Achtergrond Soedanese Bob Marley

‘Bob Marley’ wijst Soedanese jeugd de weg

De jeugd van Soedan zucht onder het islamitische regime. Vrijheden zijn beperkt. De geheime dienst zit overal. Jongeren zoeken een toekomst. Een opvallende gids daarbij is zanger Mo Ali, de Bob Marley van Soedan én cultheld in Nederland.

Mo Ali (29) tijdens een optreden in de openluchtzaal bij het oud-koloniale Grand Holiday Hotel Khartoum. Beeld Sven Torfinn

‘War, war, war’, scandeert het publiek. Als de band de eerste klanken van Bob Marley’s bekende protestlied over de oorlogen in Afrika inzet, gaat de Soedanese jeugd uit zijn dak. Jonge fans springen van hun stoelen om voor het podium te dansen. Ze zingen luidkeels mee: ‘Everywhere is war...’, en dan het vervolg ‘We don’t need no, no more trouble, make love and not war’.

Zanger Mo Ali zweept het publiek op. ‘Soedan, ik hoor jullie niet!’, roept hij, terwijl hij een perfecte imitatie van de ­legendarische reggaezanger in een rookwolk voortzet. Gejoel klinkt van een groepje vrouwen met losjes gedrapeerde hoofddoeken. De vooral jonge mannen op het veld knikken vanaf hun stoeltjes ­relaxt mee op het ritme. ‘Yeah’, knikt een enkele rasta zijn dreadlocks richting de held op het podium.

Een concert van een popband in de streng-islamitische Soedanese hoofdstad Khartoum is uitzonderlijk, maar van een muziekgenre dat geassocieerd wordt met drugsgebruik en revolutie des te meer. Als het concert klokslag middernacht wordt beëindigd, is de politie er dan ook als de kippen bij om het jeugdige publiek bij de uitgang uiteen te drijven en de laatste ­nagezongen klanken van Bob Marley zo snel mogelijk te laten verstommen.

Zanger Mo Ali (29) haalt zijn schouders op. Hij is allang blij dat het hem überhaupt nog lukt om optredens voor elkaar te krijgen onder deze ­paranoïde regering, die elk optreden laat controleren door de geheime dienst op verboden activiteiten en ­genotsmiddelen. ‘Ik doe het voor ­Soedan, om de jongeren hoop te ­geven. Zodat ze durven te dromen.’ En dus zorgt hij er persoonlijk voor dat zijn optredens vlekkeloos verlopen, zonder wanklank en zonder aanstoot te geven.

Voor hem hoeven de moeizame ­optredens in Soedan niet meer nu hij sinds kort succes boekt in Europa als leadzanger van de Nederlandse Bob Marley-­coverband Rootsriders. Een beloning voor keihard werken, zegt hij met zichtbare trots. ‘Als ik mijn dromen kan waarmaken, dan kan ­iedereen het.’

Mo Ali, de Soedanese Bob Marley. Beeld Sven Torfinn

Bij het openluchtpodium bij het oud-koloniale Grand Holiday Hotel aan de Nijl kent iedereen het verhaal over de opmerkelijke carrièrewending van Mo Ali, die hem een ticket naar Europa opleverde. Het is het aansprekende verhaal van een jongetje dat net zo lang oefende tot hij zich het stemgeluid en de mimiek van Marley had toegeëigend. Toen het zover was, trok hij de stoute schoenen aan en stuurde een opname naar de manager van de Rootsriders in Amsterdam met de boodschap: ‘Hi, ik ben Mo uit Soedan. Ik heb op YouTube gezien wat jullie doen maar ik kan het beter. Ik heb echt de stem van Bob Marley.’

De bandmanager was onder de indruk en liet hem twee jaar later overkomen voor een gastoptreden toen de leadzanger was verhinderd. Sinds die tijd heeft Mo Ali de leadzang overgenomen en wordt hij een paar keer per jaar uit Soedan ingevlogen om met de band door Nederland en daarbuiten te toeren. Hoewel hij inmiddels een Nederlandse vriendin heeft en niet uitsluit dat hij definitief bij haar wil blijven, zet hij zich nog steeds met passie in voor Soedan en de jeugd.

‘Bob Marley zong over struggle, maar wij lijden hier in dit land pas echt’, zegt Ali. ‘Jongeren hebben geen dromen meer. Al onze vrijheid is ons afgenomen, zelfs thuis is er geen vrijheid. Ouders bepalen wat kinderen studeren en als ze dan hun diploma hebben behaald, zitten ze werkloos thuis. Er zijn geen banen, creativiteit en ondernemerschap worden niet gewaardeerd. Dus er gebeurt niets. Ook mijn vader was erop tegen dat ik voor de muziek koos. Hij wilde dat ik dokter werd of zo. In dit land is geen waardering voor kunst.’

Terwijl de muzikanten inspelen in de klamme hitte, klinkt op de achtergrond de oproep voor het middag­gebed. Als het begint te schemeren en zwermen muggen de keurig gerangschikte stoeltjes op het veld innemen, verschijnt een insectenverdelger met een enorm sproeikanon op zijn rug. De eerste fans die hun ‘brother’ Mo een voor een komen omhelzen, ­nemen vast plaats op de met gif doordrenkte stoeltjes.

Mo Ali bij zijn favorieten Kebab restaurant. Beeld Sven Torfinn

Terugval na Arabische Lente

Mo Ali mag voor de jeugd in Soedan een held zijn, de autoriteiten vinden zijn optredens maar niets. Plekken waar jongeren samenkomen, roken en mogelijk opstanden beramen tegen de regering zijn taboe. In Khartoum zijn daarom de meeste podia gesloten, evenals buurtcentra, bioscopen en ander entertainment.

Het streng-islamitische regime dat president Omar al-Bashir bij zijn aantreden in 1989 installeerde, maakte een eind aan de veelzijdige etnische en religieuze identiteit van dit Afrikaanse land. Het leidde tot burgeroorlogen en de uiteindelijke afscheiding van Zuid-Soedan in 2011 dat zich de ‘arabisering’ weigerde te laten opleggen. Na de Arabische Lente trok de regering van Bashir de teugels nog wat harder aan, nadat in buurlanden duidelijk was geworden waartoe de jongerenopstanden konden leiden. Het resultaat: de jeugd in Khartoum stikt.

Mo Ali op een van de drijvende terrassen, waar thee gedronken wordt, aan de oever van de Nijl. Beeld Sven Torfinn

Mo Ali neemt ons mee naar de Nijl, waar jongeren op de restaurantboten verkoeling zoeken van de verzengende hitte in de stad en nog enigszins ongestoord onder elkaar kunnen zijn. Stelletje zitten dicht tegen elkaar aan en kijken uit over de zandgele ­miljoenenstad, die is ontstaan bij het punt waar de blauwe en witte Nijl vanuit respectievelijk Ethiopië en ­Oeganda samenkomen in het woestijnachtige landschap van Soedan.

In de skyline veel skeletten van nooit afgebouwde gebouwen, een ­enkele wolkenkrabber en de luxe glazen eivormige hoteltoren Corinthia – beter bekend als ‘het ei van Kadhafi’, naar de Libische ex-leider die de toren tien jaar geleden liet bouwen. Langs de kade doen theeverkopers goede ­zaken; jongeren hangen verveeld op de stoep of in het zand van de veelal ongeasfalteerde straten.

Een van de meest in het oog springende gebouwen in Khartoum is dit vijf sterren hotel, met een restaurant op de bovenste verdieping met uitzicht op de Nijl. Voor de meeste Soedanezen onbetaalbaar, die drinken thee bij een van de velen theestalletjes langs de oever. Beeld Sven Torfinn

Ook de hoogopgeleide jongeren in Papa Costa, een van de weinige café-restaurants voor kunstenaars en intellectuelen, vervelen zich dood. Banen zijn er niet, ondernemen zonder geld of de juiste connecties lukt niet, een carrière bij de overheid of in de politiek verafschuwen ze. ‘En dan een dief worden zoals zij? Nooit!’, zegt ­Yahya, een bedachtzame veertiger die zijn jeugd al in ledigheid aan zich voorbij heeft zien trekken. De oppositie is het zwijgen opgelegd of gecorrumpeerd door de regering, demonstreren heeft geen zin – ‘je wordt direct doodgeschoten of opgepakt’. De laatste keer dat jongeren de straat op gingen in Khartoum is alweer jaren geleden.

De Soedanese jeugd heeft de hoop op verandering opgegeven, verafschuwt het streng-islamitische ­regime dat hun is opgelegd en worstelt met identiteit. Zijn ze Arabisch of Afrikaans? Zijn ze moslim of ­tribaal? Waarom kwijnt hun prachtige geboorteland weg?

Soedan, met een oppervlakte van een kwart van de Verenigde Staten een van de grootste landen van Afrika, heeft de potentie half Afrika te voeden. Er is goud, uranium en olie. Maar de overheid benut deze rijkdommen nauwelijks of geeft ze weg aan bevriende staten. Wie die vrienden zijn, hangt af van de luimen van de president, die sinds de bekoelde ­relaties met Saoedi-Arabië ook te vinden is aan tafel met leiders van Qatar, Rusland, Turkije of China. ‘We houden het niet meer bij’, zegt een activiste. ‘We worden elke dag wakker met weer andere vrienden en vijanden.’

Bij Papa Costa is nog een beetje vrijheid

Jongeren in de tuin van café Papa Costa in Khartoum, waar ze even uit het zicht van politie en geheim agenten zijn. Beeld Sven Torfinn

In de besloten tuin van Papa Costa halen deze gefrustreerde jongeren even adem. Buiten het wakend oog van ­politie en geheim agenten op straat gaan bij de meisjes de hoofddoekjes af en steken ook zij de ene sigaret na de andere op. In een hoek tokkelen jongens op een gitaar, aan andere ­tafeltjes wordt een spelletje gespeeld, in mobiele telefoons gestaard en vooral veel gekletst en getobd. ‘We willen allemaal weg uit dit land’, zegt Youssef, met baardje en voor Soedan provocerende dreadlocks. ‘Er is hier niets, geen plan B. We besteden onze tijd aan het zoeken naar mogelijkheid om hier zo snel mogelijk weg te komen, via workshops of studiebeurzen naar het Westen en dan weg­wezen en asiel aanvragen.’

Mo Ali herkent de gevoelens. Ook hij zag vroeger geen uitweg in het verstikkende milieu van zijn ouders die zijn toekomst al voor hem hadden uitgestippeld. Zijn muziekcarrière heeft hij te danken aan een oom, die hem als jongetje gitaar leerde spelen en reggae liet horen. Zijn vader deed er alles aan om hem op de universiteit te houden en liet hem bij zijn strenge oma wonen, maar Mo koos toch zijn eigen weg.

In het stadspark Alqurashi Park laat Mo Ali het openluchtpodium zien waar hij in 2009 zijn eerste betaalde optreden had. ‘Ik liep met 5 Soedanese pond (nog geen euro) naar huis, niet eens genoeg voor een taxi. Maar ik was supertrots’, vertelt hij als hij door hoog gras naar het verlaten en vervallen podium loopt. ‘Nu gebeurt hier al jaren niets meer. Zo erg. Ik krijg kippenvel als ik denk aan hoe het vroeger was, vol met vrolijke mensen.’

Mo Ali in het vervallen amusementspark, waar hij vroeger zijn eerste optredens gaf. Het podium ligt er verwaarloost bij, de glijbanen gebroken in het leeggelopen zwembad. Beeld Sven Torfinn

Bij het lege zwembad met de verlaten bar iets verderop in het park mijmert Ali verder. ‘Koppeltjes kwamen hier altijd om stiekem elkaars hand vast te houden. Ik weet nog dat de elektriciteit een keer uitviel, iedereen dook de bosjes in om te zoenen. Toen de stroom weer aanging, sprong ­iedereen weer in het gareel en stond elkaar betrapt aan te staren’, lacht hij. Hij wandelt door het lege zwembad, waarin een ontmantelde glijbaan ligt. ‘Ik kan me eigenlijk niet herinneren dat hier ooit water in heeft gezeten.’

Welke toekomst heeft de jeugd?

Ondanks de malaise acht niemand de kans groot dat president Bashir, die door het Internationaal Strafhof in Den Haag wordt gezocht voor oorlogsmisdaden in Darfur, afstand doet van de macht. Dan zou het hele systeem van corruptie, zelfverrijking en nepotisme dat de politieke en economische elite in Soedan aan elkaar verbindt, als een kaartenhuis in elkaar storten. ‘Al zouden we onze stem willen laten horen, een nieuwe partij willen oprichten, we krijgen geen kans. Een nieuwe politieke partij wordt niet eens geregistreerd, onze stem wordt meteen gesmoord’, zegt een van de geëngageerde jongens in Papa Costa.

Mo Ali in gesprek met straatkinderen. Beeld Sven Torfinn

Proteststemmen klinken dus nog vooral achter de voordeur. En daar blijven ze ook voorlopig, denkt burger­activiste Fatima Ali van de Sudanese Knowledge Society. ‘De kloof tussen de generaties is te groot. De regering heeft alle instituties die het maatschappelijk middenveld vertegenwoordigen, uitgeschakeld; vakbonden, oppositiepartijen en verenigingen. Jonge mensen weten niet eens meer hoe het is om sterke instituties op te bouwen of samen te werken.’

Lethargie is een tweede natuur geworden in Soedan, zegt de bedachtzame Yahya in café Papa Costa. ‘We lijden collectief aan alzheimer. We worden wakker, worstelen ons door de dag en gaan naar bed. De volgende dag vragen we onszelf af wat we hebben gedaan. Er valt niets te herinneren.’

Mo Ali worstelt met het contrast tussen de twee werelden waarin hij verkeert. De apathie irriteert hem zichtbaar, maar tegelijkertijd inspireert het hem de Soedanese jeugd te blijven aanmoedigen. Toch wordt de kloof merkbaar groter sinds zijn entree in de Europese muziekwereld. De lat komt steeds hoger te liggen. ‘Het niveau in Nederland is zo hoog, alles in Soedan valt daarbij in het niet. Mijn muzikanten hier repeteren nooit, behalve als ik het ze vraag. En dan zijn ze na een uur al moe.’

 ‘Marley meets’, 30 november in Eindhoven

Tribute to Bob Marley ‘Legend 35’; tournee van februari tot eind mei 2019

Mo Ali tijdens een optreden in de Soedanese hoofdstad Khartoum. ‘Ik doe het voor Soedan, om de jongeren hoop te geven.’ Beeld Sven Torfinn
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.