'Ik associeer de gitaar toch altijd met een vrouwenlichaam'

Flamencogitarist Eric Vaarzon Morel over zijn inspiratiebronnen

Eric Vaarzon Morel is veruit Nederlands beste flamencogitarist. Uit welke platen haalt hij zijn inspiratie?

Eric Vaarzon Morel op de negende etage van het Conservatorium van Amsterdam aan het IJ Beeld Daniel Cohen

Ja leuk, een eigen gitaar ontwerpen. Maar hoe doe je dat dan? Flamencogitarist Eric Vaarzon Morel (55) werd vorig jaar benaderd door de AvroTros voor het tv-programma De Nieuwe Stradivarius. Bekende muzikanten mogen daarin hun instrument naar wens vormgeven en zelf bouwen. Vaarzon Morel doet het met de gerenommeerde gitaarbouwers Menno Bos en Jos Scharpach.

Maar wat maakt een akoestische gitaar nou een 'Modelo Morelo'? Natuurlijk, als door de wol geverfde flamencogitarist, die op zijn 16de in Parijs leerling was van Paco Peña, met gerenommeerde jazz- en popmusici speelt en lesgeeft aan het Conservatorium van Amsterdam ,weet hij dat 'geluid' samenhangt met 'materiaal'.

'Zij - het is la guitarra,dus noem haar consequent zij! - moet licht maar tegelijk vol klinken. Ik speel vaak met andere muzikanten en ook al hang ik soms een microfoontje in de klankkast, het is fijn om boven het geluid van een vleugel uit te kunnen komen.'

Dus werd het achterblad gemaakt van cypressenhout, voor de lichtheid van toon, en van palissanderhout voor resonantie en volume. De vorm kostte meer hoofdbrekens, maar Picasso bood uitkomst. Vaarzon Morel laat een foto zien van een gitaar-sculptuur met de robuuste eenvoud van design uit de blokkendoos. En ook al heeft de kubistische gitaar meer hoeken dan zijn realistische evenknie, de rondingen laten zich niet ontkennen. 'Ik weet dat het een cliché is maar ik associeer ze toch altijd met een vrouwenlichaam.'

Aanstaande zondag gaat zijn kindje voor het eerst praten. Samen met pianist Thomas Beijer speelt Vaarzon Morel het programma Lorca in Nijmegen. Voor de vuurdoop komt ook de Spaanse flamencodanseres Raquela Ortega langs.

Grappig eigenlijk. Als telg uit een schildersgeslacht - zijn vader is kunstenaar Willem Vaarzon Morel - heeft hij zich altijd laten inspireren door beeldende kunst. Hij maakte al een opera over de 16de-eeuwse schilder El Greco. Vorig jaar ging de opera Apocalyps over Jeroen Bosch in première en nu denkt hij aan een stuk over Caravaggio. 'En tussendoor toont Picasso me hoe mijn gitaar eruit moet zien.'

Met pianist Thomas Beijer en flamencodanseres Raquela Ortega speelt Eric Vaarzon Morel zondag 29/1 Lorca in Lux in Nijmegen. De Nieuwe Stradivarius is dit voorjaar op tv te zien.


Met de ogen dicht

Paco de Lucía: Luzia (1998)

'In de jaren negentig schreef ik La Más Guapa Del Mundo voor mijn vrouw. Toen ik Rio de la Miel, het eerste nummer van Luzia, weer eens beluisterde, viel me op hoeveel ze op elkaar leken. Niet vreemd. Voor iedere flamencogitarist is God Paco onontkoombaar: je begint met het naspelen van de standaard en dat is De Lucía. Hij was de snelste maar speelde nooit virtuoos om het virtuoze. Behalve op dat beroemde album waar hij met jazzsterren Al Dimeola en John McLaughlin speelt. Dat trek ik minder; ik vind het snarenfietsen.'


Paco, de God

Camarón de la Isla: Camarón Nuestra (1994)

'Dubbelalbum met live-opnamen uit de jaren tachtig. Heb ik goede herinneringen aan. In die tijd bezocht ik in Spanje concerten van flamencozangers als Camarón, die werd begeleid door gitarist Tomatito. Zat ik op de eerste rij, met een verrekijker voor de studie. Dat ging zo: bij bepaalde passages hield ik mijn ogen dicht en probeerde op gehoor te bepalen welk akkoord Tomatito aansloeg. Vervolgens controleerde ik dat met de kijker. Luisteren, kijken, doen. Het was de enige manier waarop je toen in Spanje flamencogitaar kon studeren.'


Klavierloopjes

Alfred Brendel: Schubert, Pianosonate D959 in A (1993)

'Ik luister hier al jaren naar en wil de muziek ooit eens omzetten voor gitaar. Kan goed, want het is een nogal gitaristisch stuk. Een pianist vertelde me laatst dat Schubert niet de beste pianist was en daarom bij het componeren de gitaar gebruikte. Het langzame tweede deel zit vol arpeggios: loopjes van toonladders of akkoorden die over het klavier wandelen. Als flamencogitarist ben je daar voortdurend mee in de weer. Soms ook laat Schubert de muziek, bam!, abrupt stoppen. Om daarna subtiel en zachtjes weer te beginnen. Zo flamenco-esk.'


Flamencoblues

José Mercé: Aire (1998)

'Een flamencozanger die de blues zingt. Het nummer Arrengao begint met zo'n typische 'woke up this morning'-gitaarriff, waarna de drums inzetten en zich vermoeid voortslepen. Dan Mercés stem, rauw en emotioneel uitgeput. Past zowel in de traditie van Andalusië als die van Mississippi. Aire gaat van klassieke flamenco via Zuid-Amerikaanse salsa naar de katoenvelden van de VS. Constante blijft dat bijna beestachtige gehuil van Mercé. Hij vernieuwt door andere invloeden toe te laten. Artiesten die over grenzen kijken, hebben bij mij een streepje voor.'


Zigeunerstijl

Diego el Cigala: Picasso en mis ojos (2005)

'Zowel Paco de Lucía als Tomatito begeleiden flamencozanger El Cigala en op deze cd kun je beide stijlen vergelijken. De Lucía klassiek, Tomatito meer zigeunerstijl. Je hoort het verschil goed in de falsetas, de snelle stukjes die flamencogitaristen in de stilte tussen de zanglijnen improviseren en die bedoeld zijn om je virtuositeit te tonen. Typerend voor de zigeunerstijl is het pasado de compas. De gitarist breekt door het handklapritme en creëert een eigen ritmische pulse. Melodisch heeft het ook dat mooi zwevende van Arabische zang.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.