‘Dit is een film waarvan je wilt dat ie ophoudt’

Haat en bewondering oogst Enter the Void, de vierde film van schandaalfilmer Gaspar Noé. Na het controversiële Irréversible komt hij met een psychedelisch melodrama waarin het leven na de dood de vorm aanneemt van een heftige drugstrip....

‘Alsof je een voetbalwedstrijd voor publiek speelt, zonder kleren.’ Zo omschrijft de Frans-Argentijnse shockfilmer Gaspar Noé (1963) de wereldpremière van zijn in nachtelijk Tokio gefilmde post mortem-drugstrip Enter the Void. De toen nog bijna drie uur lange speelfilm was nog lang niet af, maar werd mei 2009 wel al in de hoofdcompetitie van het Cannes Filmfestival vertoond. ‘Thierry Frémaux, de directeur, wilde ’m als een soort work in progress selecteren. Dat is een aanbod dat je niet kunt weigeren. Ik dacht: we tonen de baby met zeven maanden en stoppen ’m dan nog even terug in de baarmoeder.’

Hij zegt geen spijt te hebben van de vroege doop in mei 2009, ruim anderhalf jaar geleden. ‘Maar ik zou het niet weer doen. Het was een intense ervaring. Enter the Void was in elk geval klaar genoeg om gehaat en bewonderd te worden.’

Nergens werd de verontwaardiging zo fel verwoord als in zijn geboorteland Argentinië, zegt Noé. Dat vernam hij allereerst van zijn vader, gerenommeerd neofiguratief schilder Luis Félipe Noé, die in eigen land vele malen bekender is dan zijn zoon. ‘Mijn vader is nog van de generatie die echt gelooft wat er in de krant staat. Wanneer hij een expositie heeft, geeft hij om de reacties in de pers. Nu las hij over mij, in een groot stuk in zijn vaste dagblad: Noé heeft het grootste stuk stront gemaakt ooit – je kunt het niet eens een film noemen. En dat iedereen in Cannes het daar over eens was: in de wandelgang, in de bars, op straat. ‘Wat heb je verdomme gedaan?’ vroeg hij.’

De filmmaker, een snelmompelaar met baardje, ruitenhemd en diepliggende ogen, zit aan het einde van de middag in een Parijs café, in het tiende arrondissement, waar hij woont en kantoor houdt. Hij heeft niet geslapen, vannacht. Maar dat doet hij wel vaker niet. ‘Wat me beviel, was dat ik met Enter the Void behalve de slechtste, ook enkele van mijn beste kritieken ooit kreeg. Iemand schreef dat ik de cinema opnieuw tracht uit te vinden, heel complimenteus.’

Een psychedelisch melodrama, dat was het soort film dat Noé wilde maken. Gefilmd in de door de yakuza gerunde en om drugs en seks beruchte wijk Kabukicho, in Tokio. Met als hoofdpersonage de weinig handige drugsdealer Oscar (Nathaniel Brown), wiens gezicht vrijwel de hele film lang onzichtbaar blijft. We volgen hem op de rug, en zien hoe Oscar verdovende middelen inslaat bij een enge leverancier; hoe hij zusje Linda (Paz de la Huerta) op bezoek krijgt, die al vlot emplooi vindt als naaktdanser in een nachtclub. Ook zien we hoe Oscar de moeder van een goede vriend neukt – iets wat hij beter niet had kunnen doen. ‘Enter the Void is realistisch tot aan het punt waar Oscar wordt neergeschoten. Dan transformeert de film in een soort sprookje over iemand die zijn eigen dood tracht te overleven, omdat hij zijn zus ooit beloofde haar nooit te verlaten.’

Na de schotenwisseling beweegt Oscar zich in de overgangsfase tussen sterven en wedergeboorte, ongeveer zoals die beschreven wordt in het Tibetaans Dodenboek, dat ook op het nachtkastje van de dealer prijkt. Maar het is evengoed mogelijk dat Oscar in zijn laatste momenten gewoon nog wat hallucineert, zonder besef van ruimte en tijd. Noé verbeeldt de toestand van zijn hoofdpersonage als een cinematografische totaalervaring, een visueel bombardement van neonlicht en geometrische patronen, in combinatie met indringende geluidseffecten van Daft Punk-lid Thomas Bangalter, die al vaker met Noé samenwerkte. Onderwijl zweeft de subjectieve camera (een techniek waarbij de camera laat zien wat het personage ziet), als Oscars rondwarende geest, over daken en door muren, duikt even een gootsteenputje in, of een schotwond, en neemt tijdelijk bezit van het lichaam van een ander. ‘Ik volg de ziel, of de ogen van Oscar. Of hij zich zijn geboorte herinnert of wedergeboren wordt, of hij wakker wordt in het mortuarium of juist dood is, of hij droomt of wat ook – dat is allemaal onduidelijk. Wel zie je zijn trip uiteindelijk instorten, volkomen verward raken.’

En dan resteert slechts het grote niets waarnaar de filmtitel verwijst (Enter the Void), treedt de leegte binnen. ‘Ik ben geen boeddhist’, zegt Noé. ‘Ik bezit geen religie, ik ben totaal atheïst, maar de mythe van leven na de dood is omvangrijk. Het leek me interessant die middels een film te illustreren, ook omdat zoiets volgens mij niet eerder op deze wijze is gedaan.’

Als tiener probeerde de filmer zelf uit zijn lichaam te treden. ‘Ik las er veel boeken over: wat mensen ervaren tijdens operaties en auto-ongelukken, of door te mediteren. Maar het is mij zelf nooit gelukt.’

Er zit eigenlijk amper geweld in zijn film, constateert Noé, die op dat gebied een reputatie kent, onder meer vanwege zijn achterstevoren vertelde schandaalfilm Irréversible uit 2002, waarin actrice Monica Bellucci een vrouw speelt die verkracht wordt in een voetgangerstunneltje. Tien minuten duurt de ondraaglijke scène, die maakte dat in het gros van de bioscopen slechts een deel van het publiek de film uitzat. ‘Irréversible was een commercieel succes, maar vermoedelijk niet om de juiste reden. Mijn producent zegt altijd dat minstens de helft van de bezoekers slechts voor de vunzigheid een kaartje kochten. Het slag mensen dat, zeg maar, ook naar Saw drie, vier en vijf gaat.’

Natuurlijk wist Noé vooraf dat veel mensen over de inhoud zouden vallen, net als bij zijn eerdere films Carne en Seul contre tous, waarin een extreem agressieve, racistisch tierende slager die op wraak uit is symbool staat voor een deplorabel Frankrijk.

Daarbij vergeleken vindt hij Enter the Void een milde film. ‘Er zit een heel naar auto-ongeluk in, dat wel. En een abortus ja. Je ziet de ongeboren vrucht nog even liggen, maar dat is maar een detail. In Frankrijk choqueer je daar niet mee, hooguit in Angelsaksische landen. En natuurlijk, de scène waarin ik van binnenuit een vagina film, die wordt in elk artikel genoemd.’

Dat zijn film in Cannes publiekelijk als ‘nog te voltooien’ werd omschreven, zorgde voor een bijeffect. ‘Niet alleen collega-filmers, maar ook de onbeduidendste werknemers van mijn distributeur, de secretaresse, zelfs het vriendje van de secretaresse – iedereen kon me vertellen wat er wel en niet uit moest. Ik knikte dan maar braaf, zonder echt te luisteren. Er viel wel een patroon in te ontwaren: alles wat zij zelf als obsceen ervaren, of eigenlijk alles wat krachtig is, dat kon er dan maar beter uit.’

Als mensen hem aanspreken en zeggen dat ze hem omwille van zijn films verwerpelijk vinden – wat hem nogal eens gebeurd – zegt hij tegenwoordig vriendelijk ‘dank je’. ‘Voorheen ging ik de discussie aan: nee, je hebt het mis, ik ben zelf niet homofobisch, ik ben geen fascist. Verspilde moeite was dat. Ik film niet om vrienden te maken.’

Niet dat hij ongevoelig is voor lof. Vorige maand won Enter the Void de prijs voor beste film op het Zwitserse Neuchatel Fantastic Film Festival. Leuk, maar voor Noé vooral van belang omdat Douglas Trumbull die editie voorzitter van de jury was. Trumbulll is een legendarische special effects-filmer, die meewerkte aan Blade Runner, Close Encounters of the Third Kind en 2001, A Space Odyssey, het meesterwerk van Kubrick dat Noé van grote invloed acht op zijn werk. ‘2001 is de meest psychedelische film die ik ooit heb gezien. De stargate-sequentie, de tunnel door ruimte en tijd waar de astronaut aan het einde van de film doorheen schiet, is gecreëerd door Trumbull. Elke keer in mijn leven dat ik hallucinerende drugs nam, had ik die beelden in gedachten. Dat zo’n man mij vertelt dat hij van mijn film houdt, heeft betekenis.’

Enter the Void is sterk beïnvloed door zijn eigen drugservaringen. ‘Ik neem aan dat je wel eens paddenstoelen hebt genomen? Ik heb niet zoveel ervaring met acid, wel met paddenstoelen en ayahuasca, dat drankje uit het Amazonegebied. Zo’n trip kan voor je gevoel eindeloos duren.

‘Als ik een psychedelische film maak, redeneerde ik, mag die dus niet te kort zijn. Er is altijd een punt dat je denkt: dit gaat te ver, het moet ophouden. Ik wil dat de kijker iets soortgelijks ervaart.’

Noé is verslaafd aan het nachtleven. ‘Misschien heb ik daarom ook zo weinig films gemaakt. Daar wil ik niet over liegen. De nacht bevalt me beter dan de dag. ’s Nachts wordt alles wilder en simpeler, vaak ook wat stommer, maar wel verrassender.’

In de zes maanden dat hij, af en aan, filmde in het seks- en uitgaansdistrict van Tokio, legde hij zichzelf en zijn crew een drugsverbod op. ‘Dat was een praktische en geen morele keuze. Voor een joint kunnen ze je daar zes maanden opsluiten. Daar kun je de verzekering niet voor laten opdraaien.’

Om te kunnen filmen, moest er ook contact worden gelegd met de plaatselijke onderwereld. ‘Je moet, zoals ze dat noemen, worden geïntroduceerd. Dat doe ik niet zelf, maar mensen binnen de productie gaan langs en komen tot een overeenkomst. Dat is niet zo vreemd. Als er een vreemdeling met een camera loopt, kan dat een negatief effect hebben op de klandizie van hun lovehotels.’

Thuis in Frankrijk is elk shot uit de film digitaal bewerkt op een computer, een tijdrovend en kostbaar proces. ‘Ik beschouw Enter the Void als een persoonlijke film, maar tegelijk leun ik voor de effecten ook meer dan ooit op andere mensen.’

Voor een toekomstige dvd-versie wil hij de film ooit nogmaals onder handen nemen. ‘Nu is daar geen geld voor. Achteraf had het van mij misschien nog wat trippy-er gemogen. Ik zit nog niet op het niveau van Eraserhead, waarmee Lynch het geluid naar een plek bracht waar geen film ooit eerder was geweest. Als je je die film herinnert, denk je minstens zo veel aan de klanken als aan het beeld. Maar misschien moet ik Enter the Void nu ook gewoon loslaten, voor mijn gevoel heeft de film al half mijn leven geconsumeerd.’

Het 40 minuten lange Carne meegeteld, is dit pas zijn vierde speelfilm in twintig jaar tijd. Soms filmt hij tussendoor een commercial of een videoclip, ook om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien.

‘Altijd goed betaald, en altijd gezeik. Over een pornografische muziekvideo die ik heb gemaakt voor Placebo ben ik wel tevreden. Zulke klussen geven wat vrijheid, en verder heb ik ook niet zo veel nodig. Boeken, dvd’s en drankjes, daar gaat mijn geld aan op. Kinderen of een auto heb ik niet.’

Een erotische 3D film wil hij hierna gaan maken. ‘Seks laten zien zoals de meeste mensen het ervaren, dus ergens tussen pornografie, kunst en erotiek in. Maar misschien maak ik ook wel een kinderfilm. Dat stelde mijn vader onlangs voor. Zo’n gek idee is dat niet. Juist omdat ik emotioneel wat verder van ze af sta, kan dat interessant zijn.’

Een dreun zoals met Irréversible, waarin voorafgaand aan de verkrachting ook nog een (onschuldig) hoofd met een brandblusser tot moes wordt gestampt, ziet hij zichzelf niet meer uitdelen. ‘Soms bega je een misdaad omdat die je doet leven, je doet bestaan. En als je daar eenmaal bent geweest, hoef je niet meer zo nodig terug.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.