Nieuws muurschildering

‘Groovy zeebeest’ van Keith Haring komt na dertig jaar weer tevoorschijn in Amsterdam

Jarenlang was een Amsterdamse muurschildering van de Amerikaanse kunstenaar Keith Haring aan het oog onttrokken door aluminium isolatieplaten. Nu is zij weer zichtbaar.

Food Center in Amsterdam-West, waar de muurschildering van Keith Haring weer zichtbaar is gemaakt. Foto Els Zweerink

‘Kippenvel’, voelde Aileen Middel vorige week. Zij mocht toekijken hoe de aluminium isolatielaag werd afgepeld van een gigantische muurschildering van Keith Haring op het Food Center in Amsterdam-West. ‘Die eerste kwaststreken die zichtbaar werden, die witte lijnen, als puzzelstukjes!’ Ze concludeert tevreden: ‘Mission completed’. 

Dertig jaar lang was de ‘grootste Keith Haring van Europa’, zo’n 15 bij 13 meter, aan het oog onttrokken. Middel, bekend als kunstenaar Mick La Rock, wist de afgelopen jaren samen met galeriehouder Olivier Varossieau projectontwikkelaar Ballast Nedam te overtuigen van het belang van deze verborgen parel.

Geen schets

De Amerikaanse kunstenaar Haring bracht het fantasiemonster plus berijder aan in één dag, in maart 1986, toen hij in Amsterdam was voor zijn solotentoonstelling in het Stedelijk Museum. Kunstenaar Jan Rothuizen was erbij. Hij trok met de kunstenaar op toen die in Nederland was: ‘Hij had me uitgenodigd hier te komen kijken, het was veel werk. Het zijn oude bakstenen, daar moet een dikke laag verf op.’ Een schets had Haring niet en hij nam amper afstand om zijn kunstwerk te bekijken, hij stond op een hoogwerker met een grote brede kwast en een pot verf.

Nu de parel is uitgepakt (niet helemaal, er moet nog wat aluminium af), begint het Food Center, vol groothandels voor Amsterdamse supermarkten, op een bedevaartsoord te lijken. Ook kunstenaar Jasper Krabbé heeft voor de gelegenheid zijn atelier verlaten, de verfspetters zitten op zijn broek. Hij kijkt bewonderend omhoog, Haring is voor hem een ‘grote held’, vertelt hij: ‘Dit is zo trefzeker en helder, zo raak. Een supergroovy zeebeest.’ Tegelijk is dit een reünie van graffitikunstenaars, want Middel, Rothuizen en Krabbé waren als ‘Mickey’, ‘Yan’ en ‘Jaz’ bedreven spuiters.

‘Cadeau aan de stad’

Toch kende Rothuizen deze grote muur niet toen Haring hem het adres doorgaf: ‘Dit was een blinde vlek, niet een locatie die je uitkiest voor graffiti, het is niet zichtbaar.’ In het gebouw zat destijds een depot van het Stedelijk Museum en van het Amsterdam Museum (dat toen nog Amsterdams Historisch Museum heette). De muur werd Haring aangeboden door het Stedelijk. Toenmalig directeur Wim Beeren noemde de schildering ‘een cadeau aan de stad’. 

Niet Harings enige cadeau trouwens, Krabbé herinnert zich dat tijdens Harings bezoek aan Amsterdam op verschillende plekken tekeningen van blaffende hondjes en kruipende baby’s opdoken. Die zijn inmiddels overgewit en ook dit monumentale werk was verstopt. Om de kunstwerken in het depot te beschermen tegen vocht werd al na twee jaar stalen beplating over de oude bakstenen aangebracht.

Dat eentonige grijze oppervlak was jarenlang het uitzicht van Bert Rustenburg, van groothandel Gebr. Rustenburg die groenten en fruit verkoopt. Hij is blij dat de platen weg zijn: ‘Het is hier een en al bedrijvigheid ’s ochtends vroeg, de meeste mensen zijn te druk om het te zien, maar ik kijk er graag naar.’ Hij herinnert zich de schildering nog van dertig jaar geleden. En vorig jaar was hij in Los Angeles, daar namen zijn dochters hem mee naar een muurschildering van Haring. Nu heeft hij trots een foto van zijn nieuwe uitzicht naar hen gestuurd. De komende tijd wordt de muurschildering gerestaureerd, door restaurateurs die eerder al in Pisa en Parijs schilderingen van Haring opfristen.

Het Food Center is voor de meeste Amsterdammers nog steeds een blinde vlek: het is niet vrij toegankelijk. Vanaf een afstand is een glimp van het ‘zeebeest’ op te vangen. Ballast Nedam werkt aan een woonwijk op een deel van het terrein, maar het stuk rondom de muur zal waarschijnlijk niet openbaar worden. Krabbé vindt dat jammer: ‘Dit zou publiek toegankelijk moeten zijn. Misschien kan in dit gebouw een restaurant of club komen, zoiets als Studio 54 in New York, waar Haring graag kwam.’

Van links naar rechts: kunstenaar Jasper Krabbé, kunstenaar Mick La Rock, galeriehouder Olivier Varossieau en kunstenaar Jan Rothuizen. Foto Els Zweerink

Van de straat

Keith Haring (1958-1990) had bewonderaars in het graffiticircuit maar noemde zich geen graffitikunstenaar. Zijn krijttekeningen doken weliswaar in de jaren tachtig op in de gangen van de New Yorkse metro, maar hij hoorde niet bij de jongens die ’s nachts op rangeerterreinen metrostellen volspoten. Haring had een andere achtergrond: hij zat op de kunstacademie en haalde inspiratie uit de minimal art en performancekunst. En hij bestudeerde oude kunst, bijvoorbeeld de hiëroglyfen van de Egyptenaren en de Azteken. Zijn aanpak van anonieme kunst in de openbare ruimte wordt ook guerrillakunst genoemd, met als bekendste hedendaagse figuren Banksy, JR en Shepard Fairey.

Velum 

Toen Keith Haring in 1986 in Amsterdam was voor zijn tentoonstelling in het Stedelijk Museum maakte hij twee grote nieuwe kunstwerken: de muurschildering op het depot van het Stedelijk, en voor in het museum beschilderde hij een groot doek dat boven de trap hing. Vorig jaar hing het Stedelijk het doek na restauratie opnieuw op

Graffitihoofdstad

In 2015 maakte Aileen Middel in het Amsterdam Museum een tentoonstelling over de geschiedenis van graffiti in Amsterdam, ooit ‘graffitihoofdstad van Europa’.

Meer over