'I've created a monster!'

Tweehonderd jaar geleden werd Frankenstein tot leven geroepen door Mary Shelley

Tweehonderd jaar geleden publiceerde Mary Shelley haar boek Frankenstein. Hoe een ordinair griezelboek een profetisch werk werd over wetenschap en techniek - en over liefde.

Boris Karloff, de archetypische Frankenstein in de film uit 1931. Foto getty

Het verhaal kent iedereen: een uit lijken bij elkaar genaaid monster maakt amok tegen zijn schepper. Maar waar gaat het echt over? Over hoe techniek en wetenschap gierend uit de hand kunnen lopen? Over verantwoordelijkheid of het gebrek eraan? Gaat het over opvoeden, misschien? Of over onbeantwoorde liefde?

Boris Karloff

De Brits-Canadese acteur William Henry Pratt (1887-1969) speelde vanaf 1918 in talloze toneelstukken en films onder zijn acteursnaam Boris Karloff. Zijn optreden als het Monster van Frankenstein in drie speelfilms (1931, 1935 en 1939) bepaalt nog steeds het archetypische Frankenstein-gezicht: vierkante kop met littekens en korte pony en bouten in de nek. In een film in 1970 was hij postuum te zien als Dr. Frankenstein zelf, de schepper van het monster.

Tweehonderd jaar nadat het bij een kleine Londense uitgever was verschenen in een oplage van slechts vijfhonderd stuks en met een anonieme auteur, is Mary Shelley's boek Frankenstein nog steeds een raadsel. Ondanks de honderden herdrukken, verfilmingen, stripversies en toneeladaptaties. Of misschien juist dankzij. Een raadsel. En een bron van misverstanden.

Niet over wie de auteur was, zoals aanvankelijk ook nog de vraag was. Dat is Mary Wollstonecraft Godwin, de toen net 19-jarige, tweede vrouw van de dichter Percy Bysshe Shelley. En niet, zoals bij verschijnen het gerucht was, haar echtgenoot, of haar vader. Vijf weken nadat ze het manuscript had voltooid, beviel ze van haar eerste kind. In de kritieken werd de vraag opgeworpen of de auteur niet net zo gek was als de held van het verhaal, de Weense arts in opleiding Victor Frankenstein, die uit lichaamsdelen van lijken een wezen bij elkaar naait en met bliksem tot leven wekt.

Het raadsel is ook niet hoe het huiveringwekkende boek in de wereld kwam. Mary Shelley schrijft er zelf over in de inleiding van het origineel. Hoe ze samen met Shelley, zijn vriend Lord Byron en diens vrouw in de zomer van 1816 naar een zekere villa Diodati aan het Meer van Genève reisden en elkaar op een kille avond uitdaagden griezelverhalen te verzinnen, onder de vrienden een geliefd tijdverdrijf. En hoe ze uiteindelijk als enige haar verhaal uitwerkt tot een boek. 'Het was koud en regenachtig en in de avonden zaten we rond een laaiend houtvuur en vermaakten we ons nu en dan met Duitse spookverhalen die we bij ons hadden. We besloten alledrie zelf ook een verhaal te schrijven, gebaseerd op een bovennatuurlijke gebeurtenis.' Op het moment dat ze het schrijft, kan ook Mary Shelley niet vermoeden welke vlucht dat verhaal zou nemen. Twee eeuwen later weet nog steeds iedereen waarvoor Frankenstein staat: een zelfgemaakt monster dat onstuitbaar aan de haal gaat.

Als er één zomer geschikt was om te somberen, was het wel die van 1816, het jaar dat bekend staat als het jaar zonder zomer. Niemand die het dan begrijpt, maar in de Verenigde Staten vriest het tot in juli iedere nacht. In Europa zijn alle zonsondergangen rood en is het zo koud dat oogsten mislukken en vee verkommert. Pas later zullen geleerden inzien dat in 1815 de Tambora-vulkaan in Indonesië zo heftig is uitgebarsten dat een jaar lang de hele aardatmosfeer vertroebeld blijft.

Niet alleen het sobere weer is een aanjager van het schokkende verhaal dat het 19-jarige dichterslief aan het mistige meer van Genève bij elkaar verzint. Het begin van de 19de eeuw is een periode van grote wetenschappelijke vragen en inzichten. Mannen als Luigi Galvani en Alessandro Volta experimenteren met elektriciteit en zien hoe de spieren van een kikker tot leven lijken te komen als ze een stroomstoot ondergaan.

In Mary's ouderlijk huis in Londen gaan de gesprekken over de natuur en de mens. Er staan wetenschappelijke boeken in de kast, waarin het gist van de ideeën en nieuwe inzichten. Erasmus Darwin, de grootvader van natuurdenker Charles, komt er over de vloer, en praat met vader Godwin over zijn vroege denkbeelden over evolutie. In de Romantische dichterskringen van haar man Shelley en Lord Byron draait alles om diep gevoel voor het mysterieuze. En tegelijk zijn het ook gruwelijke tijden met als dieptepunt de Franse Revolutie vol moord en doodslag. De slachtpartijen van Robespierre galmen begin 19de eeuw nog volop na in een donker cultuurpessimisme.

Portret van Mary Shelley Foto getty

Terwijl Shelley terug in Londen haar griezelverhaal schrijft, het manuscript telt uiteindelijk 72 duizend woorden, slaat het noodlot onverbiddelijk toe. Haar stiefzuster Claire krijgt een buitenechtelijk kind van de arrogante dichtersprins Lord Byron, haar halfzuster Fanny pleegt zelfmoord met een overdosis opium, en de depressieve ex-vrouw van Percy Bysshe Shelley stapt hoogzwanger in een Londense vijver en verdrinkt zichzelf. Mary Shelley zelf blijkt zwanger. Vijf weken na de laatste zin bevalt ze van een jongetje dat ze een paar jaar later zal verliezen.

In die mistroostige sfeer van dood en verdriet ontstaat een monsterverhaal dat oud en nieuw zal blijken te verbinden. De essentie is de jonge Weense medisch student Victor Frankenstein, vernoemd naar een plaatsje dat Shelley's reisgezelschap onderweg is gepasseerd, die in de greep raakt van occulte natuurfilosofen als Cornelius Agrippa en het idee om dode materie tot leven te wekken. Zijn professoren zien niets in de obsessies van de jonge student. Die sluit zich op en begint te experimenteren met lichaamsdelen van geroofde lijken en elektriciteit. Uiteindelijk weet hij een bij elkaar genaaid lichaam in een onweer daadwerkelijk tot leven te wekken met stroomstoten van de bliksem. De schepping blijkt een monster om te zien, vol littekens, stamelend, lomp en in de war. Als hij zichzelf in de spiegel ziet, vlucht hij, de wildernis in.

Essentiële Frankenstein-films

1910 Frankenstein, Edison films, regie J.Searle Dawley, met Charles Ogle als het Monster

1931 Frankenstein, the man who made a monster, Universal, regie James Whale, met Boris Karloff

1935 Bride of Frankenstein, Universal, regie James Whale, met Boris Karloff

1939 Son of Frankenstein, Universal, regie Rowland V. Lee, met Boris Karloff

1948 Abbott and Costello meet Frankenstein, regie Charles Barton, met Glenn Strange

1957 The Curse of Frankenstein, Hammer Films, regie Terence Fisher, met Christopher Lee

1974 Young Frankenstein, regie Mel Brooks, met Gene Wilder en Peter Boyle

1994 Mary Shelley’s Frankenstein, regie Kenneth Branagh, met Robert de Niro

2016 Het National Theatre in Londen brengt een toneelversie van Shelley’s Frankensteinonder regie van Danny Boyle, met o.a. Benedict Cumberbatch

De vorm van de vertelling is bijzonder. Mary Shelley vertelt het verhaal niet rechtstreeks, maar in de vorm van brieven van een Britse poolvaarder, die maanden ingevroren heeft gezeten. Die kapitein Walton schrijft aan zijn zuster over een bizarre ontmoeting op het Noordpoolijs, waar hij een Weense arts op een hondenslee is tegengekomen, een zekere Victor Frankenstein, ziek en zwaar onderkoeld. De stervende arts vertelt de kapitein zijn verhaal, waarvan het verslag de kern van de griezelroman vormt: het monster ontsnapt, leert de taal der mensen, maar jaagt iedereen schrikt aan, doodt uit wraak Frankensteins verloofde en vlucht uiteindelijk naar de Noordpool. Zijn schepper volgt hem daar, om zijn monster te doden. Aan het eind van het verhaal is Frankenstein dood en ziet de kapitein het monster op een ijsschots in de mist verdwijnen.

Een belangrijke bron van moderne misverstanden over Frankenstein zijn de verfilmingen. In 1910 komt de eerste uit, een schokkerig toneelstukje zonder geluid, waarin student Frankenstein in een oven een levend monster laat ontstaan, dat vervolgens zijn bruid doodt en dan weer niet en in een spiegel verdwijnt. Warrig op zijn best, in hedendaagse ogen.

De filmversie uit 1931, met geluid, lijkt een stuk coherenter. Net als in het boek raakt de medisch student Frankenstein (hier trouwens geen Victor geheten, maar Henry) gegrepen door de gedachte dode materie tot leven te wekken, en net als in het boek loopt dat slecht af. Niet in de Noordelijke IJszee, zoals bij Mary Shelley, maar in een klassieke scène met een brandende molen waar het monster zich schuil houdt. Van de literaire structuur van het boek is niet veel over; niks brieven, niks dagboek, niks wanhopige creatuur.

Maar de meest wezenlijke ingreep van de toenmalige scenaristen was dat Frankensteins assistent Fritz met glazen pot en al het brein van uitgerekend een misdadiger uit het anatomisch theater steelt. Geen wonder, snapt de kijker meteen, dat het monster later alleen maar amok maakt, kinderen verdrinkt en maagden wurgt. En dan is er nog Frankensteins gebochelde assistent Fritz, die het monster in de kerkers net een keer te vaak met een brandende fakkel pest.

Boris Karloff, de archetypische Frankenstein in de film uit 1931. Foto getty

In het originele verhaal ontspoort het monster veel geleidelijker en vooral ook veel logischer. Het ontsnapt uit Frankensteins lab, trekt de wildernis in en leeft een tijdlang vlak bij een argeloos houthakkersgezin, waarvan hij de taal oppikt en begrijpt dat er zoiets als een gezin en familie kan bestaan. Het monster duikt op in Wenen, lokt Victor Frankenstein naar de Mont Blanc-gletsjer en eist in de zee van ijs opmerkelijk welbespraakt en filosofisch ('Wie ben ik en heb ik een ziel?') een vrouw om zelf kinderen mee te krijgen. Frankenstein weigert, het monster vermoordt zijn verloofde, waarna Frankenstein haar met donder en bliksem weer tot leven wekt. Als het monster haar probeert te ontvoeren breekt er brand uit en sterft ze in de vlammen.

Het monster vlucht naar de Noordpool, achtervolgd door Frankenstein, die zijn verhaal aan kapitein Walton doet en door uitputting sterft. Het monster is erbij en huilt. 'Hij was mijn vader.' Bij de begrafenis breekt het ijs en verdwijnt het monster met Frankensteins lijk in de mist. 'Verloren in afstand en duister', luiden de laatste woorden van Shelleys boek.

Actievoerders maken graag gebruik van het griezelgehalte van de populaire Frankenstein-versies. Genetisch gemanipuleerde zalm heet dan Frankenzalm, genmaïs Frankenfood. In de populaire versies van het Frankensteinverhaal is het schrikbeeld van het monster dat op de loop gaat leidend. Het origineel van Mary Shelley was in 1818 bedoeld om haar vrienden bij de flakkerende open haard de stuipen op het lijf te jaren. Maar wie goed leest, ziet dat het ook het verhaal is van een verwaarloosd kind dat daarna boos en teleurgesteld ontspoort. De belangrijkste les van Mary Shelley's Frankenstein is daarom dat het verhaal ook anders had kunnen lopen. Als de obsessieve geleerde Victor Frankenstein het schepsel zelf voor vol zou hebben aangezien en wat aardiger voor zijn monster zou zijn geweest.

Evenementen

In het Frankenstein-jaar 2018 brengen onder meer het Rijksmuseum Boerhaave in Leiden en Rijksmuseum Twente in Enschede speciale exposities over mens en techniek. Het Kenniscafé in de Balie wijdt er komend voorjaar een debat aan.


Frankenstein volgens drie hedendaagse denkers

Agnes Andeweg, literatuurwetenschapper en gothic-kenner Universiteit Utrecht: 'Ik verbaas me elke keer weer over de enorme leesbaarheid van Mary Shelley's Frankenstein. De taal is fris, de thematiek eigenlijk modern en herkenbaar.

Dat iedereen nog steeds het begrip Frankenstein kent, is overigens niet direct op de roman terug te voeren. Het boek werd niet heel enthousiast ontvangen en verscheen in 1818 in een kleine oplage. Pas toen er vijf jaar later een theaterversie van werd gemaakt, begon het te lopen. En toen werd Frankenstein ook snel een begrip voor het tegennatuurlijke dat uit de hand loopt. Vooral dankzij de legendarische films uit de jaren dertig, met Boris Karloff als het monster, is dat nog steeds zo. Met die films is ook veel van Shelleys boek op de achtergrond geraakt, ze zijn platter. Gothic waren griezelverhalen die in haar tijd golden als ordinaire pulp. Poëzie was veel belangrijker.

Dankzij feministen uit de jaren zeventig wordt Mary Shelley tegenwoordig wel tot de literatuur gerekend. Terecht, vind ik: het is een prachtig gelaagd verhaal. Ik lees het vooral als een verhaal over uitsluiting. Het monster begint nobel en goedaardig, het leert zelfs de taal en verlangt naar een geliefde. Ondanks die menselijke trekken wordt hij toch buitengesloten en dat maakt hem slecht. Je kunt zeggen dat Victor Frankenstein faalt als opvoeder omdat hij weigert het monster mee te nemen de samenleving in. Heel actuele thema's, in Shelley's tijd, maar nog steeds.'

Agnes Andeweg

Hub Zwart, wetenschapsfilosoof Radboud Universiteit: 'Frankenstein is actueler dan ooit, zou ik denken. In Mary Shelleys tijd ging biologie nog over plantjes en het kruisen van dieren, tegenwoordig hebben we het daadwerkelijk over het creëren van leven in het lab.

Ik ben letterlijk betrokken bij een onderzoeksproject waarin we een kunstmatige cel uit bouwstenen proberen te bouwen. Als filosoof probeer je steeds een stap afstand te nemen en na te denken over wat we doen en of we echt willen wat we doen. Zo'n onderzoeksproject komt voort uit het 18de-eeuwse idee dat je iets pas begrijpt als je het maakt of zou kunnen maken. Kennis is dan letterlijk de macht om te scheppen. In het verleden hebben we een aantal keren gedacht dat we wisten hoe leven werkt. Eerst de eiwitten, toen de genen, toen dna: steeds bleek de werkelijkheid complexer dan we dachten. Het zou me niet verbazen als bij dit project opnieuw blijkt dat er een hiaat zit in onze ideeën over leven. Maar als het lukt, hebben we zoiets als een Frankencel gecreëerd. Dat is opwindend, maar ook een bron van zorg. Frankenstein vertolkt die ambivalentie, maar lees er vooral ook een boek naast van iemand die gelooft dat alles goed komt met de biotech. Voor de balans.'

Hub Zwart

Peter-Paul Verbeek, hoogleraar mens-techniekrelaties Universiteit Twente: 'In de populaire cultuur is Frankenstein een griezelverhaal, en het biedt een gemakkelijk beeld als je je zorgen maakt over techniek die uit de hand loopt. Ik doe dat eerlijk gezegd zelf ook een beetje, bij lezingen mag ik graag een Boris Karloff-plaatje doen. Ik lees het boek met studenten, omdat het zoveel dieper gaat. Waar Mary Shelley het in Frankenstein over heeft, is de relatie tussen de schepper en zijn schepping, de wetenschapper en zijn monster. Misschien heeft ze het niet zo bedoeld, maar ik vind het symbolisch dat het monster vooral hunkert naar vrijheid en gelijkheid, terwijl zijn maker uit angst voor hem wegloopt en geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn maaksel. Daar zit een diepe boodschap in: de schepper mag zijn schepping niet straffeloos loslaten, er niet van weglopen. Dan drukt het monster je namelijk zomaar van het podium. Die vrees zagen we ooit met de stoommachines, daar is het meegevallen.

We zien het nu ook met het post-humanisme, de maakbare mens, en de opkomst van algoritmes en kunstmatige intelligentie. In feite hebben we het over het opvoeden van wat je schept. In het geval van algoritmes haast letterlijk: wat moet je een systeem laten meemaken om er het gewenste gedrag in te prenten? Wat ingenieurs zich steeds moeten realiseren is dat techniek altijd keuzes bevat. Wij maken techniek, maar techniek maakt ook ons. Fictie als Frankenstein helpt je nadenken over wat je op het spel zet.'

Peter Paul Verbeek
Meer over