Opinie

'De kunstsector is eerder het mongoloïde broertje van cultuur'

Roepen dat 'kunst de bovenkamer is van cultuur' - zoals regisseur Johan Simons in Zomergasten deed - daar is de sector niet mee geholpen, schrijft Wim Amels van het Nuit Blanche Festival. Hij geeft een voorzet hoe het volgens hem wél moet. 'Geen lethargische houding maar nieuwe oplossingen in het debat over bezuinigingen.'

Johan Simons Beeld Screenshot Zomergasten.

Na het vallen van de bijl - de bezuinigingen op kunst - hoopte ik op een nieuw geluid in de sector. Maar het bleef stil. Alleen wat zacht gekerm in de grot van Halbe Zijlstra. Ik wil mijn steentje bijdragen aan de evolutie in het debat over kunstsubsidies door nieuwe oplossingen aan te dragen. Niet door te pleiten subsidies af te schaffen: subsidies zijn een bougie voor kunst. Ik ben echter tegen het systeemdenken dat het met zich meebrengt.

Wellicht beter geformuleerd: ik ben tegen mensen die denken dat hen iets wordt afgepakt, en tegen de foute prikkels en lethargische houding die vaak samengaat met kunstsubsidies. Subsidies brengen het risico meedenken te verkokeren en te verlammen. Voor de duidelijkheid, ik lees geen Telegraaf en stem niet op Wilders. Sterker nog ik houd wel van een potje kunst. Kunst maakt me geil en verdrietig. Geil omdat het leven rondom de kunsten zo lekker rock and roll en verwarrend is. Verdrietig omdat ze zo afhankelijk is. Kunst is helemaal niet 'de bovenhanger van cultuur', zoals toneelregisseur Johan Simons recent stelde in Zomergasten.

Kunst superieur?
Een dergelijke uitspraak wekt een schijnbelang van kunst. Cultuur is menselijke activiteit, daar is kunst een onderdeel van. Het is juist deze attitude die het draagvlak voor archaïsche kunstvormen zoals het theater heeft doen krimpen. Dat theater binnen de kunst superieur zou zijn, maakt de sector hoogdrempelig, en voor sommigen terecht een onwenselijk verschijnsel. Johan Simons is daarmee schuldig aan het verstevigen van het slechte imago van de podiumkunsten.

Kunst is, zoals het zich momenteel opstelt, eerder het mongoloïde broertje van cultuur. Een kasplantje dat 'ja' knikt als het een stukje brood toegestopt krijgt. En hengstig en ongecontroleerd van 'nee' schudt als het niet wil slapen of naar het strand gereden wordt om tegen de wind in te kwijlen.

De kunstenaar draagt de verantwoordelijkheid zijn werk over te brengen aan een publiek. Als je een punt wilt maken met kunst, maak dat punt dan ook. Bouw lagen in je werk die én de elite bevecht én het volk vermaakt. Ik noem het: het Shakespeare Business Model. Iets voor het volk, en iets voor de elite. Kunst is voor de kunstenaar en voor de toeschouwer. De toeschouwer is blijkbaar niet meer het volk als geheel. Het theater doet daar ook zijn best niet meer voor, en daarmee heeft ze het beroep op algemene middelen zelf afgewezen.

Belang van alle Nederlanders
Laten we eens anders denken. Ik pleit ten eerste voor een vrijwillige lokale, regionale en landelijke kunstbelasting. Zo zijn financiën van de kunsten verzekerd van een onomstotelijk draagvlak. Kunsten zijn namelijk geen deltawerken. Zonder Toneelgroep Amsterdam zal de mens uit Venray nog steeds een veilig en goed leven hebben. Alleen kunst die pretendeert het belang van de ontwikkeling van alle Nederlanders te dienen, maakt nog kans op subsidie vanuit collectieve middelen.

Er moet ten tweede een nieuwe broodschilder opstaan die zijn artistieke idee kwijt kan in opdracht van mensen die er voor betalen. Een die verantwoording draagt voor zijn eigen werk en de interactie met zijn opdrachtgever als wezenlijk onderdeel van zijn werk ziet. Doordat er nieuwe relaties ontstaan en nieuwe transacties tussen kunstenaars en kunstafnemers, zal ook de wil om te geven en kunstenaars te ondersteunen vanuit intrinsieke waarden toenemen. Wordt er niet voor werk betaald dan zal die kunstenaar de geschiedenisboeken in gaan als een kunstenaar wiens werk niet verkocht. Daarmee kan diegene nog altijd eeuwig leven.

Schouwburgen
Ten derde, een verhoogde norm voor gezelschappen op 'eigen inkomsten'. 25 procent is te laag, dan kun je net zo goed geen norm stellen. Dit kan naar 50 procent, onder voorwaarde dat kunstenaars winst mogen maken zonder consequenties. Dit stelt gezelschappen op scherp om te ondernemen en dwingt ze echt om een nieuwe balans te vinden in publieksbereik. De hoogte van de toekenningen per gezelschap kan daarmee omlaag en daarna is er de keuze om meer subsidies toe te kennen, mocht dat wenselijk zijn.

Ten vierde, de koppeling met de schouwburgen moet overal volledig 1 op 1 worden. Dan worden het in potentie weer echt volkshuizen van verlichting. Het huis heeft fysieke middelen, het gezelschap de geestelijke. Het huis is in staat jongeren, feest en verdieping te brengen en trekt directe lijnen met de getoonde podiumkunsten. Zo snij je er een directielaag uit die weer direct in Research & Development gestoken kan worden. En hop, weer wat minder subsidie nodig zonder te snijden in kunst.

Positief discours
Tenslotte, er moet geïnvesteerd worden in de productiviteit van makers. In plaats van projectsubsidies krijgen gezelschappen die niet bij een schouwburg zitten subsidies voor een jaar werk maken. Tussentijds wordt ze geëvalueerd. Na driekwart jaar volgt een indicatie: komt het gezelschap in aanmerking voor nog een jaar subsidie? Zo is er een jaar in een organisatie geïnvesteerd, en niet in een werk.

Het is tijd voor een nieuwe kunstbasis. Een positief discours. Volgend jaar hoop ik voor het laatst subsidie aan te vragen voor mijn organisatie. Hoe ik het precies ga doen weet ik nog niet. Wat ik wel weet is dat het denken vanuit dit vertrekpunt inspiratie en een nieuw elan met zich mee zal brengen.

Wim Amels is zakelijk directeur van het Nuit Blanche Festival Amsterdam en oprichter teach2fish.

 
De toeschouwer is blijkbaar niet meer het volk als geheel. Het theater doet daar ook zijn best niet meer voor, en daarmee heeft ze het beroep op algemene middelen zelf afgewezen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.