'De lach werd nergens vet, de hang naar vergeestelijking liep niet uit op kwezelarij'

Kamps houdt de polen van humor en spiritualiteit knap in evenwicht.

Cappella Amsterdam. Beeld Marco Borggreve

Kaarsrecht en frêle staat Manoj Kamps voor de zangers van Cappella Amsterdam. Helder zijn de gebaren waarmee hij ze laat brabbelen, hijgen en jeremiëren. Trefzeker kneedt hij hun strotten, alsof het bonkjes klei zijn op een pottenbakkersschijf. Net zo opmerkelijk zijn de lange, slanke dirigentenvingers, waarmee hij geluidstrillingen al swipend dooft.

Onder de artiestennaam MaNOj Kamps heeft Manoj Kamps (26) al heel wat stipendia, onderscheidingen en prijzen gewonnen. Hij werd geboren op Sri Lanka en verhuisde op z'n 3de - vanwege adoptie - naar Goes. Als student verruilde hij de wiskunde voor pianospelen, componeren en dirigeren.

Woensdag beklom hij het podium van het Muziekgebouw aan 't IJ alsof het doodnormaal was carte blanche te krijgen van Cappella Amsterdam. En alsof het voor de hand lag dat hij deze helden van de koorzang zou onderdompelen in een complex, esoterisch werk van de Canadese componist Claude Vivier. Ook die werd trouwens geadopteerd op z'n 3de, dat schiep wellicht een band. Bovendien haalde de in 1983 overleden componist veel geluid uit Azië, waar hij zich liet inspireren door de akoestische schoonheid van gamelan, klankschaal en gong. Met één slagwerker, zestien koorstemmen en vier solozangers zette Kamps zich aan Viviers Journal, het fictieve dagboekverslag van een reis langs de kindertijd en de liefde, de dood en het hiernamaals.

Absurditeit school in meertalige teksten ('nog een biertje graag!', 'je geslacht als een wonderbaarlijke voorsteven'). Hoop op verlossing schemerde in overpeinzingen over de ziel. Kamps hield de polen van humor en spiritualiteit knap in evenwicht. De lach werd nergens vet, de hang naar vergeestelijking liep niet uit op kwezelarij.

Onder de solisten viel vooral de sopraan Katharine Dain op. Haar heldere, warme stem gaf extra glans aan een gloeiend concert. Toen de tenor Scott Mello haar in het hiernamaals toefluisterde 'Come, let's go', antwoordde ze met een sensueel 'Ya!' dat hoofden op hol brengt.

Als opmaat plaatste Manoj Kamps percussiemuziek van Claude Vivier tussen koorwerk van Olivier Messiaen en Pascal Dusapin. Gek genoeg vertoonde Cappella Amsterdam daarin rafelrandjes. Alsof Manoj Kamps hun stemmen liever virtuoos schikt, stapelt en plooit, dan botweg te eisen dat ze op dezelfde milliseconde beginnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.