'Bloedbad Virginia was een daad van verzet'

Jonas Staal Vincent van Gerven Oei..

ROTTERDAM De curieuze eenakter Richard McBeef, die woensdag eenmalig in de Rotterdamse Schouwburg wordt opgevoerd, is een van twee nagelaten toneelstukken van Cho Seung-Hui. In 2007 schoot deze 23-jarige Koreaanse Amerikaan 32 medestudenten van de Virginia University en zichzelf dood. Daarmee plaatste hij zich in een reeks van schietpartijen op scholen in Amerika en Finland, die in 1999 begon bij het bloedbad op Columbine High School.

De opvoering is een initiatief van beeldend kunstenaar Jonas Staal, bekend van zijn Geert Wilders Werken, en schrijver Vincent W.J. van Gerven Oei. Ze laten het acht pagina’s tellende script spelen door acteurscollectief Wunderbaum. Staal: ‘Als je het stuk leest, is het vooral banaal. Maar gespeeld blijkt het veel gewelddadiger dan je denkt.’

De eenmalige performance in Rotterdam is onderdeel van een project waarmee Staal en Van Gerven Oei de reeks schietpartijen in een nieuw licht willen plaatsen. ‘Die acties zijn daden van verzet’, zeggen ze.

Dit project begon in 2008 met de tentoonstelling Forty Years of Boredom 1968 – 2008. Daaruit ontstond de publicatie Follow Us or Die, een bloemlezing van nagelaten geschriften, manifesten, brieven, foto’s, films, tekeningen en toneelstukken van de schutters. Ook dit boek wordt woensdag gepresenteerd. De schutters worden daarin als een beweging geïntroduceerd. ‘Hun esthetiek is vergelijkbaar’, vindt Staal. ‘Ze gebruiken wapens en militaire kleding, verzetsuniformen die doen denken aan een clandestiene missie in Afghanistan.’

Waartegen het verzet is gericht, blijft vaag. Soms spreken de schutters over monsterkapitalisme, maar een eenduidige ideologie ontbreekt.

Het gaat de kunstenaars om de rol van het geweld in de verzetsdaden. Daarmee houden de schutters onze cultuur een spiegel voor, meent Van Gerven Oei. ‘Zij zijn het feitelijke gezicht van een systeem dat geweld, zoals dat van onze militairen in Afghanistan, vergoelijkt. Alleen durft niemand dat in te zien.’

De schutters anticiperen in hun geschriften op de relativerende kritiek die ze zouden krijgen. Staal: ‘Eric Harris en Dylan Klebold, de Columbineschutters, formuleren heel precies dat niemand de schuld van hun daad in hun boeken, school, muziek of opvoeding moet zoeken. Ze willen serieus genomen worden in hun daad.’

Een opvoering van Cho Seung-Hui’s Richard McBeef volgde logisch uit de tentoonstelling en het boek. Wunderbaum vond het in eerste instantie ‘helemaal niks’, zegt Staal. ‘Ze vonden de context interessant maar begrepen niet waarom wij het letterlijk willen opvoeren.’

Richard McBeef bestaat uit een enkele ruziescène. De 13-jarige John beschuldigt zijn stiefvader Richard achtereenvolgens van misbruik en de moord op zijn biologische vader. Zijn moeder gelooft hem en jaagt Richard met een kettingzaag het huis uit. Ten slotte slaat Richard in zijn auto uit pure wanhoop zijn stiefzoon dood.

Staal en Van Gerven Oei eisten een zo realistisch en ingeleefd mogelijk acteren. De acteurs van Wunderbaum pleitten juist voor een vorm van interpretatie. Uiteindelijk waardeerden ze toch de ‘conceptuele uitdaging’.

Staal ontwierp een installatie waarin de performance plaatsvindt, een doorzichtig huis met verschillende kamers. Het publiek staat op het podium om het huis heen. Het is vrij om heen en weer te lopen. Er is, kortom, niet één perspectief.

Dat laat precies het probleem zien waar het Staal en Van Gerven Oei om gaat: interpretatie. Net als Harris en Klebold verwijten zij de critici van de schutters een mate van psychologisering. Er wordt bijvoorbeeld beweerd dat het allemaal de schuld is van een computerspel als Doom of van seksueel misbruik. Dit maakt slachtoffers van de daders en zo wordt het geweld uiteindelijk verontschuldigd.

‘Onze samenleving probeert voortdurend geweld te vergoelijken ten dienste van de vrede of mensenrechten. Cho Seung-Hui en de anderen laten ons een eerlijker beeld zien van geweld en hoe wij ons ertoe moeten verhouden. Niet als iets dat ook maar enige verklaring kan hebben, maar als iets dat volstrekt afschuwelijk is.’

Blijft de vraag: waarom Richard McBeef?

Het antwoord is dat Cho Seung-Hui, net als in zijn gruwelijke daad, geen moralisme of heldendaden toelaat in zijn stuk, geen interpretatieruimte. Of zoals Staal zegt: ‘Omdat hij zich op een ongrijpbare manier contextualiseert.’

Van Gerven Oei: ‘De vraag is natuurlijk of dat intentioneel is of duidt op een totaal gebrek aan stijl, maar dat doet nu niet ter zake.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.