INTERVIEW

'De waarom-vraag bleek niet eenvoudig te beantwoorden'

Jan van Tienen schreef over zelfmoord in zijn familie

Twee tantes en een oom van voormalig VICE-hoofdredacteur Jan van Tienen pleegden kort na elkaar zelfmoord. Zijn zoektocht naar het waarom leverde een mooi tragikomisch boek op, en een paar boze familieleden.

Beeld Claudie de Cleen

Tussen 1985 en 1987 pleegden een oom en twee tantes van Jan van Tienen (30) zelfmoord. Het waren een broer en twee zussen van zijn moeder. Drie van de twaalf kinderen uit een katholiek Zeeuws gezin, een familie die tijdens kringverjaardagen meer shag rookt en koffie drinkt dan praat. Over de mensen die een einde aan hun leven maakten, wordt nooit gesproken. Van Tienen is 16 en katerig als hij probeert te beginnen over de doden die hij niet heeft gekend, tijdens het eten. Nasi.

Dit schrijft hij over dat moment in zijn net verschenen boek Er is niets wat hier nog blijft: ''Denk je nog weleens na over die overleden broer en zussen van je, ma?', vroeg ik uit het niets. Haar vork viel in de satésaus die haar nasi bedekte en ze weende zacht en hield haar handen voor haar ogen. Mijn zus wreef over haar rug. Ik keek stuurs naar mijn bord, net als mijn vader. In stilte aten we door, en toen gingen we tv-kijken. Toen ik naar bed ging, pakte mijn ma me vast en zei ze: 'Dankjewel.''

Ze was niet zo'n prater, zegt Van Tienen, jaren geleden verhuisd van Tholen naar Amsterdam. Hij studeerde journalistiek en geschiedenis en was een tijdje hoofdredacteur van mediaplatform VICE. De afgelopen drie jaar werkte hij aan het boek over de familie van zijn moeder. Of eigenlijk: over de tragikomische zoektocht naar de familie van zijn moeder.

'Waarom pleegden die drie mensen zo kort na elkaar zelfmoord?', vroeg Van Tienen zich af. Zijn moeder heeft hij het nooit meer gevraagd. Zij overleed in 2007. 'Ik ben altijd blijven denken aan het nasimoment. Er moet bij haar toch iets hebben gezeten, een diep weggestopt verdriet.' De waarom-vraag bleek niet eenvoudig te beantwoorden, net als de vraag hoe met humor literaire non-fictie te bakken van zo'n zware, persoonlijke geschiedenis die een aantal familieleden liever onbesproken had gelaten.

'Het idee was om iedereen uit en rondom de familie gewoon eens aan het woord te laten en een soort reconstructie van het gebeurde te maken', zegt Van Tienen. 'Ik hoopte mensen bij elkaar te brengen door iets ter sprake te brengen waarover zo lang is gezwegen. Ik dacht dat het een opluchting kon zijn. Dat bleek naïef.'

Jan van Tienen Beeld Boudewijn Bollman

In het boek noemt een semifictief personage, De Grimm, je een rioolrat. Hij vindt het walgelijk en crimineel dat je een boek over de familie schrijft.

'De Grimm is een samengetrokken figuur, opgebouwd uit enkele nare ervaringen en de schaamte die ik voelde bij het schrijven van dit boek. Ik heb die ervaringen voorgesteld als een vriend van de familie die me wilde aanklagen. 'Je moeder zou dit niet gewild hebben', laat ik dat personage in het boek zeggen. Een aantal mensen uit de familie wilde niet meewerken.

'Ik wist wel dat de familie van mijn moeders kant heel gesloten is, maar door dit boek werd het meer en meer bevestigd. Ik ontdekte dat het mij ook niet vreemd is. Ik merkte dat ik bij negatieve reacties extreem in mijn schulp kroop en de confrontatie niet aanging.

'Een tante had gehoord dat ik over de familie aan het schrijven was. Ze was er niet gelukkig mee en belde niet mij op, maar een andere tante. Die belde mij weer op. Ik zei toen dat ik die boze tante later wel zou bellen, om te kijken of ik het zou kunnen uitpraten. Ik ben er niet trots op, maar in plaats van terug te bellen, heb ik het enorm op een drinken gezet.'

Mensen moeten niet in andermans geschiedenis willen wroeten, zegt De Grimm. Heb je zelf ook weleens gedacht: wat gaat andere mensen deze geschiedenis eigenlijk aan?

'Natuurlijk. De worsteling met die vraag ligt in de kern van het boek. Ik beschrijf de tweestrijd van zowel een goede schrijver als een goed, discreet familiemens willen zijn. Kan ik schrijven over het leed van mensen die niet op mijn vragen en mijn boek zitten te wachten?

'Op een gegeven moment heb ik afgesproken met schrijver Joris van Casteren, om over die kwestie te praten. In zijn non-fictieverhalen legt hij de levens bloot van mensen die daar niet per se om hebben gevraagd. Ik vroeg hem hoe hij zijn werk rechtvaardigt. Hij zei: 'Ik doe wat ik doe omdat ik een schrijver ben.'

'Ik vond het eng om mezelf op dezelfde manier te verdedigen tegenover mijn familie. Als schrijver wil je een mooi verhaal vertellen, iets brengen waarvan je denkt dat het van waarde is. Daar zit iets egoïstisch en pretentieus in. Misschien dat ik er daarom zo veel schaamte- en schuldgevoelens bij had, en nog steeds heb.'

Beeld Claudie de Cleen

Ik kreeg soms de indruk dat je in gesprekken met familieleden niet door durfde te vragen.

'Als je voelt dat het pijn doet, als de weerstand héél groot wordt, dan is het verlangen om te weten en op te schrijven niet oneindig. Dan wordt doorvragen volgens mij vulgair in een wond poeren. Voor een schrijver zijn details mooi, want door details komen personages tot leven. Voor een familielid kunnen details naar zijn, of vuile was.

'Het kan best zijn dat het katholieke schuld belijden er een beetje is ingesijpeld bij mij, waardoor ik op zo'n pijnlijk moment eigenlijk ook liever wil zwijgen en achterhouden.'

Hoe vaak heb je overwogen je zoektocht te staken?

'Bijna elke dag wel een keer. Het heeft lang geduurd voor ik begon te geloven in de schoonheid van de zoektocht zelf. Als schrijver én als familielid was ik op zoek naar het verhaal van drie overledenen, maar in beide gevallen had het verhaal geen duidelijk plot. Ik vond niets dat als een puzzel in elkaar viel.

'Eén keer dacht ik de sleutel te hebben gevonden. Dat was toen ik op bezoek ging bij mijn zieke oom, de paradijsvogel van de familie. Hij was altijd een van mijn lievelingsooms, excentriek en warm. Een hilarische dude die mijn zus en mij vroeger meenam naar de bioscoop. Hij had een verleden met drugs, een heroïneverslaving. Nu was hij uitgemergeld. Hij had zijn hele leven veel gerookt en hoewel een diagnose niet is gesteld lijkt één plus één in dit geval kanker te zijn.

'Op zijn sterfbed vroeg ik hem: 'Hoe denk jij nou hoe het zat met vroeger?' Toen begon hij over een uitvinder van een haargroeimiddel uit Bergen op Zoom. Hij vertelde dat alle mensen uit zijn kennissenkring die eind jaren tachtig zijn overleden, onder wie mijn twee tantes, als proefkonijnen het haargroeimiddel van ene dokter K. gebruikten.

'Ik dacht eerst dat het een delirium was, want hij had op dat moment nogal veel morfine in zijn lijf. Maar op de dag dat mijn oom overleed, zaten we 's avonds bij mijn pa wijn te drinken. Hij bleek ook van die dokter K. te weten. Ik ben erin gedoken, maar uiteindelijk bleek het meer een mysterieuze voetnoot bij een groter drama te zijn.'

Ben je iets wijzer geworden over de zelfmoord van je oom en tantes?

'Ergens had ik gehoopt dat ik de waarom-vraag zou kunnen beantwoorden: waarom besloten deze drie mensen uit het leven te stappen? Maar of je bij een antwoord op die vraag in de buurt kunt komen, durf ik me nu ook af te vragen.

'Bij het schrijven viel me vooral op hoe ingrijpend zelfmoord is voor de mensen die overblijven. Dat had ik onderschat. Nu besef ik hoe moeilijk het leven is met vragen die onbeantwoord blijven.

'In Door eigen hand staan interviews van Joost Zwagerman met mensen die zelfmoord van dichtbij hebben meegemaakt, onder wie schrijver Jeroen Brouwers. Brouwers zegt: 'Omtrent zelfmoord kun je nooit tot onwankelbare conclusies komen, tot conclusies die objectief zeker zijn. Het is altijd gissen, want degene in wie je je verdiept, is er niet meer om je vragen mee te staven, afscheidsbrief of niet. Cruciale vragen kunnen nooit met wetenschappelijke zekerheid beantwoord worden. Waarom heeft die en die het gedaan? En in algemene zin: wat is het nu eigenlijk, zelfmoord? Is het inderdaad een moord plegen op jezelf? Of is het een verlossing van jezelf?''

Oom Henk lag meestal op de bank shagjes te roken. Hij droeg een Inca-muts, zijn wenkbrauwen piekten, tussen zijn ogen zat de schim van een getatoeëerde stip, zijn zes lange baardharen hingen sleets uit zijn kin en onder zijn joggingbroek wurmden zich verkalkte teennagels in zijn sandalen uit. Hij zag eruit als een tovenaar uit een kinderserie, een vieze. Hij zei dingen waar de kinderen om moesten lachen, maar waar mijn moeder en tantes de handen van voor hun mond sloegen. Dingen over seks en drugs. Als Henk daarna zijn rochellach lachte (een teerput die opborrelde), keek ik gefascineerd naar zijn mond. Dat ovalen gat, waarvan het zwart alleen gebroken werd door een grijsbruine stomp: zijn laatst overgebleven tandje.

Uit: Er is niets dat hier nog blijft

Wat denk jij?

'Ik denk dit hele citaat. Omdat het precies uitdrukt wat ik meer en meer begon te voelen terwijl ik dit boek schreef: het waarom van zelfmoord is zo complex voor achterblijvers dat hun gevoelens van machteloosheid, woede en onbegrip blijven voortwoekeren in volgende generaties. Een vriendin van me had het boek gelezen en zei het zo: 'Er blijft een reukloze geur aan de nabestaanden kleven.''

De Grimm vraagt of je soms bang bent hetzelfde te hebben als de broer en zussen van je moeder. Speelt dat?

'Dat is een angst die ik weleens voel, dat het genetisch vastligt. Die angst werd gevoed terwijl ik bezig was met dit boek. Het is geen vrolijke materie. Als je op zoek gaat naar de karakters van mensen die zelfmoord hebben gepleegd, ga je vanzelf op zoek naar dingen die je van hen in jezelf herkent. Het is niet zo dat ik overweeg van een brug te springen, maar ik merkte wel hoe aanstekelijk en rottig het idee van zelfmoord is. Ik begrijp de terughoudendheid om erover te praten nu ook veel beter, eigenlijk.'

Kun je je nog op kringverjaardagen vertonen?

'Met sommige mensen uit de familie is de band niet goed meer, met anderen is de band juist beter. Ik ben niet echt dichter bij de innerlijke levens van mijn oom en twee tantes gekomen, maar wel bij die van een paar andere familieleden. Een tante is heel trots op me en de reacties van mensen die het tot nu toe hebben gelezen zijn positief, ze geven aan dat ze toch ook moeten lachen om mijn beslommeringen.

'Ik heb onverwacht mooie gesprekken gehad en mensen met veel genegenheid over mijn moeder horen praten. Mijn zus zegt dat ze het fijn vindt dat de gebeurtenissen niet onopgemerkt zijn gebleven. Er is toch iets wat hier nog blijft.'

Jan van Tienen, Er is niets wat hier nog blijft (Prometheus, euro 17,95).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.