Recensie Nijhoff en Pruis

'God-god wat een rotrommel'. Nijhoffs debuut kreeg niet direct de erkenning die het verdient

Niet elk meesterwerk krijgt direct de erkenning dat het verdient. Neem het werk van Netty Nijhoff, wier boeken opnieuw onder de aandacht komen.

Twee meisjes en ik van A.H. Nijhoff Beeld Olivier Heiligers

Niet iedereen herkent in een nieuw boek meteen een klassieker. Ook de beste critici slaan weleens de plank mis. E. Du Perron doopte zijn pen in vitriool over de roman Twee meisjes en ik van A.H. Nijhoff. In een brief aan een vriend typeert hij het werk als ‘geschrijf van cosmopolieterig-doende houten Klara’s-met-ideeën-over-saphisme-en-pederastie’. ‘God-god, wat een rotrommel!’

Twee meisjes en ik, verschenen in 1931 en decennialang herdrukt, werd bij verschijning geprezen, maar vooral verguisd. Kritiek was er op de verdorven praktijken die er nogal subtiel in voorkomen, zoals homoseksualiteit, drugs (‘drogues’) en abortus. Dat hadden ze niet verwacht van de echtgenote van Martinus ‘de moeder de vrouw’ Nijhoff, een van de beroemdste Nederlandse dichters.

De debuutroman is nu opnieuw uitgegeven door uitgeverij Cossee, met een uitgebreid nawoord waarin de brief van E. Du Perron wordt geciteerd. De tekst is geschreven door journalist Andreas Oosthoek, die de literaire nalatenschap van de familie Nijhoff beheert. Over hem valt trouwens ook heel wat te klagen, maar daarover straks meer.

Verguisd debuut

Er is nog een verguisd debuut opnieuw uitgegeven, van een andere vrouwelijke auteur. Bij een andere uitgeverij, maar de timing zal geen toeval zijn: De Nijhoffs en ik – of de gevolgen van een genre, Marja Pruis’ biografische essayboek over A.H. Nijhoff, die in 1999 de ondertitel of de gevolgen van een huwelijk had. Een boek over het spannende, nomadische leven van Netty Nijhoff-Wind, zoals A.H. voluit heette, maar vooral een memoire over de zoektocht van een biograaf.

Pruis, die ook in haar verdere oeuvre zou excelleren in het persoonlijke literaire essay, voert zichzelf gechargeerd op als de onhandige, verlegen biograaf, die op weerzin, geheimen, en verbrand archiefmateriaal stuit. Het boek is een omtrekkende beweging om de schrijfster heen, via beschrijvingen van Nijhoffs familieleden, (vrouwelijke) geliefdes en andere figuren. Ze toont zo de onmogelijkheid van het achterhalen van de waarheid in een biografie, in élke biografie. Pruis was er op uit om ‘het mysterie van een schrijversleven intact te houden’, schrijft ze in een terugblik die als voorwoord bij de heruitgave is opgenomen. Paradoxaal genoeg doet ze dat door zichzelf er in te schrijven.

Een van de meest onwillige subjecten in het boek is een zekere ‘Van Dishoek’, de ijdele zaakwaarnemer die de nalatenschap van zowel A.H. Nijhoff als haar grote liefde, de Engelse kunstenares Marlow Moss, beheert. Hij geeft niets prijs van de schat aan foto’s en brieven die hij vermoedelijk bewaart. De naam Van Dishoek is gefingeerd, wat Pruis in de gelegenheid stelt ongegeneerd kattig over hem te schrijven: ‘Hij praatte alsof hij te veel tong in zijn mond had’.

Wacht, citeerden we hierboven niet het nawoord van ene Oosthoek?

Boekomslag A.H. Nijhoff: Twee meisjes en ik

Te ikkerig

De kritieken na verschijning van De Nijhoffs en ik zijn vernietigend. Te ikkerig, te narcistisch, is het oordeel. Te weinig informatief over Nijhoff. Pruis was in handen van de ‘biografiepolitie’ terechtgekomen, schrijft ze in het voorwoord.

Spoiler: beide boeken zijn bij herlezing niet meer shockerend, en dat lijkt goed nieuws. We zijn kennelijk minder bekrompen geworden, of misschien denken we dat alleen maar.

Van Pruis kennen we inmiddels de persoonlijke toon, de openheid over haar eigen schaamte, obsessies en angsten, die omwille van de literatuur altijd een beetje gefictionaliseerd en daarom juist níét narcistisch is. In bundels als Kus me, straf me en Genoeg over mij – confessies van een ervaren schamer is de persoonlijke anekdotiek, die gespiegeld wordt aan literaire voorbeelden en die nooit zonder humor is, juist de aantrekkingskracht. Dat De Nijhoffs en ik geen echte biografie is, doet er niet meer toe.

De hedendaagse lezer kan evengoed nauwelijks over de verdorven moraal van Twee meisjes en ik vallen. De weemoedige, tedere roman gaat over de bijzondere vriendschap tussen een oudere huisarts (Bill) en twee jonge meisjes, die aan het begin van het boek nog kinderen zijn: Juan en Ann. Een oudere man die met twee kleine meisjes op pad gaat zou nu trouwens wél een schandaal zijn, maar in het boek reageert niemand daar vreemd op.

Het verhaal wordt verteld door Bill, er gaan twintig jaar voorbij. De meisjes worden volwassen. Ann trouwt met de dandy Cyril. Cyril valt op mannen, maar dat wordt nooit expliciet beschreven. Juan en Bill zijn beiden verliefd op Ann; ook Juans lesbische liefde wordt slechts omslachtig gesuggereerd.

Vonden onze voorouders dát nou zo heftig? Bill zelf is juist overdreven moralistisch, op het verstikkende af. Niet waar het de seksualiteit van zijn vrienden aangaat, wel wat betreft hun persoonlijke keuzes. Iedere keer als Ann of Juan iets van plan is wat in Bills ogen tegen hun welzijn of geluk ingaat, meldt hij zich weer met een bezoekje en dringt aan om het niet te doen. Waar bemoeit hij zich mee?

Boekomslag Marja Pruis: De Nijhoffs en ik - of de gevolgen van een genre

Verhullen

De heruitgave van Nijhoffs klassieker is vooral van belang in het licht van Pruis. Haar hybride biografie wordt rijker als je ook de roman hebt gelezen. Alles grijpt in elkaar. Netty Nijhoff geloofde niet in het soort mythisch schrijverschap, ze was praktisch, leefde het liefst in de schaduw. Ze wilde niet geduid worden, wat Pruis dan ook niet lukt. Tegelijkertijd was Nijhoffs leven wel degelijk bijzonder en interessant: het open huwelijk met Martinus, de reizen, de homoseksualiteit en de beroemde vrienden als Gertrud Stein en Mondriaan. Haar persoonlijkheid rechtvaardigt Pruis’ speurtocht.

Zowel Pruis als Nijhoff zijn bovendien sterk in verhullen. In Twee meisjes gebeuren de belangrijkste dingen tussen de regels door. Verhullen doet Pruis ook, door informatie weg te laten en door personages bijna karikaturaal weer te geven. Niet als postmodern verstoppertje spelen, maar omdat dat de werkelijkheid beter in beeld brengt.

In haar woorden schemert de taal van Nijhoff door, wat ze niet expliciteert. Ze valt dus samen met Nijhoff, juist door ongrijpbaar te zijn. Net zoals elke biografie in feite een projectie is van de biograaf zelf.

Dat Pruis’ debuut destijds zoveel kritiek kreeg, net als dat van Nijhoff, is in dat licht misschien wel een cadeau geweest. 

Marja Pruis: De Nijhoffs en ik  of de gevolgen van een genre (4 sterren)

Nijgh en van Ditmar; 224 pagina’s; € 19,99.

A.H. Nijhoff: Twee meisjes en ik (3 sterren)

Cossee; 320 pagina’s; € 19,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.