INTERVIEW

'Dit album is een muzikale grafsteen voor mijn vader'

Trompettist Avishai Cohen

Toen zijn vader overleed, sloeg Avishai Cohen nog één keer een akkoord aan op de piano van zijn ouders. Vals. Maar wat een begin.

Februari vorig jaar: Avishai Cohen doet een soundcheck in het Bimhuis in Amsterdam voor een optreden met zijn band Triveni.

Avishai Cohen had liever een vrolijker aanleiding gehad voor zijn nieuwe album Into The Silence. Maar er was nu eenmaal al een soort afspraak met de platenmaatschappij. En ja, van een beetje droevige, stemmige muziek zijn ze bij het ECM-label nooit vies geweest. Dus besloot de 37-jarige trompettist uit Israël dat zijn albumdebuut voor het vermaarde jazzlabel toch moest worden gewijd aan de dood van zijn vader, in november 2014. 'Het is een ode, of liever gezegd een muzikale grafsteen voor de man die mij mede gevormd heeft tot wat ik nu ben. Dat is wel het minste dat ik kon doen.'

Avishai Cohen is met zijn nieuwe, speciaal voor het album geformeerde kwartet neergestreken in Parijs. Eind deze week doet hij Nederland aan voor vier optredens, in dus alweer een nieuwe bezetting. Het afgelopen jaar was Cohen, die wereldwijd wordt gezien als een van de belangrijkste jazztrompettisten van deze tijd, hier al te zien met zijn trio Triveni, als sideman in de band van tenorsaxofonist Mark Turner en met zijn elektrische fusion-groep Big Vicious. Het maakt het voor buitenstaanders moeilijk grip op hem te krijgen. Wat wil Avishai Cohen eigenlijk? Is hij nog zoekende?

'Een jazzmuzikant die niet zoekt, is geen knip voor de neus waard natuurlijk, maar mijn veelzijdigheid komt niet zozeer voort uit onzekerheid als wel uit mijn brede interesses. Net zo graag als dat ik lyrisch, melodieus speel met Triveni, vond ik het fijn om met elektronica als bouwsteen de grenzen op te zoeken van rock en fusion.'

Het getuigt van de veelzijdigheid die hij van huis uit, in Tel Aviv, meekreeg. Zijn oudere broer en zus speelden al sax, klarinet en orgel. 'De hele dag hoorde ik jazz thuis, het was logisch dat ik ook iets zou gaan spelen. Het liefst was ik gaan drummen. Ook sax leek me spannend, maar op de muziekschool was voor geen van beide ruimte. Ik moest het maar eens op trompet proberen.' Dat voelde meteen goed. 'Sinds mijn 10de heb ik mijn trompet nooit meer losgelaten. De dagen dat ik 'm niet heb aangeraakt zijn op één hand te tellen.'

Studeren

Het Jaffa Music Conservatory in Tel Aviv was de eerste grote leerschool voor de broers en zussen Cohen, die later allen naar de Verenigde Staten trokken om in Boston aan de fameuze Berklee muziekschool te studeren. 'Mijn vader en moeder reden me drie, vier dagen per week helemaal naar het andere eind van Tel Aviv om me op zo veel mogelijk te laten studeren. Zoals ze dat ook met mijn oudere broer en zus deden. Ik vond het allemaal heel normaal, een gezin waarin de hele dag jazz werd gespeeld en geluisterd. Een studiebeurs voor Berklee? Tuurlijk, die kregen Anat en Yuval eerder toch ook?'

Maar Anat, Yuval en Avishai Cohen waren natuurlijk wel een uitzondering. Drie buitengewoon getalenteerde muzikanten die allen hun weg in de internationale jazz zouden vinden, al lijkt Avishai, de jongste van de drie, voorlopig de succesvolste. 'Ik houd er ook het meest van zelf in de schijnwerpers te staan met eigen bands. Opgaan in een orkest of bigbandensemble ligt me minder.'

Laat de trompettist nu zelf de lijnen maar uitzetten, hij heeft lang genoeg gestudeerd, vindt hij. Al ben je natuurlijk nooit echt klaar. 'Het belangrijkste is het vinden van je eigen geluid. Je signatuur-toon. Die krijg je niet alleen door veel te oefenen. Maar vooral door heel veel te luisteren. Niet naar één muzikant, maar naar minstens veertig.'

Cohen was van kindsaf verslingerd aan het werk van Miles Davis. Vooral als hij zijn trompet dempt, hoor je hoe de lange lyrische noten van Davis Cohens spel beïnvloed hebben. 'Natuurlijk was Miles belangrijk. Maar ook Dizzy Gillespie, Kenny Dorham en Clifford Brown. Ik heb alles opgezogen en verwerkt. Eerst alle trompettisten, later pianisten en een tenorheld als Sonny Rollins. Pas toen ik aanvoelde wat de kern was van een goede solo op tenorsax, begon mijn eigen geluid zich te onderscheiden.'

Alles bestuderen en je eigen maken om dan vervolgens los te laten. Zo word je een groot instrumentalist in de jazz, weet Cohen. 'En zoek elkaar op. Vooral door zo veel mogelijk samen te spelen, leer je het.'

De belangrijkste leerschool was voor Cohen niet Jaffa of Berklee, maar New York. Hij wist als 12-jarige al dat het daar voor hem moest gaan gebeuren. Met zijn Berklee-diploma op zak trok hij, nog geen 20 jaar oud, naar de Big Apple. 'Ik speelde in avant-punk herriebandjes, big bands en akoestische trio's en leerde veel ambitieuze generatiegenoten kennen.' En Avishai Cohen vond langzaam zijn eigen weg. 'Ik werd nooit als een soort jonge God beschouwd en kon me rustig ontwikkelen tot wat ik nu ben.' Een trompettist die met iedere plaat waarop zijn naam prijkt meer aandacht trekt, en overal voor volle zalen staat.

Hij is 'fulltime wereldreiziger', zegt hij. Vrouw en twee kinderen wonen in Tel Aviv, waar hij een paar jaar geleden, toen zijn vader ziek werd, weer naar terugverhuisde. 'Ik probeerde zo veel mogelijk bij hem te zijn. Toen hij eind 2014 overleed, ben ik gaan werken aan materiaal dat een reflectie moest zijn van onze band.'

Het begon met een dissonant akkoord dat hij aansloeg op de piano in zijn ouderlijk huis. 'Mijn vader was net overleden. Het klonk vals, maar het bleef maar door mijn hoofd spoken.' Het werd de opening van het titelstuk van Into The Silence.

Twee Avishai Cohens

Israël heeft nóg een fameuze Avishai Cohen voortgebracht: de jazzbassist (45). Geen familie en al helemaal geen vriend. De verwarring onder publiek, media en zalen is altijd groot. De trompettist ziet regelmatig foto's van de bassist bij zijn interviews. Hij noemde zijn debuutalbum in 2003 niet voor niets The Trumpet Player. Cohen: 'Niemand kan deze naam claimen. Dan maar nog een Avishai Cohen. Als ik hem maar niet te vaak tegenkom, ik heb hem niks te zeggen, ook muzikaal niet.'

ECM

Het is een logischerwijs stemmige plaat waarop de piano van Yonathan Avishai, naast de trompet van Cohen, de hoofdrol opeist. 'Er moest een piano te horen zijn op dit album. De piano hoort bij mijn jeugd en de herinneringen aan mijn vader. Het was bovendien leerzaam, na een aantal trio-platen, weer een album met een akkoordinstrument te maken.'

ECM-baas Manfred Eicher deed de productie. 'Voor het eerst gaf ik die uit handen, maar met hem durfde ik dat wel. Ik begreep meteen waarom alle ECM-platen zo fraai klinken. Allemaal gevolg van het absolute gehoor van Eicher.' Hoe trots Cohen ook is op zijn 'bescheiden monument voor mijn vader', het is best mogelijk dat zijn ECM-avontuur hierbij blijft.

'Jazz is het huis waarin ik woon, zeg ik altijd, maar ik heb nog niet alle kamers goed doorzocht. Het is allemaal trompet en allemaal Avishai Cohen, maar verder mag niks hetzelfde blijven. Constante verandering is voor mij de kern van jazz.'

Avishai Cohen: Into The Silence. ECM Records. Cohen speelt 5/3 in TivoliVredenburg; 9/3 Schuttershof, Middelburg; 10/3 Bimhuis, Amsterdam en 11/3 Lantaren/ Venster, Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.