Beschouwing John Coltrane en de verloren tracks

'Dit is echt het John Coltrane Quartet op z’n allerbest’

Coltrane tijdens een optreden van het John Coltrane Quartet in Amsterdam in 1962. Foto Bettmann Archive

Onlangs dook er een verloren gewaande opname van John Coltrane op – en niet zomaar een. Wat maakt deze vondst zo spectaculair?

Op 6 maart 1963 meldt John Coltrane zich met zijn kwartet in de studio van Rudy Van Gelder, gelegen in de bossen van Englewood Cliffs, New Jersey. Bob Thiele, platenbaas van het Impulse!-label, heeft de hele woensdagmiddag gereserveerd voor de belangrijkste saxofonist van zijn generatie, dan 36 jaar oud, en zal de sessie produceren.

Coltrane (1926-1967) heeft zijn kwartet, dat algemeen wordt gerekend tot de beste bands uit de jazzgeschiedenis, nu een paar jaar. Het zal nog twee jaar duren voordat hij met het viertal het meesterwerk A Love Supreme opneemt.

Pianist McCoy Tyner neemt plaats achter de Steinway-vleugel, Elvin Jones sleutelt wat aan zijn drumkit, Jimmy Garrison stemt zijn contrabas en Coltrane zelf zet zijn tenor- en sopraansaxofoon klaar. Er staat niets op papier. Het is één uur in de middag, ze hebben tot zes uur. Dan moeten ze weer terug naar New York, waar ze twee weken lang hebben geresideerd in de fameuze jazzclub Birdland, aan 52nd Street.

Rudy Van Gelder, eigenaar van de studio waarin zo ongeveer iedereen die er in de jazz toe doet heeft opgenomen, houdt er een strakke planning op na. ’s Avonds krijgt hij ook tenorsaxofonist Hank Mobley nog in zijn studio, dus mogelijkheden om wat langer door te spelen zijn er niet.

De volgende dag, donderdag 7 maart, staat het Coltrane-kwartet opnieuw geboekt, maar nu als begeleidingsband voor crooner Johnny Hartman. In een dag nemen ze de inmiddels klassiek geworden plaat John Coltrane and Johnny Hartman op: zes ballads waarin de combinatie tussen de hecht spelende band, Coltranes diep melancholieke solo’s op de tenorsax en de donkere bariton van Hartman zeldzaam goed werkte.

Maar wat speelde het kwartet een dag eerder in diezelfde studio? Er zijn een stuk of zeven nummers opgenomen, zoveel wisten we ervan. Maar welke en hoe klonken ze?

Decennialang leken de banden van de sessie verdwenen dan wel vernietigd. Nooit wisten we of Coltrane slechts wilde repeteren voor de Hartman-date of voor zijn laatste Birdland-show, of dat hij echt het idee had een compleet nieuw album op te nemen.

Pianist McCoy Tyner (ca. 1970). Foto Michael Ochs Archives

The Lost Album

Maar nu, 55 jaar later, ligt daar de plaat Both Directions at Once: The Lost Album, met daarop alle muziek die er die middag is opgenomen. Een verbluffend mooi album dat zich met gemak nestelt tussen het beste werk van Coltrane. Maar waar was het al die tijd gebleven en waar komt het ineens vandaan? Tijdens een bijeenkomst voor de internationale pers in dezelfde Van Gelder Studio worden deze raadsels voor zover mogelijk opgehelderd door de huidige platenbaas van Impulse!, Ken Druker, met naast hem Ravi Coltrane (52), zoon van John en zelf succesvol saxofonist.

We zijn met de bus van het Universal-kantoor in Manhattan naar New Jersey gereden. De legendarische studio is nog altijd in gebruik, de Steinway-vleugel waarachter tal van grote jazzpianisten, van Andrew Hill tot Herbie Hancock, hun klassiek geworden albums opnamen, staat gewoon op de plaats waar McCoy Tyner hem in 1963 al bespeelde.

Druker en Coltrane jr. geven op deze mooie middag in juni tekst en uitleg over het zoekraken en terugvinden van muziek waarvan ook de grootste jazzkenners het bestaan niet konden bevroeden.

De presentatie gaat gepaard met stevig ronkende typeringen. Op het platenhoesje staat een citaat van Coltranes tijdgenoot, saxofonist Sonny Rollins, die het album als een van de eersten mochten horen: ‘Alsof er in de Grote Piramide een nieuwe kamer is ontdekt.’ In de studio doet platenbaas Druker er nog een schepje bovenop en roept dat het voelt ‘alsof er ineens nog een Sgt. Pepper van de Beatles is ontdekt’.

Onder de aanwezige toehoorders bevinden zich naast Ravi en diens zoon Jamail ook andere familieleden van Coltranes toenmalige band, zoals de weduwe van bassist Jimmy Garrison. De inmiddels 79-jarige pianist McCoy Tyner laat zich excuseren, de pianist moet dezelfde avond nog spelen in de vermaarde New Yorkse jazzclub Blue Note.

Gouden vondst

Voordat we gaan luisteren, wordt de ontstaansgeschiedenis van het album uit de doeken gedaan. De mastertapes van de sessies waaruit Both Directions at Once: The Lost Album is samengesteld, blijken in de jaren zeventig te zijn vernietigd wegens ruimtegebrek in de archieven. Maar het was voor Rudy Van Gelder gebruikelijk om tijdens iedere opname een tweede (mono)recorder te laten meelopen, waarvan hij de band na afloop van de sessie aan de muzikant meegaf. Dan kon deze thuis nog even goed luisteren of er nog iets aan de muziek kon worden verbeterd.

Ook Coltrane kreeg op 6 maart 1963 een zogeheten reference tape mee naar huis. Maar of hij er ooit naar heeft geluisterd, is nog altijd onduidelijk. Hij heeft er in ieder geval nooit meer aan gerefereerd. De banden werden vergeten en doken pas een paar jaar geleden op in de nalatenschap van zijn eerste echtgenote Naima. Een ‘gouden vondst’, vindt Druker.

Na zijn korte inleiding met nog meer ronkende aanbevelingen krijgen we een aantal nummers van het album te horen. Ravi Coltrane, die was betrokken bij het samenstellen en uitgeven van dit Lost Album, zit naast hem en kijkt glazig voor zich uit als de sopraansaxofoon van zijn vader uit de speakers opklinkt. Het is een prachtig beeld: Ravi Coltrane die volledig opgaat in de muziek. Hij neuriet mee, volgt met zijn ene hand, tikkend op zijn dij, het ritme en met bespeelt met zijn andere de denkbeeldige contrabas van Jimmy Garrison.

Plaat die blijft verbazen

‘Ik ga nu al maanden volledig op in deze muziek en word er steeds weer een beetje emotioneel van’, zegt hij later die dag tijdens een interview in het New Yorkse hoofdkantoor van Universal. Ravi Coltrane kan zich geen leven zonder de muziek van zijn in 1967 overleden vader voorstellen. ‘Ik bestudeer mijn hele leven al de platen van mijn vader, ken alles van voor naar achteren, maar dit blijft me verbazen.’

Waar komt die verbazing vandaan, en wat maakt dit Lost Album zo bijzonder?

Daarvoor moeten we ons eerst even verplaatsen naar de tijd waarin het werd opgenomen, vindt Coltrane. Het was in 1963 alweer twee jaar geleden dat zijn vader met My Favorite Things een bewerking op sopraansax van een liedje uit de hitfilm The Sound of Music een echte hit had gescoord.

Mede dankzij dit nummer werd de saxofonist door platenmaatschappij Impulse! weggekocht bij Atlantic. En Impulse! wilde hun investering natuurlijk terugverdienen, maar labelbaas Bob Thiele zag hoe zijn nieuwe artiest zich tijdens concerten steeds meer verloor in ellenlange solo’s, waarin hij zijn jazz naar een steeds hoger abstractieniveau trok.

Dus stelde hij Coltrane voor om wat gemoedelijkere muziek op te nemen en boekte hem samen met de fameuze orkestleider en pianist Duke Ellington, voor het even fraaie als toegankelijke album Duke Ellington & John Coltrane (1962) en stelde hem met succes voor een plaat met ballads op te nemen (Ballads, 1962). Ook vroeg Thiele Coltrane na te denken over een goede zanger om een plaat met croonersongs mee op te nemen.

Coltranes zoekende en toegankelijke kant

‘Mijn vader koos voor Johnny Hartman, die hij nog kende van vroeger, toen ze allebei met het orkest Dizzy Gillespie hadden gewerkt’, aldus Ravi Coltrane. ‘Die plaat werd een van zijn grootste successen.’

John Coltrane and Johnny Hartman mag een dag later dan het Lost Album zijn opgenomen, stilistisch zijn er weinig overeenkomsten tussen beide platen. ‘Er was een grote kloof ontstaan tussen de muziek die mijn vader in Van Gelders studio opnam en de concerten die hij gaf. De platen klonken mooi en toegankelijk, terwijl hij live nog altijd zoekende was en zijn muziek nogal eens wilde schuren. Er zijn weinig opnamen van de Birdland-concerten uit die tijd, maar wat ik ervan weet is dat de muziek daar veel wilder en ongrijpbaarder was.’

De muziek die Coltrane op 6 maart 1963 met zijn kwartet maakt, geeft blijk van zowel zijn zoekende als zijn toegankelijke kant. We horen Coltrane direct improviseren in twee nieuwe nummers, die de titel van het catalogusnummer dragen: Untitled Original 11383 en 11386. De nummers, met Coltrane op sopraansax, zijn aangenaam van toon en lijken stilistisch voort te borduren op de soepele swing van zijn succesnummer My Favorite Things. Ravi: ‘Ik denk dat mijn vader echt weer iets in die stijl wilde opnemen. Dat is bijzonder, want zo vaak speelde hij niet meer sopraansax.’

Coltrane tijdens een optreden (ca. 1960). Foto Echoes/Redferns

De zoon zegt nog altijd kippevel te krijgen van die opgedoken originals. De kraakheldere toon, de melodische wendingen: ‘Onvoorstelbaar dat hij er nooit iets mee heeft gedaan en die nummers ook niet meer heeft gespeeld.’

Dat gold niet voor Impressions. Het nummer dat dezelfde harmonische structuur kent als het openingsstuk So What op Miles Davis’ meesterwerk Kind Of Blue (1959), waarop Coltrane meespeelde, was al jarenlang vaste prik tijdens concerten. Maar een studioversie waarover Coltrane tevreden was, bestond nog niet. ‘Mogelijk dat hij nu een definitieve versie wilde vastleggen; in ieder geval spelen ze het die middag vier keer.’

Van de andere stukken op het nu verschenen Lost Album vindt Ravi Coltrane Slow Blues misschien wel het mooist. ‘Een doodnormale blues, met Jimmy die heel traditioneel een walking bass inzet. Maar luister hoe mijn vader zich helemaal in zijn spel verliest en wegloopt uit de melodie, waarna McCoy Tyner, die je minutenlang niet hebt gehoord, hem met een enkele noot weer op het juiste spoor zet. Ik krijg er kippevel van.’

Ravi Coltrane is niet de enige. Eerder die middag, in de studio waar de plaat is opgenomen, is de emotie van de gezichten af te lezen.

‘Mijn vader zat echt in een overgangsperiode. Hij had veel succes gehad met platen als Blue Train en Giant Steps. Anderhalf jaar na deze sessies begon hij aan zijn beroemdste werk, het album A Love Supreme. Dat was het hoogtepunt van dit kwartet, daarna werd zijn muziek voor veel mensen te moeilijk te doorgronden. Solo’s van een half uur, daar moet je maar net trek in hebben. Dit album laat een toegankelijkere kant van hem horen, terwijl hij wel degelijk nieuwe harmonische structuren uitprobeert.’

John Coltrane pauzeert tijdens een studio-opname (ca. 1964). Foto Michael Ochs Archives

Coltrane Quartet op z'n allerbest

De nieuwe uitgave neemt volgens Ravi Coltrane daarom ook een bijzondere plek in binnen de nog altijd uitdijende Coltrane-catalogus. Regelmatig worden er liveopnamen ontdekt of studio-outtakes teruggevonden, maar die voegen zelden iets toe.

Maar Coltrane jr. sluit niet uit dat er nog meer mooie vondsten worden gedaan in de nalatenschap van Naima. Zoals ook het doorspitten van een andere verzameling tapes veel heeft opgeleverd. Ook John Coltranes tweede echtgenote Alice, de moeder van Ravi, had namelijk een verzameling schaduwtapes. En ook daaruit is, in 1995 al, een compleet nieuw studioalbum samengesteld, Stellar Regions. ‘Prachtig, maar veel minder luistervriendelijk’, vindt Ravi. De muziek die mijn vader in 1967 met mijn moeder op piano maakte, is echt voor Coltrane-gevorderden. Dit Lost Album klinkt zowel uitnodigend als spannend. Dit is echt het John Coltrane Quartet op z’n allerbest.’

Waarom heeft vader John er dan nooit meer naar omgekeken?

Zoon Ravi weet het ook niet, maar vermoedt dat het kwam door een combinatie van persoonlijke omstandigheden en een veranderd inzicht in zijn muziek. ‘Mijn vader had huwelijksproblemen, die tot een scheiding zouden leiden. Die plaat met Johnny Hartman werd een groot succes, maar juist daarom voelde hij de vrijheid om wat meer te experimenteren.’ Langzaam verschoof de interesse van Coltrane naar oosterse en spirituelere muziek, en naar ballads die de harde actualiteit reflecteerden, zoals het aangrijpende Alabama (1964).

‘Mijn vader nam veel meer op dan hij wilde of kon uitbrengen, plaatopnamen waren ook een soort repetities voor hem. Het zou best kunnen dat hij zelf ook nooit meer aan deze sessie heeft teruggedacht. Maar ik zeg je, over een maand worden deze stukken over de hele wereld op alle conservatoria ingestudeerd, zo goed zijn ze.’

John Coltrane: Both Directions at Once – The Lost Album. Impulse!/Universal. Verkrijgbaar als cd, dubbel-cd, lp en dubbel-lp.

Van Gelder Studio

De studio van Rudy Van Gelder (1924-2016) in Englewood Cliffs, New Jersey, is misschien wel de beroemdste uit de jazzgeschiedenis. In de jaren zestig is het in elk geval de meest geliefde opnameplek voor solisten en bands tot vijf leden. Meer pasten er niet in de vrij kleine, houten behuizing met puntvormig plafond, die vooral zo geliefd was vanwege de akoestiek.

Behalve Impulse! kwam ook het Blue Note-label er graag. Artiesten als Wayne Shorter, Herbie Hancock, Andrew Hill en Lee Morgan namen er in de jaren zestig hun inmiddels klassiek geworden albums op, waarvan de meeste als Rudy Van Gelder Edition laaggeprijsd op cd zijn heruitgegeven. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.