Rossem en Jeroen Krabbé zeiden ook zoiets.
'Dat weet ik niet hoor, maar hoe goed ken je iemand eigenlijk? Ja, Leen kende mij, tot op mijn wortels. Maar als mensen zeggen dat ik hard ben of de boel op een rijtje heb, denk ik dat ze zich een beetje vergissen.'

Ja?
'Ja, want ik heb de boel helemaal niet zo op een rijtje. Ik doe maar wat. Ik vind het ook moeilijk over mezelf te praten. Hoe weet je nou hoe je zelf in elkaar zit? Je dénkt het wel, maar er hoeft maar iets te gebeuren en je reageert zó eigenaardig. Maar Leen kende mij. Een heerlijke man.'

Kunt u zich de eerste kus nog herinneren?
Lange stilte. 'Nee, niet. Het was niet in de studio... Ja, het was op mijn kamertje op de Groest in Hilversum! Want toen ik werd ontslagen omdat men vermoedde dat er iets speelde - er werd schande van gesproken omdat Leen getrouwd was - kwam hij daar op bezoek. En toen kreeg ik de eerste kus. Jaaa...' Typische Mies-giechel.

U heeft in uw carrière vaak aan mensen gevraagd: 'Als je je levensloop zou moeten vertellen, begin dan eens met: er was eens een meisje...'
'Dat verschrikkelijk positief ingesteld is. Ik weet niet hoe het komt, maar dat ben ik gewoon. De kinderen worden er soms gek van, want als die in de put zitten, roep ik: komt allemaal goed, hoor! Hups, we gaan nu dit en dat doen. En dan wéét ik dat ik ze erger, dan hou ik ook meteen mijn mond, maar dan heb ik het al gezegd. Ja, het is erg. Alhoewel ik er de laatste tijd niet zoveel pret van heb gehad. De eerste tijd na Leens overlijden wist ik het echt niet meer. Toen was er niks positiefs te bekennen bij mij. Het begint nu weer een beetje te komen.'

Foto Oof Verschuren

Er was eens een meisje, dat was positief en bleef positief?
'Ja, en die keek vol verbazing om zich heen bij de televisie. Vrijwel niemand had er in het begin een, honderdvijftig televisietoestellen waren er, geloof ik. Het was een speeltuin! Het was enig, er was geen zinnig woord over te zeggen. Niet dat we maar wat deden, we namen het serieus, maar of het goed was, wist je niet. Je deed wat in de hoop dat het goed was. Doen ze nu nog, maar nu is het anders.'

Wat vindt u nu anders?
'Oh, er is zoveel anders. Ja, verschrikkelijk. Mensen denken niet meer zelf na, maar luisteren naar wat de baas zegt. Daar begint het al mee. En ze accepteren alles, elk programma dat ze aangeboden krijgen. Dat zie je ook. God, ik heb soms zo met ze te doen, vooral de vrouwen op tv. Die racen van het ene programma naar het andere. Onvoorstelbaar! Voor kritiek hebben ze geen tijd, want ze moeten door naar het volgende programma. Ze doen hun best, maar hoe doen ze hun best? Ook zoiets: ieder mens heeft zijn eigen persoonlijkheid, maar die zie je helemaal niet meer. Je ziet steeds maar dezelfde soort vrouwen op het scherm! Hetzelfde aangekleed, hetzelfde opgemaakt, dezelfde haardos. En ze zeggen allemaal van die keurige zinnen, die ze oplezen van de autocue. Zelfs een simpel 'goedenavond dames en heren' staat erop! Dat slaat nergens op, maar de angst regeert.'

De angst dat als je een keer nee zegt, je het verder kunt bekijken?
'Waarschijnlijk. Nou, dat kende ik niet. Ik kende überhaupt geen angst bij de televisie. Ik vond alleen de opkomst altijd eng, maar daarna voelde ik me als een vis in het water. Je reageerde gewoon op wat er gebeurde. Ik herinner me nog dat de weerman opeens niet kwam opdagen omdat hij ziek was - dat werd mij toegefluisterd - en dan zei ik tegen de kijkers: 'Eens even kijken hoe het weer is.' Dan deed ik de buitendeur open die vlakbij was en zei: 't Is mooi!' En dan gingen we door. Sloeg nergens op, maar het was wel leuk. Waar ik naar verlang, is dat er een presentator op het scherm bezig is die het op een gegeven moment niet meer weet. Dat je hem hulpeloos om zich heen ziet kijken en denken: wat moet ik nu? Je ziet geen fouten meer, want alles is opgenomen en wat niet volgens de boekjes is, wordt eruit geknipt. Daardoor is het merendeel van de programma's zo voorspelbaar.'

Foto Oof Verschuren

Wat me opviel aan uw bundel met columns uit de jaren zeventig en tachtig is hun actualiteit. Zoals de dreigementen zodra je de spot drijft met het geloof. In uw tijd na grappen over het christendom, nu eerder over de islam.
'Ja inderdaad. Dat was bij het programma Zo is het toevallig ook nog eens een keer. De ophef kwam ook omdat ik net Open het Dorp had gepresenteerd. Daarna was ik heilig, hè. Daar is geen ander woord voor te verzinnen. Daar word je bloednerveus van. Ik mocht eigenlijk niks meer. Mensen keken je aan in adoratie en vonden je gewéldig. Een normaal woord kwam er niet meer uit. Dat is even aardig, maar na een paar weken denk je toch: kom, we gaan door met het normale leven. Totdat je je waagt aan grappen over het geloof. Ik heb uiteindelijk maar drie uitzendingen gedaan, want de hel brak los. Helemaal toen we een persiflage op het 'Onze Vader' hadden gedaan. Toen volgden er serieuze bedreigingen. We kregen onder andere een brief met de plattegrond van ons huis, met de kamers van de kinderen. Die gingen eraan, schreven ze. Dat was er een van de vele, naast alle andere scheldbrieven, bommeldingen en bedreigingen. We kregen bewaking, de kinderen gingen onder politiebegeleiding naar school. Daarna ben ik gestopt. Ja, natuurlijk. Het slaat nergens op dat soort risico's te nemen, het moet wel aardig blijven allemaal. Oh god, als ik er nu aan denk, krijg ik er haast weer de koude rillingen van. Maar het is nu nog griezeliger, hè. Want je ziet nu hoe mensen echt worden gepakt en gedood om dit soort grappen. Dat is bij ons niet gebeurd. Maar ik ben dan ook meteen gestopt. Ik was echt zo dociel als de pest, hoor.'

Ook het stuk over Vietnamese bootvluchtelingen lijkt nog actueel.
'Ja, dat had gisteren geschreven kunnen worden. Het proces verloopt elke keer hetzelfde. Eerst loopt je hart over en hebben we goede voornemens en dan slaat het om in: ze moeten het niet te gek maken, hè? Opeens vinden we dat het er wel erg veel zijn, terwijl wij al genoeg te stellen hebben met woningnood, werkloosheid en economische ellende. Dus hoe lang houden mensen het vol goed te zijn? Dat is een vraag van alle tijden. Ik denk niet zo lang. Je zag het laatst weer toen er een brand was in een asielzoekerscentrum in Frankrijk. Natuurlijk zitten daar rotzakken tussen, maar het is toch te verschrikkelijk voor woorden om te zien hoe die mensen daar neergepleurd worden in een sporthal, als objecten die je niet meer kunt gebruiken? Maar ja, ik heb makkelijk praten. Ik zit rustig en vredig hier. In Nederland gaat het natuurlijk geweldig. Al denken veel mensen daar anders over, die zijn bang.'

Maarten van Rossem, ook een vriend van u, zegt dat het aan de media ligt dat mensen angstiger zijn dan nodig.
'Iedereen zit op die dingen, hè? Op social media. Ik doe niks met al die elektronische toestanden. Niet met de telefoon, de computer, helemaal niks. En dat ís me toch lekker! Ik zie al die opgefokte mensen op hun telefoon kijken en denk: grote god, waar zijn ze mee bezig? Al die doden die wij nu op het scherm zien, waren er altijd. Wat we toch allemaal uitgehaald hebben in de koloniën, wat Amerika met de zwarte bevolking heeft gedaan, noem maar op. Er zijn miljóénen mensen vermoord zonder dat we het wisten. Er was geen stroom van informatie zoals we die nu tot ons krijgen. Als er vier doden in Zweden zijn, komt dat groot in het nieuws. Ik weet niet of dat zo belangrijk is. Sowieso vraag ik me of het helpt dat we van al die doden weten. Wat kun je ertegen doen? Op een goede partij stemmen en een beetje fatsoenlijk leven, dat is het eigenlijk wel. Je kan gaan demonstreren op het Malieveld en dat is misschien een aardig gebaar voor mensen die hier wonen en horen dat er in hun thuisland massaal gemoord wordt, maar of dat helpt? Of ik weet het eigenlijk wel: het helpt niet. Het helpt alleen mensen van hun frustratie af dat ze niks kunnen doen. Ik hoop niet dat ik nu erg stomme dingen zeg.'

Volgens mij niet.
'Ik vind het trouwens jammer dat Maarten van Rossem in de talkshows niet meer wordt gevraagd. Hij lijkt er een beetje uit te liggen door De Slimste Mens. Ik hoop dat er een zinnige programmamaker komt die zegt: we gaan Maarten van Rossem eens vragen, want die weet ervan. Anders komen al die correspondenten uit die landen wat zeggen, terwijl dat alleen weer meer meningen zijn. Wat heb je eraan? Maarten van Rossem onderbóúwt het. Het is ook zo'n énige man. Hij toverde een lach op de gezichten van mensen op Leens begrafenis, hij was liefdevol, en ook zo geestig. En dat was precies wat Leen wou.'

De huidige generatie presentatoren klopt nog wel eens bij u aan voor advies. Wat zegt u dan?
'Laatst was Chantal Janzen hier. Ik heb gezegd: 'Het eerste wat je moet doen, is leren nee zeggen. Want je gaat eraan, je stort in. Je bent nu vrolijk, maar het is een aanslag op alles. Op je gezondheid, op je huwelijk, op de hele boel. Je racet maar door. En dat kan niet. Je moet overeind blijven, want je bent veel te aardig en te leuk.' Maar ik weet niet of ze het doet, hoor. Ik zie haar weer in allerlei nieuwe programma's en dat blad heeft ze ook nog. Ik wil best helpen, maar het zijn van die simpele woorden. Ze hebben er niks aan. Dat wil zeggen, ze hebben er wel wat aan, maar ze vergeten het weer. Het geld is natuurlijk ook belangrijk, hè. Want ze verdienen zó veel, meer dan wij ooit verdiend hebben. Dat is van de gekken!'

Freek de Jonge zei: 'Bij Mies wordt er weinig geveinsd. Dat is een unieke eigenschap. Er is naar mijn mening ook geen nieuwe Mies opgestaan. Je mist die authenticiteit. Het is een beetje gemaniëreerd allemaal. Kijk naar Wendy en Chantal, die hebben allebei wel iets liefs, maar je vertrouwt het toch net niet helemaal.'
'Hahaha, wat leuk! Dat is spannend gezegd. Chantal is een schatje hoor, maar Wendy ken ik niet. Ze lijken op elkaar, hè. Ik zou niet weten hoe je anders moet zijn dan jezelf op het scherm. Eerlijk zijn, oprecht zijn, je bent het of je bent het niet. Ik geloof niet dat je het kan leren. Je kan het wel spelen, haha.'

Wie vindt u oprechte mensen op televisie?
'Paul Witteman zal absoluut oprecht zijn. Dat is niet voor niks een markante figuur. Mariëlle Tweebeeke vind ik ook goed. Ze is niet heel warm en hartelijk, maar dat hoeft niet in dat programma. Je hebt van die warme hartelijkheid die langzamerhand je strot uitkomt, hè. Dat hadden sommige mensen bij mij ook, hoor. Er zijn meer mensen goed natuurlijk. Ik kom er alleen nu niet op.'

Marc-Marie Huijbregts, die u heeft gevraagd het voorwoord in uw bundel columns te schrijven?
'Ja, dat is de liefste, de leukste, dat is gewoon zo. Die ís zo. Klaar. Dat is zo'n beetje het prototype van iemand die zichzelf is. Ja zie je, die was ik dan even vergeten. Ik moet de gids erbij pakken, denk ik. Er zijn veel aardige mensen die hun best doen en overleven en die wens ik het aller- allerbeste, maar om nou te zeggen: dat is het talent van het moment, dat is moeilijk. Leen zou hebben gezegd: 'Het is allemaal niks.'

U bent er zelf tijdens In de hoofdrol vier jaar uit geweest vanwege een ontstoken slagader in uw slapen. Was u niet bang dat ze u daarna niet meer moesten?
'Dat is niet in mijn hoofd opgekomen. Ik dacht alleen: wat is dit? Ik moest aan de prednison. De dokter zei: 'Dat is fantastisch, maar u verandert wel een beetje.' De week erna begreep ik hem, er stond een plaatje van me in de bladen. Daar stond me toch een gedrocht! Met zo'n dikke kop, dikke schouders, dikke buik en rare benen. Toen schrok ik echt.'

Jeroen Krabbé vertelde dat u tijdens de bruiloft van uw dochter Marieke onder de prednison zat, en daar zelf vreselijk om moest lachen. 'Hoe vind je me?', zei u, 'vind je het niet geestig?' Totale nuchterheid, zei hij.
'Ja, ik moet er iets van maken, hè?'

Terwijl u daarna een jaar niet naar buiten durfde.
'Dat is zo. Ik dacht: laat me maar tot ik weer beter ben. De boze buitenwereld die zich aan je vergaapt is vervelend hoor, als je ziek bent. Dus het was niet zozeer niet durven, meer niet willen. Na twee jaar trok het gelukkig weer weg. Dus ik blij. Maar kort daarop werd ik wakker met een enorme pijn aan mijn kop. Had ik het aan de andere kant! Kon ik weer twee jaar aan de prednison. Dat vond ik erg. Maar alles went. Het waren niet de vreselijkste jaren van mijn leven. Echt niet. De televisie miste ik niet. Ik heb daarna nog acht van de geplande zestien afleveringen van In de hoofdrol gedaan en toen dacht ik: dit is niks meer. Toen ben ik gestopt.'

Waarom was het niks meer?
'Ik zal wel veranderd zijn. Ik moest de hele tijd huilen tijdens de opnamen. Ik herinner me dat we Caroline Kaart hadden en over haar overleden man Hans spraken. Ik barstte in snikken uit. Ze keek me aan met een blik van: wat heeft die nu? Het was háár man, godverdorie. Dat ging ver, hoor. Ik huilde me kapot tijdens die uitzendingen. En toen dacht ik: dit is niks meer.'

U had vier kinderen en een drukke baan. Had u wel eens moeite met die combinatie?
'Ik heb lang geleden een keer een lezing van Hedy d'Ancona bijgewoond waar veel vrouwen zaten die vonden dat vrouwen vooral moesten zorgen. Toen zei ik, naïef: 'Als je verdient, kun je toch een oppas regelen of een hulp? Dat maakt het zoveel rustiger om de deur uit te gaan.' God, dat was vloeken in de kerk. Maar ik heb gelijk. Al gaat al je verdiende geld eraan op, je hebt de vreugde van leuk werk. Je moet het goed regelen, zo simpel is het. Je kan het niet aan je man overlaten, dat wordt niks.'

Marc-Marie Huijbregts noemt Mies een oermoeder en hij is niet de enige. Toch heeft ze weinig met moederdag. Ze schrijft in een column: 'En dan die gedichten, veel te vroeg op de bewuste dag naast je bed opgedreund: 'Moedertje is aardig, Staat altijd voor ons klaar, Zij is wel een uit duizend, Zij leve honderd jaar.'
Vreselijk, je herkent je eigen kind alleen aan de pyjama. En je geneert je kapot. Vandaar mijn oproep: moeders, zullen we er een eind aan maken?'

Moederdag mag van u worden afgeschaft?
'Ja, wat een onzin. Ik ben meer van de spontane pakkerd dan van het afgedwongen bloemetje of kopje thee op bed, door vader gemaakt, want dat kunnen ze zelf niet. Wil je nog koffie?'

Ja, lekker.
'Of een glaasje wijn? Laten we dat maar doen. We gaan aan de wijn. Het is tien over vier, moet kunnen.
'Ik zit onderwijl nog na te denken over wat je eerder vroeg over oprechte mensen op televisie. Weet je wie ik ook leuk vindt? Erben Wennemars. Ook zo'n huppakeejongen. Recht voor zijn raap. Enig vind ik die. Die talkshow van Matthijs vind ik ook prettig. Een wonder trouwens, die man! Dat hij dat volhoudt. Humberto Tan, met alle respect, kan niet tippen aan Matthijs.'

Foto Oof Verschuren

Kijkt u naar Boer zoekt vrouw?
'Dat is niet mijn programma. Dat is van een truttigheid! Ik vind het niks, niet van deze tijd. Er zit geen tempo in en eigenlijk is het een beetje vrouwenhandel. Ik vind het gênant. Met alle respect voor Yvon Jaspers, maar ik word een beetje kriegel van dat verpleegsterstoontje. Wie hebben we nog meer?'

Iemand die de laatste tijd veel lof krijgt, is Eva Jinek.
'Ja, maar die moet nog wel even loskomen. Ze is goed hoor, maar bijna te ambitieus. Die zit te springen, die wil zo graag. Dat is nog geen relaxte presentator.'

U zei eens: 'Ik was geen seksbom, geen Katja Schuurman, en werd daarom aardig gevonden door zowel mannen als vrouwen.' Hoe belangrijk was uw uiterlijk? Was u aan de botox gegaan als u nu had gepresenteerd?
'Nee. Ik zou lekkere crèmetjes gebruiken. Leco stuurt me zo nu en dan wat, zijn motto is: blijf smeren. En dat is zo. Je wordt er niet bloedjong of mooi van, maar je ziet er wel goed uit. Dat spuiten is geen vooruitgang, hè. Ik noem geen namen, maar ik zie mooie vrouwen die eerst gewoon wat ouder worden en opeens zien ze er niet meer uit! Vind je niet?'

Rimpels schijnen een louterende werking te hebben.
'Dat zeggen ze, hè. Vreselijk woord, maar het is wel zo. Ja.'
Claudia de Breij vertelde dat u desgewenst uw 'ik ben een oude vrouw'-modus, een soort zelfgekozen warrigheid, inzet als er een of andere bobo op u afkomt. Vervolgens wordt u aangesproken door een man in een rolstoel die door een herseninfarct moeilijk spreekt en daar heeft u dan eindeloos veel energie voor.

'Oh, Claudia, die vind ik ook erg goed. Die stelt zich ook niet aan in de zin van: nu ga ik politiek geëngageerd doen. Dat is goed geobserveerd van haar. Ik heb geen hekel aan bobo's, maar over het algemeen vind ik het publiek leuker, gewone mensen zijn zo leuk. De niet-bekende mensen bedoel ik dan, hè.'

Toen ik u vooraf vroeg wie van uw vrienden ik ter voorbereiding kon bellen, noemde u Marc-Marie Huijbregts, Jeroen Krabbé, Claudia de Breij, Maarten van Rossem en Freek de Jonge. Allemaal beroemd. Vindt u het prettiger bevriend te zijn met beroemde mensen?
'Nee. Het heeft niks met beroemd-zijn te maken, ik vind hen gewoon sympathiek. Er zitten genoeg vervelende mensen tussen. Met Johan Cruyff kon ik het daar goed over hebben. Die beleefde ook weinig aan die sterrenstatus. Oh god, dat die nu ook al dood is. Je moet eigenlijk niet zo oud worden, want alle mensen die je lief en leuk vindt, vallen weg.'

In een van haar columns schrijft Mies Bouwman: 'Als ik een dochter had die wilde gaan doen wat ik doe, dan zou ik eens met haar praten.' (...) 'Ze zullen misschien nare verhalen over je publiceren. Dat is niet leuk. Maar wil je daar alsjeblieft boven staan? Huil maar in bed, schreeuw maar tegen de muren, jammer bij die een of twee mensen van wie je op aan kunt. Of bel mij. Maar lach tegen de buitenwereld, kijk ze recht aan, laat ze niets merken van wat je van binnen opeet, want echt, dat is wat er van je wordt verwacht. Ja, op een of twee vrienden kun je rekenen, maar op meer niet, ben ik bang. Er zijn wel horden mensen die om je heen dwarrelen als het je goed gaat, maar ze verbleken tot schimmen op het moment dat je ze écht nodig hebt.'

Waar komt zo'n column vandaan?
'Dat weet ik niet. Ik zit achter zo'n typemachine en tik dat op. Dat je minder vrienden hebt als je minder roem hebt, is een gegeven. Dat is niet erg, want dat vermoed je al. Ik vind het moeilijker van mensen af te komen die je aardig vindt, maar van wie je denkt: wat moet ik ermee? Toch doe ik dat in deze periode. Ik maak schoon schip door langzaam maar zeker mensen uit mijn kennissenkring te verwijderen. Ik word er gek van hoe ze me allemaal willen troosten en kijken hoe het met me gaat. Een paar heb ik voor mijn gevoel een lieve brief geschreven, met de boodschap: jongens, hou op. Laat me met rust, ik heb het goed. Ik hoop jullie ook, maar er zijn andere mensen op de wereld die waarschijnlijk meer behoefte aan je hebben dan ik. Maar ja, dat pikken ze niet allemaal. Dus gaan ze terugschrijven: ik kom toch langs, hoor. En dan schrijf ik weer: dat was dus niet de bedoeling. O god, het is moeilijk. Het zijn geen verschrikkelijke mensen, maar het vervuilt je tijd. Zonde, want zoveel tijd heb ik niet meer. Ja toch? Laat me nou maar. Het gaat goed met me mensen, geen zorgen, ik red het wel.'

Twee maanden nadat Leen was overleden, belandde u in het ziekenhuis. De kranten kopten dat de artsen vochten voor uw leven.
Wegwuiverig: 'Ik weet niet wat ik toen had, maar ik stortte totaal in. Ik had geloof ik een gebrek aan alles en toen hebben ze me weer opgekrikt, hahaha!'

U vraagt dan niet: wat had ik dan?
'Nee, ik zou echt niet weten wat ik had. De kinderen weten het precies, hoor. Een dubbele longontsteking ofzo. Ach, het doet er niet toe.'

Maar had u toen zelf ook het idee: help, ik ga eraan?
Nee. Ik sukkelde maar een beetje door hier in huis. Twee maanden later, op mijn verjaardag, hebben ze de dokter gebeld. Ik merkte niks aan mezelf, maar de kinderen kennelijk wel. En toen kwam de ziekenwagen. In mijn verjaardagskleren ging ik op de brancard naar het ziekenhuis en daar lag ik heerlijk in stilte. Ik weet niet wat ze met me gedaan hebben, maar na een dag of tien ben ik opgemonterd thuisgekomen. Ik kreeg thuiszorg, maar ze zeiden al vrij snel: hartelijk bedankt, we gaan weer. Ja, je kan het zo dramatisch maken als je zelf wil. Ik schijn ook raar gedaan te hebben, maar dat weet ik niet meer. Ik ben het ziekenhuis in gegaan en er weer als vanouds uitgekomen. Dat is het, haha!'

Móét u nog veel van uzelf? 'U schrijft: 'Ik moet doorgaan met leven, er zijn voor lieve, dierbare mensen en bijdragen wat ik kan.'
'Dat is zo. Een kleine kring kan eeuwig een beroep op me doen. Die hoeven maar een kik te geven en ik ben er voor ze. Daarbuiten moeten ze me maar met rust laten. Het is mooi geweest.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.