‘Iedereen is gek geworden, jongeheer’

De Eerste Wereldoorlog voltrok zich grotendeels in de Noord-Franse loopgraven, maar bleef in het neutrale Nederland niet onopgemerkt. Oude teksten laten haarscherp zien wat er in die tijd met en in ons land gebeurde....

De latere acteur Hans Tiemeijer beleefde als kleine jongen het begin van de Eerste Wereldoorlog in Zandvoort, waar zijn ouders een hotel hadden. ‘We zaten beneden in onze eigen kamers toen vader binnenkwam en zei: ‘Er is een dame flauwgevallen in de hal.’ Moeder was er direkt bij. Dergelijke storingen hoorden niet in deze wereld. Even later kwam ze terug. (*) ‘Meneer heeft een telegram gehad. Hij zei maar één woord: Krieg. Ze moeten binnen vier en twintig uur in Duitsland zijn’.’ Later die dag was Hans bij het station getuige van een vreselijke chaos. Vertrekkende toeristen, ook destijds in Zandvoort al grotendeels Duitsers, verdrongen elkaar om de trein te kunnen halen. ‘Men schreeuwde en vloekte, soms werd er gezongen, geen vreugdeliederen, maar een soort krijgsgezang. De paar politiemensen die Zandvoort rijk was, stonden volkomen machteloos, veel moeite gaven ze zich trouwens ook niet. Een van hen herkende mij in het gedrang en zei: ‘Ik zou maar naar huis gaan, jongeheer, iedereen is gek geworden’.’

Tiemeijer beschreef deze ervaring in zijn in 1965 verschenen memoires (Spelen met je leven – Mensen die ik gekend heb). Een fragment hieruit is opgenomen in De Eerste Wereldoorlog door Nederlandse ogen, een bewerkte bronnenpublicatie waarin ooggetuigen van gebeurtenissen uit de oorlog van 1914-1918 aan het woord komen. De samenstellers kunnen tevreden zijn met het effect dat ze bereiken door het achter elkaar zetten van zeer uiteenlopende teksten die kort in hun context geplaatst zijn.

De bekende schrijver en socialist Frederik van Eeden beschrijft zijn wisselende stemmingen tijdens de eerste oorlogsdagen. Een onbekende vrijwilliger die in het Vreemdelingenlegioen aan geallieerde kant meevocht, vertelt in een brief naar huis over het leven in de loopgraven hoe het hem te moede was bij het doden van zijn eerste tegenstander. ‘Goede hemel, wat was hij jong, achttien jaar misschien en zijn groote blauwe oogen waren zoo schichtig. (*) Ik zag dat hij zijn mond opende om iets te zeggen (*) Dit alles duurde echter minder dan een seconde, want voordat ik het wist, stak mijn bajonet reeds in zijn buik (*) Nooit zal ik den blik vergeten dien hij op mij vestigde, en die mij een koude rilling in den rug joeg; een blik zoo vol pijn en verdriet en zoo vol verwijt.’

Oorlogscorrespondenten verhalen over de verwoestingen in België, dat net als Nederland neutraal was, maar door de Duitse aanval in de oorlog werd betrokken. Vele duizenden Belgen vluchtten naar het noorden, sommigen bereikten zelfs Groningen. ‘Over het algemeen viel over het gedrag niet te klagen’, bericht de burgemeester van het plaatsje Bedum, ‘alleen waren de vluchtelingen volgens het oordeel veler ingezetenen te veel in cafés waarom door de burgemeester de caféhouders is verboden aan Belgen te tappen.’

Na een paar jaar Europese oorlogvoering werden ook in Nederland de levensmiddelen schaars. In de Jordaan in Amsterdam kwam het tot een aardappeloproer. Een inwoonster van de Jordaan bericht hoe haar moeder haar broertje en haar verraste met een ons vetspek, destijds een ware delicatesse, die waarschijnlijk – dat wordt niet expliciet vermeld – bij het plunderen van een slagerij was buitgemaakt. Maar de vreugde was van korte duur, want de overheid liet de ordeverstoringen niet zomaar passeren. ‘Van de brug kwam op een sukkeldrafje het ouwe groentevrouwtje aanlopen om zo vlug mogelijk weer in haar winkeltje te zijn. Nog tien stappen, dan was zij veilig thuis. Maar zij werd geraakt door een verdwaalde kogel, helemaal vanaf de Elandsgracht. Wij zagen haar voorover vallen, zich weer oprichten en weer vallen. (*) Toen was zij dood.’

Ongelooflijk hoe door deze oude teksten de sfeer van de ‘Grote Oorlog’, de zinloosheid, de onontkoombaarheid, tot leven komt. En dan was Nederland in dit geval alleen een zijtoneel. Het echte slachtwerk speelde zich elders af, in de loopgraven in het noorden van Frankrijk, waar in de slag aan de Somme meer dan een miljoen doden en gewonden vielen zonder dat dit iets aan de krijgskansen veranderde. De Britse soldaten noemden die slag dan ook ‘The Great Fuck-up’, meldt de historicus Maarten van Rossem in zijn boek Drie Oorlogen.

Waarom liet de ‘bloem der natie’ (de Franse, de Duitse, de Britse, de Russische, de Oostenrijkse jonge mannen ) zich zomaar afslachten? Waarom deserteerden de miljoenen soldaten niet massaal? Waarom gedroegen de meesten zich zelfs niet als de Tsjechische soldaat Schwejk, die er, schijnbaar gehoorzaam, wonderwel in slaagde zich aan de strijd te onttrekken? In de verzameling teksten in De Eerste Wereldoorlog door Nederlandse ogen is daarop geen antwoord te vinden. Dat hoeft ook niet, het doel van de samenstellers is de gevoelens en gedachten van toen, bedekt door het stof van de eeuw erna, weer in het vizier te krijgen, en daarin zijn ze geslaagd.

Van Rossem heeft met zijn boek wel de pretentie het waarom van de gebeurtenissen te verklaren. En niet alleen wat betreft de toedracht van de Eerste Wereldoorlog, nee, in zijn Drie Oorlogen vertelt hij in een notendop de hele geschiedenis van de ‘korte’ 20ste eeuw, die hij, in navolging van de Britse historicus Hobsbawm en anderen, in 1914 laat beginnen en met de val van de Muur (1989) of van de Sovjet-Unie (1991) laat eindigen. Die hele dramatische eeuw, uiteengezet in ruim driehonderd pagina’s, ideaal voor onze immer gehaaste tijdgenoten. Het kan niet anders of zo’n ambitieuze onderneming heeft z’n beperkingen.

De analyse in deze ‘kleine geschiedenis van den 20e eeuw’ valt niet tegen, al blijft ze vaak wat aan de oppervlakte. Van Rossem geeft een heldere schets van de politieke krachtsverhoudingen in Europa die tot de Eerste Wereldoorlog leidden. Hij beschrijft het fatale mechanisme van de bondgenootschappen waardoor diverse strijdende partijen de oorlog in werden gezogen, de Franse angst voor Duitsland, het Duitse verlangen naar ook een eigen imperium, de zwakte van Rusland, de doorslaggevende rol van Amerika, het gefrustreerde en gecompromitteerde idealisme van de Amerikaanse president Wilson, uitmondend in het voor de verliezers (Duitsland, Oostenrijk, Hongarije) vernederende Verdrag van Versailles, waarvan de VS vervolgens de handen aftrokken. Versailles was een recept voor revanche, waarvoor Duitsland zich onder de door het geweld in de loopgravenoorlog geïnspireerde Hitler met alle macht inzette.

Betrekkelijk veel aandacht besteedt Van Rossem aan de militair-strategische aspecten van de oorlogvoering. Interessant is bijvoorbeeld zijn verklaring voor het veelal als een uiting van onbegrijpelijke overmoed afgedane besluit van Hitler om zich aan een oorlog op twee fronten te wagen door Rusland aan te vallen voordat Engeland had gecapituleerd. Van Rossem maakt aannemelijk dat het niet zo gek was dat de nazi-dictator de kracht van de Sovjet-Unie onderschatte; de Russen hadden het er in de Eerste Wereldoorlog beroerd vanaf gebracht, en bovendien had Stalin de kracht van zijn eigen Rode Leger ondermijnd door zware zuiveringen. Vandaar dat Hitler meende dat hij door een bliksemoverwinning op de Sovjets de Britten zover zou krijgen een vrede te sluiten die hem op het Europese continent de macht gaf. Door de blik vooral te richten op het verloop van de militaire operaties laat Van Rossem ook duidelijk zien hoe essentieel de Russische rol is geweest bij het verslaan van Hitler-Duitsland, een aspect dat in de geschiedschrijving soms onderschat wordt.

Maar zoals gezegd: Drie Oorlogen heeft ook minder sterke kanten. Dat begint al met de titel; het kenmerkende aan de derde (Koude) oorlog is immers juist dat het er geen is geworden. Geen wereldoorlog althans. Van Rossem staat terecht uitvoerig stil bij de oorlogen in Korea en Vietnam en schermutselingen elders in de Derde Wereld. Een ernstiger omissie is het onderbelichten van de gruwelen die door zowel Hitler als Stalin zijn aangericht.

De holocaust wordt alleen even aangestipt. Het woord ‘Goelag’ komt in het hele boek niet voor, waardoor de beschrijving van de Koude Oorlog behoorlijk wordt vertekend. Het westerse wantrouwen tegenover de Sovjet-Unie wordt minder onbegrijpelijk als Stalins meedogenloosheid erbij betrokken wordt. Waarschijnlijk is Van Rossem er beducht voor geweest om zijn ‘kleine geschiedenis’ te belasten met moralistische clichés. Maar je kunt in die beduchtheid ook te ver gaan.

Drie Oorlogen is in veel opzichten een knappe , subtiele en prettig eigenwijze schets van de jongste geschiedenis, maar om het nu te hebben over de ‘malle ideeën van Mein Kampf’ of over het neerslaan van de Oost-Duitse opstand in juni 1953 als ‘narigheid’, dat is, om in het vocabulaire van Van Rossem te blijven, een beetje idioot.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.