'Dat Nelly fout was, daar werd nooit over gesproken'

Diny's ene zus hielp Anne Franks familie, terwijl haar andere zus hen mogelijk verraadde

Haar ene zus hielp de familie Frank in het Achterhuis, haar andere zus heeft hen wellicht verraden. Diny Voskuijl over goed en fout binnen één gezin.

Diny Voskuijl. Foto Gerard Wessel

Het is een verhaal dat Diny Voskuijl niet vaak meer vertelt: hoe haar oudste zus Bep wereldberoemd werd als helper van de onderduikers in het Achterhuis en hoe haar andere zus, Nelly, heulde met de vijand. Maar elk jaar rond 4 en 5 mei, als de oorlog herdacht wordt, zijn Diny Voskuijls herinneringen eraan nog levendiger dan anders. Met haar geheugen is niets mis, zegt ze in de keuken van haar appartement in Alkmaar, druk in de weer met kopjes en schoteltjes. 'Wil je iets hartigs? Ik heb toastjes met lekkere brie.'

Corrie (links) en Diny Voskuijl, circa 1963. Foto Uit familiealbum Voskuijl

Diny is 86, maar dat valt niet aan haar te zien. Rimpels heeft ze amper, haar zilveren haar is keurig opgestoken. Ze leidt 'een tevreden leven' Haar zussen Bep en Nelly zijn overleden, waardoor ze makkelijker kan praten over het oorlogsverleden van het gezin Voskuijl dan toen ze nog leefden. 'Dat Nelly fout was, daar werd nooit over gesproken. Je hangt de vuile was niet buiten, zo ging dat in die tijd.'

Boekenkast

Diny is samen met haar tweelingzus Gerda de jongste van het gezin Voskuijl, dat zeven dochters en een zoon telt. Ze groeit op in de Lumeijstraat in Amsterdam-West. Diny omschrijft het gezin waar ze in opgroeide als een 'koudekikkerbeweging'. 'Je moest doen wat je gezegd werd en aan tafel werd niet gesproken. Er werd amper een knuffel gegeven, iedereen leefde langs elkaar heen.' Ze heeft de beste band met haar oudste zus Bep, die twaalf jaar ouder is. 'Bep zorgde als een moeder voor me, omdat mijn eigen moeder de zorg voor acht kinderen niet aankon. Mijn moeder heeft wel gezegd dat ze helemaal niet zo veel kinderen had willen krijgen. Ze had zangeres willen worden.'

Als Bep 18 is, gaat ze aan de slag als secretaresse bij het bedrijf Opekta op de Prinsengracht, waar Otto Frank leiding geeft. Opekta verkoopt pectine, een geleermiddel waarmee je jam kunt maken. Een paar jaar later gaat ook haar vader, Johan Voskuijl, aan de slag bij het bedrijf, als magazijnchef.

Diny Voskuijl (met een vriendin) bij de wereldberoemde boekenkast die haar vader heeft getimmerd. Foto Gerard Wessel

Als de oorlog uitbreekt en Otto Frank besluit met zijn vrouw Edith en dochters Anne en Margot onder te duiken in wat later het Achterhuis is gaan heten, vraagt hij medewerkster Bep om de familie te helpen. Een voorstel waarover ze niet lang na hoeft te denken. 'Bep wilde het goede doen, dat leerde ze van onze vader', vertelt Diny hierover. Niet veel later wordt vader Voskuijl over de onderduik ingelicht. Hij timmert hierop de wereldberoemde boekenkast in elkaar, waarachter de toegang tot het Achterhuis verscholen zit. Diny herinnert zich hoe ze als kind de potten lijm op het fornuis zag staan: 'Mijn vader zei dat hij een duivenhok maakte voor de buren, maar ik wist dat dat niet waar was. Het was tijdens de oorlog verboden om duiven te houden.' De rest van het gezin Voskuijl weet niets van de onderduik en denkt dat de familie Frank naar het buitenland is gevlucht.

De vertrouwelijke band die vader Voskuijl met zijn oudste dochter Bep heeft, staat in schril contrast met zijn aanvaringen met de opstandige dochter Nelly, destijds 19. 'Ze was altijd brutaal', zegt Diny. 'En ze was jaloers op de aandacht die mijn vader aan Bep gaf. Dus zocht ze die ergens anders: bij de Duitsers.' Als Nelly een Duitse soldaat mee naar huis neemt, die haar vader om toestemming wil vragen voor zijn verkering met Nelly, gluurt Diny tussen de schuifdeuren mee. 'Hij klikte met zijn hakken, en zei 'Heil Hitler'. Mijn vader vond het niks en weigerde toestemming te geven. Maar daar trok Nelly zich niks van aan.' Diny, peinzend: 'Ik heb in die tijd kanten van mijn vader gezien die ik niet eerder had gezien. Bijvoorbeeld toen hij Nelly in elkaar sloeg. Ze lag klem in een hoekje van de hal, en hij bleef maar stompen en schoppen.'

Nelly vertrekt naar Frankrijk en wordt administratief medewerkster op een militaire vliegbasis van de nazi's.

Doodsangsten

Intussen voorziet Bep de onderduikers in het Achterhuis van voedsel. Een hele klus, waarbij ze volgens Diny doodsangsten uitstond. 'Ze vertelde me later dat ze met fietstassen vol eten over straat ging, waarbij ze eens werd aangehouden door Duitse soldaten. Ze vroegen waar ze heen ging. Naar huis, antwoordde Bep, maar ze was natuurlijk onderweg naar de Prinsengracht. De soldaten lieten haar gaan, maar Bep vertrouwde het niet en fietste voor de zekerheid naar de Lumeijstraat. Gelukkig, want ze werd stiekem gevolgd door een soldaat.'

Bep is als jongste helper - ze is 23 als de onderduik begint - erg close met de destijds 13-jarige Anne Frank. Anne wil altijd dat Bep naast haar komt zitten aan tafel en dringt één keer zo aan dat Bep moet blijven slapen, dat ze overstag gaat en naast Anne een nacht doorbrengt op een luchtbed. 'Ze vertelde me later ze zó bang was', zegt Diny. 'Ze was als de dood dat de Duitsers zouden binnenstormen.'

Anne Frank heeft het in haar dagboek vaak over Bep, die ze het pseudoniem Elli Vossen heeft gegeven en kenmerkt haar als 'Vrolijk en goed gehumeurd, gewillig en goedig'.

Eén keer stond Diny zelf oog in oog met Anne, als ze de vergeten boterhammen van haar grote zus naar de Prinsengracht komt brengen. 'Bep vroeg of ik een paar boodschappen wilde doen en ging even weg om het lijstje te halen. Ik bleef op haar wachten bij haar bureau, in het kantoor. Naast me zaten meneer Kugler en meneer Kleiman (andere helpers werkzaam bij Opekta, red.) te werken. Opeens zag ik achter in het kantoor twee grote deuren op een kier opengaan. Daarachter stond, in de keuken, een meisje met donker haar aan het aanrecht. Ze keek naar mij, stond alleen maar nieuwsgierig te staren. Ik zie het nog voor me, ze stond 4 meter bij me vandaan en achter haar viel de zon naar binnen, waardoor ik haar gezicht niet goed kon zien. Ik had dat meisje nooit gezien en werd meteen razend benieuwd naar wie ze was. Op dat moment durfde ik dat niet te vragen, omdat de anderen stilletjes aan het werk waren.' Als haar zus Bep terugkomt met een opvallend lang boodschappenlijstje, vraagt Diny wél wie dat meisje in de keuken was. 'O, dat was Esther', is het achteloze antwoord. Na de oorlog hoort Diny van haar zus dat het Anne Frank was, en dat alle boodschappen die ze moest halen voor de onderduikers in het Achterhuis waren. 'Ik heb nog heel, heel vaak teruggedacht aan dat moment. Als Anne Frank in het nieuws is of als ik haar dagboek in de winkels zie liggen. Zonder dat ik het wist, stond ik te kijken naar iemand die later wereldberoemd zou worden. Het maakt me ook verdrietig: we waren twee tienermeisjes die zo dichtbij elkaar stonden, maar zo'n ander leven hadden. De ene in vrijheid, de ander opgesloten in een kamertje.'

Gerda (links) en Diny Voskuijl op de bruiloft van zus Bep in 1946. Foto Uit familiealbum Voskuijl

Jurkje

Diny heeft na de oorlog bedacht waarom Anne destijds zo nieuwsgierig naar haar stond te kijken. 'Ik denk dat ze wilde weten wie haar jurkje zou krijgen.' Want zes dagen na deze 'ontmoeting' komt Bep aanzetten met een pakketje dat de familie Frank zogenaamd opgestuurd heeft uit het buitenland. Het is voor Diny, en er zit een jurkje in dat Anne te klein geworden is. Een groot geschenk in een tijd dat jonge zusjes meestal de afgedankte jurken van oudere zussen dragen. 'Het was een prachtig blauw fluwelen jurkje, van een schitterende stevige stof. Onderaan de zoom waren rode roosjes geborduurd en aan het kraagje zaten ruches. Het zat me als gegoten, ik voelde me net een prinses. Ik heb het zo lang mogelijk gedragen, zelfs in de winter. Het deed me echt pijn toen ik eruit gegroeid was.' Vervolgens verkoopt haar moeder het jurkje voor drie gulden aan de voddenman.

De dag dat de onderduikers in het Achterhuis verraden zijn, staat Diny nog scherp voor de geest. 'Bep kwam thuis binnenstormen, terwijl ze op kantoor moest zijn. Ze fluisterde druk met mijn vader en hij sloeg zijn handen voor zijn gezicht. Het was de eerste keer dat ik hem zag huilen.'

De 12-jarige Diny staat aan de grond genageld, maar durft niets te vragen. 'Het was duidelijk iets geheims en niet voor kinderen bestemd.' Daags na de arrestatie vindt Bep een deel van de dagboeken van Anne Frank, die ze aan haar collega en medehelper Miep Gies in bewaring geeft. Die geeft de dagboeken na de oorlog aan vader Otto Frank als hij als enige terugkeert uit Auschwitz en hoort dat de rest van het gezin de oorlog niet heeft overleefd. 'We hadden nooit verwacht dat dat dagboek zo groot zou worden', vertelt Diny. 'Het was bizar: opeens was mijn zus wereldberoemd. Natuurlijk was ik trots, ik heb het dagboek meteen gelezen. Alles wat erover op tv kwam, wilde ik zien.' Ze merkt dat Bep dubbele gevoelens heeft bij het dagboek. 'Aan de ene kant was ze blij dat de droom van Anne, schrijfster worden, in vervulling was gegaan en dat de hele wereld het verhaal leerde kennen. Aan de andere kant merkte je dat het gebeuren haar veranderd had. Ze was minder uitbundig dan voor de oorlog, en de paar keren dat we het erover hadden, moest ze al gauw huilen. Ik vond het vreselijk haar zo te zien, ging er bijna van meehuilen, dus dan hield ik erover op. Bep voelde ze zich in het begin ook schuldig dat het haar niet gelukt was de onderduikers te redden. Dat heeft meneer Frank haar later uit het hoofd kunnen praten.'

Otto Frank houdt ook na de oorlog een innige vriendschap met Bep. Ze schrijven elkaar regelmatig en hij is getuige op haar huwelijk, waar Diny bruidsmeisje is. Daar ontmoet ze Otto Frank voor het eerst. 'Een ontzettend vriendelijke man. Hij was opeens weg bij de bruiloft. Toen ik aan Bep vroeg waarom, zei ze dat hij het te moeilijk vond om haar te zien trouwen terwijl hij dit nooit van zijn eigen dochters zou meemaken.' Bep vernoemt haar enige dochter naar Anne.

De familie Frank bij de trouwerij van Miep Gies. V.l.n.r. vader Otto Frank, Anne Frank, Bep Voskuijl (in het dagboek 'Elli Vossen') en moeder Esther Frank. Amsterdam, juli 1941. Foto HH

Moffenmeid

'Denk jij dat jouw zus Nelly in staat zou zijn geweest de familie Frank te verraden?', wordt Diny zeven jaar geleden gevraagd door de Anne Frank Stichting. Ze interviewen haar voor hun archief en het is de laatste vraag die ze stellen. Voor Diny is het de eerste keer dat ze over haar zus Nelly in de potentiële rol van verrader hoort. 'Ik was perplex, wist niet wat ik hoorde', zegt ze. 'Hoe is het mogelijk dat mijn ene zus de boel probeert te redden, terwijl de andere zus de boel verraadt?' Toch antwoordt ze volmondig 'ja' op de vraag van de Anne Frank Stichting. 'Omdat ik wist hoe ze was. Jaloers op de aandacht die mijn vader mijn zus gaf, egoïstisch, niets over hebben voor een ander.'

Diny is niet de enige met dit donkere vermoeden. In 2015 publiceren Joop van Wijk, de zoon van Bep, en Jeroen de Bruyn de biografie Bep Voskuijl, het zwijgen voorbij - een biografie van de jongste helper van het Achterhuis. Bij hun research stuiten ze op informatie die niet direct bewijs levert dat Nelly de verrader is, maar haar wel verdacht maakt. Zo zou ze naar haar vader en Bep geroepen hebben: 'Gaan jullie maar naar jullie Joden toe!' Volgens Karl Josef Silberbauer, de SS'er die de arrestatie van de onderduikers leidde, had de tipgever een vrouwenstem. Ook is er de kentering in het gedrag van Otto Frank in 1963: voordien was het zijn missie de verrader van zijn gezin te vinden. Na 1963 zegt hij dat het er niet meer toe doet. Diny: 'Ik denk dat ze toen hebben ontdekt dat Nelly erachter zat en dat meneer Frank de zus van Bep wilde beschermen. Hij was haar eeuwig dankbaar voor wat ze voor hen heeft gedaan tijdens de oorlog.'

Die oorlog heeft het gezin Voskuijl niet dichter bij elkaar gebracht. Na de bevrijding ging iedereen op de gebruikelijke, afstandelijke voet met elkaar verder. 'We hadden het zelden over wat er in de oorlog gebeurd was', zegt Diny. 'Je moest dóór.'

Nelly keert terug uit Frankrijk en wordt door haar ouders naar Groningen gestuurd om te voorkomen dat ze als 'moffenmeid' kaalgeschoren op een mestkar door de stad moet. Vader Voskuijl overlijdt een half jaar na de bevrijding aan maagkanker en enige zoon Joop sneuvelt op 21-jarige leeftijd in 1949 op een missie in Nederlands-Indië. Over de rol die Nelly in de oorlog heeft gespeeld, wordt niet gesproken. Soms laat Nelly uit zichzelf iets los, vertelt Diny. 'Ze zei een keer: 'Ik kan me niet meer voorstellen dat ik voor die rot-Hitler heb gewerkt.' Daarmee gaf ze toe dat het fout was van haar.' Diny heeft niet het idee dat de band tussen zussen Bep en Nelly veranderd was. 'Die band is nooit heel goed geweest. Het contact tussen de zussen was net als in de oorlog vrij oppervlakkig. Het enige wat mijn zus Bep erover losliet, was: 'Nelly was fout, die heeft met Duitsers gerommeld. Het had niet gemogen, maar het is gebeurd, en alles heeft een reden.' Daar was het mee gezegd.'

Diny neemt een slokje van haar thee. 'Nee, ik vind het niet moeilijk om erover te praten. Ik schaam me nergens voor. Het is geen sprookje, maar sprookjes bestaan niet, ik denk dat zoiets in elk gezin kan gebeuren.' Ze staat op en vraagt: 'Blijf je eten? Ik heb boontjes.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.