‘Bij Johnny was het allemaal echt’

Fan, verzamelaar, vriend. Wie anders dan Peter Pols kon de eerste dvd van Johnny Jordaan samenstellen? Vanmiddag is de presentatie....

Het is voor Peter Pols niet eenvoudig zich goed te houden als het roerige leven van zijn idool in fragmenten op het scherm passeert. De vroegste beelden: Johnny Jordaan die in april 1956 in een feesttent Geef mij maar Amsterdam zingt, met politie te paard op de voorgrond om de menigte van tienduizenden in bedwang te houden die zijn koperen bruiloft met vrouw Totti wil meevieren. Niet veel later zou zijn homoseksualiteit publiek geheim worden – ‘God heb me so gemaakt’ – en is de ganse natie geschokt.

Of het eind: Johnny Jordaan figureert in een medley van Ted de Braak, zittend op een kruk na een reeks beroertes en hartinfarcten; weer Geef mij maar Amsterdam. Enkele maanden later, op zondag 8 januari 1989, zou de Beste Stem van de Jordaan, de keizer van de Nederlandse fado, overlijden.

Er tussendoor: zijn mededelingen in tv-shows dat het ‘wel weer gaat’, na wat dalletjes.

Geen misverstand, wat Pols betreft: Johnny is op het laatst nogal eens als zielig man neergezet, maar hij heeft hem altijd gekend als iemand met grote levenslust en kracht; daar moet je groot respect voor hebben.

Nou ja, Pols (57) is sowieso wat emotioneler dan gebruikelijk, nadat een ziekte hem dit jaar zelf bijna velde – ‘de laatste berichten zijn gelukkig uitstekend’. Het heeft hem er in elk geval niet van weerhouden de eerste dvd (Bij ons in de Jordaan) van de volkszanger samen te stellen met een greep uit diens oeuvre en dat van zijn eeuwige metgezellen Tante Leen en neef Willy Alberti. Vanmiddag is de presentatie.

Wie anders dan Pols had het kunnen doen? Fan, verzamelaar, kind aan huis, chauffeur – ‘wat overdreven, hoor, ik reed hem wel eens naar een optreden, soms met Tante Leen. Zaten ze samen te zingen, zo prachtig, dat nemen ze me nooit meer af. Daar ving ik dan wat voor, ook al hoefde het niet van mij. Maar Johnny zei: die auto van jou rijdt niet op paardenpis.’

Thuis op de flat in Diemen puilen de kasten uit van platenhoezen, videobanden, knipselmappen. Hij trekt een la open: ‘Hier, cd’s. Ik heb er geloof ik wel meer dan dertig met compilaties.’ Hij tekende onder meer voor Geef mij maar Amsterdam, Jordaansuccessen, en Mooiste herinneringen aan Johnny Jordaan en Tante Leen.

Vanaf het moment dat hij als 7-jarig jongetje op zolder in Oud-West de vibraties, trillers en snik van Johan geboren Musscher registreerde, afkomstig van de platenspeler van zijn ouders beneden, is het niet meer overgegaan. Wat een zanger! Wat een stem! In 1970 volgde de eerste ontmoeting, in Beverwijk, waar Johnny na omzwervingen in een benedenwoning was beland. Pols wilde een handtekening voor familie uit Australië. Een witte Daf kwam de hoek om. ‘Hé jongen, kom je koffie drinken?’ Het intensievere contact kwam pas later, toen Johnny met zijn vriend Ton was teruggekeerd naar Amsterdam.

Wat moest er beslist op, op de dvd? ‘Alles, natuurlijk. Maar dat kon niet.’ Hij sloeg de knipsels erop na, grasduinde in de verzameling video’s, maar heeft vooral diep gegraven in zijn geheugen. Op zijn aanwijzingen – ‘Telebingo, Mies Bouwman; Op losse groeven, Chiel Montagne’ – volgde speurtochten in de omroeparchieven. Maar veel ampexbanden bleken gewist, bij de omroepen in Hilversum, maar ook BRT en BBC hadden niets meer. Niettemin is Pols tevreden. ‘Het was een eer om eraan te werken.’

Een volgend fragment. ‘Gek misschien, maar deze scène doet me het meest.’ Johnny zingt Kerstmis in de Jordaan, bij Mies Bouwman.

Als met de kerst de torenklokken luiden, wordt ’t stil bij ons in de Jordaan. En dan zie ik steeds in mijn gedachten m’n eerste kerstboom staan.

Pols: ‘Ik was ergens op visite. We keken tv en ik zeg: verrék, daar is Sjonnie. Als hij dat zingt, komt mijn hele jeugd boven.’

Bij Toon mij je hart gaat hij op het puntje van zijn stoel zitten. ‘Dit is van na 1960. De gekte – miljoenen platen, miljoenen! – was voorbij. Johnny was in rustiger vaarwater gekomen. Hij zong niet meer alleen over de Jordaan. Ik vind het zijn sterkste periode.’ Hij wijst naar het scherm. ‘Zie je de grote afstand tot de microfoon? Zo’n kracht had die stem.’ Stellig: ‘Je kunt natuurlijk niet van het genre houden, maar één ding blijft overeind: je wordt tenminste niet besodemieterd. Dit is echt.’

Voor de volledigheid: er zijn niet louter tranen hoor, bij het weerzien. Neem De duiven op de Dam van Tante Leen. Moet je kijken waar ze loopt: in Artis, tussen de flamingo’s en de zeeleeuwen. Geen duif te zien. ‘Je verzint het niet. Toen ik het zag, konden ze me wegdragen, echt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.