'Er zijn schilderijen die ik ontzettend mis'

Het echtpaar De Mol van Otterloo schonk zijn imposante collectie oude meesters aan het Museum of Fine Arts in Boston

Het Vlaams-Nederlandse echtpaar De Mol van Otterloo schonk zijn imposante, beeldschone collectie oude meesters aan het Museum of Fine Arts in Boston. In hun huis in Massachusetts vertellen ze over de verzameling. 'Ik ben opgelucht dat ze weg zijn.'

Rose-Marie en Eijk de Mol van Otterloo. Foto Lydo Le

De lege haakjes aan de muur verwijzen naar wat hier ooit is geweest. Net als de vrachtwagen voor de deur. De mannen met meetlinten in huis. De dame met de stoffen handschoentjes. 'Het is een beetje een rommeltje', zegt Rose-Marie de Mol van Otterloo verontschuldigend.

Tot voor kort bood dit huis onderdak aan 's werelds belangrijkste verzameling 17de-eeuwse Hollandse en Vlaamse meesters in privébezit. Hier hing het Rustend hondje (1650) van Gerrit Dou, met zijn oogjes aandoenlijk half dicht. Hier hing een kerkinterieur van Pieter Saenredam, een winterlandschapje van Hendrick Avercamp, zeegezichten van Willem van de Velde en Simon de Vlieger. Topstukken, van de eetkamer tot de slaapvertrekken.

Dertig jaar

Ruim dertig jaar bouwden Rose-Marie en Eijk de Mol Van Otterloo aan hun kunstcollectie. Ruim dertig jaar lééfden ze met hun schilderijen, want daar wil Rose-Marie heel duidelijk in zijn: 'Het is hier geen museum.'

Maar in oktober was het voorbij. Toen schonken ze hun hele collectie - 85 schilderijen, verscheidene 17de-eeuwse meubelstukken en een bibliotheek kunsthistorische boeken - aan het Museum of Fine Arts (MFA) in Boston, in de Amerikaanse staat Massachusetts, waar het Vlaams-Nederlandse echtpaar nu zo'n veertig jaar woont.

En dus zijn nu de oude meesters het huis uit. Voelt dat vreemd? Onwennig? Voelt het leeg in huis? Is het stil?

'Ik ben opgelucht dat ze weg zijn', zegt Eijk (80) opgeruimd, zittend aan zijn keukentafel, in een oude villa - groot, maar geen landgoed - op een glooiend schiereilandje voor de kust.

Gerrit Dou, Rustend hondje, 1650.

Opgelucht

'Nou nee, niet opgelucht', zegt Rose-Marie (72). 'Ik ben gewoon blij dat de collectie nu bij het MFA is.'

Eijk: 'Ik vond het angstig om waardevolle schilderijen te hebben hangen als wij er niet waren. Als we op reis waren, of in de winter. Stel dat er brand uitbrak. Dit huis is net een tondeldoos.'

Rose-Marie: 'Ik maakte me daar nooit zo druk over, het is hier prima beveiligd. Maar het was wel veel werk voor mij. Er komt heel veel administratie kijken bij het uitlenen van de schilderijen, en wanneer ze weer terugkwamen, bij het controleren op eventuele krassen. Er is wel een last van mijn schouders gevallen.'

Wat later: 'Er zijn schilderijen die ik ontzettend mis.'

Eijk: 'Maar we weten waar ze zijn. We kunnen ze opzoeken.'

Museum of Fine Arts

Op de tweede verdieping van het Museum of Fine Arts, een neoklassiek pand van Amerikaanse proporties, is tijdelijk al een twintigtal te zien. Met Rembrandts Portret van Aeltje Uylenburgh (1632) als het absolute hoogtepunt van de verzameling. Ze zijn ingevoegd in de vaste opstelling Nederlands en Vlaamse schilderkunst, samen met schilderijen die Susan en Matthew Weatherbie, een bevriend verzamelaarsechtpaar uit Boston, tegelijk aan het museum schonken. De twee giften vormen de basis van een kennisinstituut dat het MFA (met fondsen van beide echtparen) zal oprichten, voor het restaureren, bestuderen en tentoonstellen van kunst uit de Hollandse Gouden Eeuw.

Wie door de museumzalen loopt, pikt de collectie-Van Otterloo er zo uit. De schilderijen zijn van een ongelooflijke, bijna fotografische helderheid. Niks troebel of licht vergeeld, zoals oude meesters nu eenmaal kunnen zijn, maar met frisse, scherpe tinten. De verzameling, met een geschatte waarde van 200- tot 300 miljoen euro, bestaat dankzij het fortuin dat Eijk (nr. 54 in de Quote 500), telg uit een patriciërsfamilie, na zijn studie bedrijfskunde aan Harvard vergaarde met de door hem opgerichte investeringsmaatschappij Grantham, Mayo, Van Otterloo & Co. 'Dit is de uitgebreidste verzameling Hollandse meesters in de VS', zegt Peter Sutton. Hij is de oud-conservator van het MFA die de Van Otterloos eind jaren zeventig op het spoor van de oude meesters zette. 'Methodologisch opgezet, en van een uitzonderlijk hoge kwaliteit.'

Schilderij onder de arm 

Kunsthandelaren kenden de Van Otterloo-collectie en belden vaak rechtstreeks naar het echtpaar of hun adviseurs als ze een bijzonder werk hadden gevonden dat goed in hun verzameling zou passen. Na onderhandeling over de prijs werd zo'n schilderij dan in een krat naar hun huis verzonden. Eijk: 'Maar een keer kregen we een telefoontje van kunsthandelaar Adam Williams; die had een werk losgepeuterd uit Italië. Hij zei: 'Dit is een van de mooiste Heda's die ik ooit ben tegengekomen. Het was nog nooit op de markt geweest, het zat al 200 jaar in dezelfde familie.' Adams is toen vanuit Italië naar Boston gevlogen. Rose-Marie: 'Hij zei: kom naar het vliegveld. En toen kwam Eijk thuis met een schilderij onder zijn arm.'

'Iets leuks aan de muur'

'Met dat idee zijn we niet begonnen', zegt Rose-Marie. 'We wilden gewoon iets leuks aan de muur.'

'In het begin kochten we ook tamelijk ongeordend', zegt Eijk. Het overzicht kwam toen ze Simon Levie, oud-directeur van het Rijksmuseum, als adviseur vroegen. 'Toen we zo'n twintig schilderijen bezaten, stuurde ik Levie een fax: zijn we nu klaar? Dat ligt eraan, antwoordde hij: als je een collectie wilt die representatief is voor de Gouden Eeuw, met alle thema's en genres, komt je eerder uit op zo'n 65 schilderijen', zegt Eijk. 'Ik schrok me rot. Maar we zijn het toch maar gaan doen.'

Het echtpaar begon (later ook met oud-Mauritshuis-directeur Frits DuParc als adviseur) te verzamelen volgens richtlijnen. 'Dat betekent veel geduld en discipline', zegt Rose-Marie. 'Geen landschap kopen als je er al genoeg hebt. Alleen een werk kopen als het typerend is voor een kunstenaar en het tot diens toptien behoort.' Eijk: 'En wij vinden de staat van een werk uiterst belangrijk. Dat er weinig aan gemodderd is, weinig aan gerestaureerd. Dat een schilderij zo dicht mogelijk ligt bij de dag dat het af was.'

Volledigheid

Ze kochten in het belang van de volledigheid. Toch waren er onderwerpen die ze meden. Rose-Marie: 'Nooit gekocht: een schilderij met een schedel.'

Eijk: 'Of dooie vogels. Hier komt geen d'Hondecoeter binnen.'

Rose-Marie: 'Nou, we hebben wel een dooie vogel! Die Hendrik de Fromantiou!'

Eijk: 'Ja, ik heb er toch eentje binnengesmokkeld.'

Hoe schathemelrijk je ook bent, zo'n collectie vraagt offers. 'Ik heb soms keihard onderhandeld over prijzen', zegt Eijk. 'Maar zo'n verzameling is goed, niet alleen door de keuze van schilderijen, maar ook omdat je bereid bent te veel te betalen. En andere gegadigden af te troeven.'

Rembrandts Aeltje

Roos: 'Hij zegt altijd: als je het echt wilt hebben, betaal je te veel.'

Tweemaal moesten ze ook werken uit hun collectie afstoten om een nieuwe aankoop mogelijk te maken. De laatste keer was in 2005, bij de aanschaf van Rembrandts Aeltje, waarvoor ze 18 schilderijen, destijds eenderde van hun collectie, opofferden. Van sommige werken hebben ze nóg spijt, zeggen ze. Maar ach, Aeltje! Een mooiere Rembrandt zijn ze nooit meer op de particuliere markt tegengekomen. En ze heeft de verzameling naar een hoger plan gestuurd.

Nee, de Rembrandt heeft hier nooit in huis gehangen. Net zomin als veel andere topstukken die de Van Otterloos na 2005 aanschaften - die gingen rechtstreeks in bruikleen naar musea.

Rose-Marie: 'Zulke werken koop je niet voor jezelf, die koop je voor de verzameling.'

Een museum of een universiteit

En ze vinden het ontzettend leuk dat een heleboel mensen de schilderijen kunnen zien. Of dat studenten ervan kunnen leren.

Rose-Marie: 'Dat heeft het ook makkelijker gemaakt om te zeggen: laten we het nu doen, laten we ze nu weggeven.'

Eijk: 'In plaats van te wachten tot we er niet meer zijn.'

Rose-Marie: 'Nu maken we het mee.'

Al in een vroeg stadium besloot het echtpaar dat hun collectie ooit naar een museum of een universiteit zou gaan. Nee, niet naar hun kinderen. 'Die vinden het leuk, maar het is niet hun passie.' En ook niet naar een museum in Nederland, maakten ze vier jaar geleden al bekend.

Eijk en Rosemarie de Mol van Otterloo in hun huis in Massachusetts. Foto Lydo Le

Bij elkaar blijven

'Nederland heeft alles al', zegt Eijk. Of, beter: 'De Nederlandse museumcollecties hebben geen lacunes.'

Rose-Marie: 'Ik heb er wel aan gedacht om één schilderij aan het Rijks te geven en één aan het Mauritshuis. Maar Eijk vond: dit is de collectie en die moet bij elkaar blijven.'

Eijk: 'Ja, je moet geen gaten gaan creëren natuurlijk!'

Rose-Marie, lachend: 'En dus is mijn idee niet goedgekeurd.'

Jarenlang hebben ze erover nagedacht, advies ingewonnen bij kunsthandelaren, overleg gevoerd met andere collectioneurs. Het werd dus Boston, boven musea als The National Gallery in Washington of die van de Universiteit van Harvard. 'Het lag voor de hand', zegt Rose-Marie. 'Ik ben heel nauw verbonden geweest aan dat museum, als vrijwilliger, later als trustee.' Maar doorslaggevend was de vraag in welk museum ze het grote verschil konden maken.

Centre for Netherlandish Art

'Boston heeft 150 Hollandse en Vlaamse Oude meesters', zegt Eijk. 'Maar als je kijkt wát ze hebben: dat is een ratjetoe. Soms is onzeker wie de maker is, dan weer is de kwaliteit zeer matig. Van de vijftig portretten wil je de meeste nooit zien. Blijven er ongeveer tachtig schilderijen over die fantastisch zijn. Met de 85 schilderijen van ons en de 28 van de Weatherbies beschikt het museum ineens over tweehonderd topwerken. Wij zetten Boston op de kaart.'

En hun ambitie reikt verder: Boston moet onbetwist de belangrijkste plek voor Nederlandse 17de-eeuwse kunstgeschiedenis in Amerika worden. Het door de Van Otterloos mede-opgerichte Centre for Netherlandish Art is een flinke stap in die richting. Net als de honderden tekeningen van oude meesters die de Bostonse verzamelaar George Abrams in november aan Harvard schonk - de Van Otterloos hebben vooraf veel contact met hem gehad.

Rembrandt van Rijn, Portret van Aeltje Uylenburgh, 1632.

Samenwerking

Maar Eijk ziet vooral ook toekomst in samenwerking. 'We proberen partnerschappen te creëren met Harvard en Yale. En met het Rijksmuseum. Als dat lukt, verlegt het zwaartepunt voor kunst uit de Gouden Eeuw zich echt van New York naar Boston.' Het MFA heeft bijvoorbeeld geen Pieter de Hoogh of een Vermeer in de collectie, legt hij uit. Maar het Rijksmuseum had Rivierlandschap met een veerboot (1649) in langdurige bruikleen van de Van Otterloos, een belangrijk werk van Salomon van Ruysdael dat vanwege de schenking nu aan het MFA toebehoort. Eijk: 'Wat ik dus hoop, is dat het MFA en het Rijks afspreken dat de Van Ruysdael voor lange tijd naar Amsterdam gaat, en dat Boston in ruil een De Hoogh en een Vermeer mag lenen. Daar zijn ze nu over aan het praten.'

Ze zijn betrokken verzamelaars, maar treden niet graag op de voorgrond. 'De belangrijkste verzamelaars van wie niemand ooit heeft gehoord', werden ze wel genoemd; ze waren slechts bekend bij een klein clubje kunstspecialisten. 'Misschien waren we dat altijd wel gebleven als Quentin Buvelot (hoofdconservator van het Mauritshuis) ons in 2010 niet had overgehaald voor een overzichtstentoonstelling van onze collectie.'

Leermeesters

Hun collectie, zeggen Eijk en Rose-Marie de Mol van Otterloo, had niet bestaan zonder adviseurs, kunsthandelaars en oud-museumdirecteuren. Zoals Simon Levie (1925-2016), de oud-directeur van het Rijksmuseum, die hen leerde kijken naar de achterkant van schilderijen, naar kleuren en composities. En die Rose-Marie een keer midden in een overvol Metropolitan Museum in New York vroeg op de grond te gaan liggen. Rose-Marie: 'Ik zei: Wat? En hij zei: 'Ja, want dit schilderij is destijds gemaakt om heel hoog te hangen en nu kijk je er dus verkeerd tegenaan. Ga even liggen, kijk er dan naar en dan zie je een heel ander beeld.' En hij had gelijk.'

Onze Rembrandt

Waarom zo bescheiden? Rose-Marie: 'Ik kom uit een dorpje in België. Ik vond dat in het begin nogal genant; de prijzen die wij betaalden voor werken. Schilderijen die meer waard zijn dan dit huis. Ik ging het met mijn ouders, broers of zussen, of met vriendinnen echt niet hebben over onze Rembrandt, of dat we een Van Ostade hebben. Ik vond dat moeilijk. En nog praat ik niet vaak over onze collectie, tenzij mij ernaar wordt gevraagd. Ik begin er niet over.'

Ze zijn Amerikaans geworden in hun overtuiging dat je kunst en educatie moet ondersteunen als je dat kunt; dat je teruggeeft aan de maatschappij die jou kansen heeft geboden. Maar ze zijn Nederlands gebleven in hun wens daar geen naamplaatje aan te hangen. Voor hen geen Van Otterloo-vleugel of een Van Otterloo Instituut. Eijk: 'Nee, zeker niet. Je kunt wel je naam op iets zetten, maar bezoekers kennen je niet, ze hebben je nooit gezien, wat hebben ze met die naam? Niks! We hebben besloten onze naam niet aan het Centre for Netherlandish Art te verbinden, en dan zie je meteen het voordeel: dan kun je ook andere collecties, zoals die van de Weatherbies aantrekken. Dan kun je dóór. Ik denk niet dat ze hun schilderijen hadden geschonken als dat het Van Otterloo Art Centre had geheten.'

Salomon van Ruysdael, Rivierlandschap met een veerboot, 1649. Foto Foto Rijksmuseum

'Het is een baan geweest, die collectie', zeggen ze. 'Maar wel een leuke baan.' Dat is nu voorbij. 'Maar je ziet: we zijn druk bezig', zegt Eijk, met een vrolijk armgebaar naar de werklui die in- en uitlopen met kunstwerken en objecten. 'We hebben nu de kans te gaan wroeten in de Haagse School, de 19de en de 20ste eeuw.'

Rose-Marie: 'En niet per se uit Nederland, hoor.'

Eijk: 'We kopen op z'n boerenfluitjes.'

Rose-Marie: 'Gewoon, wat leuk is aan de muur.'

Bloemstilleven

Ze leiden rond. Langs een enorm zeegezicht van Hendrik Willem Mesdag dat ze in maart op Tefaf Maastricht kochten ('Prachtig, hoe hij met een lik witte verf zo overtuigend de horizon neerzet'). Van een vlot gepenseeld portret van Isaac Israëls, deze herfst aangeschaft in Den Haag, naar een klein paneeltje met spelende geitjes. Eijk: 'Vond ik op een rommelmarkt.'

Welk werk ze het meeste missen? Rose-Marie, zonder aarzelen: 'Een bloemstilleven van Ambrosius Bosschaert, een klein werkje maar, van een vaas met rozen. Dat was een cadeau van Eijk voor mijn 50ste verjaardag. Dat mis ik ontzettend.'

Eijk: 'Kijk, we hebben er een fotokopie van gemaakt.'

Rose-Marie: 'Ik heb net in de kelder gezocht naar een lijstje dat eromheen past, maar ik kon niks vinden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.