Column

'Er zijn tientallen boeken die altijd naast mijn bed liggen'

Witteman heeft iets gelezen

Er zijn mensen die nooit een boek lezen. De meerderheid van mijn kinderen, bijvoorbeeld. Zoiets mag je niet veroordelen, maar het vergt het uiterste van mijn wilskracht om te geloven dat ook díe mensen een boeiend geestelijk leven hebben, of zelfs maar zelfstandig kunnen ademhalen.

Beeld Hilde Harshagen

Je hebt ook mensen die wél boeken lezen, soms tamelijk veel zelfs, maar nooit een boek hérlezen. Dat zijn efficiënte, vaak geslaagde lui, die weerbaar in het leven staan. Ze doen meestal geen kwaad. Soms zijn ze zelfs best aardig.

En dan heb je mensen zoals ik, die geregeld boeken herlezen, en dan niet alleen grote meesterwerken die ze nog wat dieper tot zich willen laten doordringen; nee, gewoon van alles en nog wat. Een kookboek uit de jaren vijftig met een ontbrekende kaft en 28 verschillende recepten met 'vleesresten'. Het in nachtblauw kunstleer gebonden deeltje 'etiquette' van de 'universiteit voor zelfstudie', ergens in de jaren zeventig verramsjt, met illustraties waarop mannen nog hoeden dragen en zinsneden als 'leer uw kinderen altijd op te staan als een bezoeker de kamer binnenkomt en bij hun stoel te wachten tot ze worden voorgesteld of een hand krijgen.'

Willekeurige bundeltjes van Carmiggelt, die ik tóch al uit mijn hoofd ken, dus waarom zóu ik nog? Alles van Bill Bryson ('I come from Des Moines. Somebody had to'), die wel degelijk geestig is, maar toch bij herlezing ook op een bijna onbewijsbare manier hinderlijk koket. Mary Dorna, die eerst vergeten werd, toen weer herinnerd en inmiddels weer is vergeten. Dave Barry ('Life is anything that dies when you stomp on it'), die ontzettend leuk is, maar voor de goede beschouwer (en dat mag ik mezelf inmiddels wel noemen) toch iets te vaak grappen maakt over snot, bier of tieten. De Walgvogel van Jan Wolkers (Dat is eigenlijk een slappere remake van Turks Fruit). De Rabbit-tetralogie van Updike: de hoofdpersoon is een domme, dikke, narcistische, seksistische, opportunische republikeinse Amerikaan en toch beschouw ik hem als een van mijn beste vrienden.

Zo zijn er nog tientallen, in feite vrij willekeurige maar uiterst vertrouwde boeken, die altijd naast mijn bed liggen. Hun aanwezigheid stelt me op onverklaarbare wijze gerust. Soms zet ik ze in de kast op zolder, maar dan slaap ik slecht, en al gauw haal ik ze één voor één terug. Arc de Triomphe van Erich Maria Remarque, je reinste edelkitsch met veel elegant-somber drinken op Parijse terrasjes en door het leven getekende vrouwen. De strips van Jan, Jans en de kinderen. Het prachtige De helaasheid der dingen van Dimitri Verhulst, waarbij het mij telkens zo spijt dat hij daarna niets écht fijns meer heeft geschreven.

Ja, het is een heerlijke gewoonte, dat herlezen, maar ook wel een beetje ziekelijk, als je er goed over nadenkt. 'En bovendien ontzettend zonde van je tijd', zeggen alle efficiënte lezers nu, waarna ze zich snel weer vastbijten in één van hun tien jaarlijkse kluiven uit de categorie 'betere bestseller'. Connie, Arnon, Tommy, Griet, Annejet... Ik heb ze hier allemaal óók liggen, op grote stapels. Al die nieuwe boeken maken me somber, want het zijn er zo véél, en er komen er steeds meer bij. Ik kan ze tóch niet allemaal lezen, dus kan ik ze net zo goed allemaal níet lezen, denk ik vaak.

En dan grijp ik weer naar iets vertrouwds, uit de berg naast mijn bed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.